Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Schepping en Evolutie

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Schepping en Evolutie

7 minuten leestijd

2b

Over de schepping van alle andere schepselen lezen we alleen, dat God ze tot het bestaan riep door het Woord van Zijn Macht. Maar bij de schepping van de mens lezen we, dat God eerst bij Zichzelf beraadslaagde, zeggende: „Laat Ons mensen maken naar Ons beeld en Onze gelijkenis, en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt”. En dit wordt gevolgd door de feitelijke weergave van de schepping van de mens: „En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij ze”. (Gen. 1 : 26, 27). Hier zien we dat de vorm van het scheppingsverhaal de nadruk legt op het unieke belang van de mens ih betrekking tot God en de rest van de schepping. De mens is Gods vice-regeerder, de heer van de schepping. In psalm 8 roept David uit: „Gij hebt hem een weinig minder gemaakt dan de engelen en hebt hem met eer en heerlijkheid gekroond.”

Maar ons wordt ook gezegd hoe God de mens maakte. In Genesis 2 : 7 staat: „En de Heere God had de mens geformeerd uit het stof der aarde en in zijn neusgaten geblazen de adem des levens, alzo werd de mens tot een levende ziel”. Hoe moeten we deze tekst verstaan? Letter lijk, dichterlijk of symbolisch? Dit is tegenwoordig een veelbesproken vraag in de kerk. Zelfs in orthodoxe, evangelische kringen nemen steeds meer mensen afstand van de traditionele, letterlijke interpretatie van deze tekst. Kijk, zeggen ze, we kunnen niet begrijpen, dat God werkelijk een mens maakte van aarde met zijn handen. Dit is duidelijk mensvormige taal, dat is taal, waarbij God wordt beschreven in een menselijke vorm en met menselijke trekken. Nu ben ik het er mee eens, dat Genesis 2 : 7 antropomorfe taal bevat. Maar is het noodzakelijk om hieruit te concluderen, dat daarom deze passage eerder dichterlijk dan historisch verklaard moet worden? Ik denk, dat dit helemaal niet noodzakelijk is. Toegegeven dat de term „en God blies” een anthropomorfisme, of een beschrijving van God in menselijke termen is, maar wat moeten we denken van de rest van de tekst? De mens, het stof en de aarde waren echt, evenals de adem des levens. We lezen, dat de mens als gevolg van dit Goddelijke blazen tot een levende ziel werd. Let erop, dat er niet staat: de mens ontving een levende ziel, maar werd tot een levende ziel. Maar dit wordt ook gezegd van de dieren. Zij worden ook levende zielen genoemd. Wat leert dit ons? Dat de mens voor zover het zijn lichamelijke kant betreft, met de dieren wordt geklassificeerd. De mens is net als zij, een wezen, dat zich vrij over de oppervlakte van de aarde beweegt. Dit ter onderscheiding van de planten. Planten zijn geen levende zielen. Zij zijn geworteld in de grond. Planten zijn geen bewegende schepselen. Maar levende zielen zijn wezens, die zich op de aarde bewegen door een innerlijke impuls. Maar er is meer. Als de mens een levende ziel genoemd wordt, wordt er ook de nadruk op gelegd, dat hij van de aarde is, aards. Vissen en vogels zijn voortgebracht door de wateren door het scheppende woord van God: zij zijn aards. De dieren zijn te voorschijn geroepen uit de aarde door het zelfde Goddelijke machtswoord: Zij zijn ook aards. De mens is gevormd uit het stof der aarde en daarom wordt ook hij als aards voorgesteld. Met andere woorden: een levende ziel is een aards schepsel. Daarom is de mens wat het lichamelijke betreft nauw betrokken bij de aarde of het stof, waaruit hij genomen werd. De mens leeft een aards leven. Hij is voor zijn voortbestaan van de aarde afhankelijk. Vandaar dat de ongeloofs-wetenschap vanwege deze nauwe physieke betrekking tussén mens en dier de conclusie getrokken heeft, dat deze twee een gemeenschappelijke oorsprong moesten hebben, en dat de een ontwikkelde uit de ander.

