Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

EEN MERKWAARDIG GETUIGENIS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

EEN MERKWAARDIG GETUIGENIS

8 minuten leestijd

Handelingen 9:11b: “Want zie, hij bidt.”

IK weet uwe werken, en waar gij woont. Het is het troostrijk getuigenis, geschreven aan den engel der gemeente, die in Pergamus is. Is het niet als een goede tijding uit verren lande? Als een beker vol hehemelsehe lafenis? De Heere kent de woonplaats Zijner gunstgenooten. Hun adres is nauwkeurig in den hemel bekend. De Heere, de God Zijns volks, behoeft er niet naar te zoeken. Hij kent hunne woning in liefde en gunst. De plaats, waar zij vertoeven. Menigwerf klaagt Sion over eenzaamheid, dat het zich kenne als een eenzame musch op het dak. En toch is des Heeren oog dag en nacht open over een elk van Zijne kinderen. Het is de inhoud van bovenstaande weinige woorden.

Want zie, hij bidt. Dat wordt gezegd niet door een mensch, maar van Christus aangaande een mensch. En van welk een mensch? Die vanaf den dood van Stefanus, de eerste bloedgetuige, de leiding op zich genomen had van de vervolging en verdrukking van Gods gunstgenooten. Hoeveel kwaad had hij den heiligen te Jeruzalem gedaan. Hoe had hij de gemeente te Jeruzalem verstoord, blazende dreiging en moord tegen de discipelen des Heeren. Dat wilde hij ook te Damascus doen. Als een brieschende leeuw reisde hij naar die plaats, meenende tegen Jezus van Nazareth vele wederpartijdige dingen te moeten doen. Neen, Saulus van Tarsen behoorde niet onder de gunstgenooten Gods. Hij was geen vriend of metgezel van allen, die Zijn Naam ootmoedig vreezen. Maar, o wonder van genade, wat hij niet is, wil en zal God van hem maken. Dat kan door niets verhinderd worden. Welk eene gebeurtenis heeft plaats op den weg naar Damascus. Hij noemt het zelf in zijne brieven, hoe hij van Christus gegrepen is, toen een licht hem omscheen en een stem tot hem kwam: “Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij?”

Welk een omkeer had er toen plaats. Welk een gena werd in hem verheerlijkt. O, als God werkt, wie zal het keeren? Als een gebroken man, blind en krachteloos, rijst hij van de aarde op en wordt in, Damascus geleid. Zijne lichamelijke oogen zijn verblind, en hij zal niet zien, vóór het licht van Gods vriendelijk aanschijn in hem doorbreken zal. Welk een omkeer! Die voor niemand wilde buigen, is nu een gebogen man. Wiens wil als een wet was, is nu gebroken van de Majesteit des Heeren. Die meende met het zwaard Damascus binnen te treden om de slachtschapen Christi te doorwonden, is nu zelf neergeveld door het zwaard van Christus’ mond. Deze geweldenaar is een gevangene van Christus. Hoe is de Koninklijke macht van Immanuel in hem verheerlijkt.

Als een blinde moet hij in Damascus geleid worden. Zoo is het met allen, die van Christus gegrepen zijn. Die Hij trekt uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht; de macht der vijandschap in hen verbreekt. Hoe wordt dan verstaan, hoe blind we zijn. Hoe we alle gerechtigheid missen, en onder toorn en vloek besloten liggen, elke gunst onwaardig. Het is het onbedriegelijke kenmerk van waarachtige bekeering.

Als een gevangene van Christus wordt Saulus van Tarsen in Damascus gebracht, die aldaar Christus’ discipelen had willen vangen en gebonden had willen wegvoeren. Aan de hand wordt hij geleid en gevoerd naar het huis van zekeren Judas. Hier moet zijn vleeschelijk Jodendom begraven worden, opdat hij als een Juda, als een Godlover zou opstaan. De woning van Judas lag in de straat genaamd “de Rechte.’ En waarlijk, we mogen zeggen, de Heere heeft hem in de rechte straat gebracht, op het enge maar toch veilige pad, dat ten leven leidt.

Paulus van Tarsen in de rechte straat. Van nature wandelt elk kind van Adam op eigen gekozen kromme wegen, op het heilloos pad der zonde, dat ten verderve voert. Waar het recht en de waarheid Gods verdonkerd wordt en de zonde heerschappij voert. We hebben de zonde tot ’n vreemden heer gekozen. Die heerscht over den armen mensch en doet hem wandelen in duisternissen, dat hij zijne paden niet kan vinden en niet weet waarover hij struikelen zal. Vreemdeling van God en Zijn waarheid, bemint hij de duisternis als Saulus, meenende tegen Jezus van Nazareth vele wederpartijdige dingen te moeten doen.

Maar Christus, Die is de Weg, de Waarheid en het Leven, leidt door Zijn Woord en Geest in de “rechte straat.” Die voert op den weg van waarachtige vernedering en verootmoediging, waar om genade en geen recht gebeden wordt. Hoe wordt daar uit de diepte geroepen in de verbrijzeling des harten. Die rechte straat is wel een smal pad en een enge poort, maar toch de ware weg, de verhoogde baan, waarop de dwazen niet zullen dwalen. Het is de weg van Gods gunstgenooten, van allen, die getrokken zijn uit de duisternis tot Gods wonderbaar licht.

