Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

KERKGESCHIEDENIS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

KERKGESCHIEDENIS

6 minuten leestijd

(Vervolg)

Keizer Constantius haatte den vromen leeraar met een vreeselijken haat. Op een nacht, toen Athanasius den dienst in de kerk leidde, begonnen de vijanden den aanval. Weldra was de kerkdeur geopend, een hagelbui van pijlen viel op de verschrikte schare en met ontbloote zwaarden drongen de krijgslieden de kerk binnen. Athanasius was niet vervaard en vermaande de gemeente rustig uiteen te gaan. Als getrouw wachter op Sions muren, wilde hij zijn post niet verlaten. Zijne vrienden wisten hem echter met geweld te verwijderen. Hij vond daarna een schuilplaats in de woestijnen van Egypte. Na een tijdperk van zes jaar kon hij tot zijn gemeente terugkeeren, hoewel onder de regeering van Keizer Valens de aanhangers van Athanasius min of meer vervolgd werden. Eens kwamen 80 bisschoppen bij hem over de Arianen klagen; doch. het monster liet hen allen op een schip brengen, dat, naar zee gebracht, daar in brand werd gestoken. Hij ontkwam zijne verdiende straf echter niet, want in den slag van Adrianopel verbrandde hij in zijn tent.

De moedige strijder Athanasius mocht de laatste dagen zijns levens in rust en vrede doorbrengen. Hij stierf in het jaar 373, maar zonder de rust en den vrede der kerk beleefd te hebben, waarin, behalve het eeuwige Zoonschap van Christus, verdeelde leerbegrippen aangaande den H. Geest te voorschijn traden. Door sommige geleerden werd de H. Geest gehouden voor eene kracht Gods; enz. “Volgens Athanasius moest de leer van den H. Geest in de Logosleer geplaast worden, en naarmate in zijn tijd het leerbegrip omtrent den H. Geest in de Kerk belangrijker begon te worden, trad hij openbaar en beslist op voor de persoonlijke Godheid van den Geest. Hij noemde zijne tegenstanders, naar één hunner hoofden, Macedonianen.

Toen Keizer Theodosius den keizerlijken troon beklom, hadden de Arianen en andere ketters, in hem een geduchten tegenstander. Zeer scherp trad hij tegen het satanische gebroedsel op. Hij verdreef de Arianen uit de kerken van het Oosten en riep in het jaar 381 het tweede algemeene Concilie te Constantinopel bijeen. Door deze synode, waarop 150 bisschoppen tegenwoordig waren, werden de Arianen, Macedonianen en andere sekten voor ketters verklaard en de Nicee-sche geloofsbelijdenis in den vorm, dien zij in den geloofsstrijd reeds verkregen had, bekachtigd. Zoo werd de Kerkleer der heilige Drie-eenheid meer bevestigd en later nog meer bekrachtigd op kerkelijke vergaderingen.

We achten het nuttig om de Geloofsvorm en bekentenis van Athanasius, geschreven in het jaar 333 na de geboorte van Christus, hier te laten volgen. Wellicht hebben sommige lezers die nooit gelezen.

1. Zoo wie wil zalig zijn, dien is voor alle ding noodig, dat hij het algemeen geloof houde;

2. En zoo wie dit niet geheel en ongeschonden bewaart, die zal zonder twijfel eeuwiglijk verderven.

3. Het algemeen geloof nu is dit: Dat wij den eenigen God in de Drie-eenheid, en de Drie-eenheid in de Eenheid eeren;

4. Zonder de Personen te vermengen, of het Wezen, de substantie, te deelen.

5. Want het is een ander Persoon des Vaders, een ander des Zoons, een ander des Heiligen Geestes;

6. Maar de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest hebben ééne Godheid, gelijke eere, en gelijke eeuwige heerlijkheid.

7. Hoedanig de Vader is, zoodanig is ook de Zoon, zoodanig is ook de Heilige Geest.

8. De Vader is ongeschapen, de Zoon is ongeschapen, de Heilige Geest is ongeschapen;

9. Onmetelijk is de Vader, onmetelijk is de Zoon, onmetelijk is de Heilige Geest;

10. De Vader is eeuwig, de Zoon is eeuwig, de Heilige Geest is eeuwig;

11. Nochtans zijn het niet drie eeuwigen, maar één eeuwige;

12. Geljik ook niet drie ongeschapene, noch drie onmetelijke, maar één Ongeschapene, en één Onmetelijke.

13. Desgelijks is de Vader almachtig, de Zoon almachtig, de Heilige Geest almachtig.

14. En nochtans zijn het niet drie Almachti-gen, maar één Almachtige.

15. Alzoo ook is de Vader God, de Zoon God, de Heilige Geest God ;

16. En nochtans zijn het niet drie Goden, maar het is één God;

17. Alzoo is de Vader Heere, de Zoon is Hee-re, de Heilige Geest Heere;

18. En nochtans zijn het niet drie Heeren, maar het is één Heere ;

19. Want gelijk wij door de Christelijke waarheid gedwongen worden, een iegelijk persoon in het bijzonder God en Heere te noemen,

20. Alzoo is ons ook door het algemeen geloof verboden, drie Goden of Heeren te belijden.

21. De Vader is van niemand gemaakt, noch geschapen, noch gegenereerd;

22. De Zoon is van den Vader alleen, niet gemaakt, noch geschapen, maar gegenereerd;

23. De Heilige Geest is van den Vader en den Zoon, niet gemaakt, noch geschapen, noch gegenereerd, maar uitgaande.

24. Zoo is er dan één Vader, niet drie Vaders, één Zoon, niet drie Zonen; één Heilige Geest, niet drie Heilige Geesten.

25. En in deze Drieheid is niets eerst, noch laatst; niets meest, noch minst.

26. Maar de gansche drie Personen hebben gelijke eeuwigheid, en zijn malkanderen alleszins gelijk;

27. Zoodat in alle opzichten, gelijk nu gezegd is, de Eenheid in de Drieheid, en de Drieheid in de Eenheid is te eeren.

28. Daarom zoo wie zalig wil zijn, die moet aldus van de Drievulidgheid gevoelen.

29. Maar het is tot de eeuwige zaligheid noo-dig, dat Hij ook de menschwording van onzen Heere Jezus Christus trouwelijk geloove.

30. Zoo is dan het rechte geloof, dat wij geloo-ven en belijden, dat onze Heere Jezus Christus, Gods Zoon, God is en mensch.

31. Hij is God uit de substantie des Vaders, vóór alle tijden gegenereerd, en mensch uit de substantie Zijner moeder, in den tijd geboren;

32. Volkomen God, volkomen mensch, hebbende een e verstandige ziele en menschelijk vleesch;

33. Den Vader gelijk naar de Godheid, minder dan de Vader naar de menschheid.

34. En hoewel Hij God is en mensch, zoo is Hij nochtans niet twee, maar één Christus;

35. Hij is één, niet door verandering van de Godheid in het vleesch, maar door de aanneming der menschheid in God;

36. Hij is één, niet door de vermenging der substantie, maar door de eenheid des Persoons;

37. Want gelijk de verstandige ziele en het vleesch één mensch zijn, alzoo is God en de mensch één Christus.

38. Dewelke geleden heeft om onzer zaligheid wille; nedergedaald is ter helle, ten derde dage wederopgestaan van de dooden;

39. Opgeklommen ten hemel, zit ter rechterhand Gods des almachtigen Vaders;

40. En zal van daar komen oordeelen de levenden en de dooden ;

41. Bij Wiens komst alle menschen zullen we-deropstaan met hunne lichamen.

42. En zullen van hunne eigene werken rekenschap geven ;

43. En die goed gedaan hebben, zullen in het eeuwige leven gaan; maar die kwaad gedaan hebben, in het eeuwige vuur.

44. Dit is het algemeen geloof; en zoo wie dit niet trouwelijk en vast gelooft, die zal niet kunnen zalig zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1952

The Banner of Truth | 16 Pagina's

KERKGESCHIEDENIS

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 juni 1952

The Banner of Truth | 16 Pagina's

PDF Bekijken