Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Advent Tijd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Advent Tijd

4 minuten leestijd

“Want er zal een Rijsje voortkomen uit den afgehouwen tronk van Isai” (Jesaja 11:1).

Nog een korte spanne tijds en dan is ook het jaar 1994 weggestroomd in de oceaan der eeuwigheid; met alle licht en schaduw, voor- en tegenspoeden, is het heengegaan om nimmer meer weer te keren.

Maar een paar dagen voor het jaareinde mag de kerk des Heeren op aarde gedenken dat de Zonne der Gerechtigheid opgegaan is tot eeuwige zegen van een gans verloren en doemwaardig geslacht. De wereld, maar ook velen in het godsdienstige leven, viert feest bij een verlichte kerstboom en bij wat valse glinstering. Gelukkig, indien we onze harten niet op een dergelijke wijze behoeven te vullen, maar er iets van verstaan wat de engel zeide: “Ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal.”

Christus gekomen in het vlees, arm om armen rijk te maken. Een ogenschijnlijk nietig rijsje uit de afgehouwen tronk van Isai. Hoe het gekomen was dat er van Isai’s huis schier niets over was? Och, het zijn altijd weer de zonden geweest die de scheiding maken tussen God en de ziel. En ook hier zijn het de zonden geweest die de ellende teweegge-bracht hadden.

Eens was Isai’s geslacht machtig. Denk eens aan David, van God verkoren, een kind en knecht des Heeren. Davids regering was oneindig groter dan die van Saul. En luister nu eens: Davids Zoon was Davids Heere, door die genade die Hij als het geslachte Godslam ook voor deze eenvoudige en verachte herdersknaap had verworven.

Straks komt de vredevorst Salomo. De koningin van Scheba kwam zelfs om hem te eren. Maar toen Salomo’s hart in het einde van zijn regering afgetrokken werd door de vreemde vrouwen, en hij heidense afgoden nawandelde, begon de machtige stam met haar schone takken en bladeren reeds te verwelken.

Later scheuren zich de tien stammen los. Nog later, en dat vanwege de zonden en ongerechtigheden, valt Jeruzalem in handen van de heidense legerscharen, ‘t Was ogenschijnlijk gedaan met Jesse’s oude stam. En in de dagen van Herodus was er geen spoor meer te bekennen van de oude glorie. De stam van Isai was een afgehouwen tronk geworden.

En toch, let wel, geen UIT-gehouwen, maar AF-gehouwen tronk. Er was nog een overblijfsel, een maagd daar in het verre verachte Galilea, in Nazareth. Wonder als Gods Sion beleeft dat de Heere geen voleinding gemaakt heeft, hoewel we het dubbel waardig waren. Zien we op onszelf, onmogelijk! Maar zien we door het geloof op Hem, dan kan het wel zijn: Godvruchte schaar, houd moed.

Altijd gaat het door het afhouwen heen, gaat het door de diepte, en bestrijdt satan het ware werk dat de Heere wrocht, en toch blijft HIJ de Getrouwe, die nooit laat varen het werk Zijner handen.

En nu gaat de kerk weer gedenken: CHRISTUS is gekomen in het vlees. Maar als een RIJSJE, gering en teer, zonder aardse glans. In de allerdiepste vernedering. Hij “heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende.” Hij boog zo laag dat verloren Adams zonen en dochteren nog weer gered kunnen worden van de toekomende toorn. Als RIJSJE de vernedering in, zonder gedaante noch heerlijkheid, arm en veracht, vernederd tot de dood. Hij droeg de volle toorn Gods, opdat zij, die waardig zijn om eeuwig onder die toorn te verzinken, behouden kunnen worden door dit RIJSJE.

En toch draagt dit RIJSJE de banier boven tienduizend. Want Hij, Die overgeleverd werd om de zonden van Zijn Sion, zegt Gods knecht, is opgewekt tot onze rechtvaardigmaking, opdat de kerk alles in Hem zou verkrijgen wat tot het leven en de gelukzaligheid van node is.

Lezer en lezeres, wij bidden u: “Kust den Zoon, opdat Hij niet toorne, en gij op den weg vergaat, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden.” Opdat dit RIJSJE uw LEVEN zou worden. En Kerstfeest 1994 onvergetelijk werd. Amen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1994

The Banner of Truth | 28 Pagina's

Advent Tijd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 december 1994

The Banner of Truth | 28 Pagina's

PDF Bekijken