Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

EEN BRIEF

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

EEN BRIEF

5 minuten leestijd

Goes, 20 Sept., 1930 Geliefde Broeder en Zuster met de uwen!

Dat’s Heeren alles vervullende goedheid rij-keiijk uw deel moge zijn. Hoewel ik nog geen antwoord op mijn laatste schrijven ontving, zoo had ik wel eenige aandrang om u eenige letteren te schrijven. Temeer daar ik deze week in het oude Geboorteboek van Vader zag, dat, zoo de Heere wil, ge op 26 Sept. uw geboortedag zult mogen vieren en dan aan de grens te komen van 70 jaren. Daarmede feliciteer ik u hartelijk. Mocht u dien dag vieren met een levendige terugleiding wie de Heere voor u geweest is, en wie gij geweest zijt in het afmaken voor Zijn aangezicht. Dan is er zeker reden genoeg om als een weenend mensch over de aarde te gaan; want indien gij waarlijk door den Heere zijt opgezocht en levend gemaakt, dan betaamt het u een sieraad in Gods Kerk te zijn en de zalige dienst van Koning Jezus aan te prijzen. Wat liggen er wel vele onbetreurde en onyergevene zonden, die zulk een scheiding maken tusschen onze ziel en den Heere. De minste toegeving aan onze zondige lusten maken toch scheiding, wat u dan toch geen vreemde zaak zal zijn. Ik spreek tot degenen die de wet verstaan, zegt de Apostel.

Als ik weer eens een briefje van u krijg, schrijf mij dan eens hoe en wanneer u den Heere het laatst mocht ontmoeten. Jacob ontmoette den Heere te Bethel, en daar werd de grondslag van zijn geloof gelegd. Te Mahanaim werd zijn geloof versterkt, waar hij een heirleger Gods mocht ontmoeten; en te Phniel mocht hij het voorwerp zijner liefde omhelzen. Hoewel hij in groote dienstbaarheid was voor veertien jaren, terwille van zijne beide vrouwen, zoo waren die als de dag van gisteren. Zes jaren diende hij om de kudde. De Heere was hem echter niet vergeten, en zeide: “Gaat naar uw land en maagschap.” Doch de groote zaak moest nog gebeuren, want Jacob kon den Jordaan niet over zonder dat de schuld vereffend was, zijnde type van de Kerk des Heeren. De Heere moest nog met hem afrekenen en afhandelen. Zoo bleek dat alles wat hij in dienstbaarheid verkregen had, hem den vrijbrief niet kon bezorgen, die de Heere hem gaf bij het noemen van den nieuwen naam. Die kent toch niemand, dan die ze ontvangt. De Heere verleene u die wel daad, opdat wanneer ook gij Gods Raad hebt uitgediend, gij moogt getuigen: “Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geeindigd, ik heb het geloof behouden”; enz. Om dan de kroon der overwinning te ontvangen van Hem, Die Zijn volk van eeuwigheid heeft liefgehad.

En hoewel de Kerk onder de verberging van Gods aangezicht leeft, zoo bevestigd de Heere toch Zijn Woord: Ik zal u niet begeven noch verlaten. Ja: Ik ben met ulieden alle de dagen tot de voleinding der wereld.”

Zoo mochten we dezen zomer den ouden Ds. Roelofsen nog een dag of twaalf in Goes hebben. Hij sprak ook nog te’s Gravenpolder over deze woorden: “U dan die gelooft, is Hij dierbaar.” Met veel ruimte mocht hij de dierbaarheid van Koning Jezus voorstellen, voor allen die naar Zijnen Naam genoemd zijn. Den volgenden dag zeide ik tot hem: “Domine, nu is uw ziele-wensch vervuld geworden, en hebt u nog eens onder het volk in Zeeland mogen verkeeren. En hebt u ons verteld waar u naar toe reist, ik denk, dat u nu geprepareerd wordt om straks de Jordaan over te gaan.” Daarop zeide de Juffrouw: “Dat heb ik ook al gedacht.” En is hij bij zijne thuiskomst, ook niet meer goed geweest. Ds. Fraanje was kort geleden nog bij hem, en zeide hij tegen hem, dat hij bevreesd was dat door tusschenkomst van een zondige gedachte, er scheiding zou komen tusschen den Heere en zijne ziel. Hij mocht zoo in verlangen uitzien, naar den dag zijner ontbinding.

Onlangs ben ik te Rotterdam geweest, toen Ds. Kersten zijn 25-jarige ambtelijke bediening mocht herdenken. Toen ben ik door eenige van mijne oude catechisanten medegenomen naar den Haag, waar ik een paar dagen met aangenaamheid onder eenige van’s Heeren kinderen mocht verkeeren. Ook ben ik toen nog eenige dagen in Tholen geweest, waar ik de banden, die nauwer zijn dan aardsche min, mocht gevoelen. Deze week kreeg ik een man uit Rotterdam bij mij. Hij was een dag bij ons, en mochten van hart tot hart spreken over de goedheid Gods voor slechte menschen. “Immers is God Israël goed, dengenen die rein van harte zijn.”

Eenige weken geleden sprak ik Okke, die mij de groete van u deed. Zijn vader wordt deze week 90 jaren oud.

En wat het tijdelijke aangaat: De voorzomer was erg droog, doch de oogst moest steelsge-wijze binnengehaald worden, zoodat er veel geschoten graan is en weinig opbrengst. Ook veel ziekte in de aardappelen. De Heere komt opmerkelijk in de inkomsten te blazen. Er is echter geen breken met de zonde.

Met vr. Melse gaat het heel best. Zij komt aan den Singel wonen, alwaar een huisje voor haar gekocht is. Met de kinderen ook alles wel. Zijt hiermede gegroet en Gode bevolen. Met Broeder-groete aan allen die van Sion zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 1944

The Banner of Truth | 16 Pagina's

EEN BRIEF

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 april 1944

The Banner of Truth | 16 Pagina's

PDF Bekijken