Bekijk het origineel

DE RAMP OP GOEREE-OVERFLAKKEE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

DE RAMP OP GOEREE-OVERFLAKKEE

6 minuten leestijd

INGEZONDEN STUK

I.

Als trouw lezer van de “Banier der Waarheid” dacht het mij goed in een paar artikeltjes een overzicht te geven van de ramp, die ons eiland Goeree-Overflakkee in de nacht van Zaterdag op Zondag 1 Febr. j.l. heeft getroffen.

Onder de lezers en lezeressen van de B. d. W. zijn wellicht veel oud-Flakkeeënaars die dit bijzonder zal interesseeren maar ongetwijfeld zullen ook de andere lezers er belang in stellen, daar wij vernamen, dat in Amerika zeer met onze diep geteisterde streek wordt meegeleefd.

Goeree-Overflakkee ligt rondom in het water, aan de kop omspoeld door de Noordzee en omgeven door breede rivieren. Het is dus bij een hooge vloed altijd min of meer gevaar-aantrekkend, maar de dijken zijn van dien aard, dat de laatste jaren zelden een dijkbreuk voorkwam.

Het eiland dat 13 dorpen bevat en een inwoo-nerstal heeft van plm. 35,000, ligt geheel in pol-derverband. De eerste bedijkingen vonden plaats in het jaar 1400 en zoo is polder na polder ontstaan. De binnendijken, z.g. “slapers” doen dus geen dienst meer als zee-wering en wie in de binnenpolders woont (waarin ook de meeste dorpen liggen) waant zich veilig. Geheel onverwacht overviel de stormvloed de slapenden, waarvan velen zich, nog in nachtgewaad gestoken, veilig trachtten te stellen, maar waarvan ook zeer velen een jammerlijke dood in de kokende golven vonden.

De Heere heeft gesproken. Hij kwam als een dief in de nacht. Hij openbaarde Zijn macht en majesteit op zulk een majesteitelijke wijze, dat men er wel voor beven en sidderen moest. Als het ooit is gebleken dat men bereid moet zijn als de Heere komt, dan was het wel in deze duistere stormnacht. Het speelde zich alles af in zulk een korte spanne tijds, dat het nimmer zal verdwijnen voor hen, die het hebben overleefd.

Stelt U zich voor het gebulder van de orkaan, het loeien van de sirene’s, het woedend gebruis der aanstormende golven, het hulpgeschreeuw van de in doodsnood verkerenden, het met geweld binnendringen van watermassa’s door deuren en vensters, die stuksloegen, het steeds hoo-ger worden van de vloed, het ineenstorten van huizen, het was alles zoo ontzettend, dat onze taal te arm is om het op de juiste wijze uit te beelden. Al had iemand het redenaars talent van Demosthenes en de uitbeeldingskracht van de dichter Homerus, hij zou niet in staat zijn het vreeselijke tooneel dat zich in enkele uren tijds afspeelde, bij benadering te schetsen.

Van de 21,000 hectares kostbaar land op ons eiland is slechts 3300 h.a. droog gebleven. Het is een wonder Gods, dat nog zooveel menschen zijn gered en dat niet het geheele eiland door de kolkende vloed is verzwolgen. Met eigen oo-gen hebben wij aanschouwd dat de dijken aan de Zuidzijde van het eiland geheel in flarden zijn geslagen. Er zijn gaten bij van ruim honderd tot tweehonderd meter breed met een diepte van tien tot twintig meter. En niet alleen de buitendijken, maar schier in alle binnendijken zijn ontelbare gaten, waarin nu nog—op het oogenblik dat wij dit schrijven—het water bij eb en vloed in- en uitstroomt.

De meest getroffen gemeenten op ons eiland zijn Oude Tonge, Nieuwe Tonge en Stellendam. Te Oude Tonge verdronken er ruim 300 mannen, vrouwen en kinderen, waarvan er nog maar 120 zijn geborgen. Te Nieuwe Tonge 63, te Stellendam 76, in de plaats onzer inwoning Middelharnis 17 personen. Onherstelbaar leed is daardoor over honderden gezinnen gekomen. De materiële schade is ook groot, voor vele millioe-nen guldens is verloren gegaan. Maar dat kan hersteld worden, menschenlevens kunnen niet weergegeven worden. Dat is een onherstelbaar verlies. Hoeveel geliefde dooden zijn te betreuren, kinderen verloren, hun ouders, ouders hun kinderen. Voor honderden is het onvoorbereid eeuwigheid geworden. Ontzettende gedachte!

Onder de getroffenen zijn ook velen van onze Gereformeerde Gemeenten. Op Goeree-Overflakkee zijn acht van onze gemeenten, waarvan Ds. G. Zwerus, die te Middelharnis staat, consulent is. Onze leeraar heeft te Middelharnis evenals wij, ruim 1 meter water in zijn woning gekregen en moest met zijn gezin en nog een gezin uit de gemeente van Zondag tot Dinsdagavond op een bovenkamer vertoeven. Met een boot werden zij van de zolder gehaald en zijn daarna naar Huis ter Heide bij Zeist geëvacueerd.

Al is hij en de zijnen gespaard, er zijn toch meerderen van Gods kinderen omgekomen. “Eenerlei wedervaart de rechtvaardigen en de godde-loozen” leert ons de H. Schrift. Verdrinken, als men gegrond is in de rotsteen Christus, is niet zoo erg, maar niet met God verzoend en onverwacht opgeroepen, is ontzettend. En ook onbekeerd en gespaard, en er niets uit te leeren, loopt ook uit op een eeuwig verlies. Er is een waarschuwing tot ons gekomen: “indien gij u niet bekeert, zoo zult gij desgelijks vergaan.” Hoe past het ons, om ons te verootmoedigen voor de Heere, en ons onder Zijn slaande hand te vernederen.

Groot is het medeleven met de zwaar getroffen bevolking van onze Zeeuwsche en Zuid-Holland-sche eilanden en een deel van West-Brabant. Ook onze Koningin en haar Huis leefde mee en een golf van offervaardigheid en hulp ging over ons land. Ook het buitenland, met name Amerika en de vele vrienden aldaar, blijven niet achter. Dat is bij al het geleden verlies aangenaam en verkwikkend. De dooden kunnen er wel niet door weergegeven worden, maar er is ook zoo ontzettend veel materieële schade. Er zijn tientallen die alles, ja totaal alles verloren hebben en op het moment van de ramp niets meer bezaten, dan de nachtkleeren, die ze aan hadden. Vandaar dat de van alle zijden spontaan geboden hulp weldadig aandoet.

Op hoe wonderlijke wijze velen gespaard zijn, hopen wij in een volgend artikel te bezien. Daaronder zijn er ook van Gods kinderen. Hachelijke oogenblikken zijn door hen doorleefd, maar in het stormgeloei en het gebulder van de orkaan vonden zij vreugde in God, naar waarde nooit te danken. Zij konden met recht psalmen zingen in de nacht en met de dichter uit Ps. 46 uitroepen:

“Dies zal geen vrees ons doen bezwijken,
Schoon d’ aard uit hare plaats moog wijken
Schoon ‘t hoogst gebergt uit zijne steê,
Verzet werd in het hart der zee.”

Middelharnis.

—Ths. de Waal

Goeree-Overflakkee, Holland.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 1953

The Banner of Truth | 16 Pagina's

DE RAMP OP GOEREE-OVERFLAKKEE

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 april 1953

The Banner of Truth | 16 Pagina's

PDF Bekijken