Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De vragende Jezus aan de bedelende Bartimeüs

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De vragende Jezus aan de bedelende Bartimeüs

7 minuten leestijd

Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?

Bartimeüs, zoon van Timeüs! Wie heeft nooit van hem gehoord of gelezen? Wat wordt veel over hem gepreekt. Deze man kon niet zien. Hij was blind. Wat hebben wij, die zien, een voorrecht.

Nu is Jezus gekomen om te openen de ogen der blinden. Daar lezen wij ook in de Evangeliën één- en andermaal van, dat Hij blinden het gezicht gaf. Eén van die blinden, door Jezus genezen, was de zoon van Timeüs. Daar zat hij met zijn geldbakje, arm, blind, een toonbeeld van jammer. Wat is hij beklagenswaardig. Hij zit hier als een berooide. Hier is voor ons veel te leren. Het is een weldaad als wij zien. Wij hebben er geen recht op. Lonken wij nu met onze ogen naar de wereld? Of hebben wij naar boven leren zien?

Hij is hier ook een toonbeeld van onze gevallen staat. Arm zijn wij niet alleen aan geestelijk goed, doch wij zijn in onbekeerde staat blind voor onze verlorenheid, buiten God. Wij zijn zo blind, dat wij onze blindheid niet eens zien. Met de farizeën uit Jezus’ dagen vragen er nu nog; „Zijn wij dan ook blind?”

Wij zien niet, dat wij voor God niet kunnen bestaan; uit welk verdoemelijk verleden wij zijn voortgekomen en naar welk een rampzalige toekomst wij op weg zijn. Wij hebben er geen oog voor, dat wij de rijkdom van het Paradijs verspeeld hebben.

Bartimeüs wist dat hij blind en arm was. Wat is het een voorrecht als wij onszelf als bedelende, arm en blind leren kennen. Dan toch zal de tijding, dat er een Messias is, muziek in de oren zijn. Bartiméüs bemerkte dat er een grote menigte in aantocht was. Hij vernam, dat Jezus de Nazarener langs kwam. Hij wist dat de Profeet uit Galilea machtig was in tekenen. Dan valt een straal van hoop in zijn ziel: wie weet, zal Hij mij ziende maken? Hij gelooft, dat Hij het kan. Hij begon te roepen: „Jezus, Gij Zoon Davids! ontferm U mijner”. Neen, geld kan hem niet genezen. Wat hij nodig heeft is ontferming. Ontferming alleen kan hem redden. Hier bedelt hij aan het juiste adres. Hij schiet hier zijn gebedspijl af op het hart van Jezus. Ontferming komt innerlijk uit het hart van Jezus op, niet om, doch naar het ellendige. Ontferming zegt, dat alle recht bij ons is verbeurd. Dit is zo rijk.

Jezus’ hart is innerlijk met ontferming bewogen. De diepte daarvan is niet te peilen. Echter, hoe wreed zijn de mensen voor hem. Velen bestraffen hem, opdat hij zwijgen zal. Zij willen zeggen: Jezus heeft wel wat anders te doen dan op blinde bedelaars te letten. Zij willen Hem toch Koning maken?

Satan en wereld zijn er op uit om ons van Jezus weg te houden. De duivel is bang, dat wij onze ellende leren kennen en om ontferming gaan bidden. Hij wil ons wijsmaken als wij uit onze ellende en nood om ontferming gaan bidden, dat Hij ons niet hoort.

Ongelukkige Bartimeüssen, laat u niet afhouden van uw roepen. Bartimeüs riep te harder boven het druk gepraat van de schare uit.

Heilbegerigen, doet het met hem. Herhaalt het geroep. „Ik riep tot de Heere met luider stem”, zegt de dichter.

Zijn noodgeschrei trof het hart van de Ontfermer. En Jezus, wat hoopgevend, stilstaande, zeide, dat men hem roepen zou. Dat is al gebedsverhoring. Hoe wispelturig zijn mensen. Hadden zij eerst de bedelaar het spreken verboden, nu zeggen zij: „Heb goede moed. Sta op; Hij roept u”.

Gelukkig dat de Heere niet wispelturig is zoals de mens.

Bartiméüs werpt zijn mantel af, staat op en loopt naar Jezus. Hij gaat de richting van waar hij de stem gehoord heeft. Wierp hij de mantel af, opdat deze hem niet zou hinderen in het gaan naar Jezus; zo moeten wij ook alles van onszelf kwijt op weg naar Jezus; gans ontbloot worden. Bartiméüs verlaat zich door het geloof op het woord: „Hij roept u”.

Daar staat hij met glansloze ogen voor de Zoon Davids, de grote Ontfermer. Heb goede moed, Bartiméüs. Wat rijk, hij komt met Jezus in kontakt met zijn nood.

Daar moet het komen. Die tot Hem komt, moet geloven dat Hij is, en een Beloner is, dergenen, die Hem zoeken. Het gebed moet gedragen worden door het geloof.

Nu gaat Jezus hem vragen: „Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?” Is dit geen vreemde vraag? Dit wist Jezus toch als de Alwetende? Zeker! Maar Bartiméüs had zijn nood nog niet recht gezegd. Hij had alleen maar geroepen: „Ontferm U mijner”. Hij moet zijn begeren onder woorden brengen op zodanige wijze, dat het zijn bijzondere nood weergeeft. Jezus weet wel wat hem drukt, doch Hij wil het uit zijn eigen mond horen. Hier liggen lessen te leren.

Onze gebeden zijn menigwerf flauw en slap, niet ronduit zeggen wat het hart beweegt en deert. Het hart, en alzo de nood. moet in het gebed liggen. Neen, de Heere vraagt niet veel woorden; het gaat ook niet om mooi bidden met welgekozen woorden. Doch de nood moet in Zijn boezem uitgestort. Dit kan tenslotte zelfs zonder woorden, dat heel onze ziel één gebed is.

Wat ligt hier een liefelijke lokking als Jezus vraagt: „Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? “ Hij vervrijmoedigt deze ellendige in zijn nood om Jezus recht te zeggen waar het hem om te doen is. Het is zo groot, dat wij bidden mogen. Het is alsof de Heere hier Zelf zegt: open uw mond nu maar, Ik neig het oor en luister.

Zeker, de Heere handelt met elke ziel zoals het Hem goeddunkt. Jezus wacht hier als het ware op het gebed van hem. „Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?” Dan spreekt deze blinde in het geloof zijn nood uit, niet in een lang gebed, doch slechts een enkel woord. Hij is blind! Doch, hij voegt er tevens de geloofsbede aan toe: „Rabbi, dat ik ziende mag worden”. Hij gelooft dat Jezus hem ziende kan maken. Dan zien wij hier, dat Jezus op zulk personeel bidden, in goedertierenheid, verhoring wil schenken

Neen, hij komt niet beschaamd uit Jezus zeide tot hem: „Ga heen, uw geloof heeft u behouden” Hij doet het niet om, maar wel op het gebed. Het geloof is het kanaal waardoor ons de begeerde zaken van de Heere toekomen. Niet, dat het geloof iets verdient, net zo min als het ware gebed. En dan staat er zo veelbetekenend, waar alleen de Heere de eer van toekomt: „En terstond werd hij ziende, en volgde Jezus op de weg”.

Wordt gij hier misschien jaloers, die al zo veel en lang bidt en nog geen verhoring ontvangt? Dan moet gij toch niet gaan twijfelen. De Heere heeft Zijn eigen tijd van verhoren. Weet gij al, dat gij geestelijk blind zijt? Zijt gij daar al aan ontdekt? Kent gij uw geestelijke nood enigermate? Kent gij ook dat roepen?

Bid veel om ontdekkend licht. Denk met te spoedig, dat gij uw geestelijke nood al recht kent. Jezus raadt aan om ogenzalf te kopen, opdat wijfs zien mogen.

Jong en oud, als Jezus u de vraag stelt: „Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?” smeekt gij dan ook om ontferming? Ja, weet gij al dat gij geestelijk blind zijt? Beleeft gij het? Doch hoe wordt gij nu ziende?

Ja, kent gij ook de vragende Jezus, waarin Hij Zichzelf in Zijn ontfermend hart laat lezen? Hij kan en wil ook u genezen. Wat zou dat zalig zijn om dan als antwoord van Hem op uw gebed, dat Hij uitlokte, te ontvangen: „Ga heen, uw geloof heeft uw behouden”. Hem dan zien door het geloof en straks in het volle aanschouwen.

Doornspijk

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1969

Bewaar het pand | 4 Pagina's

De vragende Jezus aan de bedelende Bartimeüs

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 juli 1969

Bewaar het pand | 4 Pagina's

PDF Bekijken