Maar op deze wijze ontkent men het fundamentele onderscheid tussen mens en dier. Want let op de tweevoudige scheppingsdaad, die de mens tot aanzijn riep. Hoewel hij uit de aarde aards is, bracht de aarde hem niet eenvoudig voort; ook werd hij niet alleen uit de aarde te voorschijn geroepen, zoals de dieren. De mens is gevormd uit het stof der aarde door Gods vingers en God blies in zijn neusgaten de levensadem. Dit wordt alleen van de mens gezegd. Hier zien we het unieke van de mens. De mens wordt bestemd tot heer over deze aarde. Daarom is zelfs zijn lichamelijk organisme zo opgebouwd, dat het past bij zijn heerschappij. De edele vorm van de mens, zijn rechte houding wijst op majesteit. Zijn mooi geschapen hand is gevormd om de scepter te zwaaien. Zijn gezicht — ja in ’t bijzonder zijn gezicht — onderscheidt hem van ieder ander schepsel. De mens heeft het gezicht van een koning. Dus werd de mens, zelfs wat het lichamelijke betreft, zo geschapen, dat hij geschikt Was om Gods beeld te dragen. (Herman Hoeksema).

Maar er is nog een belangrijker onderscheid tussen mens en dier, namelijk het blazen van de levensadem in de neusgaten van de mens. Door het blazen van de Heilige Geest in hem werd de mens niet alleen tot een levende ziel, maar ook een rationeel, moreel en persoonlijk wezen. Ja, de eerste Adam werd een persoonlijk wezen met een intellect en een wil, geschikt om in verbondsbetrekking tot Zijn Schepper te staan. Begrijpt u nu, waarom Pascal de mens de glorie van het heelal noemde? Wat een heerlijk wezen moet Adam geweest zijn, zoals hij uit de handen van Zijn Maker kwam !

Maar helaas, de mens is uit deze heerlijke staat gevallen. Hij heeft tegen Zijn Schepper gezondigd door Zijn Wet ongehoorzaam te zijn. Als resultaat van die vreselijke val is de mens nu de schande van het heelal.

Lezer, realiseert u zich, dat dit ook van u geldt? U bent besloten in die val. De eerste Adam, die tot een levende ziel gemaakt was, deed Gods verbond geweld aan en viel in de afgrond van zonde en dood, allen met zich meeslepend, die zijn beeld dragen. U bent een van Adams afstammelingen en daarom deelt u in zijn veroordeling. Maar God heeft in Zijn grote genade een weg geopend, waardoor zondaren in de gemeenschap met Hem hersteld kunnen worden. Die Weg is Christus, God zond zijn enige Zoon als de tweede Adam, Die tot een levendmakende Geest gemaakt was. Door die leven-gevende Geest opent Hij ogen van zondaren, zodat zij, als zij hun droevige staat en toestand zien, vluchten naar Calvarië’s kruis, waar Christus recht gemaakt heeft, wat Adam, u en ik krom gemaakt hebben. O, erken uw zonde en schuld, en grijp Gods genade aan in Jezus Christus. Door het geloof in de Heere Jezus kunt u een nieuw schepsel worden, venieuwd naar het beeld van God.

Dat is het Evangelie, waardoor zondaars gered worden. Het is een Evangelie, dat is gebaseerd op feiten. Het sluit een historische Adam in, die werkelijk leefde aan de dageraad van de geschiedenis, die werkelijk in de zonde viel in de Hof van Eden, maar — verwondering wekkende genade — die gered wordt door een Redder, die ook werkelijk leefde en stierf en nu leeft tot in alle eeuwigheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1975

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Schepping en Evolutie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 augustus 1975

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken