Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Vragen rondom het levenseinde

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Vragen rondom het levenseinde

8 minuten leestijd

2. Een nadere bepaling van het onderwerp

Een nadere bepaling van het onderwerp? Ik kan begrijpen, dat iemand zich afvraagt, als hij of zij dit leest: waarom is dát nodig? We zouden het toch over euthanasie hebben! Inderdaad, maar toch kunnen we eenvoudig niet om een nadere omschrijving van dit onderwerp heen. Vragen als: wat betekent euthanasie?, wat bedoelen wíj ermee? moeten besproken worden. Dat dit noodzakelijk is blijkt wel als we eens even het woord “euthanasie” opvangen uit een gesprek. Je weet dan nog helemaal niet waar ze het precies over hebben. Nog erger wordt de verwarring, als de boeken en brochures geraadpleegd moeten worden die hierover schrijven. Wat de één wel euthanasie wil noemen, verwerpt de ander als zodanig. Uiteraard ligt daar vaak een eigen standpunt achter: wat de één als een weldaad prijst zal de ander als een ramp of in ieder geval als een verboden zaak afkeuren. Maar dan is het soms nog de vraag of het wel over hetzelfde gaat. Zo komt het uit dat er een grote verscheidenheid is in het gebruik van het begrip “euthanasie”. Het is daarom goed tevóren te zeggen, waar we het hier over hebben. Dan behoeft niemand daar in het vervolg naar te raden.

Wees niet bang dat ik daarmee lang bezig zal zijn. Nog altijd geloof ik dat juist voorstanders van “levensverkortend” handelen - u merkt al dat we ook een bepaalde gedachte hebben over euthanasie! - daar heel lang werk mee hebben en er véél bladzijden aan besteden om het te zeggen, wat zij eronder verstaan. Prof. dr. H.M. Kuitert heeft een boek geschreven over dit onderwerp onder de titel “Gewenste dood”. De titel alléén spreekt al! Hij verdedigt een “ja” onder heel wat beperkingen, dat wij hem niet na mogen zeggen naar mijn diepste overtuiging. Maar: het is verbazend hoe deze professor een ruimte neemt om eerst eens te zeggen wat hij onder euthanasie verstaat. Ondertussen wordt het duidelijk dat de brede aanloop tot de omschrijving van het begrip in feite al een verdediging is van het standpunt dat deze professor heeft. Het blijkt niet gemakkelijk om een “terreinverkenning” te geven zonder dat de gedachte die men er tevoren al over had, mééspreekt. Ik geloof dat we gerust kunnen bekennen, dat dat voor iedereen mogelijk is. We hebben er allemaal, min of meer doordacht, wat van. Het maakt echter wel verschil of we daarbij erkennen dat er iets is, dat wel vóóropgezet moet worden, n.l. het gebod des Heeren. Dit laatste wordt n.l. zoveel vergeten. Men gaat tekeer tegen van-te-voren vastgelegde meningen - en doet er ondertussen zelf volop aan mee! - maar heeft het gebod des Heeren niet als het gezaghebbende Woord erkend. Dan kan men over een bepaalde zaak, in dit geval dus over euthanasie, willen discussiëren, maar die discussie is in het begin al fout omdat men voorbijgaat aan wat de Heere zegt. Het is mede daarom, dat er niet zo’n lange aanloop nodig is om te zeggen, wat wij er nu precies mee bedoelen.

Het woord “euthanasie”

Het zal haast niet nodig zijn veel over het woord “euthanasie” te zeggen. Het is bijna ieder wel bekend dat het hier over een samenvoeging gaat van twee Griekse woorden: “eu” en “thanatos”. Het geheel wil zeggen “een goede dood”. Dat woord zegt op zichzelf niet zoveel, als we er niet bij zeggen wat we eronder verstaan. In de 17e eeuw schreef prof. Hoornbeeck, leerling en ambtgenoot van Voetius, een werk dat over “euthanasie” gaat in de zin van het godzalig sterven in Christus: “Euthanasie oftewel sterven”. Maar deze strijder heeft daarbij niet kunnen denken aan de betekenis die er vandaag aan gegeven wordt. Hij wist gelukkig wel van dat “wél sterven” af, toen hij na veel moeite en strijd in mocht gaan in de eeuwige zaligheid.

Duidelijk is dat het woordgebruik een heel andere kant is opgegaan. We kunnen het betreuren dat we dit woord niet meer in de bovengenoemde zin horen gebruiken en zelfs proberen het tegenover anderen die inhoud weer te geven, het feit ligt er dat het zo niet meer in het algemene spraakgebruik is. Het al-of niet godzalig sterven is daarbij niet allereerst in geding, het gaat om het menselijk ingrijpen in het stervensproces. In een boek over stervensbegeleiding en euthanasie (P. Sporken en J. Michels) las ik deze omschrijving van euthanasie “de opzettelijke verkorting (hetzij actief, hetzij passief) van het stervensproces, dat onherroepelijk en binnen afzienbare tijd tot de dood zal voeren”. Van zo’n omschrijving zal veel gezegd kunnen worden. Er zal veel bijgevoegd moeten worden en verklaard. Het is waar. Maar deze kan gelden als een zekere objectieve weergave van wat men op het oog heeft: “levensverkortend handelen in het stervensproces”. Daarbij zegt deze omschrijving niets over het standpunt. In ieder geval geeft die duidelijk weer, waarover we het willen hebben. Over het opzettelijk ingrijpen in het stervensproces tot spoediger einde van het menselijk leven. Ik weet dat ik dan een bepaalde ruimte overlaat. Die hopen we later wel wat meer te vullen.

Onderscheidingen zeggen niet alles

We kunnen ook niet helemaal voorbijgaan aan allerlei onderscheidingen die men bij het begrip euthanasie maakt. In de praktijk hebben we met deze onderscheidingen te maken en ze worden ook menigmaal misbruikt om de verkeerde gedachte van euthanasie aanvaard te krijgen. Zo spreekt man van “actieve” en “passieve” euthanasie. Actieve euthanasie is het opzettelijk ingrijpen tot levensbeëindiging bijv. door het geven van een dodelijke spuit. Passieve het nalaten van een bepaalde handeling, waardoor het leven verlengd werd. Sommigen zeggen: als je in bepaalde gevallen voor het nalaten van een behandeling bent, dan kan je in wezen ook niet tegen het z.g.n. verlossende spuitje zijn. Zo probeert men inderdaad euthanasie tot gemeengoed te maken. Soms zal deze onderscheiding verwarrend werken. Immers niet altijd zal het zo zijn dat nalaten van een bepaalde handeling opzettelijke levensverkorting genoemd kan worden. Anderzijds kan het dat toch in andere gevallen wél zijn: Laten kán “doen” zijn. Dat zal ieder moeten toegeven. Iedere handeling of het nalaten daarvan zal afzonderlijk beschouwd moeten worden.

Ook spreekt men wel van “directe” en “indirecte” euthanasie. Met het laatste wordt dan bedoeld bijv. het geven van pijnstillende middelen tijdens het stervensproces. Die middelen kunnen - menselijk gesproken - als bijwerking hebben de verkorting van het leven. In veel opzichten meen ik dat we toch hetzelfde moeten zeggen als bij het spreken over passieve euthanasie. Wie zou durven zeggen dat er geen pijnstillende middelen toegepast mogen worden, al kan iemand het zelf niet willen? Anderzijds kan toch deze manier ook misbruikt worden. Ook hier is het nodig te zeggen: ook dit onderscheid kan versluierend werken.

Laten we voorzichtig zijn met onderscheidingen te werken, die op een verborgen manier toch dienstbaar zijn om het leven te verkorten, waar we toch duidelijk het gebod des Heeren tegenover ons hebben. Het is opmerkelijk dat in de z.g.n. euthanasieverklaring, die door de Nederlandse Vereniging voor vrijwillige euthanasie is opgesteld - en die iemand dus tevoren invult - niet alleen gevraagd wordt om toepassing van euthanasie, als hij te eniger tijd, door ziekte, ongeval of welke oorzaak ook, in een toestand komt te verkeren, waaruit voor hem geen herstel tot een redelijke en menswaardige (!) staat te verwachten is. Nee, hij vraagt ook a) dat op mij geen middelen of technieken zullen worden toegepast die bedoelen de fysieke processen in mij te onderhouden of te verlengen, b) dat op mij geen middelen of technieken zullen worden toegepast, die bedoelen mijn bewustzijn te onderhouden of op te wekken. Zo’n verklaring is verbijsterend. Vreselijk dat zoiets ook nog een “levenstestament” wordt genoemd. Maar het blijkt dat men in alle gevallen “gedekt” wil zijn. Men vreest ook voor “levensverlengende” middelen en technieken. Het is erg om te zeggen maar zó wordt een zo spoedig mogelijk einde gevraagd. Zo bang is men voor verdere verlenging in de z.g.n. mensonwaardige staat. Zullen wij dan niet bang zijn dat - op welke manier dan ook - euthanasie in strijd met Gods gebod wordt toegepast?

Ik hoor iemand zeggen: maar hoe moet het dan in bijzondere gevallen . . . .? Laten we daar nu niet op ingaan. Ik hoop dat u die vrees met mij deelt, dat we - hoe dan ook - zullen meewerken aan een opzettelijk verkorten van het leven. Dáárvoor te vrezen terwille van die God, Die het leven gegeven heeft als een geschenk van Zijn Hand en die ons ook de roeping schenkt om daarmee te handelen naar Zijn Woord, is zeker onmisbaar om onze weg te gaan in een wereld, die daar niet van wil weten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1984

Bewaar het pand | 4 Pagina's

Vragen rondom het levenseinde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 januari 1984

Bewaar het pand | 4 Pagina's

PDF Bekijken