Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

CHRISTUS’ ZIELENOOD IN DONKERHEID

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

CHRISTUS’ ZIELENOOD IN DONKERHEID

9 minuten leestijd

“En van de zesde ure aan werd er duisternis over de gehele aarde, tot de negende ure toe. En omtrent de negende ure riep Jezus met ene grote stem, zeggende: Eloi, Eloi, Lamma, Sabachtani? dat is: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” Mattheus 27

‘s Heeren kerk hier op arde kan in grote verdrukking komen; ja, velerlei benauwdheden kunnen haar deel zijn. De Heere kan het nuttig achten dat ze verdrukt wordt.

Gelukkig degene die in druk een Toevlucht mag hebben of verkrijgen naar Boven. Dan kan er wel eens (zij het sporadisch) gezongen worden: Bezwijkt dan ooit in bittere smart, of bang nood, mijn vlees en hart, so zult Gij zijn voor mijn gemoed mijn rots, mijn deel, mijn eeuwig goed.

Ja, dan is het lijden van deze tegenwoordige wereld niet te waarderen tegen de heerlijkheid die Sion eens bezitten zal. Immers, geen oog heeft het gezien, en geen oor heeft het gehoord, hetgeen God bereid heeft degenen die Hem vrezen.

Toch is druk geen oorzaak van vreugde als we op druk zelf zien. Want tenslotte is het alles een gevolg van de zonde. Het was dan ook niet voor niets dat Gods knecht moest zingen: Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik Uw Woord.

Maar met de verdrukking waar Christus door moest, was het geheel anders. Hij was zonder zonden, en heeft ook nooit enige zondige gedachte gehad noch enig kwaad ding gedaan op aarde. Hij kwam in de grootste smarten en zieleangsten om de Zijnen (Die Hij kocht met Zijn bloed) er uit te verlossen. En daartoe droeg Hij de oneindige en ondeelbare toorn Gods.

Nu spreekt de tekst over het feit dat er duisternis kwam op de aarde. Een duisternis die gezonden was door God Zelf. Eeuwen tevoren had Jesaja er al van moeten profeteren: Dan zal men de aarde aanzien, maar ziet, er zal duisternis en benauwdheid zijn, en het licht zal verduisterd worden in hunne verwoestingen. Jessaja 5:30b.

Wat heeft de Heere de profeten van het Oude Verbond er diep ingeleid hoe en op welke wijze de Heere zijn gramschap zou openbaren. Zie maar wat Amos in het 8e hoofdstuk het 9e vers tot een verdwaasd geslacht moest zeggen: En het zal ten dien dage geschieden, spreekt de Heere HEERE, dat Ik de zon op de middag zal doen ondergaan, en het land bij lichten dag verduisteren.

O, dwaze mens die in vorige tijden en ook nu tracht te verklaren dat het een gewone zonsverduistering was. Het was de tijd van de volle maan, en bovendien was deze donkerheid anders dan bij een zonsverduistering. Lucas zegt nadrukkelijk: En van de zesde ure aan werd er duisternis over de gehele aarde, tot de negende ure toe. God toonde Zijn almacht en toorn in het rijk der natuur.

O, hebben we het ooit mogen zien: In Bethlehem’s dreven verscheen in de nacht, bij de geboorte van de Zaligmaker, een heerlijk licht. Waarom: Omdat het Licht der wereld verschenen was. Helaas heeft de duisternis toen en nu het Licht niet begrepen, want hun werken waren boos. En onze eigen weken zijn tot vandaag de dag niet anders dan boos en goddeloos. Maar op Golgotha werd midden op de dag Gods duisternis openbaar, terwijl Zijn Zoon, Zijn Kind, daar hing in grote zieleangst.

De zesde ure (12 uur onze tijd). In het zonlicht hadden de bozen, maar ook de bedroefden die daar waren, het nameloos lijden van Christus aanschouwd. Wat moet er door de harten van Gods kinderen, ook Zijn eigen moeder, gegaan zijn, Hem zo te zien lijden voor hun zonden.

Nu ging het licht onder in dikke donkerheid tot de negende ure toe. Er ging een sprake van uit. Moge het ook nu nog voor deze of gene een sprake zijn omtrent de grootheid van de Goddelijke toorn over de zonden. Israel deed de werken der duisternis, volgde de vorst der duisternis. Maar hoe is het met ons? Nee, we zijn niet beter dan dat volk dat zich met haar leidslieden verharde tegen de boodschap van den hemel.

Christus Jezus was in grote benauwdheid. Maar nu ook de aarde donker word., nu moeten de spotters ophouden en de lasteraars moeten zwijgen. God was ook in dit teken aan het woord. En denkt er toch om: De Heere heeft altijd het laatste woord, niet de mens in zijn waanwijsheid.

De Vader verborg het lijden van Zijn Kind achter het gordijn van donkerheid. Maar de grote massa heeft zich ook toen niet bekeerd. En dat blijft zo tot het einde der tijden. Er kunnen ons grote rampen overkomen, er kunnen donkere tijden zijn, maar tenzij de Heere de mens overwint, buigt hij niet.

Maar als u wat van Gods genade kennen mag, hoevele zijn dan de duisternissen door eigen schuld. O, dan is het de Heere alleen die weer licht kan geven en kan betonen, dat Hij ook temidden van de duisternis, de Bewaarder Israels is, die nooit sluimert en nimmer zal slapen. Voor Koning Jesus, die als een Lam geslacht werd, en stierf, werd Zijn lijden het allerzwaarst in die drie uren. Hij is door onpeilbare diepten heengegaan. Daarom moest Hij hetuiroepen: Mijn God, Mijn God, warrom hebt Gij Mij verlaten!

Geliefde lezer en lezeres, drie uren hing Hij tussen hemel en aarde. Hij wandelde in het dal der schaduwen des doods. De aarde had Hem als een vloek uitgeworpen, en de hemel kon Hem niet ontvangen voor Hij de laatste bittere druppel uit de lijdensbeker had gedronken. Heeft het ons nog wat te zeggen in deze tijd waarin we het lijden van Christus mogen herdenken, of zijn we te druk met de wereld, met de vergankelijke dingen, met onze godsdienstigheid? Het is maar een vraag. Ge mocht er door het licht van de Heilige Geest eens een eerlijk antwoord op mogen geven voor het heilig aangezicht des Heeren.

Neen, de Heere Jezus vloekte niet als de moordenaars, hoewel de geen vijf minuten voor twalf tot bekering mocht komen. De Heere protesteerde niet, Hij zweeg onder de last van de oneindige toorn Gods die Hij vrijwillig op zich had genomen, opdat Zijn Vader verheerlijkt zou worden en een waarlijke arme zondaar nog genade mocht verkrijgen.

Wanneer de drie uren ten einde spoeden heeft Hij Zijn stem mogen verheffen. O, dat we toch bedenken mochten: dat hebben de vijanden gehoord, dat hebben de vrienden die daar waren, al was het een handjevol, gehoord, bovenal Zijn Vader heeft het gehoord.

De Heere geve ons hier schoorvoetend to naderen, want wie kan in werkelijkheid de, nameloze smart van de Zaligmaker verstaan. Hij spreekt hier als de van God verlaten Zoon des mensen. Hij lijdt hier als de Verlosser van een gans verloren geslacht in zichzelf. De Vader eist volkomen genoegdoening. Daar hoorde ook deze ontzettende verlating bij. De Vader eiste Zijn Godeelijk recht. Voldoening kon alleen de verzoening aanbrengen.

En nu begon het eerste kruiswoord met “Vader”. Hier echter roept de Gezegende Koning van Zijn duurgekochte kerk het uit: Mijn God. Neen, niet: o God. Want al verborg Zijn Vader Zijn liefelijk aangezicht onder Zijn Goddelijke gramschap, Hij bleef Zijn Vader. Maar de Vader hield vast aan de eis van de volkomen genoegdoening, die de Zoon beloofd had, en waarvan we alreeds in Psalm 40 kunnen lezen.

O, in deze klacht van de Heere Jezus klinkt toch door: Ik weet toch dat Gij Mijn God zijt, ook al het Gij Mij voor eeuwig in de hel zinken.

Lieve vrienden, de zonde heeft een eeuwige scheiding teweeg gebracht tussen een heilig en rechtvaardig God en de mens die zo snood van Hem is afgegaan. Wij hebben God verlaten. En alleen in de weg van de totale verlating die de Zoon moest gaan, door de helse angsten heen, konden nog weer mensen tot God genomen worden om nooit meer van Hem verlaten te worden. Zie het kostelijke A vondmaalsformulier.

De Zaligmaker hing daar als een doodsschuldige, maar Hij was niet schuldig. Hij kwam hier plaatsbekledend en Borgtochtelijk de prijs te betalen, waardoor verlorenen weer met God verzoend konden worden. Hij was is de hoogste aanvechtingen, opdat Sion in haar hooste aanvechtingen er uit verlost mocht worden. Welk een oppeilbare en eeuwige liefde: Waarom hebt Gij Mij verlaten? Geen bittere vraag, geen boze vraag. Een vraag uit een geprangd gemoed. Laten we nooit vergeten dat Hij hier hing in Zijn menselijke natuur. En had Zijn Godheid hem niet ondersteund Hij zou bezweken hebben. Neen, deze klacht kwam uit Zijn ziel, die de angsten der hel droeg en inleefde.

Het was ook geen vraag uit onwetendheid. Hij wist dat dit alles moest geschieden, opdat de Raad Zijns Vaders in betrekking tot de zaliging van de uitverkorenen tenvolle zou worden vervuld.

De van God gezonden Verlosser bracht Zijn grote zielenood hier voor het aangezicht van Hem, in Wien geen onrecht gevonden wordt. En dat kon alleen omdat van Christus getuigt kon worden dat Hij geen zonde gekend noch gedaan heeft.

Ja, dat Hij gekomen was om een zondaar, die zondaar wordt door de werking van Gods dierbare Geest, weer een opening mag verkrijgen tot de Troon der genade.

Dat de Kerk er toch eens meer van weten mocht bij hemels licht, dat Jezus in Zijn omwandeling op aarde het betoond heeft wat Jesaja uitsprak in het welbekend 53e hoofdstuk, dat Hij Zijn ziel uitgestort heeft in de dood, en met de overtreders is geteld geweest, en Hij veler zonden gedragen heeft en voor de overtreders gebeden heeft.

De Heere geve Zijn Zion meer oefeningen ook aangaande het lijden en sterven van Christus, het zou ons meer bang maken van de zonden. Want die zonden hebben bloed gekost, het dierbare hartebloed van de geheel enige Zaligmaker en Verlosser.

Met de bede dat we zo eens naar Goede Vrijdag en Pasen toe mochten leven, willen we dit woord besluiten, met de hartlijke wens dat zij die vreemdeling zijn van HET leven, nog eens jaloers mochten worden, de ware bekommerde eens houvast kreeg aan Hem. En mochten we door genade wat vordering gemaakt hebben op de weg des levens, mogen we dan maar veel smeken: Heere, geef mij de laagste plaats, als Gij mij die wilt geven.

Chilliwack

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 1978

The Banner of Truth | 20 Pagina's

CHRISTUS’ ZIELENOOD IN DONKERHEID

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 maart 1978

The Banner of Truth | 20 Pagina's

PDF Bekijken