Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

HET KOMEN TOT JEZUS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

HET KOMEN TOT JEZUS

6 minuten leestijd

Vervolg

Laat mij nu zien hoe wij dit geval ons ten nutte kunnen maken. Ik zal mij nu richten:

1. Tot hen die naar den weg Sions vragen en uitroepen: Wat moeten wij doen om zalig te worden?

Hebt gij, o ziel! een recht besef van uw schuld? Zijt ge verloren en ongelukkig zonder een aandeel in den Zaligmaker? Zijt ge het u bewust dat Jezus u alleen verlossen kan? Zegt gij: Hoe zal ik tot Hem komen? Ik ben Zijn aandacht gansch onwaardig. Ik heb verdiend eeuwig in toorn door Hem aangezien te worden. Ik heb niets in te brengen dat Hem zou kunnen bewegen in ontferming op mij neder te zien, of het moest dit zijn, dat ik ellendig, ongelukkig, naakt en blind ben: En zou Hij zulk een schepsel willen ontvangen?

Kom aldus, o vragende ziel! dit is de beste gestalte waarin gij tot den Verlosser kunt komen. Kom aldus, en gij zult aangenomen worden. Zijt gij onwaardig? kom en zeg het den Middelaar. Maak al uw behoeften Hem bekend; zeg Hem al uw begeerten; geef uw alles in Zijn handen en pleit op Zijn vrije en genadige belofte, dat die tot Hem komt geenszins zal uitgeworpen worden, Joh. 6:37. Dit is het rechte komen; dit is de natuur en den geest des Evangelies; en zijt verzekerd dat gij met een hartelijk welkom zult ontvangen worden. Jezus zal u in Zijn boezem nemen: Zijn geheele hart voor u openen, u daar Zijn nabijheid doen genieten en zal u eeuwig met Hem verheugen in de hemelsche woningen. Uw onwaardigheid zal geen belemmering zijn; uwe karmozijnroode zonden zullen weggewasschen worden. Jezus geeft al Zijne zegeningen vrij; Hij geeft ze aan de onwaardigsten.

2. Zal ik mij richten tot den christen, die vreest nooit op de rechte wijze tot den Verlosser gekomen te zijn.

Daar gij dit in twijfel trekt, zoo wil ik u vragen: Hoe was het met uw ziel toen ge u zelf aan Jezus overgaaft? Waart ge niet ootmoedig en nederig? Kwaamt ge niet met belijdenis van uw zonden, die beweenende; met verzaking van uw gerechtigheid, uw Delilas; u geheel aan Jezus overgevende? Hadt gij eenig voorbehoud? Hebt gij den Verlosser niet in al Zijne hoedanigheden aangenomen en gezegd: Heere, neem mijn hart, neem alles wat ik heb. Verlos mij niet alleen van de hel, maar heilig mij; doe met mij, en door mij, en in mij, wat het meest zal strekken tot uwe heerlijkheid. Was dit niet het geval? Laat de consciëntie spreken, want daar beroep ik mij op; en die zal getuigenis geven aan hetgeen ik gezegd heb. Ja, o nederige christen! gij zijt op de rechte wijze tot Christus gekomen. God heeft u een zaligmakend geloof in den Verlosser geschonken. Gaat op uw weg voort met blijdschap; gij hebt voorzeker een aandeel in Jezus Christus, en de Hemel is ongetwijfeld de uwe.

3. Ziende op de vraag, zal ik mij ook richten tot den huichelaar en ledigen belijder.

Het is duidelijk dat gij niet meer hebt, dan een naam dat gij leeft. Uw hopen op het eeuwige leven is beslist ij del, en gij zijt nog “in eene gansch bittere gal en samenknooping der ongerechtigheid.” Gij belijdt, dat ge waarlijk gelooft dat Jezus de Zaligmaker is, maar zijt ge ooit op zaligmakende wijze aan Hem verbonden geworden? Hebt gij ooit uw naaktheid, ellende en armoede recht gezien, alsook de algenoegzaamheid van Christus, en zijt aldus tot Jezus gekomen ter zaligheid? Is uw hart ooit gewillig gemaakt, om Hem te ontvangen in al Zijn hoedanigheden? En hebt ge u zelf met een volkomene en onvoorwaardelijke overgave aan Jezus gegeven? Laat de consciëntie in getrouwheid haar taak doen, en zij zal tegen u getuigen. Tot wat einde is het dan voor u om hoop te koesteren op het eeuwige leven? Indien gij vreemdelingen van Christus zijt, zoo zijt ge in eenen allervreeselijksten staat, zijnde onder den toorn Gods. Ach! bedrieg u zelf toch niet met de verwachting van een eeuwige erfenis, niet anders bezittende dan een gedaante van godzaligheid. Onderzoekt u zelf, en gij zult tot de ontdekking komen, dat ge vreemdelingen zijt van de gestalte die beschreven werd. Gij kent niets van Jezus Christus op zaligmakende wijze, en daarom hebt gij geen aandeel in Hem.

Ten slotte: Hoe vergissen zij zich die gereed zijn te besluiten dat er geen werk der genade in hun hart is, omdat zij de verschrikkingen der Wet niet zoo ondervonden—en zooals het hen toeschijnt, nooit in zulk een mate vernederd werden, dan anderen.

De christen zal dikwijls moeten klagen over een onverootmoedigde ziel. Hij is bevreesd, dat hij niet genoegzaam ontdekt is aan de zonde; hij smeekt om een dieper gevoel er van. Hij ziet anderem vervuld met berouw, hun harten onder diepe indrukken door een gezicht van hun zonden; zijn hart daarentegen is koud als ijs, doodig en versuft. Hij kan niet treuren zooals zij doen; en daarom vreest hij dat hij de ware vernedering mist, welke een noodzakelijk bewijs is van de genade Gods. Hierin vergist gij u grootelijks. Hebt ge zooveel van de zonde gezien als om u te vervullen met begeerten naar Jezus, en om u gewillig te maken, van harte gewillig om Jezus te ontvangen in al Zijne hoedanigheden en uw ziel op Hem te werpen? Uw overtuigingen zijn dan zaligmakend; uw vernedering is echt, en uw staat is een gelukkige. Denk er tot uw besturing en voldoening steeds aan, dat het niet de groote vraag is, of gij wel of niet onder zulke en zulke verschrikkingen der Wet geweest zijt; of gij zulk en zulk een diepe trap van vernedering bereikt hebt; maar of gij de zonde in zulk een licht gezien hebt waardoor gij tot vernedering kwaamt, en om met gewilligheid en dankbaarheid den Zaligmaker aan te nemen, en u zelf geheel aan Hem over te geven. Indien, zoo zijt ge in staat gesteld geworden op de rechte wijze tot Jezus Christus te komen, en zijt ge op zaligmakende wijze met Hem vereenigd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1935

The Banner of Truth | 6 Pagina's

HET KOMEN TOT JEZUS

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 juni 1935

The Banner of Truth | 6 Pagina's

PDF Bekijken