Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

OPGENOMEN IN HEERLIJKHEID

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

OPGENOMEN IN HEERLIJKHEID

9 minuten leestijd

....... is opgenomen in heerlijkheid. I Timotheus 3:15 [einde]

Bovenstaande is het slot van de tekst, waarin de apostel de voornaamste verborgenheid des geloofs samenvat; te weten de persoon van CHRISTUS en Zijn ambt aangaande. In deze samenvatting beluisteren we de vernedering en de verhoging van de Levensvorst. Eerst heeft Hij troon en heerlijkheid vrijwillig verlaten, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen, zich vernedert om in zulk een weg aan de eisende gerechtigheid, geschonden door de zonde, voor de Zijnen te voldoen. Daarna om Zijn erfdeel weder te geven de heerlijkheid en zaligheid, welke zij door de zonde met alle mensen gemeen verloren hadden, is Hij opgenomen in heerlijkheid.

De Kerk des Heeren moge met de herdenking van het feit van hemelvaart toch meer en meer oog krijgen voor Zijn opneming in heerlijkheid. Is dat niet het vaste fundament en de hechte grond van de heerlijkheid en zaligheid van Zijn kinderen, waarvoor Hij vlees en bloed heeft aangenomen en hen gekocht heeft met de dure prijs van Zijn bloed, gestort op Golgotha. Met Pasen hebben we mogen herdenken en vernomen dat het Goddelijke recht verheerlijkt is in de opstanding van Sions betalende Borg en Middelaar. In Zijn opstanding is de ganse door Hem gekochte Kerk gerechtvaardigd.

Ook in CHRISTUS’ opneming in heerlijkheid blinkt de verheerlijking van datzelfde Goddelijke recht uit want de schuld is voor Zijn volk betaald, hun ongerechtigheden zijn verzoend en daarom is voor hen de gesloten hemel geopend.

Welk een ogenblik is het geweest voor Henoch en Elia, beiden opgenomen. Echter veel heerlijker is de dag en het ogenblik voor Christus. Hij heeft, toen Hij voor het oog van Zijn jongeren opvoer, de gevangenis gevankelijkheid gevoerd. Vanuit deze heerlijkheid heeft Hij macht verkregen om al de schatten des hemels aan zijn wederhorig kroost deelachtig te maken. In de staat Zijner vernedering werd Hem geen plaats gegund bij Zijn geboorte. Ook tijdens Zijn leven heeft Hij getuigd, “De vossen hebben holen en de vogels des hemels hebben nesten, maar de Zoon des Mensen heeft geen plaats om Zijn hoofd neer te leggen. Bij Zijn sterven klonk de kreet: “Weg met Hem”. Ja in Zijn laatste uren op aarde, hoewel nimmer voorwerp van Gods toorn, was vanwege de gerechtigheid Gods de hemel voor hem gesloten, en is Hij van God verlaten. Geen plaats voor Hem noch op aarde, noch in de hemel.

Nu de verzoening aangebracht is door Hem is de Middelaar in heerlijkheid opgenomen en heeft aan de rechterhand Zijns Vaders de plaats der eer en heerlijkheid ontvangen, een heerlijkheid welke Hij had eer de wereld was.

Op de dag van Zijn opneming vanaf de Olijfberg heeft Hij Zijn discipelen uit Jeruzalem geleid naar Bethanie. Welk een weg van herinneringen voor Hemzelf en voor zijn leerlingen. Wordt ook nu nog niet Zijn kerk door Hem geleid door Zijn Woord en Geest van stap tot stap?

De laatste woorden tot de Zijnen gericht zijn ons nagelaten. Wetend wat maaksel de Zijnen zijn, spreekt Hij van Zichzelf opdat ze van al het hunne afzien en door het geloof op Hem zien en het ook alleen van Hem verwachten en met al hun nood en zorgen bekommering de toevlucht zullen nemen tot Hem, want Hij verzekert hen: “Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde.”

