Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Christus en de wet

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Christus en de wet

6 minuten leestijd

Maar Jezus, nederbukkende, schreef met den vinger in de aarde. (...) En wederom nederbukkende, schreef Hij in de aarde. Johannes 8:6b en 8

De Heere Jezus schrijft in de aarde. Schijnbaar komt er geen antwoord van Zijn kant in de ‘kwestie van de overspelige vrouw’. Maar… zwijgt de Heere? Schrijft Hij dan écht ongeïnteresseerd met Zijn vinger in de aarde…? Als dat zo is, dan staat Christus machteloos tegenover de wet. De Heere Jezus zou dé Christus niet zijn!

Zo is het niet! Johannes noteert niet zonder reden dat de Heere Jezus in de aarde schrijft. De Heilige Geest vraagt onze aandacht voor dit schrijven door Hem Die gezegd heeft dat Hij door de vinger Gods de duivelen uitwerpt. De Heere Jezus is schijnbaar klemgezet met de eisen van de wet: de overspelige vrouw moet sterven. Maar de werkelijkheid is dat Hij Die in de aarde schrijft, bevestigt dat de wet waarmee ze denken Hem klem te hebben gezet, Zijn wet is. Met Zijn vinger heeft Hij de wet geschreven in tafelen van steen. Hij getuigt, door in de aarde te schrijven: “U komt tot Mij met de wet… Het is Mijn wet.”

We weten daarom ook wat Hij schreef. Het zijn, naar aanleiding van het woord van Jeremia 17 vers 13, de namen van allen die de HEERE verlaten hebben. Hij weet als de Wetgever en Handhaver van de wet alles van die allen. Hij is het immers Die het oordeel van de Vader ontvangen heeft en Die de aardbodem rechtvaardiglijk zal oordelen. Welke namen schrijft Hij in de aarde? De naam van de vrouw die overspel pleegde. Maar ook de naam van de man met wie dit gebeurde. Ook de namen van de farizeeën en de schriftgeleerden worden geschreven... Dit schrijven is de uitoefening van Zijn profetische bediening. Hij handhaaft de wet in al de aanspraken op ons leven en in al de vloeken over ons leven vanwege onze zonde en schuld. De beschuldigers van de vrouw zijn hier echter blind voor. Ze houden aan bij de Heere. Ze vatten het schrijven van de Heere Jezus niet. Christus en de wet worden door een natuurlijk mens niet verstaan.

Christus handhaaft de wet
De Heere Jezus staat op en zegt: “Die van ulieden zonder zonde is, werpe eerst den steen op haar.” De getuigen (twee minimaal) van de misdaad moeten als eersten de stenen werpen. Laat de vloek op haar komen! Opnieuw buigt de Heere Zich en schrijft in de aarde. Wat gebeurt er? Niemand doet het! De oudste gaat weg, tot en met de jongste. Hun geweten spreekt. Ze zijn niet zonder zonde. “Maar”, zo zegt iemand, “stelt de Heere Jezus zo de wet niet buiten werking, niemand is immers zonder zonde? De wet moet toch gehandhaafd worden?” Inderdaad, de Heere Jezus zegt elders om naar de farizeeën en de schriftgeleerden te horen, want zij zitten op de stoel van Mozes. Maar nu gaat het om iets anders. Op Hem is deze aanval gericht. Nu moet openbaar komen hoe Hij de wet bevestigt. Dat het waar is dat Hij de Christus is, Die gekomen is “om te zoeken en zalig te maken dat verloren was”! Daarom spreekt Hij de mensen aan van wie Hij de namen schreef in de aarde. Dat is het oordeel over het leven van de overspelige vrouw. De Heere handhaaft het recht over haar. Zij moet sterven. Maar het is ook het oordeel over de levens van de vrome joden. Ook zij hebben zonde. Niemand kan bestaan in het gericht waarin Christus het recht handhaaft. De vrome joden gaan weg.

Christus verlost
De vrouw blijft achter. Probleem opgelost. er zijn immers geen getuigen meer… Nee! Ook al zijn er geen getuigen meer, toch is ook haar naam door Jezus geschreven in de aarde. Hoe komen genade en recht bij elkaar? Het antwoord is gegeven in het ‘wederom’ schrijven in de aarde. Opnieuw! Hiermee bevestigt en openbaart Hij dwars door de goddeloosheid en het onbegrip van mensen en het woeden van de satan heen de waarheid van de verzoening en verlossing. De tweede maal van schrijven in de aarde herinnert aan de tweede keer dat de wet geschreven is door de vinger Gods. De eerste twee tafelen werden gebroken toen Mozes het volk zag dansen rond het gouden kalf. De HEERE gaf opnieuw de wet. Deze wet is gelegd in de ark des verbonds, waarboven het gouden verzoendeksel was met het bloed der verzoening. Hier wordt door de Heere het antwoord gegeven hoe Hij deze vrouw genadig kan zijn: door het bloed der verzoening waardoor de wet niet ontbonden wordt, maar vervuld. De Christus zal alles vervullen wat de wet eist van een doodschuldige zondaar, zodat de eeuwige wet gehandhaafd blijft en genade verheerlijkt kan worden in het leven van zondaren en zondaressen.

De Heere Jezus vraagt aan de vrouw waar haar beschuldigers zijn. Ze is gebleven. Dat valt op! Nee, het was niet omdat ze als aan de grond genageld stond van angst, maar vanwege een genadige betrekking op Hem. Ze antwoordt immers met ‘Heere’, waar de farizeeën en de schriftgeleerden Hem slechts ‘Meester’ noemen (vers 4). Het is een belijdenis uit haar mond. Dit komt uit in haar daden. Waar allen als zondaren openbaar komen, gaan velen bij de Heere weg. Maar zij blijft. Zij kan zichzelf niet meer verlossen. Hij moet haar zaak ten einde brengen. Hij moet haar verlossen. Ook al kan zij niet bekijken hoe, want de wet eist haar dood. In de stilte die overblijft, belijdt zij haar schuld door te blijven op de plaats van het gericht. Ze aanvaardt zo de straf. Naar recht moet zij verloren gaan. Maar op dezelfde plaats van het gericht bevestigt Hij in het voor de tweede maal schrijven in de aarde de rechtvaardigheid en de genade. Dit hoort zij uit Zijn mond. Hij spreekt haar vrij: “Zo veroordeel Ik u ook niet.” Het was voor haar: “Ik voor u.” Maar ook: “Ga heen en zondig niet meer.” Verlost door Hem en heel het leven voor Hem: “Hoe lief heb ik Uw wet!” Kent u deze waarheid? Kent u Hem?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 december 2010

De Banier | 32 Pagina's

Christus en de wet

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 december 2010

De Banier | 32 Pagina's

PDF Bekijken