Bekijk het origineel

Gerrit 3.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Gerrit 3.

5 minuten leestijd

De cholera kwam dus ook in Alkmaar. Toen was Gerrit gedurig in vreze des doods, dat hij uitriep: wie weet, hoe spoedig ik!

Zo breekt na enige weken de 6e oktober 1849 aan. Toen Gerrit uit bed kwam voelde hij ?ich niet goed. Op een belangstellende vraag van zijn vader antwoordde hij: ik ga sterven. Toch ging hij die dag nog naar zijn vrienden toe, maar deze moesten hem ziek thuis brengen. De dokter kon hem niet helpen. Zijn kwaal werd erger. Hij lag met vreze des doods te bed. Zijn ouders smeekten de Heere de bezoeking te heiligen aan de ziel van hun kind. Gerrit was ook voortdurend in gebed. Op 20 oktober, op een zaterdagmiddag, werd hij in de verlossingsweg ingeleid. Hij begon luidkeels te zingen, Ps. 65 : 2:


Een stroom van ongerechtigheden
had d’overhand op mij,
maar ons weerspannig overtreden verzoent en zuivert Gij.
Welkzalig. die Gij hebt verkoren,
die Guit al ’t aards gedruis
doei nad’ren en Uw heilstem horen,
ja wonen in Uw huis.


Wel een blijdschap voor de moeder, die hem dit hoorde zingen en die ook kon zeggen: maar mijn weerspannig overtreden verzoent en zuivert Gij. Toen zijn vader kwam riep hij hem toe: Vader! ik weet mijn Verlosser leeft, weg is de vreze des doods. Zijn vader vroeg hem, wat hij nu het liefst wilde: sterven of leven. Hij antwoordde: ik wil zo de Heere wil. Van die tijd af werd het voorportaal van de hemel voor hem geopend. Toen was het niet anders dan: lieve Jezus! lieve Jezus en gedurig zong hij des daags en zijn betrekkingen moesten met hem zingen.

Op een nacht moesten zijn ouders verschillende psalmen met hem zingen: 84 : 1, 42 : 1, 73 : 12,116 : 1. Zijn vader moest hem uit de Openbaringen lezen over het nieuwe Jeruzalem. Hj vroeg, op welke wijze het nieuwe lied gezongen zou worden, dat de verlosten ter ere van het Lam zouden aanheffen. Vader antwoordde: kind, dat weet ik niet, dat zal U boven wel geleerd worden.

Een week later, 27 oktober, werd hij in de Heilige Drieeenheid ingeleid. Hij mocht toen voor het eerst door zijn lieve Jezus tot zijn Vader naderen. Toen was het onophoudelijk: Vader! lieve Vader!

Van die tijd af had hij meer verlangen om ontbonden te worden en met Christus te zijn. Dat was hem zeer verre het beste. Met zijn lichaam was het treurig gesteld. Hij lag enige weken achterover op zijn rug. Een van zijn zusters moest de hele dag bij hem zitten lezen. Wanneer bijna niemand zijn lijden kon aanschouwen zong hij veel Ps. 33 : 10, 73 : 12 of 42 : 5.

Eens op een avond — zo lezen we in zijn levensbeschrijving — was het zo treurig met hem gesteld, dat men verlegen in de woning werd: hij kon niet langer liggen, ging even overeind en zo in die hartverscheurendste toestand zong hij Ps. 42 : 5: Maar de Heer’ zal uitkomst geven. Had hij weer eens enige verademing dan was het: o wat is de Heere goed! en gaf dan weer een toepasselijk vers op. Was het, dat het bijna niet te aanschouwen was, dan ging hij overluid in het gebed. O treffend voor ieder aanschouwer dan was het: o lieve Vader! o Gij weet hoe Uw kindje lijdt, o kan het met Uw raad bestaan, o verminder dan de smarten. O lieve Jezus! Gij zijt immers ook mens geweest. O lieve Jezus! kan het zijn, treed toe! treed toe!

Dan was het: vader, moeder! vraag ook eens of, als het met ’s Heeren raad kan bestaan, de smarten wat mogen verminderen. Dan was het weder: er moet veel strijd gestreden zijn, er moet veel leeds geleden zijn. Veel hoorde men hem roepen: die vuile zonden! En wanneer hij dan op zijn lieve Jezus zag, hoe Hij in de lijdensschool verkeerd had om zijnentwille, dan was bij in verwonderingen aanbidding.

In het midden van november dacht men, dat hij weder zou herstellen, doch hij zeide: ik ga sterven en ik ben blijde, dat het een gewisse dood zal zijn.

Zijn lijden was wel zwaar, maar uit alles blijkt, dat de Heere hem ondersteunde. Zo was zijn ziekbed een predikstoel.

Een oom, die hem bezocht, was op die dag juist jarig. Gerrit vroegom een lei en schreef er een wens op. Hij schreef o.a. het volgende: Ik wens, dat de Heere U mag zegenen naar het lichaam met het dagelijks brood en mag zegenen naar de ziel met het hemelse brood.


Weer een jaar zo ras voorbij.
O de Heere zij U nabij,
zegene U met ’s Hemels brood,
Hij kan redden uit de nood
en Hij wil, dat wij hem zoeken,
om genade leren roepen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1986

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Gerrit 3.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 december 1986

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken