Bekijk het origineel

De jeugd moet onderwezen worden.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De jeugd moet onderwezen worden.

8 minuten leestijd

“Die Hij onze vaderen geboden heeft, dat zij ze hun kinderen zouden bekend maken......... en dat zij hun hoop op God zouden stellen”.

U kent de derde vraag die gesteld wordt bij de doop. Ouders beloven hier hun kind in de voorzeide leer te onderwijzen en te doen onderwijzen.

De kerk moet dat doen beloven omdat de Heere Zelf het onderwijzen heeft geboden. Asaf in zijn psalm plaatst ons voor dat gebod van de Heere. Hij zegt: de Heere heeft geboden. Daarmee citeert hij Mozes die dat gebod van de Heere aan Israel gaf.

De Heere heeft allereerst de ouders zelf geboden om hun kinderen te onderwijzen. Ouders, doet u naar de gegeven belofte, buigt u onder het gebod van de Heere? De belofte afgelegd bij de doopvont heeft de kracht van een eed. Het ja-woord is uitgesproken ten aanhore van vele getuigen, maar vooral ten aanhore van de Heere. Het is uitgesproken voor Zijn aangezicht, ’t Wordt toch geen meineed? We hebben ’t zo druk vandaag met allerlei. We verontschuldigen ons zogemakkelijk Maar hoort het, laat het tot u doordringen: de Heere heeft het geboden! Buigt onder dat gebod opdat het u en uw kinderen welga!

Dan is er ook het gebod om uw kinderen te doen onderwijzen. Op de doopzitting spreken we wat het doen onderwijzen betreft eerst over de school, en dat in overeenstemming met artikel 54 van de Dordtse kerkorde. Dat artikel luidt: de kerkeraden hebben toe te zien, dat de ouders overeenkomstig hun doopbelofte hun kinderen doen onderwijzen op de scholen, die tot grondslag hebben Gods Woord en de drie formulieren van enigheid, ’t Gaat om een school die zoveel mogelijk harmonieert met de kerk Vanuit gemakzucht worden soms kinderen gestuurd naar de dichtstbijzijnde school. De gevolgen openbaren zich later. Er komt een tweespalt tussen kerk en school. Het resultaat is veelal kerkverlating. Een kerk die onvoorwaardelijk buigt onder Gods Woord en een school die het Woord van God relativeert verdragen elkaar niet. Een konflikt is onvermijdelijk.

Het doen onderwijzen heeft ook betrekking op de catechisatie, en juist daarop. Dan moeten we weten dat de catecheet er is omdat de kerkeraad het hem heeft opgedragen. dit is omdat de Heere heeft geboden dat de jeugd van de gemeente onderwijs zou ontvangen. Dus achter dit onderwijs staat de Heere Zelf en Zijn gebod Het is nodig juist vandaag dit te onderstrepen. Ouders zenden hun kinderen dus naar catechisatie omdat zij dit hebben beloofd bij de doop van hun kinderen en omdat zij buigen onder het gebod van de Heere. Wel of niet naar de catechisatie —, dat is geen zaak die ter discussie staat!

Nadat de psalm van Asaf het gebod van de Heere heeft benadrukt, wordt nu ook gezegd wat de inhoud van het onderwijs dient te zijn.

Het woord “die” heeft betrekking op: “Want Hij heeft een getuigenis opgericht in Jakob, en een wet gesteld in Israel”, en ook op de woorden van het voorgaande vers: “vertellende de loffelijkheden des Heeren, en Zijn sterkheid. en Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft”.

Het eerste is duidelijk, ’t Gaat om de wet gegeven op de twee stenen tafelen, de wet gegeven in het Genadeverbond, de wet met die drievoudige functie om ons te ontdekken aan de zonde, om ons heen te tuchtigen naar de grote Wetsvolbrenger Jezus Christus, en om richtsnoer te zijn voor het nieuwe leven. Van die wet moeten we zeggen: het gebod des Heeren is zeer wijd. Wij willen die wet verengen. Als ik maar niemand vermoord, als ik de echt maar niet breek, als ik maar niet steel en lieg, dan heb ik de wet volbracht. De catechismus spreekt op de juiste wijze over de geboden, ’t Gaat daarbij niet alleen over daden, maar ook over woorden en gedachten, ’t Gaat daarbij niet alleen over zonden van bedrijf, maar ook over de zonden van nalatigheid.

Het tweede betreft de daden van de Heere in het verleden. Dan moeten we denken aan de uittocht van Israel uit Egypte, aan de doortocht door de Schelfzee en de woestijn, en aan de intocht in Kanaän. Onder het Oude Testament waren het die daden des Heeren die de ouders hun kinderen moesten vertellen. Onder het Nieuwe Testament gaat het om die daden van de Heere die Hij gedaan heeft in de vijf heilsfeiten. Dat zijn de grote daden des Heeren! Ten eerste het Kerstfeit: hoe God Zijn belofte heeft vervuld, hoe Hij Zijn eniggeboren Zoon heeft gezonden naar de aarde: de Zaligmaker van arme zondaars. Ten tweede het feit van de goede vrijdag: Jezus Christus vanaf het kruis afkondigende de verzoening door voldoening en op dat kruis stervende, opdat Sion door recht verlost zou worden en opdat goddelozen om niet gerechtvaardigd zouden worden. Ten derde het feit van de opstanding: Hij, Jezus Christus, opgestaan om te doen opstaan uit de dood. Ten vierde het feit van de hemelvaart: Jezus Christus opgevaren om daarboven plaats te berciden, de biddend? Hogepriester, om daarboven in het Vaderhuis te brengen. Ten vijfde het feit van Pinksteren, de uitstorting van de Heilige Geest: door die Geest wedergeboorte, geloof en bekering, de levendmakende Geest, Die dode mensen doet horen de stem van de levende God, Die verdorven zondaren vernieuwt en herstelt om Gode lof te zingen en te leven.

We hebben onze kinderen en de jeugd van de gemeente dus heel wat te vertellen en bekend te maken.

Weer benadrukken we het: de Heere wil dit, Hij gebiedt dit. Zijn wet, Zijn inzettingen, Zijn grote daden in het verleden bekendmaken. U mag die niet verzwijgen, u mag ze niet verbergen, u moet die bekendmaken. Onze kinderen, onze jeugd, zij moeten erbij opgroeien, zij moeten die weten.

Hier — in de psalm — gaat het nu ook om het doel ervan. Duidelijk wordt gezegd waartoe dit onderwijs, dit bekendmaken. Vers 6 van de psalm van Asaf zegt: opdat het navolgende geslacht die wet en die daden des Heeren weten zou, de kinderen, die geboren zouden worden. En het slot van vers 7 zegt: opdat zij Gods daden niet zouden vergeten, maar Zijn geboden bewaren. Hoe erg indien onze kinderen niet zouden weten Gods geboden en Gods daden. Dan blijven zij in onwetendheid en gaan tenonder. Het moet aangrijpen indien er een jeugd is die niet naar het onderwijs van de ouders wil luisteren, die niet meer op de catechisatie komt of niet voor catechisatie wil leren. Moest de Heere ook al niet onder het Oude Testament klagen: Mijn volk gaat verloren omdat het geen kennis heeft? Gewis — zonder kennis aan we verloren. Hier past dan diepe ewogenheid met jeugd die opgroeit zonder kennis.

Wat is het doel van Gods gebod om onze kinderen, om onze jeugd te onderwijzen en te doen onderwijzen? ’t Wordt zo prachtig gezegd in Asafs psalm. Het doel is dat zij hun hoop op God zouden stellen.

Dus we mogen zeggen: Gods bewogenheid zit achter Zijn gebod om onze kinderen te onderwijzen en te doen onderwijzen. Het is geen bevel zonder meer, maar Gods diepe bewogenheid met gevallen mensenkinderen, met kinderen die nakomelingen zijn van Adam, die kinderen van ons zijn, die hun onreinheid en verdorvenheid van ons geërfd hebben. God heeft geen lust in de dood van goddelozen. Dat zit dus achter Zijn bevel om onze kinderen te onderwijzen en te doen onderwijzen, ’t Gaat dus om de eeuwige zaligheid van onze kinderen, van onze jeugd. Opdat zij hun hoop op God zouden stellen. Jongens en meisjes, wat is jullie hoop? Een wijsgeer heeft vroeger gezegd: het zijn van de mens wordt bepaald door wat hij hoopt. Zonder hoop dan zijn we wanhopig. Er zijn wat jongemensen vandaag die geen hoop meer hebben. Ik geef toe dat de misere op de aarde groot is. Terecht kun je de vraag stellen: waar gaan we naar toe? Ik denk aan het terrorisme, de bomaanslagen, de bewapeningswedloop. ’t Is geen wonder dat velen geen hoop meer hebben, en wegvluchten in alcohol, drugs en wereldsvermaak. ’t Is bekend dat de zelfmoordgevallen schrikbarend toenemen. Jongemensen en ouderen die het niet meer zien zitten. Kijk — als jullie hoop bepaald wordt door tijdelijke en door wereldse dingen dan is het begrijpelijk dat ook jij uiteindelijk diep teleurgesteld wordt. Alle hoop op aardse dingen is geen vaste, geen zekere hoop, is wankel en onzeker. Hoop op God die is niet wankel en onzeker, omdat God niet wankel en onzeker is. Hij is de ? de zekere, de eeuwige God.

Heel het onderwijs van de ?? kerk heeft het doel dat jongens en meisjes hun hoop op God zouden stellen. Neen — dat kunnen ouders niet bewerken, en kan de catecheet niet bewerken. Dat is het werk van de Heilige Geest. Daarom zullen ouders en catecheten hun arbeid biddend dienen te verrichten.

Och — zoudt ge uw hoop op mensen bouwen, of op wankele aardse dingen? Hoe arm zijn we dan. Op het sterfbed valt al die hoop als een kaartenhuis ineen. Hoe rijk als het wordt: hoop op God. Zulken worden niet beschaamd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1986

Bewaar het pand | 6 Pagina's

De jeugd moet onderwezen worden.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 oktober 1986

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken