Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

KERKGESCHIEDENIS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KERKGESCHIEDENIS

8 minuten leestijd

Na zekeren tijd te hebben doorgebracht in de gemeente aldaar, dacht het Paulus goed de plaatsen en de broederen te bezoeken waar het Woord Gods was verkondigd. Jammer dat toen een verbittering ontstond tusschen Paulus en Barnabas over Markus, die hen op de eerste zendingsreis had verlaten. Het einde daarvan was, dat Paulus Silas met zich medenam; ook Lukas voegde zich bij hen. Barnabas nam Markus mede en scheepte zich in naar Cyprus.

Paulus en Silas reisden eerst naar Syrië en Cilicië, versterkende de gemeenten, Als ze te Derbe en Lystre komen vinden ze aldaar Timotheüs, zoon van eene geloovige Joodsche vrouw, maar van een Griekschen vader. Hij was een jonge man van goede getuigenis. Paulus wilde dat Timotheus met hen zou reizen en arbeidden. Dat de Godvreezende Timotheus den apostel Paulus zeer dienstig is geweest op zijn reizen, weten we uit de geschiedenis. Door hun arbeid werden de gemeenten bevestigd in het geloof, en werden dagelijks overvloediger in getal.

Ook in Europa moet Gods Woord worden verkondigd. Dat was de wil des Heeren. De Heilige Geest belette de apostelen kennelijk het Evangelie te verkondigen in Frygië, Galatië, Mysië en Bethynië. In den nacht wordt Paulus onderwezen waarheen te gaan. Hij ziet een Macedonisch man en hoort hem roepen: “Kom over in Macedonië en help ons!”

Dus besloot men met elkander naar Europa te gaan. De eerste stad of kolonie waar men aankomt is Filippi. In het eerst schijnt alles tegen te gaan. Wat zal er in het hart van de zendelingen zijn omgegaan, toen ze al spoedig bloedig werden gegeeseld en in de gevangenis geworpen? Steeds is gebleken, dat de Heere het Zijn knechten en kinderen niet aan beproevingen doet ontbreken. Het leidt tot onderzoek en verbinding aan Zijn genadetroon.

God deed wonderen toen Paulus en Silas ter middernacht baden en Gode lofzangen zongen. Een groote aardbeving bewoog de fondamenten van den kerker, al de deuren werden geopend, en de banden der gevangenen los. De stokbewaarder vreezende dat allen ontkomen zijn, wil zich ombrengen met een zwaard. De Heere gebruikt Paulus als instrument om dat te verhinderen, hem toeroepende: “Doe uzelven geen kwaad; want wij zijn allen hier!”

Van nu aan gaat alles zeer voorspoedig. De stokbewaarder wordt waarachtig tot God bekeerd, en wordt met zijn gansche huis geloovig aan God. Paulus en Silas herkrijgen spoedig hun vrijheid. Uitgegaan zijnde uit de gevangenis, gingen ze in bij Lydia, welker hart de Heere geopend had om acht te geven op hetgeen door Paulus gesproken werd. Spoedig ontstond te Filippi een bloeiende gemeente, gelijk blijkt uit Paulus brief aan haar. Waarlijk: Heilig zijn, o God, Uw wegen!

Ook op andere plaatsen wordt het Evangelie verkondigd en aldaar gemeenten gesticht. Te Thessalonica werden velen toegebracht tot de gemeente die zalig wordt. Satan en zijn instrumenten maken veel beroering. De vijanden roepen daar uit: “Dezen, die de wereld in beroering hebben gebracht, zijn ook hier gekomen.”

Te Berea vonden de apostelen veel ingang. Ze ontvingen het woord met alle toegenegenheid, onderzoekende dagelijks de Schriften, of deze dingen alzoo waren.

Paulus komt te Athene, de zeer afgodische stad. In die wereldberoemde stad verkondigd Paulus aan de wijsgeeren “den onbekenden God.” Van opstanding en gericht willen ze niet hooren. Toch vond het Woord Gods bij enkelen ingang.

Daarna voerde de Heere zijn schreden naar Corinthe, de rijke en bloeiende handelsstad. Hier vond Paulus Aquila en Priscilla, “een Joodsch echtpaar van Pontus, dat onlangs met de andere Joden uit Rome was verdreven op bevel van keizer Claudius.” Met het handwerk van tentenmaken verdient Paulus daar zijn brood. Silas en Timotheus voegen zich aldaar bij hem. Met ijver wordt het werk voortgezet; eerst onder de Joden. Die gingen wederstaan en lasteren. In heiligen ijver, schudde Paulus zijne kleederen af en zeide tot hen: “Uw bloed zij op uw hoofd; ik ben rein, en van nu voortaan zal ik tot de heidenen gaan.”

Vele Corinthiërs geloofden en werden gedoopt. De vijanden echter zitten niet stil. Zal Paulus ook hier weer spoedig moeten vluchten? De Heere weet wat Zijn knecht noodig heeft, en sprak des nachts in een gezicht tot hem: “Wees niet bevreesd, maar spreek, en zwijg niet; want Ik ben met u, en niemand zal de hand aan u slaan om u kwaad te doen; want Ik heb veel volk in deze stad.” De Heere houdt getrouw Zijn woord. Een jaar en een half predikt en arbeid hij in deze stad, eerst in de synagoge van Crispus, daarna in het huis van Justus, die God diende, wiens huis grensde aan de synagoge.

Joden en Grieken willen Paulus veroordeeld en getuchtigd hebben door den stadhouder Gallio, maar zonder gevolg. De Joden worden van den rechterstoel weggedreven, en wat de Grieken ook doen, Gallio trok zich geen van deze dingen aan.

Na rijk gezegenden arbeid neemt Paulus afscheid van zijn geliefde Corinthiërs, en reist vandaar naar Syrië, Aquila en Prissilla met hem medenemende. Te Efeze gekomen laat hij ze aldaar. Slechts korten tijd vertoefde Paulus nu in deze groote wereldstad. Hij beloofde tot hen weder te keeren, zoo het Gods wil was. Hij verlangde het toekomende feest te Jeruzalem bij te wonen. Daar mocht hij aankomen en vertrok vandaar naar Antiochië, alwaar hij ditmaal niet zeer lang vertoefde. De apostel wist dat God hem wilde bruikbaar maken, om alom onder de heidenen het Evangelie te verkondigen. Hij vergat ook niet de plaatsen waar hij, met hen die hem vergezelden, had garbeid. Hoeveel ontbrak nog aan hun onderwijzing, en de gevaren waren groot om afgevoerd te worden door valsche apostelen en andere verleidende geesten. Paulus was een getrouw Wachter op Sions muren, dag en nacht wakende en biddende. Hij schreef 2 Cor. 11:28: “Behalve de dingen die van buiten zijn, overvalt mij dagelijks de zorg van al de gemeenten.”

Na twee gewichtige en vruchtbare zendingsreizen, waarop Paulus ook lichamelijk veel heeft geleden voor de zaak van Christus, was zijn arbeid nog niet ten einde. Het schijnt dat hij na zijn tweede zendingsreis niet lang te Antiochië verbleef, maar weer spoedig op reis ging. Dat moet geweest zijn in het jaar 54, en dat in gezelschap van Lukas, Titus en Timotheus, aan welke broeders hij zeer verbonden was.

Paulus doorreisde nu het land van Galatië en Frygië, versterkende al de discipelen (Hand. 18:23). Daarna treffen we hem aan te Efeze, waar de Heere veel werk had voor Zijn knecht. Drie maanden lang sprak hij vrijmoedig in de synagoge der Joden, met hen handelende en hun aanradende de zaken van het Koninkrijk Gods. Toen sommige Joden verhard en ongehoorzaam waren, week hij van hen en scheidde de discipelen af, dagelijks handelende in de school van zekeren Tyrannus. Deze Tyrannus staat bekend in de geschiedenis als een Grieksch redenaar.

Twee jaar lang vinden wij den ijverigen Paulus werkzaam te Efeze: oefent niet alleen een gezegenden invloed uit in de stad zelf maar ook in al deszelfs omstreken. De verkondiging des Woords gaat gepaard met ongewone krachten door de handen van Paulus. Zieken worden genezen en booze geesten voeren uit de ellendigen. Duidlijk wordt het ook, dat de Heere daar Paulus juist voor wilde gebruiken als instrument. Niet de zeven zonen van Sceva, een Joodschen overpriester, die dat gezegende werk van Paulus wilden nabootsen. De mensch met een booze geest, doet ze naakt en gewond wegvluchten.

Een bijzondere Reformatie had er te Efeze plaats. Dat bleek uit het verbranden van slechte boeken, waarvan de waarde bedroeg vijftigduizend zilveren penningen. Mocht het in onze booze tijden eens navolging vinden in elke stad. Het bleek ook op bijzondere wijze uit den opstand van Demetrius en die met hem van hetzelfde handwerk waren. Deze Demetrius vervaardigde kleine zilveren tempels van de godin Diana, welk werk veel winst opbracht. Hij sprak tot zijn metgezellen: “En wij zijn niet alleen in gevaar dat dit deel in verachting komt, maar dat ook de tempel van de groote Diana als niets zal geacht zal worden, en dat ook hare majesteit zal ten onder gaan, aan welke gansch Azië en de geheele wereld godsdienst bewijst.”

Dat er velen in de stad niet los waren van afgodendienst, bleek uit het geroep twee uren lang: “Groot is de Diana der Efeziers!” De stadsschrijver trad zeer verstandig op, en spoedig is het oproer gestild. De Heere heeft Zijn knechten en de gemeente te Efeze bewaard, en ging daar voort Zijn kerk te bouwen.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1948

The Banner of Truth | 16 Pagina's

KERKGESCHIEDENIS

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 oktober 1948

The Banner of Truth | 16 Pagina's

PDF Bekijken