Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

VOLK TUSSEN EEUWIGHEID EN EENZAAMHEID. 9

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

VOLK TUSSEN EEUWIGHEID EN EENZAAMHEID. 9

8 minuten leestijd

We zijn gekomen tot het 7e of laatste hoofdstuk: Vervulling.

Dit hoofdstuk is bedoeld om een aantal vragen onder de ogen te zien. Tevens wil de schrijver een zeer voorzichtige poging doen om aan te geven langs welke weg de beloften die van die heilstijd spreken in vervulling gaan.

Hij behandelt eerst de vraag: door menselijke inspanning? Het antwoord daarop is: Het moge schijnen, dat de Puriteinen een zelfde verwachting koesterden als heden ten dage de moderne theologie, meer dan schijn is het toch niet. Er is een verschil, een groot verschil; er is het verschil tussen Gods werk en het werk van de mensen. Neen, die heilstijd zal geen werk van mensen zijn en geen vrucht van menselijke inspanning. „Door Mijn Geest zal het geschieden”, zegt de Heere.

Kunnen we zo nog wel de Wederkomst verwachten? Zo vraagt Ds. den Butter verder. Hij zegt dan o.a.:

Het merkwaardige verschijnsel doet zich voor, dat onder de Puriteinen, waar de verwachting van de komende heilstijd zeer sterk leefde, anderzijds toch ook vaak een intens verlangen aanwezig was naar de wederkomst van de Heere Jezus. In hoofdstuk 4 is het een en ander geciteerd van o.a. Samuël Rutherford en daaruit bleek, dat deze theoloog een stellige verwachting koesterde dat eens de Joden bekeerd zullen worden. Hoe verlangde hij ernaar dat wonder te zien plaats grijpen! Hinderde deze toekomstverwachting Rutherford nu in zijn biddend waken met het oog op de wederkomst van Christus? Was het zo, dat de wetenschap, dat er eerst nog zoveel moest gebeuren voordat Christus kon wederkomen, Rutherford verhinderde te verlangen naar de dag van Christus’ komst op de wolken? Hoor deze man zeggen: „O wanneer zullen wij elkander ontmoeten? Hoe lang duurt het nog voordat de morgenstond van de bruiloftsdag aanbreekt! (....) O, dat Hij de hemelen zou willen samenrollen als een oude mantel en tijd en dag zou willen opruimen en met haast de Bruid gereed wilde maken voor haar Man .... O, hemelen, maak haast. O, tijd snel voort, en breng met haast de trouwdag naderbij, want uitstel is een marteling voor de liefde.

Even later schrijft Ds. den Butter: Neen, inconsequent is het niet om beide te verwachten, zowel de bloeitijd van de kerk als de wederkomst van Christus. Beide zijn aanstaande en voor het geloof zeer nabij zelfs. Vandaar dat in de Puriteinse theologie beide accent krijgen. Dat kan ook, zolang immers het geloof maar aan het woord is.

Te optimistisch? Zo luidt de volgende vraag. Breed gaat de schrijver hierop in. Tenslotte zegt hij:

Leert de Schrift, dat de verwachting van een bekering van Joden en van vele heidenen ongegrond is? Moeten we dit bestempelen als te groot, ongefundeerd optimisme? Neen, de Schrift zegt dit niet. Er komen zware tijden; dat is duidelijk voorzegd. De macht der zonde neemt ongekend grote vormen aan. De mens der zonde zal met bruut geweld reageren en de kerk wordt verdrukt. Zo benauwd zal het worden, dat er van de kerk des Heeren niets schijnt over te blijven. Maar door deze zware tijden heen doet de Heere de morgenstond van een nieuwe dag komen. De antichrist wordt overwonnen door het Woord. Christus gaat regeren door Woord en Geest. Bekering vindt plaats zowel in Israël als onder de heidenen. En, de belofte gaat in vervulling. De belofte die ook spreekt van de aarde, die vol is van de kennis des Heeren.

Ds. den Butter wijst op het grote gevaar, dat we ons laten verleiden tot allerlei speculaties. Hij schrijft verder over de vervulling van de tijden der heidenen en zegt o.a.:

De tijden der heidenen kenmerken zich, zoals we zagen door rebellie tegen God en tegen Christus. De rebellie kan op twee manieren verbroken worden. Christus kan Zich de machtige tonen door al Zijn vijanden voor Zijn voeten te laten doodslaan. Zo zullen er velen verdelgd worden. Maar Christus heeft ook nog een andere methode om het verzet te breken en we mogen geloven, dat Hij ook die methode zal aanwenden. Hij zal velen van Zijn vijanden gaan bekeren. Hij zal zo met kracht door Woord en Geest op het hart inwerken dat ze hun verzet opgeven en leren bidden:„Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal?” De steen uit de droom wordt tot een grote berg die de gehele aarde vervult. Christus gaat regeren van zee tot zee en van de rivier tot aan de einden der aarde (Ps 72 : 8). Hij, tegen Wie de volken tekeer gingen, zal de heidenen ontvangen tot Zijn erfdeel en de einden der aarde tot Zijn bezitting, zoals Psalm 2 zegt (vers 8).

Dan zijn de tijden der heidenen voorbij. Ook de laatste fase, die van ijzer en leem, is dan vervuld. „Alle koningen zullen zich voor Hem nederbuigen, alle heidenen zullen Hem dienen” (Ps 72 : 11). Dan komt die tijd van bloei en zegen. Dan is daar de kennis des Heeren over de gehele wereld. De tijden der heidenen zijn vervuld. Dan gaat de volheid der heidenen in. Maar dan zal, naar het woord van de Heere Jezus, Jeruzalem ook niet meer door de heidenen vertreden worden. Als der heidenen tijden vervuld zijn, zullen de heidenen Jeruzalem geen kwaad meer aandoen. Dat brengt ons bij de laatste vraag, namelijk hoe het in die dagen met Israël zal gaan.

We nemen hier weer een en ander over:

Nu breken er andere tijden aan. Jeruzalem wordt niet meer vertreden door de heidenen. Daar heeft God Zelf een einde aan gemaakt. Er komt eindelijk vrede tussen Israël en de rest van de inwoners der aarde. Maar dan hebben de Joden ook volop gelegenheid om met hun nieuw verworven inzicht in Gods genade, de wereld te dienen. Israëls aanneming zal zijn het leven uit de doden voor de wereld. Dan zullen de Joden eindelijk ook hun roeping verstaan en vervullen. Gods plan was dat ze een zegen zouden zijn in het midden der aarde. Ja, dat zijn ze wel geweest, maar tegen wil en dank en niet goedschiks. Ze hebben de wereld moeten zegenen, maar dat is gegaan in de weg van hun val. Zo is het heil tot de heidenen gekomen. Maar zie, God zal ook dat veranderen. De een wordt niet zalig ten koste van de ander. De wereld hoort het Evangelie niet ten koste van de Jood. Ze zullen hun roeping verstaan. Was die roeping niet onberouwelijk? Niet alleen de roeping waarmee ze geroepen waren, maar ook de roeping die God hun gegeven had en die ze na moesten komen, is onberouwelijk. Eens komt dan ook de tijd, dat de Joden de wereld gaan evangeliseren.

Dan zal Israël de verkiezing ook niet meer zien als iets waardoor ze boven de andere volkeren uitsteken. Ze zullen zich niet meer in hoogmoed verheffen. Hun verkiezing wordt verstaan en beleefd als een hoge bevoorrechting, maar eveneens als een dure verplichting. Gaarne zullen ze hun plicht nakomen. Ze zullen een ijver hebben tot God. Moet Paulus nog zeggen, dat ze die ijver hebben helaas zonder verstand, dat hoeft niet meer gezegd te worden. Ze zullen met grote ijver hun God dienen en de Naam van hun Messias verkondigen. En de wereld zal er door gezegend zijn. „Leven uit de doden”.

Volk tussen eeuwigheid en eenzaamheid. Dat is Israël. „Ik heb u lief gehad meteen eeuwige liefde”. „Dat volk zal alleen wonen.” Op die zeer bijzondere plaats staat het. Met geen ander volk te vergelijken. Tussen eeuwigheid en eenzaamheid. Met alle gevolgen van dien. Maar God voert zo Zijn plannen uit, en Israël neemt daarin een grote plaats in. Israël dient om Gods heil gestalte te geven. Alle eenzaamheid ten spijt is er voor dit volk der verkiezing toch reden om te zingen. En ze zullen het eens zingen als ze terugblikkend in het verleden en vooruitblikkend naar de toekomst niets anders ontdekken dan Gods eeuwige goedheid. Ja, dan wordt de oude aansporing verstaan:


Laat Israel nu Gods goedheid loven en zeggen: Roemt Gods majesteit!
Zijn goedheid gaat het al te boven.
Zijn goedheid duurt in eeuwigheid!


(Ps 118 : 1).

Hiermee zijn we gekomen aan het einde van het boek van Ds. den Butter. We hebben getracht zo goed mogelijk zijn gedachten weer te geven. Een paar opmerkingen hebben we gemaakt. Het boek van Ds. den Butter spreekt aan. Het vraagt gelezen te worden. We kunnen ons voorstellen, dat niet ieder die ’t boek leest geheel met de schrijver zal instemmen. Er is verschil van gevoelen. Nog niet alles is duidelijk. Maar belangstelling en liefde voor het volk der Joden, het volk der verkiezing, zullen door dit boek zeker aangewakkerd worden. En we mogen wel bidden, dat gans Israël zalig worde en de Heere geve, dat wij allen mogen (gaan) behoren tot de volheid der heidenen.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1979

Bewaar het pand | 6 Pagina's

VOLK TUSSEN EEUWIGHEID EN EENZAAMHEID. 9

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juli 1979

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken