Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Schriftgeleerden 2.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Schriftgeleerden 2.

7 minuten leestijd

Het is ons duidelijk geworden dat elke bedenking tegen de naam schriftgeleerde onjuist is, ja zelfs ingaat tegen de Schrift zelf. De naam op zich is een gegeven. Een Goddelijk gegeven. De Heere gaf aan Israël geleerden, die in de Schriften thuis waren. Onder hen neemt Ezra een bijzondere, belangrijke plaats in. Van hem bezitten we een Bijbelboek en we komen zijn naam tegen in het boek Nehemia. Ezra behoorde tot het priesterlijk huis van Aäron. Vandaar dat hij ook wel priester genoemd werd. Tot de weggevoerden behoorden ook de priesters. In Babel was geen werk voor hen. Daar waren zij werkloos, want in de ballingschap was geen tempel, geen altaar en geen offerdienst. Zij bleven echter niet werkloos. Ze gingen zich werpen op de bewaring van de Heilige Schriften en de verspreiding daarvan. Naar we kunnen aannemen waren heilige rollen van de wet en de profeten meegenomen naar Babel. Mannen nu als Ezra gingen zich inzetten voor de overschrijving van de heilige rollen, opdat de joden in ballingschap het beschreven Woord van God zouden bezitten. Opdat men in de synagogen, de ontstane leerhuizen het Woord des Heeren kon lezen, kon horen. De mannen die zich tot het werk van overschrijven zetten werden ”schrijvers” genoemd. Daar het overschrijven van de Heilige Schriften veel kennis gaf van de inhoud van de Schriften, verkregen de overschrijvers door hun gebleken kennis van de Schriften de naam van Schriftgeleerden. Wonderlijk, maar waar, Ezra kreeg van koning Arthahsasta de opdracht om te reizen naar het oude stamland om te onderzoeken of het reeds teruggekeerde volk de wet van Israël onderhield. De wijde vaten voor de tempeldienst werden hem meegegeven en veel geld om voor de koning een offer te doen aan Israëls God. Een aangrijpend schrijven stelde de koning Ezra ter hand, waarin alle landvoogden en stadhouders geboden werd Ezra in alles ter wille te zijn. “Arthahsasta, koning der koningen aan Ezra, de priester, de schriftgeleerde der wet van de God des hemels volkomen vrede en op zulken tijd!” Toen Ezra vertrok, in het jaar 458voor Christus, gingen 15.000 ballingen met hem naar Jeruzalem en Juda. Onder hen was een hele groep schriftgeleerden.

Het doel was om in het land der vaderen het volk weer terug te voeren naar het Woord des Heeren. Dit was noodzakelijk, daar velen onkundig waren in de Schriften. Vreemd aan de rechte kennis des Heeren. Het geloofsleven moest a.h.w. van de grond af weer worden opgebouwd. Een treffend voorbeeld daarvan wordt ons getekend in Nehemia 8. Op de eerste dag van de zevende maand van het jaar 444 werd al het volk samengeroepen op het grote Waterpoortplein in Jeruzalem. Dit plein was het marktplein. Hier kon de massa mensen samenkomen. Voor de waterpoort was een groot houten platform gebouwd. Als het volk naar oosterse wijze op de hurken gezeten was, kwam Ezra en 13 levieten, evenals hij thuis in de schriften, volgden hem. Ze hadden bij zich de heilige rollen. Ezra beklom het podium en ging zitten op de hoge houten stoel. De levieten gingen naast hem staan. De ene helft aan zijn rechter en de andere helft aan zijn linkerhand. Wat nu door Ezra gelezen werd, werd door de levieten vertaald en zo werden de woorden des Heeren dicht, heel dicht bij het volk gebracht. Verstaanbaar voor oud en jong. En dat moest, want de Heere had een boodschap voor oud en jong.

De reaktie van het volk bleef niet uit. De voorlezing, de woorden des Heeren deden wat bij het volk. Het liet hen niet koud. Het is een voorrecht wanneer het Woord des Heeren niet langs ons heengaat. Het volk weende en bedreef rouw. Het waren immers ook geen kleine zaken, die hen voorgelezen werden. De zegen Gods zou ontvangen worden, wanneer gewandeld werd in de wegen des Heeren, maar bij het nalaten en verlaten van die wegen zou de Heere komen met oordeel. Overal zou zijn straffende hand gezien worden. Het volk moest wenen, want ziende op zichzelf was er voor het komende jaar niet veel goeds voor hen te verwachten. Ze hadden de muren en de poorten van Jeruzalem nu wel mogen bouwen, maar wat betekende dat tegenover al hun ongerechtigheden. De Heere kon over hen toch alleen maar toornen!

Treffend is het wat tot het wenende volk werd gezegd. Het werd opgeroepen tot blijdschap. De droefheid moest plaats maken voor de blijdschap. Maar de ongerechtigheid dan en de vloek des Heeren? Moest daar overheen gestapt worden? Kon dat, mocht dat? Hoort! De stem des Heeren wekt tot blijdschap op. Het bevel klonk uit de mond des Heeren. En het spreken Gods kwam uit het hart des Heeren. In dat hart des Heeren nu leefden goedertieren gedachten ten opzichte van het zondige volk. En de aangebroken dag, de dag waarop het volk bijeen was, was een dag “heilig” de Heere. Op deze afgezonderde dag, en we kunnen denken aan de joodse nieuwjaarsdag, dacht de Heere aan Zijn Naam. En Hij handelde naar in Zijn Naam besloten lag. In en door de arbeid van Christus mocht en kon het klinken uit Gods mond: “deze dag is de Heere uw God heilig, bedrijf dan geen rouw en weent niet; want al het volk weende als zij de woorden der wet hoorden”. Nehemia 8 : 10.

Waar droefheid is, droefheid over de zonde, droefheid over hart en leven. Waar verbrokenheid is horend de heilige eisen des Heeren, daar wordt gepredikt, verkondigd in ’s Heeren Naam, naar ’s Heeren Naam: blijdschap.

Het bedroefde volk mocht opstaan en eten het vette der beesten. Het mocht zoete dranken drinken en een feestgave geven aan de armen, want het staat er zo treffend: “want de blijdschap des Heeren, die is uw sterkte”. Droefheid buigt neer en verzwakt. Veel droefheid, bittere droefheid kan zelfs ongeschikt maken voor het werk en bij de pakken doen neerzitten. Maar blijdschap en dat heel bijzonder de blijdschap des Heeren wekt op en geeft kracht. Vervult die blijdschap ons hart, dan valt niets ons zwaar. Dan wordt het werk psalmzingend gedaan en zingend gestreden en zelfs geleden. Welk een kracht ligt er niet in het hart. In heel de mens. Welk een kracht en moed heeft men dan. Wat kan men zich dan sterk weten.

Uit het hart komt het en de mond laat het horen:


De Heer’ is mij tot hulp en sterkte,
Hij is mijn lied. mijn psalmgezang.
Hij ivas het, die mijn heil bewerkte,
Dies loof ik Hem mijn leven lang.


Op het spreken kwam het wenende volk tot grote blijdschap. Matthew Henry zegt in zijn schriftverklaring: “Nadat zij geweend hadden, verblijdden zij zich. Een heilig treuren bereidt de weg voor de heilige vreugde. Die met tranen zaaien zullen met gejuich maaien. Zij, die beven onder de overtuiging van het woord, kunnen zich verblijden in de vertroosting ervan. De grond van hun blijdschap was zeer goed. Zij smaakten blijdschap niet omdat zij het vette hadden te eten en het zoete hadden te drinken en veel goed gezelschap hadden, maar omdat zij de woorden hadden verstaan die men hun had bekendgemaakt. Het is een zeer grote zegen om de Heilige Schriften te bezitten en hulpmiddelen om ze te verstaan en wij hebben wel reden om ons daarin te verblijden.

Bijbels en dienaren van het Evangelie zijn de blijdschap van Gods Israël. Hoe beter wij het Woord van God verstaan, hoe meer vertroosting wij er in zullen vinden, want de duisternis van droefheid en benauwdheid komt voort uit de duisternis van onwetendheid en dwaling.

Toen de woorden hun het eerst verklaard werden, weenden zij, maar toen zij ze verstonden hebben zij zich verblijd, daar zij eindelijk kostelijke, dierbare beloften vonden, gedaan aan hen, die berouw hebben en zich bekeren, zodat er dus hoop was voor Israël. Gode zij dank, die geeft Schriftgeleerden en hen gebruiken wil.

Dit artikel werd u aangeboden door: Bewaar het Pand

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1987

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Schriftgeleerden 2.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 maart 1987

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken