Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

VOOR DE JEUGD

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

VOOR DE JEUGD

9 minuten leestijd

Beste Jongelui !

Paulus, zo hoorden we reeds, leidde dus een biddend leven. Hij bad voor zichzelf en ook voor Filemon en de zijnen.

Dit bidden van Paulus was geen vormelijke zaak, maar een hartelijke zaak. Dit verschil begrijpen jullie wel, hoop ik. Er wordt ontzaglijk veel vormelijk gebeden, doch er wordt weinig met het hart gebeden. Alleen de gebeden, die uit het hart tot God worden opgezonden, worden door God gehoord, die zijn Hem welaangenaam.

Misschien is er wel een onder jullie, die zich afvraagt of God ook het gebed hoort van een onbekeerd mens. Er zijn er die zeggen, dat dit niet gebeurt. Het gebed van de goddeloze is de Heere een gruwel, zo staat er in de bijbel. En een onbekeerd mens is een gruwel, in de ogen van God. Op zichzelf zijn dit allemaal waarheden. Toch moeten wij voorzichtig zijn, en er acht op geven hoe we de dingen zeggen. We kunnen waarheden hanteren, zonder toch nog de waarheid te spreken. Mogelijk komt dit jullie ook wat raadselachtig voor. Doch ik zal proberen duidelijk te maken wat ik bedoel.

Elk mens is van nature een onbekeerd mens. Stel nu, dat zulk een mens niet zou behoeven te bidden, omdat het gebed van een onbekeerde niet verhoord zou worden. Dan zou er nooit een gaan bidden. Want het heeft immers niet de minste zin ?.

Ik geloof dat een dergelijke redene ring de duivel zeer naar de zin is. Want die heeft er een hekel aan als een onbekeerd mens gaat bidden, uit de nood van zijn leven gaat roepen tot God.

Ik denk in dit verb and aan Manasse. Zijn naam is al meer genoemd. Toen hij in de gevangenis zat, was hij toen bekeerd of onbekeerd? Ik geloof van onbekeerd, naar zijn eigen waarneming. En als een onbekeerde ging hij bidden.Hij leverde de wapens van op- en tegenstand tegen God in, en bekende dat de Heere God is. Toen de menigte op de Pinksterdag ging vragen wat zij doen moesten om zalig te worden, toen waren zij naar hun eigen waarneming onbekeerd. En toch werden zij verhoord. Want zij kregen door middel vande prediking antwoord op hun vragen. De Heere hoorde hun gebed.

Elk mens die door God tot God bekeerd geworden is, is als een onbekeerd mens tot God gaan bidden. Dus als je van je zelf zegt, dat je nog onbekeerd bent, en ze zouden je komen vertellen dat bidden toch niet helpt en dat God toch niet hoort, omdat je onbekeerd bent, ga dan toch maar je nood de Heere klagen en vraag d an maar veel of Hij je bekeren wil. Want Hij nodigt ook onbekeerde mensen uit om tot Hem te bidden: Wendt U naar Mij toe, en wordt behouden, o alle gij einden der aarde, want Ik ben God en niemand meer. Hij zegt tegen het onbekeerde Israël: Bekeer u tot Mij, gij afkerige kinderen, en dan zal Ik uw afkeringen genezen. Meerdere voorbeelden zouden te noemen zijn, dat God zelfs naar onbekeerde mensen luistert. Laat dit dan voor mijn onbekeerde lezers een aansporing zijn om het aangezicht des Heeren geduriglijk te zoeken. Je kunt er niets bij verliezen en je kunt er alles bij winnen.

Bidden, zoals Paulus dat deed, is ook zulk een profijtelijke zaak. Want hij zat in de gevangenis. Door het gebed stond hij in kontakt met God. Want bidden is spreken met God. En als men met God in kontakt staat, d an heeft de duivel geen kans. Dan moet die op een afstand blijven. Dan is er voor de zonde geen plaats. Dan is men met de Heere verenigd. Let wel, dit geldt alleen als het gebed levendig gelovig gebed mag zijn. Doch dat levende gelovig bezig zijn met God, dat is zulk een tere zaak. Dat kan zo gauw verstoord worden. Het vlees is er ook nog. En het vlees strijdt tegen de Geest. Zo kan het gebeuren dat ook een ware bidder, soms onder het bidden gedachten in zich voelt opkomen, die zo gruwelijk zijn, dat ik ze maar niet op papier zal zetten. Hoe moet er dan nog weer verzoening geschieden, zelfs over de beste gebeden. Dit leert ons, dat zelfs de allerbeste gebeden, onvolmaakte gebeden zijn. Daar is er maar Eén geweest, Die volmaakt gebeden heeft, en dat is de Heere Jezus Christus. Hij is de grote Voorbidder in de hemel. Daar mocht Paulus door genade ook kennis aan hebben. Hij getuigt daa rvan in één van zijn brieven, als hij sch rijft: Die ook voor ons bidt. Zalig voorrecht Hem te mogen kennen. Want de Vader hoort Hem altijd.

Paulus schrijft aan Filemon: Ik dank mijn God, uwer altijd gedachtig zijnde in mijn gebeden. Ik d ank mijn God …….Dat is ook zulk een rijke uitdrukking. Ik kan daar echt niet aan voorbij, zonder daar even a andacht aan geschonken te hebben.

God was de God van Paulus. Dat is geen kleine zaak. Want van nature was God voor Paulus een vreemde. Paulus kende God niet. O zeker, hij had wel eens van God gehoord, krachtens zijn studie, aan de voeten van Gamaliël. En toch kende hij God niet. Hij had Hem nooit ontmoet. Om God te leren kennen, moet je God ontmoeten in je leven. Door middel van een natuurlijk beeld zullen jullie dit wel kunnen begrijpen. Je kunt kennis hebben van iemand, doordat jewel eens van hem gelezen hebt in de kr ant en mogelijk ook nog wel zijn foto erbij gezien hebt. Maar je hebt de persoon in kwestie nooit ontmoet. Dat gebeurt pas, als je hem of haar in levende lijve tegenkomt. Met hem of haar in kontakt treedt. Dan is er een eerste officiële kennismaking. Je kent dan zo iemand een klein beetje. Bij een nadere ontmoeting leer je hem beter kennen. Op de lange duur, na een veelvuldige omgang met elkaar, weet je wel zo ongeveer wat je aan elkaar hebt. Terwijl het dan altijd nog maar een kennen ten dele blijft. Want wie zal een ander volmaakt kennen. Dat doet alleen God. Die doorgrondt en kent ons. Vergeet het maar nooit.

Paulus had God leren kennen, toen Hij Zich aan hem openbaarde. Toen gingen de ogen van Paulus open. Hij kwam er toen achter, dat hij met al zijn godsdienst voor God niet bestaan kon. Hij moest genade leren leven. En die genade was verworven door de Heere Jezus Christus, Die hij ook niet kende. Doch Die heeft hij ook leren kennen, omdat het God behaagde Zijn Zoon in hem te openbaren. Wat viel er voor Pualus nog veel te leren. Ondanks al zijn geleerdheid moest hij weer van één af beginnen. Begrijpen jullie dat? Maar de Heere was geduldig, om Paulus te onderwijzen door Zijn Woord en Geest, in die dingen, die ter zaligheid nodig zijn. Door een voortdurende omgang met de Heere heeft Paulus de Heere hoe l anger hoe beter leren kennen. De Heere heeft hem Zijn liefde verklaard. Hij heeft hem aan de weet gebracht, dat Hij de God van Paulus wilde zijn, terwille van het Borgwerk van de Heere Jezus, Die daartoe van God verlaten heeft willen zijn. Daarom kon Paulus zeggen:Mijn God. God was zijn God. En welk een God? Het was geen god, zoals de heidenen kenden. Maar het was die God, Die de hemel en de aarde gemaakt had. Een almachtige God dus. Nu, daar kon Paulus het leven mee aan. Daar kon hij ook mee in de gev angenis verkeren. Wat was Paulus rijk met deze God. Daar zou natuurlijk nog veel meer van te zeggen zijn. Paulus zelf is er nooit over uitgesproken gekomen. Terwijl hij zelf omtrent God ook nog moest zeggen: Wij kennen ten dele. Daarom profeteerde hij ook ten dele. Want zoals God naar de volheid van Zijn Wezen is, kent God alleen Zichzelf.

Gelukkig zijn diegenen die met de dichter kunnen zeggen : Ps. 48:6
Want deze God is onze God.
Hij is ons doel, ons zalig lot.
Voor tijd noch eeuwigheid te scheiden
Ter dood toe zal Hij ons geleiden.

Wat zijn diegenen arm, die deze God niet kennen. Velen hebben zelfs nog nooit van Hem gehoord. En dan denk ik niet alleen aan de heidenen, maar ook aan diegenen die in je naaste omgeving wonen, en vervreemd van God opgroeien en zonder het leven door gaan . Straks moeten zij ook sterven, en dan God niet gekend te heben, hoe moet dat terecht komen ? Het einde kan niet anders dan vreselijk wezen. Denken jullie daar eens over na. Want het kan wezen, dat jewel van God gehord hebt, en Hem toch niet kent, net als Paulus in zijn onbekeerde staat. Dan kun je ook niet zeggen: Mijn God. Want Hij is jullie God niet. Zoekt Hem daarom nog te kennen, terwijl het nog kan.

Stel je daartoe voortdurend onder de middelen. Gaat op onder de zuivere bediening van het Woord en onderzoekt dat Woord van God voor jezelf. Want daarin heeft Hij Zich genoegzaam geopenbaard tot zaligheid. „ En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt”. Het wordt weer kerstfeest, waarop gedacht wordt aan de „zending” van de Zoon Gods.

Gezegende kerstdagen toegewenst. Jullie aller vriend Ds. H.C. v.d. Ent.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1977

Bewaar het pand | 6 Pagina's

VOOR DE JEUGD

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 december 1977

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken