Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De Tabernakel Zeventiende les

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Tabernakel Zeventiende les

HET HEILIGE DER HEILIGEN

7 minuten leestijd

B. De voorwerpen in de ark

Onder de „voorwerpen” in de ark noemen we allereerst: de WET des Heeren en vervolgens: de GOUDEN KRUIK met manna en de STAF van Aäron.

Op Gods bevel moest in de ark gelegd worden: de WET DES HEEREN, geschreven op de twee stenen tafels.

In de eerste plaats lag zij daar als een „GETUIGENIS”, ja, als een blijvende getuigenis.

Ook de ark zèlf werd zo genoemd. We lezen in Exodus 25 : 22: „En aldaar zal Ik bij u komen en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af, van tussen de twee cherubs, die op de ark der getuigenis zijn zullen.”

En in Numeri 7 : 89b:

„Van boven het verzoendeksel, hetwelk is op de ark der getuigenis.” Zo moest de Wet des Heeren een blijvend getuigenis zijn voor Israël. En zulks was noodzakelijk. Want wat bleek bij het volk van Israël en dat zo vlak bij deze wetgeving? De eis van Israël aan Aaron om een gouden kalf te maken. Honend riep toen het volk uit: „Dit zijn uw góden, Israël, die u uit Egypteland opgevoerd hebben!”

En zal dan dit „blijvend” getuigenis der Wet ook voor nù niet gelden, al is er de ark niet meer? Ongetwijfeld. Want de Heere heeft Zijn heilige Wet op doen nemen in Zijn WOORD! En iedere Zondag klinkt ons Gods Wet tegen in Gods huis! Wat doet het u?

O, buiten Chrsitus en zonder genade behoudt zij haar veroordelend karakter. Hoort het uit Galaten 3 vs. 10: „Vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen”.

Maar wat ging er tevens een ontroerende spraak uit van het feit, dat de wet des Heeren lag onder het „gouden verzoendeksel” van de ark!

En ieder jaar, op de grote verzoendag, ging de hogepriester het Heilige der heiligen binnen met het bloed van de geslachte bok en besprengde daarmee het gouden verzoendeksel.

Heeft dan elke Israëliet gedeeld in de persoonlijke zegen van deze bloedbesprenging? Ach, ’t zal ook toen zijn geweest gelijk thans: veelal Gods inzettingen genomen als vorm, zonder innerlijke behoefte des harten. Maar welk een troost mocht en mag ervaren worden, wanneer men als een schuldig en strafwaardig zondaar de toevlucht mag nemen tot de Heere met de belijdenis:

„Zo Gij, Heere, de ongerechtigheden gadeslaat: Heere, wie zal bestaan? Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.” (Ps. 130 : 3 en 4).

„En aldaar zal Ik bij u komen en Ik zal met u spreken van boven het verzoendeksel af.” Ja, nù spreekt de Heere door Zijn Woord tot zulk een verslagen zondaar! Van „voorbijgang”; van vrede door het bloed des kruizes!

Het is Christus, Die nu in de hemel pleitend is voor een schuldig volk bij de Vader, Zijn doorboorde Middelaarshanden opheffend!

Maar, geldt dat ook voor mij? zo zal iemand vragen? Hoe zal ik dat mogen weten?

Wel, alleen .... door het geloof, dat de Heilige Geest werkt in het hart door de verkondiging van het Heilig Evangelie en het sterkt door het gebruik van de sacramenten! (Heidelb. Kat. Zondag 25).

Dat wil dus zeggen, dat de Heilige Geest in het hart werkt het BEGINSEL van het ware geloof door het Woord en de BEPROEVING ervan, maar deze ook „versterkt”, daarbij Zich bedienend van het „gebruik der sacramenten”. O. kostelijke versterking! Want daarin leert de Heilige Geest het heilbegerig hart enerzijds sterven aan al de „beweeg-offers”, welke men zoekt aan te brengen door wettische betrachtingen, zoals Paulus aangeeft in 2 : 19: „Want ik ben door de wet der wet gestorven, opdat ik Gode leven zou” en anderzijds het geloof doet beoefenen tot zalige beleving: „En het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonden.” (1 Joh. 1 : 7).

Maar laat ons nu bezien de gouden kruik met manna en de staf van Aäron.

Allereerst de vraag: lagen beide voorwerpen ook in de ark? Hierover zijn de meningen verschillend. Wel werd ook de kruik met manna gelegd in de ark. Maar men meent, dat de „staf van Aäron” niet in, maar vóór de ark werd gelegd. Men grondt dit op Numeri 17 : 10, waar we lezen: „Toen zeide de Heere tot Mozes: „Breng de staf van Aäron weder vóór de getuigenis in bewaring.” Bij de inwijding van de tempel van Salomo blijkt ook, dat er niets in de ark was, dan alleen de twee tafelen, die Mozes bij Horeb daarin gedaan had.

We lezen dat in I Kronieken 8 : 9 en in II Kronieken 5 : 10.

In ieder geval is het toch zò, dat het met die staf, alsook met de kruik met manna ging: om de „bewaring” ervan!

Deze beide voorwerpen dienden eveneens voor Israël tot een blijvend getuigenis en wel van de grote wonderen des Heeren, ja, van Zijn rijke bemoeienissen met een schuldig, murmurerend volk in de woestijn!

Allereerst: de gouden kruik met manna.

Het was „het brood, dat uit de hemel is neergedaaid”. Iedere morgen mocht het volk de witte korrels verzamelen, zoveel als nodig was voor die dag. Daarin openbaarde zich de „heerlijkheid des Heeren”, de „Kaböd van Jahwè.” Zo werden zij:

„Daaglijks begenadigd: Met manna, hemels brood, verzadigd.” (Ps. 105 : 22 ber.)

En wanneer men uit overmoed meer dan voor 1 dag verzameld had, kropen er de wormen uit. Het kwam dus ten zeerste aan op: gehoorzaamheid!

Deze kruik met manna was ook van goud. Dat wees ook hier duidelijk op de „zuiverheid” en „kostbaarheid”.

Ook deze gouden kruik is er niet meer. En toch weer wel, maar dan in een andere zin, namelijk in- en door Gods Woord en aan de Dis des verbonds. Want zij was ook een duidelijke heenwijzing naar Christus! Getuigde Hijzelf niet tot de Joden: „Ik ben dat levende Brood, Dat uit de hemel nedergedaald is.” (Johannes 6 : 51a.) En in vers 48 getuigde Jezus: „Ik ben het Brood des Levens.”

En nu komt het er ook voor òns op aan: te hongeren naar dàt kostelijke Brood! Kent u, lezer(es) die honger?

En nu moest Israël het manna verzamelen. Dat moest dus bukkend geschieden. Kent u ook dàt bukken als één, die de dood en een eeuwige honger verdiend heeft?

Ja, die laat de Heere niet van honger omkomen! Want Hii zegt zèlf: „Die tot Mij komt, zal geenszins hongeren.” (Joh. 6 : 35).

En hoe komen dezulken tot de Heere? Dat staat in psalm 70 : 3:


„Ik ben nooddruftig, arm en naakt;
O God, mijn Helper uit ellenden!
Haast U tot mij, wil bijstand zenden;
Uw komst is ’t, die mijn heil volmaakt."

Zo zullen zij komen met smeking en geween! „Omdat” zij zo smeken en wenen? O neen! Maar .... „langs de weg” van het smeken en wenen. Zo trekt de Heere hen. „Ik trok ze met mensenzelen, met touwen der liefde”. (Hosea 11 : 4).

En dan ligt er ook een heerlijke belofte voor de hongerigen, namelijk: „Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid; want zij zullen verzadigd worden.” (Mattheus 5 : 6.)

Nu is hièr aan deze kant van het graf die verzadiging voor Gods kinderen ook „ten dele”, namelijk, met de „brokskens”. Maar de volle verzadiging heeft straks plaats in de eeuwige heerlijkheid, wanneer zij zullen aanzitten aan de „bruiloft des Lams”.

Zult ù daaraan ook mogen aanzitten?

Is ’t uw bede:


„Geef mij d’ allerlaagste plaats,
Zo Gij mij een plaats wilt geven;
Want nooit heeft iemand zoveel kwaads
Tegenover zoveel goeds bedreven”


D. V. in een volgende les een en ander over de bewaring van de „staf van Aäron”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1983

Bewaar het pand | 6 Pagina's

De Tabernakel Zeventiende les

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 februari 1983

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken