Bekijk het origineel

En zijn huis

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

En zijn huis

9 minuten leestijd

Over de kinderdoop is heel wat geschreven en gesproken. Het voor en tegen is belicht geworden. En dat blijkt niet alleen in onze eeuw, maar reeds in de 16e en 17e eeuw.

In de tijd van de reformatie waren het de wederdopers, die fel ageerden tegen de kinderdoop. Bij de wederdopers was de Doop geen daad Gods, waardoor Hij ons Zijn verbond verzegelt, maar enkel een daad van de gelovige, waardoor hij getuigde van wat God aan “deziel” gedaan had. En wat doet God de Heere op de daad van de gelovige? Hij hecht Zijn goedkeuring daaraan en zet Zijn stempel op het geloof. God de Heere doet alles, na ’s mensen keuze voor God en Christus.

Deze grondgedachte komen we ook tegen bij hen, die voor de “herdoop” zijn, of volwas-sendoop. Er wordt zo positief “nee”gezegd tegen wat in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes over het kinderhoofd is uitgesproken en beloofd is. Het goed recht nu van de kinderdoop wordt beleden in ons leerboek de Heidelbergse catechismus, zondag 27 - antwoord 74 en ook in art. 34 van de Ned. Geloofsbelijdenis. U moet wat in beide staat maar eens rustig nalezen en op u in laten werken. Het is voluit Bi jbels en de kerk heeft in de 17e eeuw op de Dordtse Synode uitgesproken, dat dit zo is en gezien moet worden. Vandaar dat elke doop-leer en doopopvatting daaraan getoetst moet worden. Werd dat meer gedaan: het overschatten en onderschatten van de doop zou meer leiden tot en doen leven bij de schatten, die God de Heere in de Doop gelegd heeft. Schatten die schitteren tegen de ontzaggelijke werkelijkheid, die de Heere ons predikt in de doop nl. onze diepe val, onze algehele verlorenheid en doemwaardigheid. Schatten, die wijzen op en spreken van het souvereine, Godverheerlijkende heilswerk Gods in Christus door de Heilige Geest. En daarbij worden ook kinderen betrokken. Aan kinderen wordt gegeven het teken en zegel van Gods verbond en dat geschiedt in en door de Doop. Daardoor wordt het kind niet geplaatst in de zaligheid, maar daardoor komt het kind op dezelfde plaats te staan als kind in Israël. Want de doop is niet boven de besnijdenis gekomen. Zij is niet hoger gesteld dan de besnijdenis, laat het goed onthouden worden: de doop is gekomen in de plaats van de besnijdenis.

Maar, wordt soms opgemerkt, er is in het Nieuwe Testament geen bevel te vinden voor de kinderdoop. Dit behoeft niet. Slechts het teken is gewijzigd. Het bloedige teken werd een onbloedig teken. Dat de Heere meer moest bekend maken was niet nodig. Het meerdere eist men ook niet, wanneer het gaat over de toelating van vrouwen aan het avondmaal. Nergens lezen we in de Schrift daartoe een bevel en toch wordt aan de vrouw een plaats toegekend aan de avondmaalstafel.

Vervolgens attendeert men er op, dat in het Nieuwe Testament geen voorbeeld van de kinderdoop wordt gegeven. Alleen volwassenen werden gedoopt en Jezus heeft gezegd: “Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, zal zalig worden”. Markus 16 : 16.

Nu moet bedacht worden, dat beide, het Nieuwe Testament en Jezus in Zijn Woorden, uitgaan van de zendingssituatie. We vinden daarom ook alleen de doop van hem of haar, die als volwassene vanuit het jodendom of het heidendom tot het christendom overging. Ook mag niet voorbijgegaan worden aan het feit dat zowel de besnijdenis als de pro-selietendoop gezien moeten worden als twee belangrijke wortels van de kinderdoop. En bij beide waren kinderen betrokken. En dat kan van de doop ook gezegd worden. Immers de gegevens in het Nieuwe Testament wijzen duidelijk in die richting. Op verschillende plaatsen wordt gesproken over het huis, of het huisgezin.

In Handelingen 16 lezen we dat Lydia, de purperverkoopster uit Thyatire gedoopt werd en niet alleen zij, maar ook haar huis. Van de stokbewaarder staat in hetzelfde hoofdstuk beschreven dat hij en al de zijnen gedoopt werden en hij verheugde zich, dat hij met al zijn huis aan God gelovig geworden was.

In I Korinthe 16 heeft Paulus het over de doop van het huis van Stefanas. Dit spreken over het huis van iemand heeft een specifiek oudtestamentische achtergrond. In het Oude Testament kan de uitdrukking “met zijn huis” resp. metzijn gehele huis, als een vaststaande uitdrukking beschouwd worden. Vele voorbeelden zijn daarvan te geven. En gelijk in ons taalgebruik het woord “huisgezin” doet denken aan man, vrouw en kinderen, zo moet dit ook opgevat worden wanneer we hetzelfde woord tegen komen in het Oude Testament. Ja zelfs het woord “huis”. Ter illustratie een enkel voorbeeld daarvan. In Genesis 45 gaat het over de instructies van Farao aan Jozef. En die instrukties waren bijzonder bestemd voor zijn broers. De broers van Jozef moesten terug gaan naar Kanaan en vandaar hun vader en hun huisgezinnen nemen en zich vestigen in Egypte. In Egypte beloofde Farao het beste deel van het land te geven. Bij de huizen van de broers van Jozef hoorden ook de kinderen, zelfs de allerkleinsten, zoals blijkt uit de vermelding van de bijzondere voorzieningen, die voor hen getroffen werden. (Genesis 45 : 19).

In I Samuël 1 wordt ons verteld hoe Elkana ieder jaar met zijn gehele huis naar het heiligdom in Silo ging om het jaarlijkse slachtoffer en het gelofte-offer te brengen. Tot het huis van Elkana moeten ook kinderen behoord hebben, want als uitzondering wordt speciaal vermeld dat Hanna met de nog niet gespeende zuigeling Samuël thuisbleef. (I Samuël 1 : 21-22).

Ook mag niet voorbijgezien worden, wanneer over het huis van iemand gesproken werd en dat zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament sterk de eenheid van het gezin uitkomt. En die eenheid werd bijzonder beleefd. Dat valt ons in bepaalde gezinssituaties bijzonder op. De beslissingen van het gezinshoofd waren dan ook op grond van de eenheid van het gezin van beslissende betekenis voor het gehele gezin. En dat gezin kon nogal omvattend zijn. Want tot het gezin konden behoren familieleden alsook slaven met hun gezinnen.

In onze samenleving kunnen veranderingen in het leven van het gezinshoofd ook van betekenis zijn voor het gehele gezin. We kennen de opmerking: “wat een vreugde voor zijn gezin” en “wat lijdt zijn gezin daaronder”.

De blijdschap nu van de stokbewaarder over de rijke genade des Heeren, was een vreugde waarbij ook geheel zijn huis betrokken werd. Ja de indringende oproep en de heilstoezeg-ging gedaan door Paulus en Silas aan de stokbewaarder, kwamen ook tot zijn huisgezin. Immers we lezen: “Geloof in de Heere Jezus Christus en gij zult zalig worden, gij en uw huis”. (Handelingen 16 : 31).

Niemand durft te betwisten dat als gesproken wordt over “huis” dat daar alleen gedacht moet worden aan volwassenen. En gestel dat dit gedaan moet worden, zouden we mogen stellen dat er onder het Oude Verbond alleen een teken zou zijn van het Verbond en onder het Nieuwe niets? Dus geen enkel teken, nu, voor het kind? Dan geldt nog voluit de besnijdenis en dat gelooft men niet.

De volgende argumenten nl. het niet verstaan van de Doop door kinderen en de onbevestigde vraag: “zal het kind wel tot geloof komen?”, gaan niet op. Het kind onder Israël verstond de besnijdenis ook niet en toch beval de Heere het te laten besnijden. Vervolgens wordt er niet gedoopt op grond van geloof, maar op grond van Gods bevel.

Tenslotte moet ook gelet worden op de plaats van het gezin. Het gezin behoort tot de gemeente en dat met de vader. Vandaar dat in antwoord 74 van zondag 27 staat: “dat de jonge kinderen met de volwassenen in de gemeente begrepen zijn” en daarom ontvangen zij als kinderen der gemeente het teken en zegel van de Heilige Doop.

De ouders nu hebben als eerste de plicht en de roeping om hun kind, hun kinderen te onderwijzen. Te onderwijzen in Gods Verbond en woorden. Te onderwijzen in wat God de Heere in de doop bezegelt en bekrachtigt. En de kerk heeft in en door haar ambtsdragers ook de plicht en de roeping dit te doen. Veel heeft de doop ons te zeggen. Zowel ouderen als jongeren. We zijn kinderen des toorns, daar begint het onderwijs mee. We zijn ook kinderen van het koninkrijk en daar dragen we het teken van mee. Maar er is ook de werkelijkheid van het buiten geworpen worden als kinderen van het koninkrijk. In Mattheüs 8 staat: en de kinderen des Koninkrijks zullen buiten geworpen worden. En juist daarom spreekt de Doop zo klemmend over de noodzaak en de mogelijkheid van de wedergeboorte.

Die wedergeboorte hebben we allen nodig. Zij is bij God de Heere te verkrijgen en te bekomen. De Doop onderwijst ook in onze algehele onreinheid en totale verlorenheid. Door het doopwater wordt zij ons aangewezen. In het water van Gods toorn zouden we eeuwig moeten verzinken. En dit is naar recht verdiend. Hetzelfde doopwater getuigt ook van de zoendood en het zoenbloed van Jezus Christus, waarin reinigmaking en zaligheid is. De Doop richt ons ook op het rijke, heilvolle werk van de Heilige Geest.

Wat groot is het, dat daarover gesproken mag worden in gezin en kerk. Wat groot is het dat daarom gebeden mag worden in gezin en kerk. De Heere van de Doop, Die laat dopen en beveelt te dopen geve te verstaan wat in de Doop vastligt en Hij schenke rijk de beleving, waarvan Hij spreekt in de Doop.


Elk, die Hem vreest, hoe klein hij zij of groot,
Wordt van dat heil, die weldaan, deelgenoot;
Hij zal ze groter maken,
En z u, zowel als ’t kroost dat gij bemint. Dat, nevens u, zich aan Gods wet verbindt, In dubb’le maal doen smaken.
en
’s Heeren gunst zal over die Hem vrezen In eeuwigheid altoos dezelfde wezen;
Zijn trouw rust zelfs op ’t late nageslacht, Dat Zijn Verbond niet trouweloos wil schenden,
Noch van Zijn wet afkerig d’oren wenden, Maar die, naar eis van Gods Verbond, betracht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1987

Bewaar het pand | 6 Pagina's

En zijn huis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1987

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken