Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

EEN LIEFELIJKE WEG

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

EEN LIEFELIJKE WEG

4 minuten leestijd

Psalm 84:7: Als zij door het dal der moerbezien-bomen doorgaan, stellen zij Hem tot een fontein; ook zal de regen hen gans rijkelijk overdekken.

Deze Psalm is een lied waarin Israel bij het Loof-huttenfeest in herinnering gebracht werd aan hun reis door de woestijn. Het volk als een trekkend volk woonde toen in tenten. Als dit herdacht word op het Loofhuttenfeest, reisden zij langs moeilijke wegen naar Jeruzalem. En de tekstwoorden zeggen ons op welke wijze: “Als zij door het dal der moerbezien-bomen doorgaan”.

En als men dat zo leest, schijnt dat wel een liefelijke weg te zijn, als er sprake is van moerbe-zienbomen. Doch dit dal werd ook genoemd het Bakadal, of het dal des doods. Het was droog, woest en met diepe kloven gevuld. Ook genoemd het tranendal, of het jammerdal. Door dit dal moest de reiziger gaan op weg naar Jeruzalem.

Geliefde lezer, is dit niet een beeld van de geestelijke reiziger? Het is door het wonder der genade en vernieuwing des Geestes dat zij moesten trekken uit de stad Verderf. Schuldig en ten dode opgeschreven, God kwijt; was het dat zij getrokken door het Woord van God en geleid door Gods Geest het pad moesten gaan, dat de verstandigen naar boven leidt. Want de weg der zaligheid is een weg gebonden aan het Woord van God. En wijl nu het pad door God is uitgedacht, wordt de weg ook door Gods kinderen betreden, maar dat zijn rechte en ontdekkende, ontledigende en buitenzettende wegen.

Lag het moerbeziendal, dat Bakadal, in de laagte, zo gaat het door de diepte van de strijd en de ravijnen van de val, door de smartelijke ontdekking van zonde en schuld, van dood en verderf heen. Wij kunnen weten of deze weg door ons betreden werd. Tijden wanneer de ziel legert in het dal, als alles veroordeelt en de dood van alle zijden ons omringt. Geen woord ter verkwikking schijnt meer te zijn. Alles gesloten, zodat er geen zucht meer opstijgt naar de hemel. Werkelijk, het is een tranendal vanwege de zonde en schuld. En dan juist in zulk een tranendal maakt de onbewogenheid van het gemoed, dat dal tot een dal des doods. Want als er nog eens tranen vloeien mogen in dit tranendal, kan het nog eens tot verkwikking zijn.

En hoe kleeft hun ziel aan het stof. Want in dit dal der moerbezienbomen was het zo gesteld, dat de bomen een kleverige stof afwierpen. Zo kan de reiziger, bestoft, zich vies en vuil waarnemen als hij had te gaan door deze weg. Maar nu waren er ook op verschillende plaatsen putten gegraven waar de pelgrim zich kon reinigen en verkwikken. En dan weer verder trekken en hoe spoedig kleefde het stof weer aan het kleed en aan de voeten, zodat men verlangde naar de andere put. Dus tussen de putten lag een stuk Baka-dal.

Nu zegt de tekst: “stellen zij Hem tot een fontein”. Het is duidelijk dat hier sprake is van Christus en Zijn Middelaarswerk. Want Hij is de fontein des levende waters, Die Zich verklaarde als dat levende water tot de Samaritaanse vrouw. Voor een Bakareiziger is Zijn bediening steeds noodzakelijk. Hij is ook Zelf in de staat van Zijn vernedering door het Bakadal gegann. Hij is de fontein der hoven, de put des levende waters. Zo mag de ware pelgrim door de woestijn van het leven in deze fontein de hoop van het leven verkrijgen. Zij stellen Hem tot een Fontein.

Ook zal de regen hen gans rijkelijk overdekken. Waar droogte is, is de regen van grote betekenis. Want zij verfrist en geeft nieuwe levenskracht. De regen komt van boven. Als in het Bakadal de regen viel, was er verkwikking en werden de putten gevuld. Dan was er voorraad. Hoe afhankelijk zijn wij toch van de regen des Geestes. Afhankelijk van de bediening uit de hemel leeft de kerk. Als de hemel niets geeft hebben wij ook niets, en bezitten wij niets. Daarom, de Heere lere ons smeken, hetzij voor het eerst of bij vernieuwing:

“Drupt gij hemelen van boven en dat wolken vloeien van gerechtigheid, enz. (Jes. 45:8)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 1 November 1979

The Banner of Truth | 20 Pagina's

EEN LIEFELIJKE WEG

Bekijk de hele uitgave van Thursday 1 November 1979

The Banner of Truth | 20 Pagina's

PDF Bekijken