Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Tabernakel 10e les.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Tabernakel 10e les.

De Gouden Kandelaar

7 minuten leestijd

We treden nu in onze gewijde aandacht het HEILIGE van de tabernakel binnen om drie voorwerpen te bezien, namelijk: de GOUDEN KANDELAAR, aan de linkerzijde staande; recht daartegenover: de TAFEL DER TOONBRODEN en daartussen, even voor het voorhangsel van het Heilige der Heiligen, het GOUDEN REUKOFFERALTAAR.

Allereerst dus een en ander over de GOUDEN KANDELAAR of „LUCHTER”.

In het Heilige waren geen ramen. Vandaar de plaatsing van deze GOUDEN KANDELAAR, opdat de dienstdoende priester door haar licht hun werk konden doen in het Heilige.

Zoals we al in onze vorige les opgemerkt hebben over dat eerste kleed met haar prachtige kleuren en borduurwerk van de cherubim, wat moet het toch voor die dienstdoende priester een allerschoonst gezicht zijn geweest, naar boven ziende op dat kleed bij het schijnsel van het kandelaarlicht! Dan moest hij wel met bewondering in zichzelf zeggen: „Hier weidt mijn ziel met een verwond’rend oog!”

Maar laten wij deze kandelaar wat nader bezien, alsook in haar schone betekenis.

Ja, zij was met recht een WONDERSTUK, een kunstwerk van „louter goud”. D.w.z. onvermengd, d.w.z. niet met zilveren deeltjes gemengd, dus van het allerzuiverst goud. Om dat allerzuiverst goud te verkrijgen, werd het gelouterd of gezuiverd in een smeltkroes. Psalm 12 vers 7 zegt: zeven maal. Het zeer bijzondere van de Gouden Kandelaar was ook, dat zij uit één klomp goud vervaardigd was, dus als één schoon geheel. De „rieten” of zijarmen waren dus niet aan de schacht of stam gesoldeerd om zo te zeggen. Zo ook niet met de „versieringen”, welke tussen die zijarmen en aan de stam waren aangebracht.

Zij bevatte zèlf geen licht. Zij was „draagster” van het licht, dat uit de olie in een „schaaltje” met de pit erin, haar schijnsel gaf. Zo was dus de Kandelaar „lichtdraagster”.

En als zodanig was zij een uitbeelding van de Kerk des Heeren.

Want dat lezen we in Openbaring 1 : 20, waar de Gemeente des Heeren vergeleken wordt met „zeven gouden kandelaren”. Daar staat: „En de zeven kandelaren, die gij gezien hebt, zijn de zeven gemeenten.” Dit zijn de zeven gemeenten van Klein-Azië: Efeze, Smyrna, Pergamus, Thyatire, Sardis, Philadelfia en Laodicea.

Welnu, zo krijgt ’s Heeren Kerk haar licht van Christus. Hij sprak: „Ik ben het Licht der wereld”. Ja, „alle schatten der wijsheid en der kennis Gods zijn in Christus verborgen”, schrijft de apostel in Kolossenzen 2 : 3.

Het licht van de kandelaar straalde uit de zeven lampjes. Drie uit de linkerzijde en drie uit de rechterzijde, terwijl de zevende was gevormd aan de top van de kandelaar. Wel liepen de beide drie armen met een kromming van een vierde cirkel omhoog, maar toch zó, dat ook de bovenste, de kortste zijarm, op gelijke hoogte met de andere zes uitkwam. U ziet dit op de foto.

We zien ook tussen rieten of zijarmen „versieringen” aangebracht. Deze bestonden uit het „schaaltje”, waarin de olie met het pitje was. Dit schaaltje had de vorm van een halve amandelnoot, in de lengte doorgesneden; verder uit een „knoop” of „knop” en een „bloem”, die volgens de Griekse overzetting een „lelie” was.

Wanneer we hier herinneren aan het feit, dat de kandelaar uit één klomp goud was bewerkt, waartoe ook de „rieten” en de „versieringen” behoorden, dan moet deze kandelaar dus wel als een KUNSTSTUK worden aangemerkt!

Zo verkregen haar „versieringen” schone heils-betekenis, waarop we nader willen terugkomen.

Maar eerst een en ander over deze „GOUDEN KANDELAAR” in haar rijke betekenis. Zij kunnen allereerst een duidelijke vergelijking maken van de Kandelaar en haar zijarmen met de gelijkenis van de „wijnstok en haar ranken”, welke gelijkenis ons ook wijst op Christus en Zijn volk. En waarin bestaat dan die vergelijking?

Wel, bij de Kandelaar in het Heilige met haar „rieten” of „armen” kunnen we een overeenkomst opmerken met een boom en zijn takken, hier in ’t bijzonder dan als een wijnstok en zijn ranken.

Zo heeft Christus gezegd: „Ik ben de Wijnstok en gij de ranken; die in Mij blijft en Ik in hem, die draagt veel vrucht.” (Johannes 15 : 5).

Zo komt hier voor ons de ernstige vraag naar voren: Mag ik ook zulk een rank zijn aan die Wijnstok? Maar dan een „levende” rank. Want er zijn ook dode ranken, die wel aan de wijnstok zitten, maar geen levensrelatie met de wijnstok hebben.

Dat geldt ook van hen, die wel lid van een kerkverband zijn, doch slechts „uiterlijk”, alleen krachtens de doop, maar niet krachtens haar „betekenende zaak”, de wedergeboorte. Deze „dode” ranken zullen eens buitengeworpen worden.

O, wat is dan de „inlijving” in de ware Wijnstok noodzakelijk. En hoevelen menen en houden er zich voor „levende” lidmaten van de kerk krachtens een slechts „uiterlijke” levenswandel, op zichzelf prijzenswaardig, maar niet genoeg voor de eeuwigheid! Zij missen de ware levensvruchten uit de Wijnstok. Zij kunnen het zo best doen met het „kunstlicht” van het nabij-komend werk. Daarvoor is juist het „bekommerde” hart zo ontrust, maar voor zulk een hart blijft het zeker waar: „En Ik zal geven, dat hun werk in der waarheid zal zijn.” Jesaja 61 : 8.

De lampen van de Kandelaar brandden ook des nachts.

Zij moesten ook dagelijks gereinigd worden en wel des morgens. Door het branden van de lampen zonk de pit neer en dreigde zij dus in de olie weg te zinken. Daarom moest de pit weer opgetrokken worden en de verbrandde punt afgesneden.

Wat ligt hierin treffende vergelijking.

Zo kan Gods kind wel eens in een ingezonken zielsgeteldheid geraken, ook door bestrijdingen en aanvechtingen van de duivel, alzo een „rokende vlaswiek gelijk. Ja, ook bekommerden, die aangevochten worden over hun „staat” voor de eeuwigheid.

O, wat is het voor dezulken dan een bijzondere vertroosting, dat de Heere hen verzekert met die kostelijke belofte uit Jesaja 42 : 3: „Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken en de rokende vlaswiek zal Hij niet uitblussen.”

En wanneer dan de vernieuwde toevoer van de olie, als beeld van de werking van de Heilige Geest, weer plaats heeft, dan rijst de gedoofde pit weer omhoog en daalt het licht weer neer in de ziel van „God’s vertroostend Aangezicht”.

Dan mag zulk een „lichtdrager” weer vervaardigd worden die kostelijke vrucht te openbaren van het: „Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.”

Lezer(es)! Bent u ook zulk een „riet” van die Kandelaar geworden? Misschien zulk een „rokende vlaswiek”?

Hebt u al „olie in uw vaten”? Zo niet, gaat dan nog tot de „verkopers”. Zij is „om niet” te krijgen!

Vreselijk zal het zijn voor degenen, voor wie het „te laat” is, als het „heden der genade”. . . . . voorbij is en dat kan zo vlak bij liggen! Dan vind u „de deur gesloten” en moet u de stem vernemen: „Ik heb u nooit gekend!”

Nog staat de „kloppende Heiland” voor de deur van uw hart en zegt: „Ik raad u, dat gij van Mij koopt goud, beproefd komende uit het vuur, opdat gij rijk moogt worden en witte klederen, opdat gij moogt bekleed worden en de schande uwer naaktheid niet geopenbaard worde; en zalf uw ogen met ogenzalf, opdat gij zien moogt.” Openbaring 3 : 18. Maar voor die ware „lichtdragers” zou eens worden vervuld:


„En aldaar zal geen nacht zijn.”


In de volgende les D.V. willen we nog even stilstaan bij de heilrijke betekenis van de genoemde „versierselen” aan de Kandelaar. En nog iets zeggen van het „voetstuk”, waarop de Kandelaar gezet was.

Dr.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 18 November 1982

Bewaar het pand | 8 Pagina's

De Tabernakel 10e les.

Bekijk de hele uitgave van Thursday 18 November 1982

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken