Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

AL DE WOORDEN DEZES LEVENS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

AL DE WOORDEN DEZES LEVENS

7 minuten leestijd

Op de laatste ontmoetingsdag in Kampen hebben we een betrekkelijke korte toespraak gehouden onder de bovenstaande titel. Uitgaande van Handelingen 5 : 20 zijn er enige opmerkingen gemaakt over de prediking. Gewoonlijk geven we een korte samenvatting van het gesprokene. Die is u in het vorige nummer ook beloofd. Voor ditmaal willen we het eens anders doen. Geen korte samenvatting maar een nadere uitbreiding! Het onderwerp vraagt daar zelf om. Dan kunnen we enkele opmerkingen die terloops gemaakt zijn wat nader toelichten.

Het behoeft niet gezegd te worden dat één van de zaken, die toch zeker onze belangstelling vragen de prediking is. Meer dan ooit moet de rechte bediening van het Goddelijke Woord ons ter harte gaan. Het is uiteraard waar dat dit alle eeuwen zo behoort te zijn. Het gaat om een Goddelijke opdracht aan Zijn Kerk: Predik het Woord. En tegenover dit bevel kan nooit anders dan waakzaamheid passen. Maar de tijden door wordt de rechte prediking niet altijd evenveel bedreigd. Het Woord dat tot uitgangspunt strekt uit Handelingen is het beste bewijs dat we wel degelijk op de tijden te letten hebben en de opdracht tot de zuivere bediening de ene tijd meer dan anders beklemtoond zal moeten worden.

Ons blad — het is meermalen gezegd — vindt zijn oorzaak in de drang naar de prediking, die recht doet aan Gods Woord en waarin de klop van het leven Gods beluisterd wordt. Wij wensen geen aparte vleugel in de kerk te zijn. Het kan zelfs zeer oppervlakkig zijn om aldoor over vleugels en richtingen te praten. Daar kunnen we de bekeerde man mee worden. De Kerk des Heeren hééft als het goed is wel vleugels, nml. van geloof en gebed. Dan wordt er ook wel richting gekozen namelijk die, die de Heere wil. Met dit alles willen we maar zeggen dat we geen vleugels willen vormen, maar wel de roepstem begeren te vertolken om te blijven en weer te keren bij en tot de waarheid van vrije genade. En daarbij neemt de prediking een centrale plaats in. Terecht kunnen we bezwaard zijn over veel dingen. Ze zijn in het verleden meermalen genoemd in ons blad en besproken. Maar als we daarin geen oog hebben voor deze zaak zullen we of spoedig mee-afglijden of worden tot een groep ontevredenen, die alleen maar nee kunnen zeggen. Voor het eerste staan we elke dag bloot en het laatste geeft een dode onvruchtbaarheid binnen de kerk en voor eigen leven.

Bezwaren tegen de prediking worden overal gehoord. Het is niet de bedoeling om ze hier allemaal te noemen. Het zou ondoenlijk zijn. Meer willen we denken aan de eenvoudige kerkgangers, die hun bezwaren niet in keurige formuleringen kunnen weergeven. Zij voelen het meer aan dan dat zij het tot uiting kunnen brengen. Vooral die de Heere vrezen voelen een gemis. En dat niet alleen op eigen erf. Zij worden binnen verscheidene kerkformaties gehoord. En er is een zekere overeenstemming in de klachten, die beluisterd worden. Die overeenstemming is niet bij geval. Er worden wezenlijke elementen gemist, die op grond van Gods Woord en in aansluiting aan hun eigen leven meer dan eens in de beluisterde preek niet gevonden worden.

Daarom is dit een zaak van héél het erfdeel des Heeren. Het zal u wel duidelijk zijn dat het hier niet gaat om de critiek van hen, die altijd wat te zeggen hebben en nogal eens vaak nooit met de nood van eigen hart en leven te doen gekregen hebben. Die zijn er altijd geweest en zullen er altijd wel blijven. Men eist veel en heeft weinig of helemaal niet het aangezicht des Heeren nodig voor de dienstknechten des Heeren. Maar het gaat hier over hen, die vaak dat biddend leven wèl beoefenen, doch teleurgesteld thuiskomen.

We willen zo maar eens enkele bezwaren noemen. zonder overigens volledig te zijn.

Men hoort in de prediking weinig van de ontdekkende stem van Gods Wet. Het lijkt alsof Zondag 2 tevergeefs in ons bekend leerboek staat. Tegen de zonde wordt nauwelijks gewaarschuwd en het vreselijk karakter van de zonde haast niet blootgelegd. De zonden worden ook zo weinig bij name genoemd. In verband daarmee is het als of er geen roepstem tot bekering meer aan de orde komt. Dit soort klachten zijn niet zo zeldzaam. Of ze altijd gerechtvaardigd zijn kunnen we niet in elk geval beoordelen. We signaleren alleen. Kohlbrugge riep het eens in een preek uit: „waar is de Wet?”. We vrezen dat het ook van meer dan één preek gezegd moet worden vandaag.

Een aparte klacht is: de prediking is zo algemeen. Het is net alsof er geen onbekeerde mensen in de kerk zijn. Alles wat gezegd wordt is zonder meer voor iedereen. Het onderscheidende van het Woord Gods lijkt een overwonnen standpunt. Aan het eind van de preek wordt heel krachtig gezegd dat „je het geloven moet”. Ongeloof is de grootste zonde. De moeilijkheid is dat temidden van al deze waarheden nóch van het geloof nóch van het ongeloof wezenlijk iets gezegd wordt.

We hadden het hier boven over de klop van het leven Gods. Nu daarover is menigeen, die met een hongerige ziel naar Gods huis gaat, vaak maar zeer bedroefd als de kerk uitgaat. Dan natuurlijk omdat die klop helemaal niet gehoord is. Ik dacht dat bescheidenheid in deze een goede zaak is. De predikant is er niet altijd bij en iedere dienstknecht, die toch zelf niet vreemd is van deze dingen, is niet even ver geleid. We zijn ook geen prediker om eigen bevinding te brengen op de kansel. Wel zal het er in doorklinken. Het zij allemaal zo. Maar het is toch wel erg als nooit die klop van het leven gehoord wordt. Alsof bekering en geloof alleen maar abstracte begrippen zijn.

Nog willen we naar een gemis luisteren, dat ook niet zo weinig vertolkt wordt. „Zalig-worden is in de preken die ik hoor geen wonder meer”. Zo kan je er over horen praten. Er wordt dus wel over het zalig-worden gepreekt en zelfs heel wat gezegd. Maar het is vanzelfsprekend. Dat laatste zal natuurlijk niemand zo zeggen op een kansel. waarvanaf een gereformeerde waarheid verkondigd wordt. Maar het spreekt in de prediking niet als een wonder. Het welbehagen Gods zal in de belijdenis niet afwezig zijn, maar lééft niet in de prediking.

Veel zou hier aan toegevoegd kunnen worden. Zo maar enkele dingen hebben we genoemd die in de praktijk leven. Misschien zou deze of gene lezer de lijst nog wel wat aan willen vullen. Hij doe het. Het gaat erom: zijn deze kachten gegrond? Hebben we ons altijd vergist als we menen dat deze dingen niet in de prediking gemist kunnen worden? We willen proberen vanuit Gods Woord erop in te gaan. Vanuit het Woord in Handelingen 5 : 20: „Gaat heen en staat en spreekt in de tempel tot het volk al de woorden dezes levens”

We hebben geen vastere bodem, dan in het Woord Zelf gegeven om eens een en ander over de prediking te zeggen. Daar horen we niet deze of gene, maar de Heere Zelf. Het Woord alleen zal tenslotte uitmaken hoe de bediening des Woords zal zijn. En bij alle verschil in vorm zal toch dat Woord ook voor vandaag zeggen waaraan de rechte bediening te kennen is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1976

Bewaar het pand | 4 Pagina's

AL DE WOORDEN DEZES LEVENS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 september 1976

Bewaar het pand | 4 Pagina's

PDF Bekijken