Bekijk het origineel

Het testament van Abigaël Gerbrants 2.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het testament van Abigaël Gerbrants 2.

5 minuten leestijd

En toen zij zag, dat de grote smart van haar moeder niet verminderde, voegde zij aan de voorgaande woorden nog deze kostelijke redenen toe: O mijn moeder, ween niet, wij zijn uitverkoren tot het eeuwige leven en bemind eer de grond van de wereld gelegd was; ik leef niet, maar Christus leeft in mij en dat leven, dat ik nu leef in het vlees, dat leef ik in het geloof des zoons Gods, Die mij liefgehad heeft, Die voor mij gestorven is, Die ik nu van verre zie, maar als ik bij Hem kom, zal ik Hem aanschouwen van aangezicht tot aangezicht.

Zij riep luide en sprak: O mijn vader en moeder, ik heb de goede strijd gestreden, de loop voleindigd en het geloof behouden; nu is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid, die de Heere mij geven zal in die dag, als Hij verschijnen zal als een rechtvaardig Rechter, niet alleen mij, maar allen die Zijn Naam liefhebben.

Lieve vader, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen, want wij zullen Hem zien gelijk Hij is. Want ons leven is met Christus verborgen in God. Toen ik hierop haar aansprak: O mijn dochter Abigaël, houd dit fundament vast, antwoordde zij wenende: O mijn Vader troost mij zeer; de Geest geeft getuigenis met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. En als wij kinderen Gods zijn, zo zijn wij ook erfgenamen Gods en door die Geest bidden en zeggen wij Abba Vader en ik zuchtte naar Hem met uitgerekte halze.

Op deze en andere woorden vroeg zij het Testament van haar moeder en las en liet lezen door haar moeder en een ouderling het gehele hoofdstuk 2 Corinthe 5. En zeide: als deze tabernakel gebroken wordt, hebben wij een gebouw bij God, een eeuwig, namelijk een huis, dat zonder handen gemaakt is; daarom met vurige woorden zeggende: Daarom moet dit verderfelijke aandoen het onverderfelijke en dit sterfelijke het onsterfelijke, want ons burgerschap is in de hemel, waaruit wij onze Zaligmaker Jezus Christus verwachten, Die onze vernederde lichamen veranderen zal, opdat ze gelijkvormig worden aan het heerlijke lichaam van Jezus Christus. O, met welke krachtige werking heeft Hij daarmede Zichzelf alle dingen onderworpen.

Zij zeide ook tot haar bedroefde moeder: Wees over mij verblijd, want ik heb mijn Bruidegom gezet als een zegel op mijn hart. De liefde is sterk als de dood. Zij brandt als de hel. Vele stromen der wateren kunnen haar niet uitblussen. Dikwijls riep zij uit: O, dood waar is uw prikkel, o hel waar is uw overwinning? Maar God zij gedankt, Die ons de overwinning gegeven heeft in Christus Jezus. Welke Christus het Lam Gods is, dat de zonde van de gehele wereld draagt. Hij heeft het handschrift der zonden, dat tegen ons was, in stukken gescheurd en heeft de overheden en machtigen in het openbaar ten toon gesteld en daar over hen getriomfeerd. Na deze heerlijke redenen wendde zij haar droevige ogen naar mij en sprak: O vader, ik heb nog een Vader in de hemel, hetzij ik leef, hetzij ik sterf, ik behoor Hem toe, Romeinen 4 : 8. Daarop zeide haar vader: Wel, mijn dochter, daarop wil ik u kussen. En toen zij een kus ontvangen had, sprak zij met deze woorden, Hooglied 1 : 2: Hij kuste mij met de kussen Zijns monds. Ja, de vader kuste de verloren zoon op de wangen in het hart, Lukas 15 : 10.

Daarop zeide hij: Mijn dochter, denk aan de kus, waarop zij antwoordde: Ja, mijn vader, zonder die Vaderlijke kus zijn wij eeuwig verloren, want zou God de zonden toerekenen dan kon niemand voor Hem bestaan. Noach ging in de ark en hij vond genade bij God, Genesis 6 : 8. Want uit genade zijt gij zalig geworden en dat niet uit u, maar het is Gods gave, opdat niemand roeme, Efeze 2 : 9, 10. Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen tot goede werken, Die Hij ons van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.

Want niet zij zullen ingaan in het koninkrijk Gods, die daar zeggen: Heere, Heere, maar die daar doen de wil des hemelsen Vaders, Mattheüs 7 : 2. Daarom sprak Christus tot Petrus, toen deze Hem vroeg: Heere, wat zal ons dan geworden, wij hebben alles verlaten en zijn U nagevolgd? Christus antwoordde:

Voorwaar, Ik zeg u, dat gij, die Mij gevolgd zijt, in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen zal gezeten zijn op de troon Zijner heerlijkheid, dat gij ook zult zitten op twaalf tronen, oordelende de twaalf geslachten Israëls. Mattheüs 19 : 27, 29.

En toen er een van de omstanders zeide: Abigaël Gerbrants dochter, gij draagt al een zwaar kruis, antwoordde zij daarop en zeide: Niemand wordt er gekroond of hij moet wettelijk strijden; dat is de overwinning, dewelke overwint, namelijk ons geloof. Het lijden van deze tegenwoordige wereld is niet te vergelijken met de heerlijke vreugde, die ons zal geopenbaard worden, Romeinen 8 : 18. Die de Heere liefheeft die kastijdt Hij; anders waren zij bastaarden, maar nu zijn wij geen bastaarden, maar kinderen, Hebreeën 11 : 16. Zij besloot al haar redenen met deze woorden: God zal het voorzien, sprak Abraham, Genesis 22 : 8.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1987

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Het testament van Abigaël Gerbrants 2.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 februari 1987

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken