Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

DE DORDTSE LEERREGELS Les 69

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

DE DORDTSE LEERREGELS Les 69

7 minuten leestijd

HOOFDSTUK V.

Artikel VIII (vervolg).

We herhalen nog even de inhoud ervan. Allereerst:

„Alzo verkrijgen zij dan dit, niet door hun verdienste of krachten, maar uit de genadige barmhartigheid Gods, dat zij noch ganselijk van het geloof en de genade uitvallen, noch tot het einde toe in de val blijven of verloren gaan.

Hetwelk, zoveel hen aangaat, niet alleen lichtelijk zou kunnen geschieden, maar ook ongetwijfeld geschieden zou.”

In geen enkel opzicht mag Gods kind de zaligheid verwachten op grond van zijn „volharding” als zodanig. Maar wel van het feit, dat de Heere Zijn volk bewaart tot de zaligheid.

Want ach, wat zou er van terechtkomen, zo het zichzelf moest bewaren en zélf de volharding moest bewerken!

Is het niet tot hinken en tot zinken ieder ogenblik gereed? En belijdt de Kerk niet in Zondag 52 (antw. op vr. 127):

„Dewijl wij van onszelf alzo zwak zijn, dat wij niet één ogenblik zouden kunnen bestaan.” Bedoeld wordt: tegenover de aanvechtingen van de drie doodvijanden.

Het is daarom „door de kracht van de Heilige Geest”, wanneer de Kerk niet zal onderliggen, „maar altijd sterke wederstand” doen en „eindelijk ten enenmale de overhand behouden.”

Over die „zwakheid” van Gods Kerk hebben onze vaderen het in dit artikel VIII, waar zij spreken van: „zoveel hen aangaat”, dat het namelijk zou kunnen geschieden, ja, geschieden zou „van de genade uit te vallen”,. Dat „ongetwijfeld geschieden zou” bedoelt dus niet, dat zulks zou kunnen opgesloten liggen in Gods eeuwige Raad en in Christus’ verdienste en voorbidding. Dan zou heel de zaligheid der Kerk op zeer losse schroeven staan. O neen, verre vandaar!

En dat laten onze Dordtse vaderen duidelijk uitkomen in het vervolg van artikel VIII, waar we vervolgens lezen:

„Doch ten aanzien van God kan het ganselijk niet geschieden; terwijl noch Zijn Raad veranderd, noch Zijn belofte verbroken, noch de roeping van Zijn voornemen herroepen, noch de verdienste, voorbidding en bewaring van Christus krachteloos gemaakt, noch de verzegeling des Heiligen Geestes verijdeld of vernietigd kan worden.” O, wat een geweldige troost en vastigheid ligt er hier in dit gedeelte opgesloten.

De VOLHARDING DER HEILIGEN is alleen en volkomen te danken aan het werk van de VADER, van de ZOON en van de HEILIGE GEEST!

Neen, die eeuwige RAAD Gods kan nooit veranderd worden. Met andere woorden: dat God die zal kunnen wijzigen, bijvoorbeeld: sommigen uit Zijn Raad schrappen, of andere erbij zetten. Zegt de Heere niet in Jesaja 46 : 10: „Mijn Raad zal bestaan en Ik zal al Mijn welbehagen doen”?

Maar de Remonstranten leerden immers, dat de volharding der heiligen voorwaarde van Gods Verkiezing is en niet als vrucht van de verkiezing moet gesteld worden, terwijl Gods Woord duidelijk het laatste leert. Tenslotte willen we nog wijzen op Romeinen 9 : 11a, waar we lezen: „Opdat het voornemen Gods, dat naar de verkiezing is, vast bleve.”

Zo vast liggen ook ’s Heeren beloften!

Nooit kunnen die verbroken worden. Neen, nooit zal God die terugnemen of die niet vervullen.

Zijn zij niet met een dure EED door God Zelf vastgesteld?

Hebreën 6 spreekt van de „Twee onveranderlijke dingen, in welke het onmogelijk is, dat God liege.” En dat zijn Gods beloften en Zijn EED!

Ja, schrijft de apostel: „Opdat wij een sterke vertroosting zouden hebben.”

O, mocht de bekommerde Kerk toch meer op die vaste beloften Gods zien met een ootmoedig vertrouwen!

En zijn die kostelijke beloften niet voor..........armen, onwaardigen, blinden, krachtelozen in zichzelf?

Zo is ook de „roeping Gods” vast.

Haar algemene zijde is die van het Evangelie, dat aan „alle creaturen” moet gepredikt worden volgens Christus’ eigen bevel.

Maar het is noodzakelijk, dat zij worde toegepast door de krachidadige werking van de Heilige Geest. En dat geschiedt „naar Gods voornemen”, zo schrijft de apostel. En daarom kan zij nooit herroepen worden, zoals artikel VIII aangeeft en dat geheel op grond van Rom. 11 : 29: „Want de genade- giften en de roeping Gods zijn onberouwelijk.”

In de tweede plaats ligt de VOLHARDING DER HEILIGEN onwrikbaar vast in het werk van de ZOON. En wel wat betreft Christus’ Middelaars-verdienste.

Zouden de ware gelovigen kunnen afvallen van de genade, dan zou heel die verwerving en de aanbrenging van de gerechtigheid door Christus, en die vòòr God doet bestaan, ongedaan gemaakt worden, ja, volkomen krachteloos!

En dat geldt ook de VOORBEREIDING van Christus.

Zo heeft Jezus Zélf Petrus verzekerd aangaande zijn geloof, dat door satan zo ernstig zou worden aangevallen, toen Hij sprak: „Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude.”

Ja, welk een rijke troost ligt er in de voorbede van Christus voor al de Zijnen, met name in al hun AANVECHTINGEN.

Een treffende afschaduwing van die voorbede vinden we bij de strijd van Amalek met Israël in de woestijn.

Zolang Mozes zijn staf naar de hemel ophief, was Israël de sterkste. Maar ja, op de duur werden zijn handen slap en dan was Amalek de sterkste.

Toch moest Amalek het onderspit delven. Want Aäron en Hur onderstutten Mozes’ handen, zodat de staf omhoog geheven bleef. Zo blijft Christus elke ogenblik met Zijn voorbede werkzaam voor het Aangezicht des Vaders, pleitend met Zijn doorboorde Middelaarshanden op Zijn zoen- en kruisverdienste!

Zou dus Gods volk kunnen afvallen van de genade in de zin van uitvallen, dan zou ook de voorbidding van Christus tevergeefs bevonden worden. En dan wordt ook Gods volk beroofd van de vertroostingen, welke uit die voorbede voortvloeien.

Een derde weldaad van Christus’ Middelaarswerk is: Zijn bewaring!

Hij draagt al Zijn volk op Zijn Middelaarshart, zoals dat zo treffend werd afgebeeld in de borstlap van de Oud-Testamentische hogepriester. Op die borstlap stonden al de namen van de twaalf stammen Israëls geschreven of gegraveerd.

Christus bewaart de Zijnen in ’t strijdperk van dit leven.

Hij getuigt in Johannes 10 : 28 en 29: „En niemand zal ze uit Mijn Hand rukken.” En: „Niemand kan ze rukken uit de Hand Mijns Vaders.” Ja, „Er zal geen klauw achterblijven.”

Wanneer we denken aan de hoogst-ernstige tijd, die we beleven bij al de ontstellende bedreigingen van ondergang, is ’t geen wonder, dat velen dermate verontrust worden, bijzonder ook de jeugd, die ’t niet meer ziet zitten en men al meer verstrikt raakt in het zogenaamde „doem-denken”, dat is ’t „wanhoops-denken” en waardoor men de angst wil wegwerken door ’t „drugs-verbruik” of door zichzelf het leven te benemen. Ja, we lezen van die angst in Openbaring 9 : 6:

„En in die dagen zullen de mensen de dood zoeken en zullen die niet vinden, en zij zullen begeren te sterven en de dood zal van hen vlieden”.

Ten slotte ligt de „Volharding der heiligen” vast volgens ’t laatste van ons artikel in de „VERZEGELING VAN DE HEILIGE GEEST”.

Deze „verzegeling” is als een „waarmerking” van de weldaad: het EIGENDOM GODS te zijn geworden.

„Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn”, aldus verklaart de apostel in Romeinen 8 : 16.

Ook wil de Heilige Geest tot de zekerheid des geloofs brengen, waarover de laatste artikelen van hoofdstuk V handelen.

Dr.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1981

Bewaar het pand | 6 Pagina's

DE DORDTSE LEERREGELS Les 69

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1981

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken