Bekijk het origineel

Staande blijven?

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Staande blijven?

Niet zonder wapenrusting! 1.

11 minuten leestijd

Ik wil eerst een gedeelte lezen uit Hebreeën 10 en dan een klein gedeelte uit Efeze 6, omdat het daarin gaat om de wapenrusting. Dat is de uitdrukking die ook in het thema van deze bezinningsdag naar voren komt. Schriftlezing: Hebreeën 10 : 32-39, Efeze 6 : 1018.

Wij hebben een gedeelte gelzen uit de brief aan de Hebreeën, hoofdstuk 10, waarin de strijd van de gelovigen wordt besproken. In Hebreeën 10 komen wij een onverdraagzame samenleving tegen. Een samenleving die lacht en spot met de christenen: Gij zijt door smaadheid en verdrukking een schouwspel geworden. We zeggen tegenwoordig ook wel eens: de christenen zijn een gediscrimineerde minderheid. En wat was nu de houding van die mensen tegenover deze spot en verachting? Wel, dat was de houding die de apostel aanprijst, n.l. van het geloof. In Hebreeën 11 vers 6 staat, dat het gelooft dat God is en dat Hij een Beloner is van degenen die Hem zoeken. En vanuit deze geloofswetenschap konden de christenen, de Hebreeën staande blijven, ook temidden van de verdrukking en de bespotting. Vandaar dat we in Hebreeën 10 vers 34 lezen: Gij hebt de roving van uw goederen met blijdschap aangenomen, wetende, dat Gij hebt in uzelf (ze waren wedergeboren tot een levende Hoop) een beter en blijvend goed in de hemelen. Jullie hebben eindexamen gedaan en ik hoop dat het voor jullie allemaal tot een goed resultaat heeft mogen leiden. Er komt een onbekend terrein voor ons open te liggen. Maar de weg die wij hebben te gaan is heel eenvoudig gezegd niet anders dan die van de Hebreeënbrief, waar gesproken wordt over een geloofsweg. En waar ons nu door Gods genade dat geloof wordt geschonken, daar gaat dat gepaard met verdraagzaamheid, maar ook zelfs met blijdschap. “Gij hebt de roving van uw goederen met blijdschap aangenomen”. In zekere zin zou je kunnen zeggen, dat de christenen uit de Herbeën-brief geen wapenrusting hadden, dat wil zeggen geen zichtbare wapenrusting. Zij hadden geen middelen om zich tegen de omgeving te verdedigen. Ze hadden alleen een onzichtbare wapenrusting, een geloofsuitrusting, ontvangen door de genade van de Heilige Geest. En daarom was er toch blijdschap en daarom toch ook hoop. Het waren mensen die geleerd hadden wat het was om de lendenen te omgorden met de waarheid van het Woord. Ze wisten wat het was om het schild des geloofs aan te nemen. Ze wisten wat het was om met dat schild des geloofs al de vurige pijlen van de boze uit te blussen en ze wisten wat het inhield om uitgerust te worden met de helm van de zaligheid, dat is de hoop die hen ook in die tijd van verdrukking beschermde.

Onze samenleving is er niet op vooruit gegaan vergeleken bij de tijd van de Hebreeën, bijna 2000 jaar geleden.

Je zult het merken wanneer je het beschermde milieu gaat verlaten. Wij zien het altijd nog als een privilege, als een voorrecht, dat we mogen opgroeien, dat we onderwezen mogen worden in een klimaat, waar de Heere en waar de vreze Gods en de ware wijsheid toch altijd nog in het middelpunt staan. Maar dat gaat ook binnenkort voor jullie veranderen. We zullen in de brede samenleving door het volgen van een hogere beroepsopleiding of door het krijgen van een baan, gaan merken dat de wereld groter is dan de gereformeerde gezindte. Ik neem aan dat je dat inmiddels toch wel ontdekt zult hebben. We zullen ongetwijfeld stuiten op veel onbegrip. Maar we zullen het ook kunnen meemaken, dat we gesmaad worden en dat we op die manier ook verdrukt worden. Jullie hebben wel eens gehoord van het proefschrift van meneer Janse van het Reformatorisch Dagblad, die vorig jaar gepromoveerd is op het boek “Bewaar het Pand”. Daarin schrijft hij dat de bevindelijk gereformeerden een minderheid vormen in ons land. ’t Zijn maar 200.000 mensen, waarvan het prestige niet hoog genoteerd staat. Wat dat betreft zullen we ons geen illusies moeten maken, over het begripsvermogen en de verdraagzaamheid van de grote samenleving, waar we straks meer dan tevoren mee geconfronteerd worden. Ook voor veel kerkmensen is onze levensstijl toch altijd aanstootgevend. Ik heb ook de vorige keer, toen ik hier sprak, gewezen op de bijzondere accenten die in de prediking waaronder jullie verkeren, zij het dan in verschillende kerken, worden gelegd; de verdorvenheid van de mens, de vrijmacht van Gods verkiezing, dat we alleen door genade wedergeboren worden, dat al onze verdienstelijke werken moeten worden afgesneden, dat we voorzichtig moeten wandelen ten opzichte van de cultuur, de wereld die ons omringt. De ethische plaatsbepaling ten opzichte van abortus, homofilie, euthanasie, is ook voor heel veel kerkmensen die zich ook christen noemen niet meer acceptabel. Men onderschrijft niet datgene waarmee wij misschien in de loop van de jaren enigszins vertrouwd zijn geraakt of waar wij misschien door genade wel liefde toe hebben gekregen.

Isolement

In je toekomstige werkkring of in je studie zullen die kontakten intensiever worden. En welke houding hebben wij dan aan te nemen?

In de eerste plaats zouden we kunnen denken aan het isolement. We hebben zoëven gesproken over het voorrecht om in een zeker beschermd klimaat op te groeien, maar dat is dan binnenkort verleden tijd. Zeker als we het HBO gaan volgen, dat toegankelijk is voor mensen van allerlei verschillende levensbeschouwingen. De Islamiet heeft daar een even ruime plaats als de atheïst en wij zitten er tussen in. Dan kan de confrontatie, dan kan ook de strijd in de wapenrusting, waarvan we gelezen hebben, niet uitblijven. Je kunt misschien denken dat de mensen ons zullen negeren, het kan ook zijn dat ze je openlijk rekenschap vragen, waarom je dat nu eigenlijk gelooft, waarom je dat nu eigenlijk doet, waarom je je zo kleedt, waarom je je zo gedraagt, waarom je je niet met de ander als het ware verenigt en waarom je je misschien op bepaalde punten op je zelf wilt houden. Eén ding moeten we altijd goed onthouden, lieve vrienden, dat wij niet uit de wereld kunnen gaan. Wij kunnen niet zeggen: “Laat de wereld maar gaan en wij zoeken wel een apart plaatsje op deze wereld”. Dat gaat niet!

Paulus heeft dat ook gezegd. We kunnen alle openlijke zondaren niet vermijden, we kunnen niet uit de wereld gaan, dat is onmogelijk. De volle wapenrusting is nodig om in die strijd staande te kunnen blijven. We moeten de strijd in en als we het isolement zouden gaan zoeken, als we de wereld maar aan de wereld over zouden geven, dan zou dat eigenlijk betekenen dat we zeggen: “Heere, ik heb geen zin in die wapenrusting en geen zin in die strijd”.

Hébben we daar van nature dan wel zin in? Nee, maar die strijd moet toch wel een keer geleerd worden in ons leven. Die goede strijd des geloofs in die volle wapenrusting, midden in de tijd en in de wereld, waarin wij staan. Ik heb de vorige keer ook gewezen op de sekte van de Essenen, bij de Dode Zee, waar de resten van hun huisvesting zijn opgegraven. Die mensen leefden in de tijd van Johannes en in de tijd van de omwandeling van de Heere Jezus. Ze hadden zich helemaal teruggetrokken uit die goddeloze wereld van het Jodendom, waarin het geloof van de vaderen en de nauwkeurige levenswandel helemaal niet meer aanwezig was. We hebben het ook gehad in de christelijke kerken. Je weet het uit de kerkgeschiedenis hoe in de loop van de eeuwen het kloosterleven al meer aantrekkingskracht ging krijgen. En men meende dat, als men zich in het kloosterleven teruggetrokken had en afgescheiden had van die grote wereld, men daardoor eigenlijk op een hoger geestelijk niveau leefde. We hebben in Canada en de VS ook altijd nog de nakomelingen van Menno Simonszoon. Er is zelfs nog een Canadees in ons midden vanmorgen, die zou het kunnen bevestigen. De Mennonieten hebben zich als het ware helemaal afgezonderd en willen nog leven en blijven leven, op de wijze waarop men 200 jaar geleden leefde. Zij rijden niet in auto’s, maar ze rijden bijv. altijd nog met paard en wagen. Ze hebben hun eigen kring en men houdt zich wat dat betreft zo ver mogelijk van de wereld vandaan. Er is verzet tegen alle technische ontwikkelingen, men wil er niet mee van doen hebben. Deze beweging treft men eigenlijk in allerlei godsdiensten aan, maar dat is niet de weg van het Woord. Het is eigenlijk een heimelijke poging om de strijd te ontlopen. Een ieder blijve in de roeping, waarin hij geroepen is. Je moet je niet afzonderen, je moet je niet boven de wereld verheffen, maar je moet vragen om de genade om met die ootmoed bekleed te worden, waardoor we de wereld zelfs nog voor ons zouden kunnen winnen. De wapenrusting aantrekken door genade, dat betekent maar niet dat we er op los slaan en dat we vanuit een ivoren toren onze pij len afschieten op de wereld, omdat het toch maar de wéreld is en omdat wij het beter getroffen hebben. “Weest met ootmoedigheid bekleed, want God weerstaat de hovaardige (de hoogmoedige), maar de nederige geeft hij genade”, zegt het Woord bij monde van de apostel Petrus. Paulus vraagt in Romeinen 3 vers 9: “Zijn wij uitnemender (zijn wij beter?) Ganselijk niet, want we hebben tevoren beschuldigd beiden Joden en Grieken, dat zij allen onder de zonde zijn”. De wapenrusting aan doen door het geloof, door de wederbarende genade, betekent niet dat we ons zouden moeten gaan verheffen, integendeel, dat we in ootmoed in die wapenrusting zouden wandelen. Dan heb je ook begrip voor de wereld. Dan heb je begrip voor mensen die niet aan God of Zijn dienst willen doen, want dan ontdek je dezelfde beweging, de beweging van God af, in je eigen ziel. En als je eerlijk geworden bent, gemaakt bent voor God, door God, dan zeg je: “Heere, ik heb ook zo’n hart. Ik ben eigenlijk diep in mijn hart ook een atheïst, een mens die met God gebroken heeft”. Ja, die met God gebroken heeft, maar die ook telkens weer opnieuw in de concrete beslissingen van m’n leven buiten God om wil werken. Dan krijg je er begrip voor. Paulus schrijft: het vlees (dat is ons hele natuurlijke bestaan) onderwerpt zich aan de wet van God niet, maar het kan ook niet. Daar is almachtige genade voor nodig om de mens uit die gevangenschap te bevrijden. En als je dat mag gaan verstaan in je leven, daar hoef je echt niet oud voor te wezen, God werkt toch bijzonder in jonge mensen, dan gaan we zien dat ik een deel van de wereld ben en dat ik de wereld eigenlijk ook in m’n hart meedraag. Dan sta je in de wapenrusting, maar sta je niet in een toren om van daaruit op de wereld te schieten, maar ga je uit in de kracht Gods om te trachten die wereld te winnen voor datzelfde geheim, wat de Heere aan ons eigen hart heeft willen openbaren. Ik heb de vorige keer ook gewezen op de uitspraak van de heer Den Uyl, die gezegd heeft: “Die mensen denken dat ze beter zijn”. Zèu hij misschien op een bepaald punt gelijk hebben? Dan heeft hij niet de echte christenen leren kennen, want dan zou hij geweten hebben, dat die zich nou echt niet zoveel beter voelen dan een ander. Maar dat is misschien toch vaak de uiterlijke openbaring van de kerk naar de wereld toe, dat we zeggen: “Ja we zijn toch eigenlijk nog net een beetje beter”. Doen we dan niet beter? Absoluut, als we Gods Woord na zoeken te leven en als we de prediking bij zoeken te wonen, dan doe je beter, maar als je goed luistert naar die prediking dan kom je er juist door die prediking achter, dat je niet beter bent. Daarom niet afzonderen, niet er boven gaan staan, niet in een trotse geestelijke hoogmoed jezelf verheffen boven de wereld.

Wordt vervolgd D. V.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1986

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Staande blijven?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1986

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken