Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Een ernstige roepstem

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een ernstige roepstem

9 minuten leestijd

Zoekt de Heere en leeft

Hier wordt over zoeken gesproken. Over het algemeen verstaan wij er onder datgene terug te krijgen, dat wij kwijtgeraakt zijn. Temeer, wanneer het een voorwerp vanwaarde is.

Het kan ook zijn, dat het woord zoeken deze betekenis heeft dat men iemand aanraadt zijn best te doen om dit of dat te bereiken. Hier in dit Schriftgedeelte raadt de profeet Amos Israel aan niet de dingen te zoeken, die beneden zijn, doch de Heere te zoeken, want wie Hem vindt, vindt het leven en trekt een welgevallen van de Heere.

’t Was toen voor Amos raad geen beste tijd, want het ging het volk van Israel goed. Het rijk werd vergroot, verloren terrein werd terug gewonnen, er was welvaart zodat er huizen werden gebouwd van gehouwen steen, vers 11. Een tijd vanhoogkonjunktuur, evenals in onze dagen.

Door Amos liet de Heere ernstig waarschuwen. Zij moesten hun betrouwen niet stellen op wat dan ook, want al het ondermaanse is betrekkelijk.

Dat zij deze nodiging en waarschuwing ontvingen, was een blijk van Gods genade. Wij, mensen zouden zoveel geduld niet hebben. Lees slechts Amos 4. Wat heeft de Heere een arbeid aan dat volk ten koste gelegd. Allerlei oordelen en gerichten zijn over hen gekomen. Telken male was het: nochtans bekeerde gij u niet tot Mij, spreekt de Heere. De Heere klaagde over hen: „Dit volk keert zich wel, doch niet tot Mij”. Een mens kan, wanneer de Heere hem tuchtigt, zich wel wat veranderen of matigen hier of daarin, zonder dat het echter tot bekering komt. Elke verandering is nog geen bekering.

Een ware bekering is geen veranderingenigszins in de richting van de Heere, maar een buigen voor Hem en een totaal weerkeren tot Hem. Nu doet de Heere deze roepstem niet uitgaan, omdat Hij de mensenkinderen nodig heeft. Hij wordt van mensenhanden niet gediend als iets behoevende.

Het is alleen Zijn grote genade, wanneer deze roepstem uitgaat.

Het is een roepstem, die getuigt van grote bewogenheid. Lees de aanhef in hfdst. 5: „Hoort dit woord, dat Ik over ulieden ophef, een klaaglied, o huis Israels”. De Heere heeft rechtmatige klachten over hen. Er komen gerichten en oordelen, en deze oordelen zullen zwaar treffen. Dat is de bedoeling van het klaaglied.

De Heere is eigenlijk heilig genoodzaakt om deze weg met ze in te slaan, omdat zij zich zo verharden tegenover Hem en van Zijn wegen afwijken. Hoort hoe hij haar aanspreekt met de titel van jonkvrouw. Een jonkvrouw is menigmaal aantrekkelijk door kleding en stand. De Heere noemt Zijn bondsvolk met deze naam, om hun bevoorrechting uit te spreken t.a.v. andere volken.

Hij gaf aan Jakob Zijn wetten, en deelde hun Zijn verbondsgeheimenissen mede. Zo handelde Hij niet met andere volken. De jonkvrouw Israels, zo bevoorrecht, is gevallen, zij zal niet weder opstaan. De welvaart, die zij thans geniet, zal van haar afgenomen worden. Zij zal nog wel wat overhouden, doch zware slagen zullen haar treffen.

Laten zij niet vertrouwen op hun militaire overmacht, want gij ku.it het lezen in vers 3 dat 0,9 van hen wordt weggenomen. Zo zal de Heere oordelen, doch voordat Hij dat doet, eerst nog een ernstig vermaan in vers 4: „Want zo zegt de Heere tot het huis Israels: zoekt Mij en leeft”.

Zoek niet Bethel, Gilgal enBerseba. Ditwaren plaatsen waar de Heere Zijn bijzondere gunst in verleden dagen getoond had. Nuwarenhet plaatsen geworden waar de zonde bedreven werd; waarschijnlijk onder het mom van de dienst van God. Wij zouden in onze dagen zeggen: allerlei ongerechtigheid onder de christelijke vlag. De godsdienstige vlag moet de lading dekken.

Vers zes begintweer opnieuw:„ Zoekt de Heere en leeft”.

Wat buigt de Heere laag neder. Wij buigen van nature niet, dan zal de Heere het doen voor ons.

Deze roepstem komt vandaag aan de dag tol ons namens de Heere door Zijn Woord, hetzij dat het ons gepredikt wordt, of dat wij het lezen. Het woord hier voor zoeken gebezigd, is ontleend aan een godsdienstig gebruik bij Israel bekend en afgebeeld door de urim en de thummim. Wanneer gebeurde dat?

Het geschiedde b.v. bij beslissingen die genomen moesten worden, of bij het vragen naar de weg, of bij het optrekken tegen de vijand, of bij de aanwijzing van b.v een schuldvraagstuk.

Gij kunt hiervan lezen in Exodus 28 :30, dat in de borstlap des gerichts de Urim en de Thummim gezet werd, en dat hij op het hart van Aaron was, als hij voor het aangezicht des Heeren inging.

Van dit gebruik lezen wij in Num. 27 : 21. Jozua wordt gesteld als opvolger van Mozes. En wat moet Jozua nu doen?

Hij moet staan voor het aangezicht van Eleazar, de priester, die voor hem raad vragen zal, naar de wijze van de Urim, voor het aangezicht des Heeren. Naar Zijn mond zullen zij uitgaan en naar Zijn mond zullen zij ingaan, hij en al de kinderen Israels met hem en de ganse vergadering.

De priester was de tussenpersoon. Hij stond voor het aangezicht des Heeren en hij’ gaf de bevelen des Heeren door.

Zoekt de Heere en leeft. Wat een kostelijk woord is dit. Wat een heerlijk en rijk aanbod. Zoekt de Heere. Het staat hier met hoofd letters. Door deze naam wordt aangewezen de Verbondsgod. Wij zouden op Nieuwtestamentische wijze kunnen zeggen: God in Christus.

Paulus schrijft: „Want God was in Christus, de wereld met Zichzelf verzoenende; hun zonden hun niet toerekende, en Hij heeft het woord der verzoening in ons gelegd”.

Hier hebt ge eigenlijk hetzelfde op Oudtestamentische wijze weergegeven door Amos. Zoekt de Heere en leeft. Zoekt deze God in Christus. Christus is degezalfde Ambtsdrager als Profeet, Priester en Koning. Zo onderwees de priester Eleazar Jozua, wat hij had te doen en welke weg hij had in te slaan. Meerdere voorbeelden zouden uit de Schrift kunnen worden aangevoerd.

Daartoe is de Heere Jezus gezalfd, opdat Hij de Christus zou zijn, om te onderwijzen als de hoogste Profeet, en Zijn ziel tot een schuldoffer te stellen en als Koning teregeren. Al degenen, die zo mogen leren zoeken, zullen niet alleen zeker vinden, doch zij zullen ook onderwezen worden. Wij denken aan Saulus van Tarsen. De Heere hield hem stil. Het was tot hiertoe en niet verder. Hij werd direkt dienstknecht en leerling, enhij wilde onmiddellijk volgen. Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal? Wat een voorrecht, wanneer dit zoeken bij ons gevonden mag worden. Wat valtdatmee. Zoekt de Heere, d.w.z. bekeert u tot Hem met uw ganse hart.

Om zo te zoeken moeten wij ontdekt worden aan onze verloren toestand. Wij moeten met de verloren zoon komen tot onszelf. Maar wanneer wij tot onszelf komen, wordt ook doorleefd wat we gedaan hebben. Wij lijden gebrek, waar wij tot dusver ons genoegen in vonden. Om bij het voorbeeld van Amos te blijven, het wordt ons te Bethel te benauwd en Gilgal kan ons niet meer trekken, en Berseba zoeken wij niet meer.

Dan wordt de wereld en de zonde een scheidbrief gegeven. Hoe het af zal lopenen waar ze terecht zullen komen, wetenzij niet, maar daar kunnen zij niet blijven.

Christen verliet ook de stad des verderfs. Wat gaan ze zich dan haasten en spoeden. Maar hoe zal dat aflopen, wanneer ze de Heere moeten zoeken?

Hoor de Bijbelheiligen hun nood uitklagen, wanneer zij hun zonden zagen en aan hun schuld werden ontdekt.

Wat een angst en wat eenvrees. Hoemenigeen zegt wanneer hij of zij de schuldbrief thuis krijgt, nu is het buiten hoop, nu kan het niet meer. En wanneer zij dan nog bepaald worden, dat God wil dat aan Zijn gerechtigheid genoeg gedaan wordt, wat wordt het dan een onmogelijke zaak. Het wordt een omkomen aan de zijde vandezondaar. Wanneer iemand in het natuurlijk leven zijn schuldbrief of zijn rekening thuis krijgt, dan staat daarop de schuld, die hij gemaakt heeft. Zo ook in het geestelijke. Het wordt hun schuld, die zij zelf gemaakt hebben. En wanneer God betaling eist, is dat Gods recht. Wie echt zijn schuld leert eigenen, die leert ook God toevallen en zichzelf veroordelen en aanklagen.

In Eden zijn wij onszelf toegevallen, dochhier wordt dat geheel en al herroepen. De Heere is recht in Zijn straffen en reinin Zijn richten. De belijdenis van de verloren zoon is hun niet vreemd.

Zoekt de Heere! Maar hoe zal dat aflopen? Zoekt de Heere en ontvangt de straf en het oordeel! Ach, dat ware recht.

Maar het is anders. Hier staat: en leeft! In deze weg wordt alleen het leven geschonken. Wei de dood verdiend, maar het leven ontvangen. Wat een eeuwig wonder.

Dat is genade! Hier wordt de betekenis bekend gemaakt van de naam Heere. Dit is de inhoud: Zoekt de Heere en..... leeft.

Dat was de verrassing voor de verloren zoon, voor David en zoveel anderen. Is dit ook reeds de verrassing voor u?

Wie de wereld zoekt, de zonde en zijn eigen vlees, zoekt de Heere niet, dochwijkt van Hem af.

Wij kunnen ook zo lezen: Zoekt de Heere niet en komt om in de eeuwige dood. Het einde van een leven buiten God is de algehele ondergang. Wat is dat benauwd en erg. Amos mocht hiertoe oproepen. Hij waarschuwde er bij. Hij zegt: anders breekt de Heere door en dan is er geen herstel meer mogelijk. Dan is het verloren en dan voorgoed. Deze oproep moet, als het goed is, tot bezinning opwekken. Wij moeten met deze genadetijd niet spelen. Een ernstig voorbeeld mag hier ons voor ogen gesteld worden in koning Saul. Hij was door de Heere bevoorrecht. Hij week echter af. Waardeerde niet dat de Heere hem gaf een priester met de Urim en Thummim. En dan gaat het van kwaad tot erger. Wanneer hij in het laatst van zijn leven komt, lezen wij van hem (1 Sam. 28 : 6): En Saul vraagde de Heere. Hij zocht dus; doch het was te laat. Maar de Heere antwoordde hem niet, noch door dromen, noch door de Urim, noch door de profeten. Wat is het einde droevig geweest!

Velen zullen zoeken wanneer het te laat zal zijn. Erger is niet in te denken. Mocht dit woord, dat als een gebod tot ons komt door ons in een gebed worden omgezet. Opdat dit ware zoeken geboren worde, bij aanvang en voortgang, en het bij ons worde wat de dichter zeide: Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afwijken. Wie zo zoekt, is reeds door de Heere gezocht en zal zeker vinden en leven tot in eeuwigheid.

E

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 5 December 1968

Bewaar het pand | 4 Pagina's

Een ernstige roepstem

Bekijk de hele uitgave van Thursday 5 December 1968

Bewaar het pand | 4 Pagina's

PDF Bekijken