Bekijk het origineel

HEILIG VERDRAGEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

HEILIG VERDRAGEN

9 minuten leestijd

“Indien gij de kastijding verdraagt, zoo gedraagt Zich God jegens U als zonen (want wat zoon is er, dien de vader niet kastijdt) ?”—Hebr. 12:7.

Het woord kastijding doet ons aanstonds denken aan liefde, want kastijding is niet mogelijk zonder liefde. Wanneer een misdadiger voor de rechtbank komt, dan zal de rechter deze man straffen in overeenstemming met zijn misdaden en naar de regel van het recht. De rechter beoefent geen barmhartigheid, maar doet het recht handhaven. Helaas leven wij in tijden, waarin het recht ook op de straten struikelt en waarin de loop der gerechtigheid op grond van allerlei on-schriftuurlijke redeneeringen steeds meer verkracht wordt. Dat kan alleen maar tot een verzwakking van de zeden en een vermeerdering van de boosheid leiden, zooals deze tijd maar al te zeer te zien geeft.

God heeft, zooals wij in Zijn Woord lezen, en in onze belijdenis uitspreken: “uit oorzaak der verdorvenheid des menschelijke geslachts Koningen, Prinsen en overheden verordend; willende dat de wereld geregeerd worde door wetten en politien, opdat de ongebondenheid der menschen bedwongen worde, en het alles met goede ordi-nantie onder menschen toega.” (Ned. Gel. Bel. Art. 36). Het is dan ook niet anders, dan een wijzer willen zijn dan God, wanneer de rechters de zaak der gerechtigheid niet meer zoo dienen, dat het recht zijn loop en het geschonden rechtsgevoel der samenleving bevredigd worde. Al staat de misdadiger voor de rechter betuigende, dat zijn booze daden hem tot smart zijn en hij zich van nu af en voortaan anders gedragen zal, dit zal toch de rechter niet mogen verleiden een voldoening aan het recht achterwege te laten.

Geheel anders is het echter, wanneer de vader zijn zoon kastijdt. Het kastijden heeft ten doel om zijn zoon, die van de rechte paden is afgeweken weder terug te brengen op de juiste wegen. Liefde ligt aan deze kastijding ten grondslag. Zoodra de zoon door boetvaardigheid te be-toonen en een verandering in zijn gedrag zijn leven te verbeteren zal de vader die zoon niet meer kastijden, maar doen deelen in zijn vaderlijke vreugde over zijn berouwvolle terugkeerd.

Als de zoon zich echter tegen deze vaderlijke kastijdingen verzet en halsstarrig voortgaat op zijn booze wegen, moet de vader ook voortgaan met zijn kastijding en mag hij niet door toe te zien, of zooals Eli nog geen zuur gezicht te too-nen, zich zelf ook verantwoordelijk maken voor het gedrag zijner zonen. De liefde tot het welzijn van het kind drijft er hem toe om zijn zoon te tuchtigen.

Nu lezen wij in Gods Woord, dat de Heere hier op de aarde op dezelfde wijze Zijn volk be-handelt. Ja er is een groot verschil tusschen de rechterlijke straffen en de vaderlijke kastijding. Van nature zijn wij allemaal de voorwerpen van Gods rechtvaardige toorn. God is onze rechter geworden. Zijn recht zal dan ook zijn loop hebben. God is wel barmhartig, maar is ook rechtvaardig en daarom eischt Zijn gerechtigheid dat de zonde, die tegen de Allerhoogste majesteit Gods bedreven is ook met de allerhoogste, dat is met tijdelijke en eeuwige straffen aan lichaam en ziel gestraft worden.

Neen, laten wij toch niet hoopen, noch onze verwachtingen stellen op een barmhartigheid, die tegen deze rechtvaardigheid Gods strijdt. Maar voor Gods volk is deze rechtvaardigheid ge-noeggedaan aan het vloekhout des kruises. Daar had het recht Gods haar loop. Toen de Zoon Gods Zijn Vader als een rechter, Die de zonden haat en straft ontmoette.

Op dat hout des kruises leed de Zoon Gods al die straffen en die oordeelen, die wij uit kracht van Gods rechtvaardigheid hebben verdiend. Daar is een volkomen voldoening voor de kerk Gods gevonden op Golgotha. Nu toornt de Heere nooit meer op Zijn volk als een rechter, want Hij ziet altijd die offerande van Zijn Zoon, welke voor Zijn aangezicht gebracht is. De hitte van Gods gramschap is gebluscht. Op grond van de voldoening van Zijn Zoon is God met Zijn volk verzoend en neemt Hij Zijn gunstgenooten als Zijne kinderen aan en doet hen deelen in Zijn vaderlijke gunst en ontferming. Niemand zal ooit in staat zijn om dit wonder van Gods souvereine ontferming uit te spreken.

O, dat toch onze zielen naar die verzoening haken mochten, opdat wij ook deelen in Zijn gunst en liefde en wij bij eigen ervaring er kennis van mochten hebben: De schuld Uws volks hebt ge uit Uw boek gedaan, Ook ziet gij geen van hunne zonden aan, Gij vindt in gunst en niet in wraak Uw lust, De hitte van Uw gramschap is gebluscht. O, zoete verzoening, o, zalige vrede. Dit gaat alle verstand te boven. Daar huppelt Zijn volk nu van zielevreugd.

Maar al toornt nu de Heere nooit meer op Zijn volk toch kastijdt Hij hen. Die kastijdingen zijn vaderlijk van aard. Zij zijn noodig om de zonde die overgebleven is in het leven der zijnen. Hoe kunnen Gods kinderen nog weer niet afwijken van Zijn wegen. In wat een droeve wegen en omstandigheden kunnen zij terecht komen. Voorbeelden te over. Gods kind zal nooit de genade verliezen, want het voornemen en de roeping Gods zijn onberouwelijk. Zij kunnen zich niet uit de genade zondigen. Want God bewaart Zijn volk in de staat der genade, maar wel kunnen zij het gevoel der genade verliezen. God gaat nooit met de zonde mee en wanneer Zijn kinderen Zijn heilige wet verlaten, dan zal Hij hen bezoeken met de roede van bittere tegen-heden. Die kastijdingen zijn altijd noodig vanwege de in- en uitwendige verlatingen van God. Gods kind kan niet zonder de kastijdingen, want dan zouden zij uitbreken.

Deze kastijdingen zijn nooit een zaak van vreugde. En wel, ten eerste omdat de kastijdingen zelf bitter zijn. Er zijn er vele. We behoeven de velerlei kastijdingen niet op te noemen, want wij weten alle van hoevelerlei aard deze kastijdingen kunnen zijn. God spaart dan geen vleesch. Maar ook niet vanwege de oorzaak, waarom deze kastijdingen noodig zijn; vanwege de zonden. Neen dan zijn deze kastijdingen nimmer een zaak van vreugde. En toch lezen wij hier in ons schriftwoord: Indien zij de kastijding verdraagt.

Wat beteekenen deze woorden. Laten wij een beeld nemen om U de bedoeling van de woorden van de Apostel nader te doen verstaan. Daar is een vader, die zijn zoon kastijdt. Hoe meer de zoon zich verzet tegen deze kastijdingen van zijn vader, hoe toorniger de vader worden zal, maar zoodra de zoon zich zoo gedraagt, dat hij erkennende de juistheid van zijns vaders tuchtingen ook de kastijding van zijn vader verdraagt, dan zal de vader zich ook vaderlijk gedragen voor zoo’n zoon.

En nu leest ge hier: Indien gij de kastijdingen verdraagt, zoo gedraagt Zich God jegens U als zonen. Wat is nu het verdragen van de kastijdingen des Heeren? Wel, wanneer wij aanvaarden door Zijnen genade de rechtvaardigheid van deze kastijding, beseffende, dat wij die verdiend hebben, erkennende, dat ons nog niet overkwam naar de zonde, noch ons vergolden werd naar de ongerechtigheden. O, het is genade, wanneer wij de kastijdingen Gods leeren verdragen, van welke aard, die ook zijn.

Van onszelf doen wij nooit anders, dan bijten in de stok, waarmede wij geslagen worden, maar de Heere leert hier op de wereld Zijn volk om onder Gods kastijdende hand verbroken te worden. Dan belijden zij hun waardigheid. Dan verwonderen zij er zich over, dat de Heere nog zoo met hen handelde, als Hij deed en dan zullen zij redenen hebben om te buigen en te bukken onder Gods tuchtigende hand. Dat is waarlijk het gedrag, dat ons betaamt onder Gods kastijdingen. Van onszelf zijn wij niet anders dan vijandschap. Wij zouden dan met onze vuisten ons naar de hemel keeren om in machtelooze toorn ontstoken God rekenschap te vragen, waarom Hij zoo met ons doet.

Dan slaan wij de verzenen tegen de prikkels gelijk een jonge koe, die geleerd moet worden om rechte voren te trekken. Wat kan het dan zwaar zijn onder de tegenheden. Dan schijnt het ons alles bitter te zijn en slaan we naar de roede Gods. Maar als genade heerschappij voert, dan wordt het zoete bukken gevonden. Een bukken met verootmoediging en met droefheid over de zonden waarmede wij God hebben onteerd.

Ja, dan is er reeds zoetheid in het bukken. Dan wordt de ziel met Gods doen vereenigd en begeert Hij de roede Gods te kussen. Wat een heilige verwondering geeft het, wanneer wij bukkend voor de Hooge God al Zijn wegen recht en billijk keuren. Dan kan de ziel niets meer tegen de Heere hebben, maar wordt vereenigd met Zijn heilig doen en Zijn hoogheerlijk handelen. Hoe zwaar de wegen Gods ook zijn kunnen, het bitterste is het onvereenigd zijn. Maar hoe wonderlijk, als ge een mensch ontmoet, die amen zeggen mag op de handelingen Gods. Die zichzelf verfoeit vanwege zijn hart en de afwijkingen ervan. God is dan heilig en Zijn doen majesteit en heerlijkheid.

Men aanvaart het nut van de kastijdingen, maar dan ook gedraagt Zich God jegens U als zonen. In de vijandschap tegen God kan nimmer Zijn vaderlijke gunst gesmaakt noch ervaren worden. Maar wanneer de ziel weer buigen mag voor Hem, dan gewis blijft God niet achter, maar doet ervaren, dat er honing aan Zijn heilige roede is. Dat Hij niet rechtelijk oordeelde, maar vaderlijk kastijdde en dat Zijn kastijdingen de tuchtingen Zijner liefde zijn en dat zelfs de roede liefde is. Dan verschijnt Zijn vaderlijk aanschijn en zal zelfs door die nacht van tegenheen en de wolken van bittere smart het liefelijke licht van Zijn goedheid rijzen en mag de ziel het ervaren:

Hij zal zijn volk niet eindeloos kastijden,
Noch eeuwiglijk Zijn gramschap ons doen lijden,
Hij is het, Die ons Zijne vriendschap biedt,
Hij handelt nooit met ons naar onze zonden,
Hoe zwaar, hoe menigmaal wij ook Zijn wetten schonden,
Hij straft ons, maar naar onze zonden niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 augustus 1956

The Banner of Truth | 16 Pagina's

HEILIG VERDRAGEN

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 augustus 1956

The Banner of Truth | 16 Pagina's

PDF Bekijken