Bekijk het origineel

CATECHISMUS, LEERBOEK VAN DE ORDE DES HEILS

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

CATECHISMUS, LEERBOEK VAN DE ORDE DES HEILS

Zondag 39.

8 minuten leestijd

Het gaat in deze Zondagsafdeling, aan de hand van Gods heilige wet, om de familieband van vader, moeder en kind. Een band, die zich langs de weg van geboorte steeds verder komt uit te strekken in de liefde.

Maar die heerlijke familieband, die in de staat der rechtheid een diep geestelijke betekenis had, is door het moedwillig eten van de verboden boom verbroken. Door in gehoorzaamheid aan de Heere sacramenteel alleen te eten van de boom des levens tot versterking van het geloof, zou de boom der kennis des goeds en des kwaads op de eer van te kunnen zondigen, waarschuwend gewezen hebben. Want wij waren in Adam als geslachtshoofd en verbondshoofd door geboorte verbonderi. En zo zouden wij in hem en door hem als kinderen Gods geleefd hebben op aarde, om met hem langs de ladder van het werkverbond op te klimmen in de eeuwige heerlijkheid.

Maar ach, daar is door onze ongehoorzaamheid in Adam die geestelijke familieband met God als onze Vader gebroken. Waarmee wij ook Gods Vaderhuis, dat voor ons open stond, schande hebben aangedaan en inzonderheid Zijn Vaderhart smart veroorzaakt. Waarmee wij, als kinderen der duisternis, de weg naar de eeuwige duisternis kwamen te banen. Maar wat ons nu weer door Christus doet delen in de zegen van de familieband, waarvoor het heilig Kind Jezus Zichzelf ten offer gaf, tot in de vloekdood des kruises.

Groot al is de zegen van de familieband voor het natuurlijke leven. Met een bijblijvende blijdschap denken de kinderen terug aan het gezinsleven waarin zij mochten opgroeien. Want zonder dat men het kan beseffen was het, vormend en sterkend voor de toekomst. En dat geldt vooral het christelijk gehalte, daar overluid werd gebeden en gedankt, bij het lezen van Gods dierbaar Woord na het gebruik van de maaltijd en des avonds bij het einde van de dag en des morgens bij het begin van de dag.

De Heere wil, naar de regel van het vijfde gebod, dat ik mijn vader en mijn moeder, en allen die over mij gesteld zijn, alle eer, liefde en trouw bewijze. En het doen van de wil des Vaders was het heilig Kind Jezus tot spijs en drank. Hij was daarom dan ook Jozef en Maria onderdanig.

Het is niet alleen de wil des Heeren, die ons vanwege de aard der zaak is opgelegd, maar ook in Christus en door Hem gesteld is tot onze levensbron. Want wij hebben hier tot roem van Gods genade te doen met de wet van Christus, die bij de wedergeboorte door Gods Geest geschreven wordt in het hart. Want in Gods bevelend willen is de bron en regel van ons leven. Wat een zegen als het is de vraag van ons hart, omtrent natuurlijke, geestelijke en eeuvvige zaken, die het leven raken:“Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?” Want daarin is de onuitputtelijke bron van levensmoed en levenskracht, die verloren ging in de zonde, maar verworven is door de tweede Adam Jezus Christus. Vanuit Hem is het leven, dat vermaak heeft in de wet Gods naar de inwendige mens en dat door Zijn Geest.

Het gezag, dat over ons gesteld is door de genade van Jezus Christus, begint bij vader en moeder. Om die van harte eer, liefde en trouw te bewijzen, daar de Heere dat wil. Want in de diepste betekenis van het woord wordt daarmee de Heere eer, liefde en trouw bewezen, daar Hij het gezag over ons gesteld heeft. En dat wordt beseft in de vreze des Heeren, die dan de wacht over ons houdt.

Het gezag, dat tot ons belang over ons gesteld is, werkt beschermend en onderhoudend en dat geeft rust. Een zegen die niet gesmaakt kan worden, als het gezag door de Heere geschonken niet gewaardeerd wordt. Daar is door de zonde een belse revolutiegeest ontstaan, die met allerlei slinkse streken het gezag zoekt te ondermijnen, en dat uit vijandschap tegenover Hem Die ons dat gezag heeft geschonken. Een beginsel dat opkomt uit het hart van de hel, om de mens met steeds meer vaart ten verderve te voeren. Om zo de banden van het gezag te breken en de touwen van zich te werpen. Wat, en dat doet dan niet ter zake, hoe dat ook nog wel op een godsdienstige wijze kan pldats vinden. Want in het beginsel der ongerechtigheid is vemieling en ellende.

“En de weg des vredes hebben zij niet gekend.” Want daar is geen vreze Gods voor hun ogen. De mens leeft daarin naar het goeddunken van zijn diep verdorven hart, in vijandschap tegenover God, bandeloos voort. Wij hebben dan ook tot eer van de Heere het wettig gezag hogelijk te waarderen en in de vreze des Heeren te steunen.

Het moet de kinderen in de ouderlijke woning dan ook met de ernst van de vreze des Heeren op het hart gebonden worden. Om hen dan daarbuiten aan het christelijk onderwijs toe te vertrouwen, wan het buigen voor het wettig gezag in de kracht van het Woord geleerd en betracht wordt.

De kinderen moeten gesterkt worden door het voorbeeld van de beleving, dat de Heere alle eer, liefde en trouw bewezen wordt door Hem te gehoorzamen. Want de kinderen letten niet alleen op de woorden, maar wel het allermeest op daden, waarmee die woorden gepaard gaan. En terecht, want dat is een bewijs dat zij een zeker rechtsgevoel hebben, wat door ons niet gekrenkt mag worden. Zodat zij ook als zondige kinderen anderzijds in staat zijn, met het kwade voorbeeld, eigen kwaad te gaan dekken. Waarom in de opvoeding het goede voorbeeld van woord en daad zo van grote betekenis is. Daar zij zich aan die goede leer èn straf met behoorlijke gehoorzaamheid hebben te onderwerpen. En die onderdanigheid is van grote betekenis.

Toen de Heere Jezus was achtergebleven in de tempel, waar Hij door Jozef en Maria gebracht was, om bezig te wezen in de dingen Zijns Vaders, was daarin geen sprake en zelfs niet tot in de minste graad van ongehoorzaamheid. Want Hij wist verontschuldigend te antwoorden op de vraag: “Kind, waarom hebt Gij ons zo gedaan?” En wel met deze vraag: “Wist gij niet dat Ik moest zijn in de dingen Mijns Vaders?” Een vraag waarop Jozef en Maria niet wisten te antwoorden, want de Schrift zegt: “En zij verstonden het woord niet, dat Hij tot hen sprak.” Wat het heilig Kind Jezus niet weldadig kon aandoen. Maar desniettemin ging Hij met hen af en kwam te Nazareth en was hen “onderdanig”. En zo is de innerlijke en kinderlijke onderdanigheid des geloofs door de Heere Jezus verworven. Want Hij was in alles Zijn God en Vader onderdanig in gehoorzaamheid en heeft daarmee de revolutie der ongehoorzaamheid als goddeloosheid genageld aan het kruis, tot verzoening: en bevrijding van dat helse kwaad. En zo is de gemeente des Heeren Hem onderdanig als de Gezalfde deg Vaders. En in die kinderlijke onderdanigheid is de hartelijke overgave des gemoeds aan des Heeren weg en leiding, tot zegen van groot en klein, en dat is voor ouders en kinderen. En daarin is de band van het gezin en de kracht van het huwelijk, tot zegen van de kinderen. Want dat is de bron van dienende liefde. Wat ook dient, om zich aan het doel van de straf met behoorlijke gehoorzaamheid te onderwerpen. En dat staat. in verband met de innerlijke gesteldheid des harten. Want straf zonder liefde werkt verhardend, terwijl de liefde, die verbindend werkt, alleen door de genade des Heeren maar kastijdende liefde kan voortbrengen. En die liefde wijst dan met een biddend hart, in die zeer moeilijke zaken, als vanzelf ons de weg van behandeling, want daar is geen bepaalde methode voor te bedenken. Maar de Heere wil ons daarin onderwijzen. En de liefde zoekt in elk geval het belang van het kind, tot verbinding aan de Heere en Zijn dienst.

Maar de ouders moeten met allen die over het kind gesteld zijn hun eigen zwakheid en gebreken niet over het hoofd zien. Wat wel eens plaats heeft, door een te hoge dunk te hebben van zichzelf en te stoelen op de wortel van eigengerechtigheid. Wat dezulken uiteindelijk met wreedheid kan vervullen en beide partijen niet tot zegen kan zijn, want in dat optreden is een vloek, die van ver strekkende betekenis is.

Let er op, dat de goedertierenheid en trouw in het handelend optreden tegenover het kwaad, dat bestreden moet worden, niet verlaten wordt, want dan kan het voorgestelde doel niet bereikt worden. Bind ze dan ook om uw hals, houd ze in gedachtenis en schrijf ze op de tafel uws harten, om goedertierenheid en trouw te betrachten. Want daarmee brengt de Heere dan ook Zijn afkerige kinderen weer op het rechte spoor. Want het belieft de Heere ook dat u in Zijn kracht, met uw hand zult regeren. En dat hebben wij de kinderen niet te zeggen en niet op het hart te binden. Want als er met de liefde van de goedertierenheid in het hart gekastijd wordt, dan worden de kinderen daarmee vastgehouden. En dat is de kern der zaak, de kinderen gevoelen het, dat zij met die kastijdende hand worden vastgehouden tot bevrijding van de boosheid die scheen te triomferen. En dat is tot eer van de Heere en tot zegen van het kind.

Soest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1978

Bewaar het pand | 4 Pagina's

CATECHISMUS, LEERBOEK VAN DE ORDE DES HEILS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 1978

Bewaar het pand | 4 Pagina's

PDF Bekijken