Bekijk het origineel

Voor de jeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor de jeugd

Nehemia 13

9 minuten leestijd

Beste jongelui!

Wij hebben vernomen dat Nehemia bezoek had ontvangen van zijn broeder Hanani en enige andere mannen, die uit Jeruzalem gekomen waren om hem mee te delen hoe het daar opstond. Het was er in één woord treurig gesteld. Want de muren waren nog steeds niet herbouwd, en het volk verkeerde in grote ellende en versmaadheid.

Deze dingen lieten Nehemia niet onbewogen. Hij wist zich solidair met zijn volksgenoten. Het bracht hem in het gebed voor het aangezicht des Heeren. Het is natuurlijk altijd een goede zaak, wanneer we met onze noden naar de Heere gaan. Ken Hem in al uw wegen, dat staat ook niet voor niets geschreven in het woord van God. Wordt dit door ons ook ter harte genomen? Laten we eerlijk wezen. We weten doorgaans wel hoe het moet, doch als het er in de praktijk van het leven op aan komt, komt er dikwijls niet veel van terecht. We zoeken het dan zelf wel uit. Het blijft waar, wat wel eens gezegd is: God, Die is allerbest, Die houden wij voor het allerlest. Bij Nehemia was dit niet het geval. En dat is genade van God. Want een ieder moet zijns zelfs zaligheid steeds weer zoeken met vrezen en beven. Doch daar tegenover staat dat het toch altijd weer God is, die in de mens werkt, beide het willen en het werken naar Zijn welbehagen.

We hebben ook gehoord, dat toen Nehemia de ellende vernomen had, dat er bij hem een plan was gegroeid. Wat dat plan was, is tot nu toe voor ons een verborgenheid gebleven. Het komt in het tweede hoofdstuk, dat nu onze aandacht vraagt, wat nader uit de verf. Het was een heel goed plan, tot heil van het volk. Doch plannen moeten ook worden uitgevoerd. Daar moeten wij ook aan denken. Want er zijn onder mijn lezers mogelijk ook wel mensen die met plannen rondlopen. Snode plannen. Die zijn er maar al te veel. Kwade zaken worden dan uitgebroed en ook niet zelden uitgevoerd. Dat is natuurlijk altijd af te keuren. Houdt ook deze dingen in gedachten. Een mens is nergens te goed voor. Hij is tot alle boosheid geduriglijk weer geneigd.

Doch er zijn ook wel eens goede plannen. En goede plannen zijn natuurlijk altijd goed. Doch zij worden niet altijd uitgevoerd. Het blijft dan bij plannen maken. Goede voornemens, noemt men dat. Doch daar ligt de weg naar de hel mee geplaveid. Zo kan een drinker van plan zijn om in het vervolg zich niet meer te buiten te gaan aan sterke drank. Doch bij de eerste en beste gelegenheid is het weer mis. Jullie kunnen dit ene voorbeeld natuurlijk wel aanvullen met ik weet nog niet hoeveel andere.

Het plan dat bij Nehemia was opgekomen, wilde hij ook uitvoeren. Doch daar moest het dan ook weer de tijd en de gelegenheid voor zijn. En dat liet nog al even op zich wachten. Want er wordt in onze tekst gesproken over de maand Nisan. Dat is vier maanden later dan we Nehemia in het vorige hoofdstuk hebben ontmoet. Vier maanden is een hele tijd. O zeker, ik weet wel, de tijd vliegt. Dat hoor je menigmaal zeggen. En het is nog bijbels ook. “Wij vliegen daar heen”. Zo schreef Mozes het al in de tijd dat er helemaal nog geen vliegtuigen waren. Daar de tijd snel gaat, moet de tijd door ons wel gebruikt worden. Niet om kwaad te doen, maar om het aangezicht des Heeren te zoeken. Zoekt Zijn aangezicht geduriglijk. Ik geloof dat Nehemia dat in die vier maanden heeft gedaan. In die vier maanden is de koning waarschijnlijk afwezig geweest, zodat Nehemia geen gelegenheid gehad heeft om zijn plannen de koning voor te leggen. Het was toen natuurlijk een andere tijd dan wij tegenwoordig beleven. De communicatie is in onze tijd geweldig. Afstanden zijn er praktisch niet meer. De grote heren die de wereld regeren, zijn allen met elkander verbonden. Als zij iets hebben, dan kunnen zij het a la minute hun bond- of partijgenoot meedelen. Doch zo was het in de dagen van Nehemia niet. Als men toen op reis ging, was dit een hele onderneming. Het gevolg was dan ook dat het kontakt gewoon verbroken was. Vandaar dat Nehemia zijn plan aan de koning niet heeft kunnen voor leggen.

Al is er, wat het uiterlijk betreft veel veranderd, een ding is echter niet veranderd. Tegenwoordig spreken we wel eens over een “draadloze verbinding”. Die was er vroeger met mensen niet. Doch met de Heere was die er wel. Het was toen een geheim dat door heel velen niet werd gekend. En dat geheim wordt door heel veel mensen in onze tijd nog niet gekend. Dat is de verbinding met God. Die is meer dan de koning Arthahsasta, Hij is meer dan alle koningen van de wereld. Want God is de Koning der koningen en de Heere der heren. En daar kon Nehemia wel mee spreken. Dat heeft hij ook gedaan, gedurende vier maanden van afwezigheid van de aardse koning, in wiens dienst Nehemia zich bevond.

Moderne kontakten op aarde kunnen verbroken worden. Doch het kontakt met de hemel kan men vanaf de aarde niet verbreken. Dat is een blijvend wonder. Kennen jullie ook dat wonder? Als je de zaken bij hoger licht leert zien, dan moetje zeggen dat de wereld met al haar kennen en kunnen toch wel een heel eind achter loopt. Als wij over een draadloze verbinding horen spreken op aarde, staan we versteld, terwijl de draadloze verbinding geen uitvinding is van de laatste tijd. Ik bedoel de verbinding met de hemel . . . De dichter zegt: Mijn klaagstem drong tot in Zijn troonzaal door. En vandaar gaf Hij mij in gunst gehoor.

Gelukkig degenen die dat ook kunnen en mogen zeggen.

Die vier maanden zijn voor Nehemia geen gemakkelijke maanden geweest. Want daar hij zijn plannen aan de koning niet kon voorleggen, ging de ellendige toestand in Jeruzalem door. Je kunt natuurlijk zeggen: Als hij dan zijn noden bij de Heere kwijt kon, dan kon hij toch gerust zijn? De Heere zou dan wel voor de uitkomst in staan. Nu, daar behoeft niemand aan te twijfelen. Maar Nehemia was ook een mens. Een hooggeplaatst mens op de maatschappelijke ladder en ook een mens van gelijke beweging gelijk alle anderen. Hij was een gelovig mens, wat echt wel als een bijzonderheid kan worden aangemerkt. Maar gelovige mensen kunnen niet geloven als zij willen. Het echte geloof wordt menigmaal bestreden. Daarom geloof ik dat die vier maanden voor Nehemia, maanden van beproeving zijn geweest. Dat kunnen jullie je mogelijk wel voorstellen. Want, zo kwam de binnenprater op hem af, waar blijf je nu met je mooie plannen. Je krijgt niet eens gelegenheid om ze uit te voeren. De koning is weg en die blijft weg, en de ellende gaat door, daar in Jeruzalem.

Het wordt er alleen met de dag maar erger. De Heere heeft je blijkbaar niet verhoord. Want als dat het geval was, dan moesten je plannen toch uitgevoerd kunnen worden? Enz. Deze dingen worden “bestrijdingen” genoemd. Daar heeft de wereld geen lijst van. Die kent wel strijd, doch dat is maar een rampzalige strijd. Die wordt uitgevochten met vleselijke wapenen. En dan vloeit er alleen maar bloed. Doch Gods kinderen kennen ook strijd, en dat is een geestelijke strijd. De vijanden, waar tegen gevochten moet worden, zijn sterk. Het is de duivel, de wereld en het eigen boze vlees. Het zijn al heel oude vijanden. Ze zijn al zo oud als de wereld is vanaf de zondeval. Alleen, je hoorter tegenwoordig niet zo veel meer van. Het lijkt wel of ze niet meer bestaan. En wanneer je er over spreekt, dan word je niet begrepen, of voor erg ouderwets versleten. De vijanden hebben ook het liefst dat je eigenlijk aan hun bestaan niet meer gelooft. Dan kunnen zij des te gemakkelijker hun werk doen. Daarom wil ik ze noemen en dan wel met name, opdat zij ook door onze jonge mensen gekend zouden worden. Want al zijn het oude vijanden, zij zijn niet in die zin oud, dat je er niet bang voor behoeft te zijn, zoals dat met oude mannetjes het geval is. Wanneer een vijand heel oud is, dat hij vanwege zijn leeftijd niet meer op zijn benen kan staan, dan behoefje er niet bang voor te zijn.

Doch zo is het met geestelijke vijanden niet. Hoe oud ze ook zijn, zij blijven in zeker opzicht altijd nieuw. Zij worden ook nooit moe. De Heidelbergse Katechismus zegt, dat zij niet ophouden om ons aan te vechten. Zij zijn dus dag en nacht in de weer. Dat heeft Nehemia ervaren. En dat ervaren al degenen die met Nehemia een zelfde dierbaar geloof deelachtig zijn. En als jullie dat mogen zijn, wat te wensen is, dan zul je die vijanden ook kennen. Je kunt in het gebed gelovig naderen tot God. En als dan de verhoring uitblijft, dan zeggen die binnenpraters (jullie begrijpen toch wel wat ik daarmee bedoel) “Waar is nu God, op Wie ge bouwdet; en aan Wie g’ uw zaak vertrouwdet?”. Dan kun je gaan twijfelen. Zou het ooit wel gebeuren? Het kan je slapeloze nachten bezorgen. Het zijn dan nachten die niet werkloos worden doorgebracht, maar biddende. “ ’k Bracht de nachten door met klagen. Dacht ik hoe God anders helpt. Mijne ziel was overstelpt”. Doch de Heere geeft uitkomst. Een volgende keer hopen we D. V. dat te zien. Ik ga nu weer afscheid van jullie nemen.

Proberen jullie nog wel eens een abonnee te winnen voor ons blad?

Jullie aller vriend,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1986

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Voor de jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 mei 1986

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken