Bekijk het origineel

EEN GROOT ONDERSCHEID

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

EEN GROOT ONDERSCHEID

7 minuten leestijd

Al de dagen des bedrukten zijn kwaad, maar een vrolijk hart is een gedurige maaltijd. Spreuken 15 : 15

II.

De bedrukte voor wie alle dagen kwaad zijn, zucht onder de gevolgen van de zonde, en daar is nooit ruimte voor. Het Evangelie wordt voor dezulken nooit ontsloten, en Christus zal aan hen nimmer ontdekt worden.

Zij blijven ook vreemd van de liefde Gods, door welks kracht en vermogen de vijandschap van het hart verbroken wordt en waardoor wij ingewonnen worden voor alle lasten, die God ons komt op te leggen.

Waar dus de natuurlijke en van God vervreemde mens van verstoken blijft, daar worden Gods uitverkorenen mede bedeeld en beweldadigd.

Vandaar dat in het laatste gedeelte van de tekst gesproken wordt van een vrolijk hart, dat een gedurige maaltijd is.

Met een vrolijk hart wordt hier bedoeld: een goede consciëntie, dat door het bloed van de Middelaar gezuiverd en gereinigd is, en dat geeft gedurige vreugde.

In zonden zijn wij allen ontvangen en in ongerechtigheid geboren. Naar Gods rechtvaardig oordeel wordt de zonde van Adam ons toegerekend. Krachtens die diepe val in ons verbondshoofd Adam, staan wij allen schuldig tegenover Gods recht, en zijn wij gans en al verdorven. “Wie zal een reine geven uit een onreine? Niet één. (Job 14 : 4).

Wij hebben allen een hart, welks gedichtsel boos is van der jeugd af aan. Een hart, dat ondeugdzame gedachten smeedt, en dat een onzalige fontein is, wat niet anders dan slijk en modder opwerpt. In dat hart regeert van nature de vorst der duisternis, en het is voor God gesloten; het is als een steen. Maar wat gebeurt er nu?

In het uur van Gods welbehagen opent God dat gesloten hart, gelijk wij daarvan lezen in Hand. 16, en wat plaats had bij Lydia, de purperverkoopster. God neemt naar de belofte in Ezech. 36 het stenen hart weg en geeft een vlesen hart. Hij schenkt in dat hart Zijn Geest en Hij maakt, dat zij in Zijn wegen zullen wandelen.

De troon des satans wordt in het hart der uitverkorenen ter neder geworpen, en Christus zwaait daar Zijn scepter.

Door Gods Geest wordt die ziel overtuigd van zonde, gerechtigheid en oordeel. Gods Geest ontdekt die zondaar aan zijn verloren staat, aan zijn erf- en dadelijke schuld, aan de vloek van Gods wet, en dat hij gans en al melaats is van de hoofdschedel af tot de voetzool toe. Hun hart veroordeelt hen, en dat is benauwd. Zij gevoelen het, dat zij tegen God gezondigd hebben en gedaan wat kwaad is in Zijn heilige ogen.

Zij hebben al Gods geboden overtreden met gedachten, woorden en werken. O, hoe beswaard gaan dezulken over de aarde. Zij gevoelen de grootheid van hun kwaad. Hun zonde staat hun steeds voor ogen.

Met een neergebogen ziel gaan zij over de aarde; droefheid vervult hun hart, omdat zij zich moed- en vrijwillig van God hebben losgecheurd, Hem zo snood beledigd, en zichzelf aan satan en aan de zonde hebben overgegeven, en nu niet anders meer kunnen doen dan wat kwaad is in die reine ogen Gods.

Zij hebben geen vrolijk hart wanneer zij onder de bediening der wet, onder de bediening des doods verkeren. Dan is het schrik van rondom, dan vermengen zij hun drank met tranen. Dan doet Gods recht hen beven, en dan slaat Gods hand hen neer. Dan is het op hun aangezichten te lezen hoe veroordeeld en bezwaard hun hart is.

Toch, onder alle leed en smart, zucht hun ziel tot God, en schreeuwen zij tot de Allerhoogste. Gods Geest, Die hen overtuigde en ontdekte, schenkt hen ook vrijmoedigheid om tot Gods troon te gaan.

Het behaagt God naar Zijn soevereine genade, in hun harten te werken, en hen te trekken tot Christus, en tot dat heil, waarin alleen hun behoudenis, hun redding en hun zaligheid ligt.