Zijn laatste opdracht aan de zijnen luidt: Gaat dan heen, predikend in Mijn Naam bekering en vergeving der zonden onder alle volken, beginnende van Jeruzalem. Wetend hoe klein van moed Zijn volk en zijn discipelen zijn, wat ook nu nog geldt voor Zijn knechten, soms overmoedig, soms moedeloos, heeft Hij een testament nagelaten, onuitsprekelijk van inhoud. Als het voor het oog des geloofs ontsloten wordt is het zulk een troostvolle verzekering dat Hij, hoewel lichamelijk niet meer aanwezig, met Zijn godheid, majesteit, genade en geest nimmermeer wijkt. Namelijk: “Ziet Ik ben met ulieden al de dagen (dagen van smart, verdriet, strijd, als u denkt de Heere heeft mij vergeten, van moedeloosheid, dorheid vijandschap,enz.) tot aan de voleinding der wereld.”

Zegenend heeft Hij van de Zijnen afscheid genomen, om toch eeuwig bij hen te blijven. Die zegenende handen, zijn Zijn doorboorde handen, dat is meer dan de handen van de zegenende priesters in de bediening van de schaduwen.

Hij is opgenomen als de grote Hogepriester in der eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek.

De Hogepriesters naar de ordening van Aaron gingen het aardse heiligdom in, met handen gemaakt, deze waren niet in staat een zegen aan het volk te schenken.

Deze Hogepriester en Bedienaar van het hemels heiligdom is de grote Ambtsdrager die niet in het vergankelijke heiligdom is in gegaan met bloed van stieren of bokken, maar Hij is ingegaan in het onvergankelijke hemels heiligdom en dat met Zijn eigen bloed, om vandaar zijn hemelse zegeningen en gaven uit te gieten.

Deze, omdat Hij in der eeuwigheid blijft, heeft een onvergankelijk Priesterschap, waarom Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degene, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden.

Opgenomen in heerlijkheid houdt in dat Hij is opgevaren ten hemel, om Zich daar in Zijn heerlijkheid te bewijzen als het Hoofd Zijner Christelijke kerk, dat is Zijn lichaam. Deze tekst getuigt ons dat Christus waarlijk mens is geworden, en vlees en bloed heeft aangenomen uit de maagd Maria. Als zodanig is Hij gestorven en opgewekt als de plaatsbekleedende Borg, maar niet minder is Hij zodanig opgenomen in heerlijkheid, zodat ons vlees in de hemel tot een zeker pand is, dat Christus als het Hoofd straks Zijn lichaam, zijn lidmaten tot Zich nemen zal.

Welk een onuitsprekelijke bron van vertroosting is toch Christus hemelvaart voor al Gods kinderen, Gods Geest schenke gedurig Zijn leiding opdat zij uit die rijke bron zouden mogen putten. De hemelvaart is toch een zeker bewijs, dat de hemel weer geopend is om Gods volk te ontvangen. Het is het hoogste bewijs van Christus’ voldoening aan Gods recht. Elk beletsel tot de heerlijkheid der Zijnen is weggenomen. Met Christus is dan ook al Zijn volk gezet in de hemel.

Zijn jongeren zijn er getuige van geweest, dat Hij van de Olijfberg ten hemel voer, totdat een wolk Hem uit hun gezicht wegnam. Met blijdschap zijn ze teruggekeerd naar Jeruzalem reeds aanvankelijk delend in de kracht en de zegening Zijner belofte hun voor Zijn afscheid toegezegd. Op Pinksterfeest zullen ze delen in de eerstelingen van de oogst, maar bij de wederkomst van Christus op de wolken des hemels zal de volle oogst worden gesmaakt, gelijk de engelen hen hebben verkondigd met de woorden: “Gij Galilese mannen! Wat staat gij en ziet op naar de hemel? deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo wederkomen, gelijk gij Hem naar de hemel hebt zien henenvaren.”