In de rechte straat is Saulus van Tarsen geleid. Wat heeft hij gedaan aldaar? Hij heeft niet gegeten noch gedronken. Voor het ééne nuoodige moet alles wijken. Een honger en dorst is in hem verwekt, welke door lichamelijk voedsel niet kan worden verzadigd. Alle aardsche verkwikkingen zijn niet in staat den zielenood van een door Christus gegrepene te lenigen. Wat heeft Saulus van Tarsen gedaan? Dat zegt ons de verheerlijkte Immanuel Zelf. Die kent Zijn eigen werk. “Want zie, hij bidt.” Welk een getuigenis van de lippen van den Schoonste der menschenkinderen. Saulus de vervolger, tot een bidder gemaakt. De lasteraar tot een smeekeling aan den troon der genade. Hier is het: “O God! wees mij zondaar genadig!” “Ik heb gedaan, wat kwaad was in Uw oog, Dies ben ik, Heer’, Uw gramschap dubbel waardig.”

Drie dagen was Saulus in de eenzaamheid, niet etend noch drinkend, zonder eenige zielsverkwikking. Hoe menig woord in zijn brieven wijst terug op dit drietal dagen, waarin hij niet wist, wat van hem worden zou. Waarin hij zich heeft leeren kennen, hoe hij als een vijand tegen Jezus van Nazareth heeft gewoed, waarin zijne ziel door smart verscheurd werd in de erkentenis, dat Jezus van Nazareth de ware Messias is, maar Dien hij vervolgd heeft. O, bange levenservaring!

Maar de hemelsche Smelter weet, hoe lang het goud in den smeltkroes moet liggen. Die weet, waar Saulus woont, want zie, hij bidt. Hoe menigwerf heeft hij, naar hij meende, als Farizeer gebeden. Maar zooals nu, nimmer. Nu in geest en waarheid, roepend uit de diepte.

Welk een bemoediging voor het waarlijk bedrukte volk; voor allen, die als een veroordeelde over de aarde loopen, onder den vloek eener gebrokene wet, onder ’t levend besef van Gods ongenoegen. Die treuren en weenen vanwege de zonde, als de oorzaak van alle leed. Het uitroepen voor God. Christus weet, waar zij wonen. Hij zal opstaan op ’t zuchten Zijner gevangenen, door Hem gegrepen, om al hunne banden te verbreken. “ Hij maakt de gevangenen los.

Drie dagen zijn voorbij. Een onbekende treedt binnen en legt de handen op hem en zegt: Saul, broeder! De Heere heeft mij gezonden, namelijk Jezus, Die u verschenen is op den weg, dien gij kwaamt, opdat gij weder ziende en met den Heiligen Geest vervuld zou worden. En zie, als Ananias dit gezegd had, vallen van zijn oogen of als schellen. Het licht van Gods vertroostend aangezicht bestraalt zijne ziel en mag hij zich verheugen in het licht des levens.

Wat vriendelijke aanspraak, Saul, broeder. Met deze benaming worden allen, die door Christus gegrepen zijn, als in een bundelke tezaam gebonden en verzegeld, dat zij niet meer vreemdelingen zijn en bijwoners, maar medeburgers der heiligen en huisgenooten Gods.

Welk een ontmoeting! Hoeveel bezwaren had Ananias naar Saulus heen te gaan. Naar zulk een vijand en vervolger, maar van wien Christus getuigt: “Hij is mij een uitverkoren vat, om Mijnen Naam te dragen onder de heidenen.” Welk een ure! Het huis van Judas in de straat de Rechte, werd hem een Bethel, een huis Gods en een Poort des hemels. Hier Christus leeren kennen als de eenige grond der zaligheid. Hier ging zijn Farizeesche gerechtigheid te gronde, om met de gerechtigheid van Christus te worden bekleed. Hier begon Saulus van Tarsen door de wet der wet te sterven, opdat hij Gode leven zoude. Van hier zou hij beginnen Christus te prediken als het eenig Fundament der zaligheid. Welk een genade hem bewezen! “Barmhartigheid is mij geschied,” schrijft hij nog jaren later. Tot een prediker der gerechtigheid Christi geroepen, om Diens smaadheid te dragen.

“Ik weet, waar gij woont,” begonnen we te schrijven. Mijn lezer, waar woont gij? Waar is uw tehuis? Hoevele duizenden in deze ontroerde en fel bewogen tijden wandelen voort op den breeden weg des verderfs. Ook gij? Weet, in de “rechte Straat” zullen we moeten komen. Ons eigen leven moeten verliezen om het leven Christi te vinden. Het mocht uw hart eens aangrijpen, dat het belang uwer ziel u uitdreef van Christus gegrepen te worden en gezet op den weg naar Sion.

Het waarlijk bedrukte volk mag bemoedigd zijn. Christus is nog Dezelfde. Hij weet, waar gij woont. Peilt al uw kommer en zielesmart. Hij zal Zijn eigen werk bevestigen. Hij is de Smelter. Hij zal Zijn tijd niet laten voorbijgaan, maar ter goeder uur Zich openbaren tot ulieder vreugd. Welgelukzalig zijn allen, die hongeren en dorsten naar Zijne gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1943

The Banner of Truth | 16 Pagina's

EEN MERKWAARDIG GETUIGENIS

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1943

The Banner of Truth | 16 Pagina's

PDF Bekijken