O, die Persoon, die Middelaar, die Zaligmaker geeft hen hoop en verwachting. Zij krijgen te zien, dat zij nog zalig kunnen worden, maar ook door Wie zij met God verzoend en bevredigd kunnen worden. En: dat gaf aan hun hart vertroosting, geest en leven.

O, wat een onschatbare weldaad wanneer ons hart gereinigd mag worden door het gezegende bloed van Christus. Er zijn helaas wel mensen, die zichzelf helpen en zichzelf de zonde vergeven, maar dat zal voor de eeuwigheid niet baten. O, dat schrikkelijk zielsbedrog, wij mochten er wel van beven. Wat zal het ons toch baten in de dag der eeuwigheid onszelf maar gerustgesteld te hebben met teksten en psalmverzen, die wij zelf maar gegrepen hebben. Sion zal door recht verlost worden, en hun wederkerenden door gerechtigheid, Jesaja 1 : 27.

Wij kunnen beter ons gehele leven aan de poort blijven liggen met Mordechai, dan dat wij ons een vrijheid veroorloven waar God ons nooit in geplaatst heeft. O, geliefden, al wordt deze leer nog zo gesmaad en gelasterd, bedenk wel, dat voor de eeuwigheid niet geldt wat wij gedaan hebben, maar dat alleen Gods werk zal triomferen.

Welk een groot onderscheid was er toch tussen de rijke jongeling en de arme tollenaar. De eerste ging bedroefd heen en de andere ging af gerechtvaardigd naar zijn huis.

De Vader heeft naar Zijn eeuwige verkiezende liefde, vastgesteld in Zijn soevereine wil, wie er zalig zal worden en wie niet. Die vrije genade kon nooit door Christus verworven worden, want zij lag van eeuwigheid besloten in de soevereine wil van een drieënig God. Denk maar aan de woorden uit Joh. 16 : 26: En Ik zeg niet, dat Ik de Vader voor u bidden zal, want de Vader Zelf heeft u lief.

De Vader heeft ook Zijn Zoon als Middelaar verkoren en gesteld. En die Middelaar heeft door de eeuwige Geest Zichzelf Gode onstraffelijk opgeofferd om onze consciënties te reinigen van de dode werken, opdat wij de levende God zouden dienen. O, dat bloed van de Zoon Gods, verzoent en herstelt ons. Onze tranen bewijzen wel de schuld, maar zij nemen niet een kwadrantpenning van onze schuld weg. Het bloed van stieren en bokken kan het evenmin, maar het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon reinigt ons van alle zonden. O, wanneer onze door de zonde zwarte en onreine ziel in dat dierbare bloed gewassen wordt, dan zullen wij witter zijn dan sneeuw en witte wol.

Door de kracht van dat bloed krijgen wij vrede met God, maar ook vreugde in God. De blijdschap is groter en meerder, maar ook voortreffelijker dan wanneer der goddelozen koren en most vermenigvuldigde.

Het is een geestelijke blijdschap, die niemand van ons kan wegnemen. Laat de duivel het maar proberen, en laat de wereld alle pogingen maar in het werk stellen, maar het zal alles wel mislukken. Wanneer God Zijn volk er in plaatst en het hart mee vervult, dan zullen zij in die blijdschap delen.

O, wat wordt het wel een groot wonder, dat nu zulk een snode en goddeloze zondaar vergeving van al zijn ongerechtigheden ontvangt, vrijgesproken wordt van schuld en straf, en een recht verkrijgt ten eeuwigen leven.

Het is alles Gods eigen werk. De Vader heeft hen daartoe verkoren, de Zoon hen gekocht, en de Heilige Geest komt het alles te verzegelen in hun hart.

Zulk een vrolijk hart is nu een gedurige maaltijd. Onder de grootste bestrijdingen en onder het zwaarste lijden genieten dezulken de troost des Heiligen Geestes.

Men verblijdt zich in God, omdat men in Hem alles vond wat zij tot het leven en tot de godzaligheid van node hebben. Gods Geest leert het dezulken, om aan Gods genade genoeg te hebben.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 februari 1959

The Banner of Truth | 8 Pagina's

EEN GROOT ONDERSCHEID

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 februari 1959

The Banner of Truth | 8 Pagina's

PDF Bekijken