Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Jezus’ smartetranen over Jeruzalem

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Jezus’ smartetranen over Jeruzalem

4 minuten leestijd

En als Hij nabij kwam en de stad zag, weende Hij over haar, zeggende: Och, of gij ook bekendet, ook nog in deze uw dag, hetgeen tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen. Lukas 19:41 en 42 Met de stad, hier genoemd, wordt Jeruzalem aangeduid. Het is de heilige stad, de stad des groten Konings waar de tempel staat, de woning van de Allerhoogste, de God des eeds en des verbonds.

Jeruzalem

Jezus ziet die schone stad. Dagelijks leert Hij in de tempel en aanschouwt de ongerechtigheden die daar geschieden. Onder de dekmantel van godsdienst worden allerlei zonden bedreven. Het volk leeft alsof er geen God is Die alle dingen ziet en weet, en tergt met zijn eigengerechtigheid de levende God en verwerpt de enige Zaligmaker. Het volk bouwt zijn hoop voor de eeuwigheid op een zandgrond die straks zal worden weggevaagd, als in ’t gericht door God wordt wraak genomen. Het wil de dag der zaligheid en hetgeen tot zijn vrede dient niet bekennen. Het uitwendig bevoorrechte volk is het spoor geheel bijster. Niet alleen bedrijft het gruwelijke zonden, maar ook eigenwillige godsdienst. Daarmee maakt het Gods gebod krachteloos en betoont de duisternis liever te hebben dan het licht.

De waarschuwingen en vermaningen willen zij niet ter harte nemen. Daar is geen wederkeren tot de Heere, maar een volharden in hun boze wegen. Hoe menigmaal heeft Hij hen willen bijeenvergaderen, maar zij hebben niet gewild. De Heere stelt hier in het licht hun moedwillig verachten van de dag der zaligheid. Ondanks hun vleselijke godsdienst bekenden zij niet wat tot hun tijdelijk en eeuwig welzijn diende. Daarom weende Jezus over Jeruzalem smartetranen. Maar ook vanwege de oordelen die laag hangen en zeker over de stad voltrokken zullen worden. Vreselijk zal haar verwoesting zijn. Niet één steen zal op de andere gelaten worden.

Ware vrede

Waarin de ware vrede gelegen is, was voor Israël verborgen. Wat is het groot als er in het natuurlijke vrede wordt gevonden in gezinnen en families, in staat, maatschappij en kerk. Dat zou Israël te beurt vallen als het in Gods wegen zou wandelen en Zijn getuigenissen zou onderhouden. Maar wat is het bovenal een grote weldaad als we vrede mogen verkrijgen met een rechtvaardig God, Die wij beledigd hebben en vertoornd hebben door onze zonden. Een vrede met een kus van ’t recht gegroet.

Wat is dit verborgen voor de natuurlijke mens, al zijn we godsdienstig en rekenen we ons onder Gods volk en komen ten Avondmaal, maar missen met dat alles de rechte zielsbevinding door de Heilige Geest in het hart gewerkt, welke zich in de vrucht openbaart. Als het volk van ’t heilspoor is afgeweken, zal dit alles uitlopen op nameloze ellende en verwoesting van stad en volk. Het woord van Christus mocht hen wel doen vrezen, daar ze hun ondergang tegemoet snellen om in het eeuwig verderf weg te zinken.

Ons volk

Maar als Hij nu ons volk ziet, moet Hij dan niet hetzelfde uitroepen? Hoe bevoorrecht zijn wij. Welke grote daden heeft de Heere onder ons betoond. De zuivere waarheid werd gehoord van vele kansels en daar waren velen die Hem in waarheid mochten vrezen en dienen. De waarschuwende stem werd gehoord en de zonden bestraft. Maar wat is nu het fijne goud verdonkerd. Gods Woord hebben we verworpen, wat wijsheid zouden we dan hebben? Gods geboden worden vertrapt, klein en groot is afgeweken van Zijn heilige wet. De gruwelijkste zonden worden vrijuit bedreven. Laat ons eten en drinken en vrolijk zijn. Wie is de Heere dat wij Hem zouden dienen? Dat wordt uitgeleefd. Wij hebben uitgebannen wat nog enigermate rekent met Gods Woord en wet en leven naar het goeddunken van ons verdorven hart. Schaamteloos leven wij onze val uit. De aarde is vervuld met wrevel. Moord en doodslag is aan de orde van de dag. Maar we zijn als met blindheid geslagen. Niets anders dan smart op smart hebben we te vrezen, omdat we God verlaten hebben. Wat is er allerwegen, ook op kerkelijk terrein, een verwarring. De leer van geloven en aannemen, een praktisch remonstrantisme, wordt aangeprezen met een beroep op onze vaderen. Een bekering buiten de wedergeboorte om wordt besproken, maar hoe God een mens bekeert om hem als een verloren mens te brengen tot de kennis van de enige Zaligmaker, wordt naar de achtergrond geschoven.

Nochtans laat de Heere ons Zijn Woord en instellingen nog en is Hij nog niet geheel van ons geweken. We mochten het wel opmerken dat Hij in Zijn lankmoedigheid en taai geduld het ons en onze kinderen nog toeroept, als weleer Jeruzalem – en mochten wij het elkaar ook toeroepen: “Och, of gij ook bekendet, ook nog in deze uw dag, hetgeen tot uw vrede dient.” Dat wij onze wegen mochten onderzoeken en doorzoeken en weder mochten keren tot de Heere in de weg der waarachtige bekering, eer het voor eeuwig te laat is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 oktober 2011

De Banier | 24 Pagina's

Jezus’ smartetranen over Jeruzalem

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 oktober 2011

De Banier | 24 Pagina's

PDF Bekijken