Bekijk het origineel

Staande blijven? Niet zonder wapenrusting! 2.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Staande blijven? Niet zonder wapenrusting! 2.

16 minuten leestijd

Aanpassing

Een andere mogelijkheid is er ook nog; je zou kunnen zeggen, dat is een andere klip die we hebben te omzeilen. En dat is het tegendeel van het isolement, dat is de aanpassing. Je zegt: “Nou, ik zal me niet boven de wereld verheffen en ik ben niet beter dan de wereld, dus pas ik mij aan bij de wereld”. Dat is, lieve vrienden, eigenlijk ook de strijd ontlopen, dat is ook de noodzaak van die volle wapenrusting aan te doen afwijzen. We lezen in Hebreeën 10 van mensen die zich aan de gemeente Gods hebben onttrokken en die de wereld zijn ingegaan. We lezen van een Demas in het Nieuwe Testament, die de tegenwoordige wereld weer lief gekregen heeft. Eén van de naaste medewerkers van de apostel Paulus, Elia, heeft ook een tijd gehad, dat hij zei: “Heere, ik kan niet meer verder, ik ben er niet meer tegen opgewassen. ik ben niet beter dan mijn vaderen”. De Heere Jezus Christus Zelf is verzocht geworden in de woestijn, om zich maar aan te passen, aan de eisen van de overste van deze wereld. “En ik zal U al de koninkrijken van deze wereld geven”. Zo zijn er veel mensen net als jullie, van 17, 18 jaar, die zich in de loop van de tijd ook juist met het verlaten van deze scholen in de brede samenleving hebben aangepast. Je krijgt andere kontakten, ruimere opvattingen en omgang met mensen die zichzelf óók christenen noemen, nou ja, alleen van een andere signatuur en een ander accent. En dat het nu echt niet zo nodig is, dat God in ons leven moet ingrijpen, door de wederbarende genade van Zijn Geest en dat het ook best bij ons zelf kan beginnen, niet waar, en dat het met de mens wel meevalt en dat we toch eigenlijk in ons verleden wel een beetje te somber behandeld zijn, met al die preken over het zondaar zijn van de mens en het uit genade zalig worden. Het kan gelukkig ook nog wel anders. Dat komt toch ook nog al eens naar voren. Dan komt de beproevingstijd en hebben we dan een wapenrusting, zijn we dan omgord met de waarheid en hebben we onze smaders dan ook wat te antwoorden? Een heel belangrijk punt, want als we het dan alleen zouden hebben van horen zeggen, want m’n moeder zei altijd en m’n vader zei altijd. Dat is wel heel veel waard, maar je voelt natuurlijk wel, als het werkelijk op de spits gedreven wordt, dan gaat het er niet om hoe je vader of moeder er over dacht, al is dat nog zo belangrijk, maar of diezelfde genade ook in ons persoonlijk leven geschonken is, verheerlijkt is, opdat ik niet maar wat napraat van wat ik thuis meegekregen heb. Dat ik mag weten wat de kracht van dat Woord is en van het leven van Gods genade. Anders ligt de assimilatie, de aanpassing voor de hand. De wereld heeft ons eigen hart mee, want dat hart wil de strijd niet in en dat hart wil niet aan de zijde staan van degenen die in de hoek zitten waar toch al de klappen vallen. En wat is dan nodig de Geest des geloofs en dat ik een levende gemeenschap mag kennen met Die nog altijd levende Koning van de Kerk, Die ook nu nog regeert. Die ook nu Zijn almacht toont, want juist die gemeenschap te mogen kennen maakt ook slagvaardig en maakt ook tot de strijd bereid en gereed. We lezen in de Bijbel van duizenden Joden, die in de ballingschap zichzelf hebben aangepast aan het heidense leven. En nu heeft God er Zelf en alleen voor gezorgd, dat er een overblijfsel zou zijn naar de verkiezing van Zijn genade en dat blijkt in de volle wapenrusting staan, ook toen de oven driemaal heter werd gestookt. Dat was geen prestatie, maar dat was Gods genade om ze een schild des geloofs te geven, waarop al de vurige pijlen van de duivel zijn uitgeblust. Ook toen het er werkelijk op aan ging komen en toen openbaar moest komen waar het nu eigenlijk in hun leven om ging. Vraag je je dat ook wel eens af? Dat je zegt: “Heere, waar gaat het nu eigenlijk om in mijn jonge leven? Wat is de Weg?”

Niet het isolement, niet de assimilatie, de aanpassing, maar die van de volharding in de volle wapenrusting!

We hebben de genade van het geloof nodig om bij het geloof te kunnen blijven. We hebben de genade van de Geest nodig om de helm der zaligheid te kunnen dragen. Maar als die door ons begeerd wordt en ons geschonken wordt, dan zal de Heere in die weg ook doen overleven. Dan kunnen we staande blijven. We hebben een strijd en dat betekent in de eerste plaats dat we gerust, heel gerust, zeer kritisch mogen staan tegenover de cultuur van onze tijd. Er staat in de Bijbel: beproeft alle dingen, en dat betekent echt niet dat je als je straks gaat studeren of je krijgt een baan en je bent van huis, dat we nu ons moeten gaan verdiepen in alles wat onze wereld, onze samenleving, onze cultuur ons heeft te bieden. Ik heb de vorige keer ook gezegd, als je ruikt dat broodbeleg bedorven is, dan ga je er toch ook niet van eten, dan laat je het liggen. Dan zeg je dat is niet goed voor me, daar word ik ziek van. Zo hebben we ook te staan tegenover al die cultuuruitingen, die ons worden voorgehouden. Er was eens een jongen die zei: “Een televisie is net als een hondje moet hem nemen of niet nemen, en als je hem hebt moet je hem veel uitlaten”. Begrijp je? Onthoud het eens. Je kunt zeggen: ’Ts dat het enige kwaad?” Dat ding is op zichzelf geen kwaad, maar heeft wel veel kwaad gedaan. Wij hoeven alle dingen echt niet tot in den treure toe te onderzoeken of mee te nemen in ons leven. Het gaat om een strijd. Een christen heeft een geestelijke noodzaak van zelfverdediging. “Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij moogt staande blijven in de boze dag”. Niet één stuk kan er gemist worden, noch het zwaard van de Geest, noch de helm der zaligheid, noch het borstwapen van de gerechtigheid, noch de gordel van de waarheid. Alle stukken zijn nodig en God stelt ze vanuit de schatkamer van Christus van Zijn genade, ook hulpeloze en weerloze mensen en jònge mensen ter beschikking.

Verdraagzaam

Ook is het nodig tegenover de wereld verdraagzaam te zijn. Er maar niet als het ware met die wapenrusting op los te hakken. Verdraagzaamheid. In Hebreeën 10, waar gesproken wordt over die bestreden kerk, wordt juist op Christus gewezen en wat wordt er nu van de Heere Jezus Christus gezegd, jongens en meisjes? Dat als Hij gescholden werd, Hij niet wederschold, terug schold. En als Hij leed, niet dreigde, want wat deed Hij die Zelf in die volle wapenrusting gestreden heeft? Hij gaf het over aan Hem die rechtvaardig oordeelt.

Eerlijk

Laat er ook in je leven in de toekomst een consequente verbinding zijn tussen je belijden en je leven. Er staat in het Nieuwe Testament: “Houd je wandel eerlijk, onder de heidenen”, dat betekent ook, wees consequent! En het ergste is niet dat ze zeggen: je bent van de gereformeerde gemeente of van de christelijke gereformeerde kerk of van de gereformeerde bond of wat dan ook. Dat is het ergste niet. Als ze je daarop zouden nawijzen dan zeg je: “Nou, dat hoeft me nog geen smaad te zijn”, maar het ergste zou zijn dat ze tegen je zeggen: “Je bent niet eerlijk, wantje gaat toch naarde kerk”, en de wereld kent het programma van de kerk ook. De wereld weet ook best wat er in Gods Woord wordt verkondigd. Daar weet men best wel van en wat er zoal in die kerken wordt verkondigd en aangehoord. Dat is het ergste wat je kan overkomen in je leven, dat de wereld zegt: “ Je bent niet eerlijk, je bent niet consequent, want als je gelooft wat je belijdt dan zou je dat niet doen”. Ik hoorde enige tijd geleden van twee mensen die zaten nogal eens met elkaar te vissen. Toen zei de één tegen de ander: “ Je moet eens meegaan naar de kerk, joh”. Die man kwam nooit onder Gods Woord. Nou, dat zou die eens doen. Mee naar de kerk, de dominee houdt een preek en de man staat verslagen buiten de kerk. Die man kon niet geloven, dat z’n vriend, waarmee hij altijd ging vissen, onder déze prediking zo rustig kon leven. Begrijp je? Dat merkt de wereld ook wel. Nooit over gesproken. Hij zegt: “Hoe kun jij nu rustig gaan vissen, als dàt waar is wat die dominee hier vanmorgen verkondigd heeft?” Is dat bij ons allemaal niet zo? Dat je wel eens zegt: “Hoe is het toch in de wereld mogelijk, nou leef ik onder zo’n prediking van zonde en genade en soms word ik er niet koud of heet van. Ik blijf er dezelfde onder”. Dat kan je wel eens zo aanvliegen, dat je zegt: “Heere, maak daar eens een eind aan, breng daar eens uit genade verandering in”. Consequent. Ik zou haast zeggen, dat is één van de sterkste wapenen, ook in deze strijd, in deze wereld. Je weet dat de christelijke kerk in de eerste eeuwen, de le, 2e en 3e eeuw, juist opgebloeid is, doordat de heidenen zagen dat de christenen voor hun zaak stonden en dat de christenen voor hun zaak, uit de kracht van Christus ook alles over hadden, tot zelfs hun leven toe. De wereld ziet zelf het verwoestende karakter van de zonde, de wereld voelt zelf wel dat men met het vrijgevochten leven, waarvoor men gekozen heeft, ook niet uitkomt. Al snapt men niet precies hoe dat nu eigenlijk komt, want men is vol van idealen, maar de plannen komen toch ergens niet uit. We kunnen wel veel, maar toch wordt het leven al maar armer eigenlijk en de mensen die zonder God en Zijn Woord leven voelen dat zelf ook wel. Maar mogen ze nu in ons leven die genezende kracht van de genade zien tegenover die verwoestende kracht van de zonde. Zo zullen we ons ook aangenaam maken voor God, bij God en bij de mensen.

Eenvoud

Een ander punt waarop ik jullie zou willen wijzen is de noodzaak van de eenvoud. Je krijgt een baan, je gaat studeren, maar dat we ons niet zullen laten verblinden door het materialisme. Dat de wereld niet zou moeten constateren, dat hoewel we tot een kerkgemeenschap behoren, we er uiteindelijk toch net zo goed als de wereld op uit zijn om in de eerste plaats onze sociale positie te verbeteren. Het Nieuwe Testament leert de vreemdelingschap: Gij hebt de roving van uw goederen met blijdschap aangenomen. Nou, dat moesten ze bij ons eens doen, wat zijn we zuinig op onze spulletjes. Daar moeten ze niet aankomen en nu wordt hier gezegd: Gij hebt de roving van uw goederen met blijdschap aangenomen. Ja, hoe kon dat met blij dschap gebeuren? Want: Gij hebt in uzelf een beter en een blijvend goed, wat bewaard wordt in de hemelen. Paulus heeft gezegd: ’Tk heb geleerd om overvloed te hebben en gebrek te lijden”.

Inzet

In die geestelijke strijd is ook nodig ijver, inzet met al onze krachten, ons inzetten voor de studie, voor de activiteiten waartoe wij geroepen worden van welke aard dan ook. De vruchten moeten ook daarin openbaar komen. Het is nodig om te leren, het is nodig om te blijven studeren. Dat is ook, zegt Luther, nodig met het oog op het welzijn van de kerk. “Jonge scholieren”, zegt Luther “en studenten, zijn het zaad van de bron van de kerk. Als wij gestorven zijn, hoe zouden anderen in onze plaats komen als er geen scholen waren. Terwille van de kerk moet men scholen hebben, want God onderhoudt door scholen de kerk”.

Soms is het ook wel eens nodig om zelfs met de wereld één lijn te trekken. Als het gaat om rechtvaardige zaken dan zullen we ons zeker ook niet achterwege mogen houden.

Bijbelonderzoek

Als je gaat studeren of als je een werkkring zult krijgen, laat dan alstublieft het onderzoek van Gods Woord er niet onder lijden. Want hoe meer verantwoordelijkheid je krijgt, hoe grotere ruimte je in je leven krijgt, des te meer tegenwicht hebben we ook nodig juist vanuit dat onveranderlijke Woord van God. Om ook dat schild des geloofs te mogen hanteren en om die vurige pijlen van de boze uit te kunnen blussen. En dan is het toch ook zo, dat een christen, niet waar, meer dan één pijl op z’n boog zou moeten hebben. Onderzoek het Woord. Bestudeer het Woord bij het licht van Gods Geest en smeek de Heere daarom. Luther heeft gezegd: “De boeken van de geleerdste heidenen weten niets af van geloof, hoop en liefde. Ze gaan alleen uit van het tegenwoordige, zoals men dat kan gevoelen of bevatten met verstand, maar Godsvertrouwen en hopen op de Heere is er niet bij”.

Moderne literatuur

Ik heb vorige keer ook een verhaaltje voorgelezen. In het kort een stukje moderne literatuur. Om eens even te proeven hoe de geest is van de samenleving die straks haar poorten wijder open zet dan ooit te voren, ook voor jullie. Het verhaal van een in Nederland woonachtig geadopteerd meisje, Katja. Het meisje beeldde zich in van Russische afkomst te zijn. Ze ging Russisch studeren en ze leefde zich helemaal in het Russische leefklimaat in. Op volwassen leeftijd krijgt zij te horen, dat ze als een onwettig kind van een Noorse marinier en een Amsterdamse vrouw zonder beroep ter wereld was gekomen. Zeven dagen na haar geboorte had haar moeder haar te vondeling gelegd en was met de noorderzon vertrokken. Ze werd door kinderloze ouders geadopteerd. Op volwassen leeftijd ontdekt zij de werkelijkheid. Zij spuugt haar adoptievader midden in het gezicht, omdat hij altijd haar eigenlijke identiteit verborgen had gehouden. Ze trouwt met een Friese jongen uit Ylst. Het huwelijke liep in de kortste tijd stuk. Van armoede werd ze schoonmaakster op het girokantoor in Leeuwarden en leed aan zware depressies. Tijdens haar werk dronk zij een fles bleekwater leeg en werd in een psychiatrische kliniek opgenomen. Drie maanden later bleek zij zwanger te zijn. De psychiaters raden, hoe kan het anders, abortus aan. Ze stemde toe, maar realiseerde zich na de ingreep, zoals ze het later zelf uitdrukte, dat alle hoop uit haar was weggelopen. Ze ontsnapte uit de inrichting en sprong onder een trein. En dan vervolgt de moderne auteur als volgt en dan moet je eens horen, dan moet je eens proberen te proeven, het klimaat waarin we straks meer en meer gaan leven: ’Tn de toestand waarin ze toen verkeerde”, schrijft de auteur, “was dat ongetwijfeld de beste oplossing”. Ze koos alleen de verkeerde trein uit, de stoptrein naar Harlingen en sprong te laat. De trein reed niet over haar heen, maar smeet haar met een enorme zwiep in het weiland naast de spoorbaan. Met 29 botbreuken en een opengereten keel werd ze naar het ziekenhuis getransporteerd.

De samenleving verwoord door de moderne literatuur anno 1986, met alles erop en eraan. De fantasiewereld van Katja, hoeveel mensen leven er niet in? De minachting voor haar adoptieouders, natuurlijk dat moet je durven. Vooral de tragiek, de weerspiegeling van onze samenleving. Te vondeling gelegd als een onwettig kind van een marinier en een Amsterdamse, het instorten van een droomwereld, het stuklopen van een huwelijk, het lijden aan depressies, het drinken van bleekwater, opname in de psychiatrische kliniek, een abortus provocatus waarmee de laatste hoop uit haar was weggelopen. De sprong voor de trein, bedoeld als de laatste en dan het cynische vervolg van een mens in wie de liefde is verkoeld, een moderne auteur “in haar toestand ongetwijfeld de beste oplossing”. En denk nu alstublieft niet dat dit een sentimenteel verhaaltje zou zijn uit de publikaties van de VBOK, maar dat dit stamt uit de literatuur zélf, van degene die voor dit leven gekozen hebben en kiezen, een mens zonder wapenrusting! Luther heeft gelijk, Godsvertrouwen en hopen op de Heere is er niet bij. De moderne literatuur is de afspiegeling van onze samenleving en bevestigt zijn uitspraak. De beste lectuur blijft het Woord van God. Zie daarin vanuit de almachtige genade Gods je gang en treden vast te maken en o ja, dat mogen we zeker ook nooit vergeten, aan het eind van het spreken over de wapenrusting, spreekt de apostel Paulus over het gebed met alle biddingen en smekingen, biddende te allen tij d in de Geest. Dat is zou ik haast zeggen het machtigste wapen en het beste harnas, waarin gestreden kan en mag worden, ook in deze tijd.

Aansluiting

Zoek aansluiting bij de christelijke gemeenten om de eenzaamheid te voorkomen. Zoek als je op kamers zou wonen, probeer het te vermijden, thuis is altijd het beste vind ik, contact met een gezin, waarin het Woord nog aan het woord is. Je mag die geborgenheid zoeken, je hoeft je daarvoor niet te schamen. Een mens, heeft iemand eens gezegd, is een gezellig wezen, hij is op het gezelschap, op de ander aangewezen. Luther heeft ook eens gezegd: “de eenzaamheid maakt de mens treurig en al spoedig denken wij dat er niemand zo ongelukkig is als wij. Bovendien doen de mensen veel meer zonde als ze alléén zijn, dan wanneer zij zich in gezelschap van anderen bevinden. God heeft de mens geschapen als een gezellig wezen”.

Niet krampachtig

Tenslotte, als de genade van dàt Woord dat onderzocht moet worden, door ons persoonlijk gekend en beleefd mag worden, dan werkt de Heilige Geest ook de genade van de ontspanning in die strijd, dan behoeft het 78 niet krampachtig te gebeuren vanuit jezelf, maar dan leert de Heere onze handen te gebruiken ten strijde, zoals er staat in de psalmen. Dan is het niet de vraag hoe lang zal ik het uithouden in de wereld, maar dan gaat het maar om één ding, dat God het uithoudt met mij in deze tijd, in deze wereld en dat het Woord voor ons waar wordt. “Ik ben met u, al de dagen tot aan de voleinding der wereld”. Houdt Christus dan Zijn Kerk in stand? Gaat het niet om ònze heldenmoed, ònze dapperheid in die strijd, maar om Zijn trouw? Dan mag de hel vrij woeden. Dan houd je in je weg het oog op God gericht. Dan wordt de strijd niet geschuwd, maar ook niet krampachtig gevoerd. Dan betrouwt men op God en zal de uitkomst niet falen. Dan zullen we in die kracht en in die wapenrusting kunnen staande blijven en dat wens ik jullie allen van ganser harte toe.

Hiermee wil ik dan mijn enkele woorden beëindigen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1986

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Staande blijven? Niet zonder wapenrusting! 2.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1986

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken