Bekijk het origineel

Het wondere werk van de Heilige Geest

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het wondere werk van de Heilige Geest

8 minuten leestijd

“Want gij hebt niet ontvangen de Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen de Geest der aanneming tot kinderen, door Welke wij roepen: Abba, Vader!”

Johannes op Patmos heeft gezien een schare voor de troon van God en voor het Lam, een schare die niemand tellen kan. Ik dacht dat er in de Bijbel staat: velen zijn geroepen, weinig uitverkoren. Klopt dat nu wel? Is dat niet in tegenspraak met elkaar? Neen! De weinigen blijken toch een schare te zijn die niemand tellen kan. Dus zelfs niet tien of twintig miljoen, maar ontelbaar velen.

Er komt een vraag op. Deze: zou dat wat Johannes gezien heeft geen utopie zijn geweest? Als we toch letten op al die tegenkrachten ten opzichte van het Evangelie. Zeker, er was eerst een opmars. Maar vandaag is er de secularisering. Wat een tegenstand, wat een vijandschap, wat een ongeloof! Toch een schare die niemand tellen kan? Ja zeker! Door de Pinkstergeest. Hij is er de waarborg van. Door niets tegen te houden.

Die Geest is de Geest der genade. Dat wordt onderstreept door die woorden die Paulus zegt tot de Romeinen: “gij hebt ontvangen de Geest”. De Heilige Geest ontvangen is geen zaak van verdienste. Dat is een zaak van genade, van enkel genade. Jezus Christus heeft het geven verdiend. Door Zijn werk, doordat Hij aan het vloekhout heeft gehangen, doordat Hij aan het vloekhout is gestorven. Hij heeft de Heilige Geest verworven.

Het ontvangen is door Hem en van Hem.

Kan het ook van u gezegd worden dat u ontvangen hebt de Heilige Geest? Ik persoonlijk moet de Heilige Geest ontvangen. Dat moet; ’t is het allernoodzakelijkste.

Want zonder de Pinkstergeest blijf ik dood, dood in zonden en misdaden. Zal ik leven, eeuwig leven dan moet ik de Pinkstergeest ontvangen.

Welk een rijke prediking: dat grote geschenk, die levendmakende Geest wordt om niet ontvangen. Moet u het van ’t gegeef hebben? Kijk, dat is het eerste wat de Geest doet: Hij maakt gesloten handen tot open handen, tot bedelaarshanden. Dan leren we ’t gebed: “Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwe Geest”.

Weet u waarin het ten volle uitkomt dat de Geest de Geest der genade is? In Romeinen 7 beschrijft Paulus wie de mens van zichzelf is. De mens wordt getypeerd als vlees, als enkel vlees. Vlees, zo zijn we als gevallen mensen; vleselijk en verkocht onder de zonde. Alleen maar vlees, waarvan het bedenken is vijandschap tegen God. Vlees en Geest dat hoort niet bijeen. Dat ligt mijlenver uiteen. Hier komt de grootheid van het Pinksterwonder naar voren. De Pinkstergeest wordt gegeven aan vleselijke mensen! Waarom zegt u: hoe zou het voor mij ooit Pinksteren kunnen worden? Wilt u, onwaardige, u eerst waardig maken? Wilt u een streep halen door dat woord genade? Weet dat de Geest is de Geest der genade.

De Geest is ook de Geest der verlossing. Dat is het tweede waarvoor hier het Woord ons plaatst. Hij is de Geest der verlossing. Waar verlost Hij dan van? Van de wet! Paulus schrijft: Gij hebt niet ontvangen de Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze.

De Heilige Geest is niet de Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze. Wat wordt daarmee bedoeld? Wel onder het Oude Testament was er de dienstbaarheid. In ’t Grieks wordt een woord gebruikt dat betekent: slaafse dienst, een dienst van slavernij. Een slaaf in vroeger tijd had een harde dienst. De meester droeg hem het werk op. Denkt u aan Israel in Egypte. Israel onderworpen. De Egyptenaren heer en meester. De slavendrijvers zweepten voort. Altijd doen en meer doen, dag en nacht.

Dat was de situatie onder het Oude Testament. Er was de eis van het werkverbond: doe dat.

Wij hebben het werkverbond verbroken, maar God heeft het niet verbroken. God eist: doe dat. In geen andere weg leven. Doe dat en gij zult leven. Wilt u naar de hemel, wilt u zalig worden, wilt u eeuwig leven, alleen door wetsvolbrenging, volmaakte wetsvolbrenging. Wie niet aan die eis volkomen voldoet, die treft de vloek der wet: het doemvonnis. Voort zweept de wet van het werkverbond, al maar voort. Een keiharde meester. De slaaf hier moet altijd vrezen, vrezen of hij wel genoeg gedaan heeft.

Is het geslacht van slaven uitgestorven? Is de slavernij ook in deze zin afgeschaft? Helaas niet. Ze zijn er ook vandaag nog: mensen springlevend aan het werkverbond. Evenwel die slaafse dienst is niet van de Geest, maar van het vlees. Het vlees dat zich zoekt te behouden. Door de werken der wet. Verdienen, rechten laten gelden, de knechtsgestalte. Straks het loon eisen dat rechtens toekomt.

De Heilige Geest verlost van de wet, van die slaafse dienst. Hij maakt vrij van de wet, van de eis, van het vonnis, van de vloek der wet. Hij maakt vrij van de vrees, van de voortdurende angst niet genoeg gedaan te hebben.

Hoe verlost Hij? Wel: Hij doet sterven aan de wet door de wet. Hij leert geen verwachting van de wet meer over te houden. Dat is een pijnlijke zaak voor het vlees, voor het ik. Dat wordt kruisiging genaamd, en wat is pijnlij ker en smartelijker dan de kruisdood sterven? Zwaar en menigmaal die wet overtreden, en dan de vloek der wet! Verloren? Neen, ik heb ’t verloren. De Heilige Geest leidt naar Golgotha. Welk een woord vanaf dat vloekhout: “het is volbracht!” Hemelse muziek voor een verloren mens! Daardoor vrij van de wet. Geheel en al. Welk een verlossing!

Neen, echt niet, de Geest is niet de Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze. Altijd toch weer het pogen door de werken der wet. Nog weer het aantrekken van de werkkiel. Maar hoort u: de Geest is niet de Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze. De Geest verlost van die slaafse dienst. Hij maakt slaaf af, helemaal. Hij, Hij maakt . . . van slaaf tot kind.

Dat is het derde dat in de tekst naar voren komt. De Geest is de Geest der aanneming. Gij hebt, zo zegt Paulus tot de Romeinen, gij hebt ontvangen de Geest der aanneming tot kinderen, door Welke wij roepen: Abba, Vader!

De Geest is dus de Geest der aanneming tot kinderen. Hier ziet u wat Zijn werk is. Hij maakt weer kind. Neen, niet van nature. Geadopteerd, aangenomen. Maar dan toch kind, geheel en al. Onbegrijpelijk wonder. Wonder van genade. Wonder van het welbehagen, van verkiezende liefde.

Ik van mijzelf een kind van de satan. Vrij willig, moedwillig van God afgevallen, Hem de rug toegekeerd. Het Vaderhuis uitgegaan. Daarom een kind van de toorn, dat alleen recht heeft op de eeuwige toorn, een ellendig zondaar. En dan nu een koningskind, kind van God. Welk een genade! Welk een liefde! Welk een eer!

Dat maakt de Heilige Geest nu. Hier is Zijn werk. De Pinkstergeest maakt tot kind. Hij leidt tot de eeuwige, natuurlijke Zoon van God. Hij, Jezus Christus, Gods eigen Zoon, Zijn eniggeboren Zoon, Deze kind des toorns geworden. Geheel vrijwillig. “Zie, Ik kom om Uw wil te doen”. In Gethsemané voor Hem God geen Vader meer, maar Rechter, een Rechter Die het bloed en het leven opeist. Op Golgotha een verlaten kind. Geen Vaderarmen meer, geen Vaderliefde meer, geen Vaderoog meer. Verlaten. Al Gods toorn en al Gods vloek over Hem uitgestort. Door Hem, in Hem weer kind.

Diezelfde Geest doet nu roepen: Abba, Vader! Let u erop: door Welke zo staat er. Niet ik doe roepen. Hij doet roepen. Hier is Zijn werk. Hier is de vrucht van de Pinkstergeest. Hij doet roepen. Dit noem ik de triomf van de Heilige Geest. Tegen alle ongeloof en vijandschap en vleselijk bedenken in. O neen, niet ik breng mij daar. De Heilige Geest brengt daar. Daartoe is Hij uitgestort. Hij herstelt in de rechte verhouding.

Door die Geest ga ik roepen, en dat roepen is aanroepen, God als Vader, Abba Vader. Abba is het aramese woord voor vader. Staat het er nu niet dubbel? Neen! Ab, abba, dat zijn de eerste klanken van een kind. Niet dat een kind reeds aramees leert. Maar een kind begint niet met vader. Altoos met ab, abba. Dat wordt papa, en pas later vader. In geestelijke zin niet anders. Maar het wordt wel: vader. Daar leidt de Geest naar toe. Dat is uiteindelijk Zijn werk. Hij doet God aanroepen als Vader.

Zo is de Pinkstergeest de Geest der genade, der verlossing en der aanneming. Daarom zal er straks zijn een schare die niemand tellen kan. Dat is door niets en door niemand af te keren. Door die Geest vanwege het werk van Jezus Christus naar het Vaderhuis om te staan voor de troon en voor het Lam om daar te zingen van het wonder van Gods verkiezende liefde, van het wonder van Christus’ plaatsvervangend werk en van het wondere werk van de Heilige Geest.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1986

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Het wondere werk van de Heilige Geest

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1986

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken