Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE LEER DER VERKIEZING

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DE LEER DER VERKIEZING

6 minuten leestijd

(Vervolg)

Mij ontgaat tot hiertoe altijd nog het bewijs der Schrift, dat het supra gelijk kan hebben. Waar toch leert de Heilige Schrift, dat een nog niet geschapen en nog niet gevallen menschheid voorwerp van Gods besluit is? Wie op de engelen zou willen wijzen als voorwerpen der verkiezing, daar de Schrift immers spreekt van “uitverkoren engelen” vergeet, dat ook hier het conflict der zonde niet is weg te cijferen. En wie denkt aan Christus als voorwerp van Gods verkiezing, die bedenke ook, dat hier nimmer van Christus zou kunnen sprake zijn geweest, zonder dat al weer het conflict der zonde wordt gesteld, enz.

Juist volgens het infra leert een ziel in den weg van een praktische beleving van deze waar heid dieper verstaan haar verloren staat, rijker smaken de genade Gods in Christus, hooger stijgen in de blijdschap van het eeuwig welbehagen:

Gij hebt ellendigen dat land
Bereid door Uw sterke hand,
O, Israëls Ontfermer.

Zoo gaat een hart deze waarheid in zalige ontmoeting te beter proeven, als de Heere zegt: “Bergen zullen wijken en heuvelen wankelen, maar Mijne goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, spreekt de Heere, Uw Ontfermer.” Dat is Infra.

O, hoe menig kind Gods werd ingekeid in de eeuwige werken Gods, en zonk weg in verwondering en aanbidding bij de aanschouwing en overdenking hoe een oneindig en genadig God hem verkoor in het voorbijgaan van anderen, uit het diepgevallen menschdom. O, dat genadig welbehagen, die liefde, ontferming en onbegrijpelijke barmhartigheid! Daar kent het supra, ziende op de zoete en onbegrijpelijke ontferming en barmhartigheid, niets van. Als de Supralist zich recht wilde uitspreken, zou hij zeggen: Deze zalige inleiding was niet uit den H. Geest, want God heeft verkoren uit een rein menschdom.

Dat Paulus niet anders geloofde, dan dat God naar Zijn eeuwig welbehagen Zijn volk verkoor uit een verloren massa, blijkt niet alleen uit de reeds aangehaalde Schriftuurplaatsen en wat de kantteekening daarvan zegt, maar ook uit Rom. 11:5: “Alzoo is er dan ook in dezen tegenwoordigen tijd een overblijfsel geworden, naar de verkiezing der genade.” Dus noemt hij de verkiezing “een genade verkiezing.” Dat kan het niet zijn, zoo God uit het reine menschdom verkoor. Terecht merkt een Engelsche verklaarder bij deze woorden aan: “Naar den eenigen waren weg, van Zijn volk te verkiezen, welke is, door genade.”

Ook Calvyn stond op het Infrastandpunt, hetwelk duidelijk blijkt als hij schrijft over Rom. 9:21: “Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit denzelfden klomp te maken het eene een vat ter eere, en het andere ter oneere!”

Zoo lazen wij het volgende: “Zoo handhaaft het infralapsarisme Gods souvereiniteit eenerzijds en anderzijds de nietige nietigheid en groote schuldigheid van den mensch, of gelijk onze kantteekening het zoo juist zegt: “Dezelfde klomp, waardoor afgebeeld wordt de oorsprong van het geheele verdorven menschelijk geslacht uit eenen bloede.” Ja laten allen, die de Heilige Schrift tot veilige gids bij dit moeilijke probleem kiezen, toch vooral, de kantteekening lezen, zij zullen weten hoe onze Gereformeerde vaderen over deze zaken dachten. Calvyn beschrijft aan de hand van Augustinus dit probleem zoo schoon in zijn Institutie 3-23-11 waar hij zegt:

Naardien de gansche massa des menschelijken geslachts in den eersten mensch tot verdoemenis vervalen is, zoo is ‘t dat die vaten, die daaruit ter eere Gods gemaakt worden, vaten zijn niet van eigen rechtvaardigheid, maar van Gods barmhartigheid. En dat anderen gemaakt worden ter oneere, dat moet worden toegeschreven, niet der ongerechtigheid, maar den oordeele Gods. Dat God dengenen, die Hij verwerpt, de schuldige straf betaalt en vergeldt en dengene, dien Hij roept, de onverdiende genade schenkt en mededeelt, daarin wordt Hij van alle beschuldiging bevrijd door de gelijkenis van een schuldheer, in wiens macht het is, den eene de schuld kwijt te schelden, den andere de schuld af te vorderen. Zoo mag dan ook de Heere Zijne genade geven dien Hij wil, omdat Hij barmhartig is, en dezelve niet geven aan allen, omdat Hij rechtvaardig Rechter is, Hij mag zijn onverdiende genade betoonen, gevende die aan sommigen, hetgeen zij niet verdienen; Hij mag bewijzen, wat alle menschen verdienen, door aan sommigen Zijn genade te weigeren. Want als Paulus schrijft: Dat God alle menschen onder de zonde besloten heeft, opdat Hij Zich aller ontfermen zou, zoo moet men tegelijk daarbij voegen, dat Hij niemand schuldig is, omdat niemand Hem eerst heeft gegeven, opdat Hij vergelding zoude mogen afvorderen van Hem.

Wie dit stuk van Calvyn leest behoeft niet meer te vragen, of Calvyn infra is: Allen, die Calvyn een supralapsariër noemen, zijn van eenzijdigheid niet vrij te pleiten. Het is zeer gemakkelijk enkele uitspraken van Calvyn aan te halen, maar dat mogen wij noch met Gods Woord noch met een schrijver doen. De sterke uitspraken, die Calvyn doet, moeten beschouwd in het licht van heel de leer van Calvyn, en dan zullen wij vinden, dat er geen theoloog geweest is, die zoo echt Schriftuurlijk het leerstuk der praedestinatie heeft besproken als Calvyn. En het is de eer van Calvyn en van onze Gereformeerde belijdenis, dat zij in de leer der voorverordineering zich hebben laten leiden alleen door Gods Woord, en niet wijzer wilden zijn, boven hetgeen men behoort wijs te zijn.”

In het register van Calvyn’s Institutie vinden wij het volgende omtrent de verkiezing des menschen: “Die is eenig; zij is het fondament der Kerk, zij is uit genade; zij is door de roeping gestabileerd en bevestigd; zij is het begin of beginsel aller genade.”

Ook het vraagboek van Hellenbroek in alle onze gemeenten in gebruik, staat op het infrastandpunt. Niet alleen toont Hellenbroek volgens Gods Woord aan, dat God in de verkiezing des menschen optrad als een souverein God (vr. en ant. 7), als een God Die verkoor in Christus Jezus (vr. en ant. 4), maar ook als een liefderijk Ontfermer, Die ontferming en barmhartigheid bewijst aan schuldige en ellendige zondaren (vr. en ant. 7, 8 en 14).

Veel zou nog rakende het leerstuk der verkiezing geschreven kunnen worden over het Infra en Supra, maar we zullen volstaan met het voornoemde. We vermoeden de noodzakelijkheid en nuttigheid aangetoond te hebben dat de gemeenten en vooral de voorgangers daarvan, de Gereformeerde Belijdenis volgens den Woorde Gods zullen handhaven. Hoe noodig, vooral in deze dagen, vast te houden aan de eenvoudige leer van Gods Woord, der kantteekeningen en der Belijdenisschriften. De Koning der Kerk gaf daar steeds Zijn zegen over. Daarin doen onze Godvreezende en hoogverlichte vaderen ons zien, dat ze pal stonden voor de waarheid.

Dat de supravoorstanders, in alle nederigheid zeer voorzichtig mogen zijn om niet al te diep te willen indringen in de eeuwige dingen Gods, gedachtig aan het woord van Mozes: “De verborgene dingen zijn voor den HEERE onzen God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen tot in eeuwigheid.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1942

The Banner of Truth | 16 Pagina's

DE LEER DER VERKIEZING

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 september 1942

The Banner of Truth | 16 Pagina's

PDF Bekijken