Dat is nu een prediking van de hemelvaart van Christus tot allen die het horen en lezen. Het is zulk een rijke bemoediging en vertroosting voor de gehele Kerk des Heeren, hier zo menigmaal in raadselen, bestrijding en twijfel. Hier wordt bevestigd en verzekerd dat Hij die opgevaren is als de Voorloper is ingegaan en straks wederkomt om de Zijnen naar ziel en lichaam te doen ingaan in de eeuwige heerlijkheid. Hier op aarde zal dan hetgeen ten dele is te niet worden gedaan door Zijn wederkomst. Asaf door God in het heiligdom gebracht en daar onderwezen riep uit in de verzekering, pleitend op Gods belofte: “Gij zult mij leiden door Uw raad (door de rechterhand des Heeren geleid, gelijk de discipelen) en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen.”

Die wederkomst zal door ieder uit een vrouw geboren worden aanschouwd, want aller oog zal Hem zien, ook degenen, die Hem doorstoken hebben.

“Die hem doorstoken hebben” wil niet zeggen dat dit alleen de beulen geldt die Zijn handen en voeten hebben doorboord en Zijn zijde geopend. Dit zijn maar enkelen geweest. Doorstoken hebben ook de Joden Hem, overgeleverd aan Pilatus, omdat ze Hem hebben versmaad. Recht verschrikkelijk zal Zijn wederkomst zijn voor de goddelozen die Hem versmaden en versmaad hebben. Christus wederkomst in heerlijkheid zal zijn het eeuwig verderf van Zijn vijanden om gepijnigd te worden in het eeuwig vuur, hetwelk de duivel en zijn engelen bereid is.

Versmader van God, van Zijn dienst van de Zoon van God, die hem daarmee nu doorsteekt.

Kusset den Zoon, dien hij u heeft gezonden
Dat hij niet gram zij over uwe daad;
Opdat gij haast te saam niet werd verslonden
En in uwen weg niet schrikkelijk vergaat.

Wat die dag voor al Gods kinderen zijn zal is onuitsprekelijk. Dan zal Hij Zijn kerk opnemen in heerlijkheid en hen als een reine maagd Zijn Vader voorstellen zonder vlek en rimpel. Dat goed is weggelegd voor degenen die Hem vrezen. Dat is voor een volk dat hier op aarde gebogen gaat onder het grootste kwaad, dat is de zonde die hen gedurig aankleeft, en door genade hijgt naar het hoogste goed, dat is nabij God te zijn, zonder zonde en ongerechtigheid in Zijn gemeenschap. Van die heerlijkheid mag hier wel eens iets worden door het geloof aanschouwd, maar er zijn dikwijls ook wolken, die Hem en de heerlijkheid uit het gezicht wegnemen. Gelukkig die het nut van Christus opneming in de heerlijkheid mag ervaren, zulken verlangen naar de grote dag met een groot verlangen, om ten volle te genieten de belofte Gods in Jezus Christus.

Opgenomen in heerlijkheid, daarin ligt de prediking van het heilsfeit van Hemelvaart. Die prediking mag u nog vernemen en wat zal de vrucht daarvan zijn? Bedenkt dat Hij opgenomen is in heerlijkheid ten goede voor de Zijnen, die bij ogenblikken die heerlijkheid mogen aanschouwen door het geloof, al wordt dat aanschouwen door het geloof menigmaal met wolken bedekt. Met Zijn wederkomst zal dat nooit meer zijn, want dan zullen ze Hem in de heerlijkheid zien voor eeuwig. Dat grote heil is aangebracht voor al Zijn gunstgenoten. Vraag uzelf af of u ook deelgenoot ben van dat heil en die Heilaanbrenger. Dat Hij die de hemel door Zijn aangebrachte gerechtigheid voor een wederhorig kroost, dat door zijn ongerechtigheid de hemel gesloten had en hellewaardig is, geopend heeft door het geloof, ons dierbaar werd en we Hem leerde kenen, Die opgenomen is in heerlijkheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1976

The Banner of Truth | 20 Pagina's

OPGENOMEN IN HEERLIJKHEID

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 juni 1976

The Banner of Truth | 20 Pagina's

PDF Bekijken