Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

EEN BRIEF

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

EEN BRIEF

4 minuten leestijd

Grand Rapids, Michigan

Geliefde kinderen en kleinkinderen:

Wij mochten, door des Heeren goedheid, uw briefje in welstand ontvangen, waar we zeer mede verblijd waren. Het duurde nog al lang eer we iets ontvingen. Met mijne gedachten was ik dikwijls bij u, en ook wel eens vragende om de ondersteuning des Heeren, die wij zoo onmisbaar noodig hebben in natuur en genade. Wij nietige en zwakke schepselen zijn toch nergens tegen bestand. Het is zoo u ook nog opmerkte: wat is des Heeren onverdiende goedheid, liefde en trouw toch dagelijks groot en veel over ons. O, als wij het maar mogen opmerken; wat is dat een rijke en vrije weldaad. Dat is dan immers een leven van verwondering, ziende op onszelven en het inwendig verderf. O, die zdhden die onze zielen wonden! En als dan zonde eens zonde voor ons wordt. Nooit heb ik het geweten, dat ik in zulk een afgrond van zonden gezonken was, dan nu in de laatste jaren; al ziet of merkt dat niemand onder de menschen. De Heere wil mij nog genadiglijk voor de uitbreking bewaren; het zit van binnen. Het is een fontein die niets opwerpt dan gruwelijke onreinheid en vijandschap; maar driewerf gelukzalig, door genade, een ander deeltje te mogen bezitten, dat daar tegen worstelt en schreit. O, dat zichzelf te verfoeien en een walg te hebben van dat onreine! Dan leert de ziel verstaan, tenminste een klein stukje er van, wat het woord “vrije genade” beteekent en in heeft. Dat wordt al grooter voor de ziel, niet waar! En dan die onveranderlijke liefde des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Wat een zegen daar iets van te mogen gevoelen en dat gevoelig te omhelzen met toepassing voor zichzelven; waar u ook in deelen mocht. Ja, de Heere komt toch Zijn arm en behoeftig volk en Zijne knechten in het leven te houden, niet waar?

Des Zondags mogen we ook nog al eens een aartje oprapen, onder het lezen van de geschriften onzer voorvaderen. Het is de eenigste dag dat wij nog bij elkander mogen komen, en onder het volk des Heeren mogen verkeeren. U moet samen van velen de groete hebben.

Er is veel druk; dan met het een en dan met het ander. De wederwaardigheden staan niet stil. Als we geen toevlucht naar Boven hadden, we waren in onzen druk vergaan.

Met uw zuster gaat het zooal hetzelfde. Ze denkt dat ze achteruit gaat en meer hoesten moet. Ik kan dat niet zoo zien. Haar inwendige toestand, zoover ik zien kan, is zeer donker; hoewel ze gedurig de oude waarheid onderzoekt en veel schreit. Als ze kan dan verbergt ze dat. Ach, mocht de Heere nog eens met haar doorbreken! Zijt allen van haar gegroet. Ze wil spoedig eens schrijven.

Door Gods goedheid hebben we alles wat we noodig hebben voor het uitwendige. Met de warmte verlangde alles op de farm naar regen. Een Zaterdag kregen we een overvloedige bui, en werd het veel koeler.

Gaarne zouden we willen dat u weer eens over kon komen; maar zooals u schrijft, zal dat nog niet kunnen. Ziende op ons komen naar u, moet ik maar achteraan komen. Het volgende versje kwam mij op een nacht in de gedachten, en mocht ik daar voor den Heere mede werkzaam worden:

Uwe wegen wil mij toch leeren,
Dat ik recht ga ‘t Uwer eere;
Opdat Gij van mij ook meest
Ten rechten moogt zijn gevreesd.
Ik wil U, Heer hoog verheven,
Altijd prijs en eere geven;
Ik wil Uwen Naam zeer klaar
Groot maken in ‘t openbaar.

O, ieder woord was een zaak en de begeerte mijner ziel; ja, voor zulk een dwaze weetniet in alles. O, was mijn standelijke leven daar veel; altijd in dat afhankelijke van den Heere, en dat uitzien naar Hem in eiken weg. En dan Hem te verwachten, ook in den weg Zijner gerichten, die om der zonden wil op aarde zijn.

Wat is het heerlijk en troostrijk te mogen verstaan wat Paulus zegt in Romeinen 5: “Waar de zonde meerder geworden is, daar is de genade veel meer overvloedig geweest.” Minder zonde doen en grooter zondaar worden. Wat een paradox, niet waar ?

Nu, van ons allen hartelijk gegroet. Vele groeten van vrienden en bekenden.

Uw veel geliefde moeder. Dat zij zoo!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1945

The Banner of Truth | 16 Pagina's

EEN BRIEF

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 december 1945

The Banner of Truth | 16 Pagina's

PDF Bekijken