Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE RECHTVAARDIGE EN BARMHARTIGE JEZUS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DE RECHTVAARDIGE EN BARMHARTIGE JEZUS

8 minuten leestijd

Allerwege werd de Heere Jezus geprezen om Zijn woorden en werken van barmhartigehid. Bij het zien van de schare, die met al haar noden tot Hem kwam en geen brood had om te eten, werd Hij innerlijk met ontferming over hen bewogen. En als Hij in de vroege morgen van de Olijfberg in de tempel kwam, zo kwam ook daar al het volk tot Hem, om door Zijn leer onderwezen te worden. „En nedergezeten zijnde leerde Hij hen.” Maar zie, daarin werd Jezus gestoord, daar Schriftgeleerden en Farizeeën een vrouw, die in overspel gegrepen was, tot Hem brachten, om Hem te verzoeken. Waartoe zij in het midden gesteld werd, om van deze zaak des gerichts kennis te nemen.

Kort en zakelijk sprak één van de Schriftgeleerden: „Meester, deze vrouw is op de daad zelve gegrepen, overspel begaande.” Zodat in dit geval, geen getuigen nodig zijn. En de vrouw zelf kan het niet tegenspreken. Daar viel niet één woord van verontschuldiging tegen in te brengen. Zodat de zaak van het tempelgericht terstond in behandeling kwam.

„En Mozes,” zo sprak de aanvoerder,” heeft ons in de wet geboden dat dezulken gestenigd zullen worden, Gij dan, wat zegt Gij?” „En dit zeiden zij?” zegt Johannes, „Hem verzoekende, opdat zij iets hadden om Hem te beschuldigen.” En dat was een vraag die zo scherp mogelijk gesteld was en alleen met ja of neen beantwoord kon worden. Zegt de Meester ja, dan is Hij niet barmhartig, maar wordt het neen, dan is Hij ni et rechtvaardig.

Maar ach, het gaat anders, en geheel anders dan zij dachten dat het gaan zou, want daar wordt op deze lastige vraag door Hem met niet één woord gereageerd. En dat deed de grote Meester ook niet met Zijn schrijven in het tempelstof. „Maar Jezus nederbukkende, schreef met de vinger in de aarde.” Hoewel Zijn schrijven voor hen een diep geestelijke betekenis had, want Hij kende hen in al hun handelingen.

Als mannen van de Schrift wisten zij, wat het Goddelijk schrijven in Jeremia 17 : 13 betekende: „O Heere, Israëls verwachting, allen die U verlaten, zullen beschaamd worden; en die van Mij afwijken zullen in de aarde geschreven worden, want zij verlaten de Heere, de Springader des levende waters.”

De namen van deze mannen, die hier valselijk en bedriegelijk staan tegenover de Heere Jezus, zullen geschreven. worden in de aarde om vertreden te worden, want zij zoeken hun ongerechtigheid met wat eigengerechtigheid te bedekken.

Zodat het richterlijk schrijven van de Heere Jezus, rechtstreeks gericht was op het geweten, dat begon te spreken. Maar daar werd, gelijk als altijd, overheen gewerkt.

Het maakte hen wel onrustig, maar door alles heen bleven zij om antwoord vragen. En toch bewees de Heere Jezus hen barmhartigheid, want Zijn schrijven was een roepstem tot hun bekering, om zelf met de zonden te breken waarin zij tegen alles in, kwamen voort te leven.

Maar het was verborgen voor de mensen en daarom heeft Hij hen niet terstond openlijk te schande gesteld. Hij gaf tijd om te breken met het kwaad, opdat zij zouden buigen voor de majesteit van het recht, daar dezulken barmhartigheid bewezen wordt.

„En als zij Hem bleven vragen, richtte Hij Zich op, en zeide tot hen: Die van ulieden zonder zonde is, werpe eerst de steen op haar.” En dat was de uitspraak van het tempelgericht, waartoe zij in hun ongeduld, de grote Meester kwamen te verplichten. „En wederom nederbukkende, schreef Hij ten tweede male in de aarde.” Opdat zij als verlaters van de Heere tot Hem zouden wederkeren en te smeken om ontferming. En al waren deze mannen in hun consciëntie overtuigd, dat Gods heilige wet schandelijk door hen overtreden werd, kwamen zij zich evenwel tegen Gods stedehouderes te verharden. Want eer de Heere Jezus nog van Zijn buigen voor de majesteit van Gods rechtvaardigheid was opgestaan, waren zij van de oudste tot de laatste uit de tempel verdwenen.

Het tempelgericht, dat door hen tegenover de Rechter van hemel en aarde geopend werd, werd niet gesloten. Want eenmaal zullen zij hierover ter verantwoording geroepen worden in de grote dag des gerichts. Het was bij hen, een niet buigen voor het recht, waarom zij Hem in Zijn barmhartigheid gram waren.

En Jezus werd alleen gelaten, waarom zij in de grote dag des gerichts alleen zullen staan, dus zonder borg.

En Jezus zich oprichtende, en niemand ziende dan de vrouw, zeide tot haar: Vrouw, waar zijn uw beschuldigers? Ten aanhore van de gehele schare, die in de vroege morgen was opgekomen, wordt zij vriendelijk door Hem aangesproken, want die vrouw staat nog in het tempelgericht, waarin zij veroordeeld is om gestenigd te worden.

Waarom zou zij niet weggelopen zijn? En dat is toch wel iets wonderlijks. Want daarmee kwam zij de Heere Jezus te rechtvaardigen in het vonnis dat door Hem, over haar was uitgesproken.

Weten wij wat het is in het gericht, dat het oordeel des doods over ons uitspreekt, te blijven staan? En dat is het kardinale punt waarom het hier gaat. Want een ieder onzer weet wat het is gesteld te worden in het gericht van de conscientie, Gods stedehouderes. Het brengt ons in de engte, het bezorgt ons slapeloze nachten, want de Heere veroordeelt ons in het bedrijf van onze ongerechtigheid. Maar wat is daarop gevolgd, is het uw innerlijk leven tot zegen geworden, door het oordeel over te nemen met de bekentenis dat waardig te zijn?

Eerlijk gezegd neen, daar is niets op gevolgd, het is zomaar overgegaan. Het was dan ook maar consciëntiewerk. En dat telt niet mee.

Maar gelooft u dat? Denkt u dat de consciëntie als Gods stedehouderes, er niet op terug zal komen in de grote dag des gerichts?

Het is niet overgegaan, u hebt het onderdrukt en u bent uit dat gericht weggelopen, net als die mannen die daarmee het oordeel, dat de Heere in de aarde schreef, dachten te ontlopen. Waarmee de consciëntie wordt dichtgeschroeid ezi men komt er zichzelf mee te stellen onder het oordeel der verharding.

Deze vrouw bleef staan in het gericht van haar geweten, Wat die mannen van haar gezegd hadden was waar. En Jezus sprak haar aan: Vrouw, waar zijn deze uw beschuldigers? Heeft u niemand veroordeeld?

Het zou kunnen zijn, dat er bij die velen één geweest was, die het oordeel van haar te stenigen, over haar had uitgesproken, daar hij zich aan dat kwaad niet schuldig had gemaakt. Maar door ni.et één van al die beschuldigers, zodat zij met vrijmoedigheid kon zeggen: „Niemand Heere.” En zo betuigde zij, dat de Meester van het gericht, haar Heere was. Zij is niet bang van Hem, gaat voor Hem niet op de vlucht, blijft als aan de grond genageld staan voor Zijn aangezicht. Stelt zich daarrnee geheel tot Zijn beschikking.

Hoe is het mogelijk, want zo even heeft de Heere het oordeel des doods over haar uitgesproken. En daarin is nu het geheim der zaak. Zij heeft met de Heere in het knielen voor de majesteit van Gods rechtvaardigheid, in Hem en door Hem leren knielen. En bij het knielen voor de majesteit van Zijn rechtvaardigheid, wordt Hij voor haar barmhartigheid.

Wat is het erg als een zondaar in het gericht van des Heeren rechtvaardigheid, niet blijft staan, door het van Hem te leren de straf der zonde, die is in de daad der zonde, van harte te aanvaarden. Want de Heere maakt ons niet bekend met onze zonden om ons te verderven, maar om de zonde in het buigen voor de majesteit van Zijn rechtvaardigheid, van harte te bekennen.

Vertroostend was het voor deze vrouw toen de Heere tot haar sprak: „En Jezus zeide tot haar: Zo veroordeel Ik u ook niet.” En zo werd het oordeel van haar te stenigen, door Hem overgenomen, op grond van recht en gerechtigheid Het kwaad wordt niet door de vingers gezien, want Jezus, de Zaligmaker van zondaren, sprak dit woord tot haar. Hij zal Zijn volk zaligmaken van hun zonden.

En dat is door de Heere Jezus bevestigd, met dit woord: „Ga heen en zondig niet meer.” En dat zegt de Heere Jezus tot een vrouw wier keus het nu is, voor Hem en met Hem te leven. Want Hij kan en wil haar voor de zonde bewaren, al heeft zij ook al de dagen haars levens te klagen over haar verdorven bestaan. En daarin heeft deze vrouw, tot spijt van haar beschuldigers, de Heere Jezus leren kennen als de rechtvaardige en barmhartige Jezus.

Wat voor de Heere, die zij liefgekregen heeft, een verzoeking was, is voor haar geworden een beproeving, die veel kostelijker is dan des gouds, tot lof en eer en heerlijkheid, in de openbaring van Jezus Christus.

Soest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1976

Bewaar het pand | 6 Pagina's

DE RECHTVAARDIGE EN BARMHARTIGE JEZUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 april 1976

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken