Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De moederbelofte

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De moederbelofte

5 minuten leestijd

Ik zal vijandschap zetten ....

Genesis 3 : 15 wordt vaak de moederbelofte genoemd, omdat heel het evangelie in feite in deze belofte ligt opgesloten. Alle latere heilsbedelingen heilsopenbaring is er als het ware uit voortgegroeid en opgebloeid.

Toen de mens van God afviel, lag het verlos-stngsplan al gereed. En het trad terstond in werking. God belooft de komst van het Vrouwenzaad, dat satan’s kop zal vermorzelen. De moederbelofte komt in de vorm van een bedreiging. Als de mens, Gods beelddrager, van God is afgevallen en satan toegevallen, spreekt God drie oordelen uit: de eerste over de slang, de tweede over de vrouw, de derde over de man en de aardbodem. Maar de vloek over de slang, en in de slang over de satan zelf, die zich van de slang had bediend, betekent evangelie, blijde boodschap voor de gevallen mens.

”Ik”, zo spreekt de Heere, ”Ik zal vijandschap zetten”.

Er was geen vijandschap. De gevallen mens kleefde met heel zijn hart satan aan. Maar de Heerezegt: ”Ikzal vijandschap zetten tussen u, satan, en deze vrouw.” De vrouw was door satan verleid. Maar ze zal zijn tegenstander worden! De vrouw was geworden ”moeder des doods”, maar God zal haar maken tot Eva: ”moeder aller levenden.” Uit Eva zal eens voortkomen hel Vrouwenzaad: de Christus Gods!

Ik zal vijandschap zetten tussen u, o satan, en deze vrouw, en tussen uw zaad, d.w.z. al de duivelen en de duivelskinderen onder de mensen, en haar zaad, dat is Christus met Zijn onderdanen, dat is: de kerk Gods!

En sinds God dat machtwoord van genade sprak, is er de strijd. In de mensheid worstelen twee machten. In de mensheid leeft de gemeente des Heeren, het volk van God. Een klein kuddeke, uitwendig onbeduidend. Maar het heeft God tot zijn deel en leeft voor rekening van Christus, die satan’s kop heeft vermorzeld opGolgotha’s kruis en in Jozefs hof. En in en door Hem is dat kleine kuddeke onoverwinnelijk sterk!

Het is waar: het is satan gelukt en het gelukt hem nog steeds om dat volk, om die kudde te verstrooien en te verdelen en te verwarren, waardoor ze maar al te veel aan kracht inboet. Maar ten diepste is toch dit volk van God van de satan en van de wereld gescheiden door een kloof, die niet meer te dempen is. Het leeft uit één wortel; het bezit één Hoofd, het heeft één keus; het kent één droefheid; het geniet één troost; het koestert één hoop; het verduurt één lijden; het draagt één zegel; het werkt één werk; het sterft één dood; het zoekt en beërft straks één hemel.

De wereld gevoelt, bewust of onbewust, dat dit volk niet uit haar, maar uit God geboren is. Daarom haat ze dit volk van God. Ze vertelt, o zo gretig, hun zonden; ze lacht, o zo hartehjk, om zijn ”bespottelijkheden” en ”bekrompenheden”.

Maar in deze vijandschap wordt de profetie van de ”moederbelofte” aldoor vervuld: ”Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, tussen uw zaad en tussen haar zaad.”

En dan zegt de Heere verder, dat satan de verzenen van het Vrouwenzaad zal vermorzelen. Zoals een slang zich kronkelt om iemands benen en hem met zijn venijnige tanden in de hiel bijt, zo zoekt de wereld Gods Rijk te verdelgen en Zijn volk om te brengen. Joden en heidenen, overheid en volk - alles en ieder spande samen, toen het er op aan kwam, om de verzenen te vermorzelen van hel Zaad der vrouw, de Heilige en Onschuldige, de Borg en Zaligmaker, de Heere Jezus Christus.

Maar het ” Vrouwenzaad” vermorzelt de slang, de satan, de kop. Ook dat zegt de Heere in de moederbelofte. Op de kruisdood volgt de opstanding, de hemelvaart, het zitten ter rechterhand Gods!

En de poorten der hel overwinnen Christus’ gemeente niet en nooit. Saulussen moeten Paulussen worden. Christus leeft, en de Zijnen door Hem - meer dan overwinnaar! Aan welke kant staan en strijden wij? Met God en Zijn Christus tegen satan, wereld en zonde?

Of nog aan satan’s kant, met de wereld, in de zonde, tegen Christus, tegen God?

Het is één van beide! Niet allebei!

Van nature staan wij aansatan’szijdeenzijn wij vijanden van God. Wat dan een reden om te smeken om de genade, die vijandschap zet. Eens moeten wij het toch van God verliezen. Maar zal dan de ”moederbelofte” eens eeuwig tegen ons moeten getuigen? En hel Vrouwenzaad, dat nu nogdoorboorde handen naar ons uitsteekt en ons Zijn vriendschap biedt?

Zalig om door almachtige genade te worden ingelijfd in Zijn leger. Om, Zijn veld- en merkteken dragend, Zijn strijd te strijden. Dan is de strijd wel zwaar. Vijanden van buiten af en van binnen uit. De teleurstellingen zijn vele, door eigen schuld. En de nederlagen zijn talrijk, door eigen schuld. Maar Gods genadeweg voert door de dood tot het leven: door de druk tot de rust; door de vernedering tot de kroning; door de strijd tot de eeuwige vrede; door de bedeling van de vijandschap tot de bedeling van de volkomen vrede en volmaakte liefde, wanneer satan zal zijn geworpen in de eeuwige afgrond en God zal zijn alles in allen - eeuwig!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1986

Bewaar het pand | 6 Pagina's

De moederbelofte

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1986

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken