Bekijk het origineel

Voor U gelezen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor U gelezen

(Overgenomen uit de “Wekker” van 26 april 1X95)

4 minuten leestijd

Voor kinderen

Een jongetje van godvrezende ouders werd eens ernstig ziek. Meestal lag hij alleen in een kamertje en dacht wel eens na over goede en nuttige lessen, welke hij van zijn ouders uit de Bijbel gehoord had. Deze overdenkingen maakten een diepe indruk op hem en die hem nu ernstig in herinnering kwamen, en die aan zijn jonge hart geheiligd werden.

Op zekeren tijd kwam zijn moeder weer bij hem om hem iets in te geven. Toen stortte hij zijn jeugdig hart voor haar uit. Hij zeide tot haar: “Nu, lieve moeder, mag ik denken, wat gij mij vroeger met zoveel ernst en nadruk verhaald hebt; alles komt mij nu voor de aandacht. En hoewel ik redenen heb om mij te schamen, dat ik niet altijd oplettend naar u en naar vader geluisterd heb, toen mij uit de Bijbel verteld werd en nu voor mijn aandacht komt. “Och”, zeide hij tot zijn moeder, “dat de Heere mij verder door de Heilige Geest in alle waarheid leide, opdat ik verder het zoete van die dierbare waarheden ondervinde. Veelvuldige verzoekingen ga ik wellicht tegemoet, maar is de Heere mijn Leidsman, dan heb ik niets te vrezen”. Toen het avond was, bood zijn moeder als naar gewoonte aan. bij hem te blijven; doch hij verzocht vriendelijk, dit nu niet te doen; hij begeerde alleen, dat het licht mocht blijven branden: wanneer hij dan niet slapen kon, wenschte hij een gedeelte van Gods Woord na te zien en daarover te denken. De moeder stond hem dit gaarne toe. Door ’s Heeren goedheid herstelde hij spoedig geheel en gaf toen overal duidelijke blijken van de grote verandering, die bij hem had plaats gehad. Overal prees hij de Heere aan. Vooral bij zijn kameraden was hij een voorbeeld en wees hun steeds met ernst op Hem. Die hem zo genadig was geweest. Het was wonderlijk, hoe hij aan allen de Bijbel aanprees. In en bij alles toonde hij, dat de Heere Jezus in zijn hart woonde en werkte.

Kinderen! dankbaar genoeg kunt gij niet zijn, indien gij het voorrecht moogt hebben, vrome ouders te bezitten, die u reeds vroeg op de Heere Jezus wijzen als de enige Naam. waardoor ge behouden kunt worden. Velen, wij weten het, schijnen het spoedig al beter te weten dan de ouders, maar bedenk het toch wel, hoe gij die lieve ouders behandelt. Spoedig kunnen zij van u weggenomen worden, en dan komen soms duizende gedachten in het hart op. Ik heb een meisje gekend (zij is nu al een bejaarde vrouw) die, toen haar lieve moeder overleden was, niet door de gang durfde gaan, waar de doodskist stond. Zó luide sprak haar geweten tot haar: “gij hebt uw moeder niet met kinderlijke liefde behandeld”!. Wel duizende malen heeft ze het zelf, met schaamte, aan anderen en aan mij medegedeeld. Zult gij, mijn kind! Wanneer uw moeder vóór u komt te sterven, gerust, zonder beschuldigend geweten langs de doodskist uwer moeder durven gaan, met de gedachte: “Ik heb die lieve moeder geen verdriet aangedaan: die lieve moeder heeft niet om mijn zonden behoeven te wenen?” De Heere geve het! Mocht daartoe de Heere u leren, nu. terwijl ze nog bij u zijn, al het mogelijke te doen, om uw ouders genoegen te doen en de begane fouten nog te herstellen: geve de Heere u daarvoor uw stem tot Hem te leren opheffen”.

Was ondertekend:

“Aarlanderveen...... G. Bos”.

(Toelichting! Deze Ds. G. Bos was destijds predikant van de gemeente Aarlanderveen).

Dr.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1987

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Voor U gelezen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1987

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken