Bekijk het origineel

Voor u gelezen 6.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor u gelezen 6.

5 minuten leestijd

(In ’t jaarboekje onzer kerken van 1896)

Een kleine bladzijde uit de portefeuille van een oefenaar (slot).

”Nu was zij in de loopbaan gekomen. Hoe vlug en vaardig zij voortaan in die loopbaan liep, en of zij niet wel eens traag in het lopen is geworden, weet schrijver dezer regelen niet, doch kan hij slechts vermoeden. Zoveel echter is zeker, dat zij in de baan liep om de prijs, dien zij wellicht reeds ontvangen heeft, of die zij, zo zij nog in de strijdende kerk is, eerlang ongetwijfeld ontvangen zal.

Eerst de volgende dag kwam men onze oefenaar in zijn woonplaats deze geschiedenis mededelen en onze lezers zullen wel begrijpen, dat de man zich haastte, de zieke te bezoeken. Daar gekomen begon de vrouw met allereerst haar schuld aan de man te belijden, en dat die schuld met een hart, dat vol was van dank aan de Heere, vergeven werd, behoeven wij zeker niet te zeggen. Daarop, volgde de mededeling van alles, wat haar ziel op het ziekbed had ervaren. De oefenaar zat met aandacht naar de mededeling van die blijde zielservaringen te luisteren, en nu ging hem een licht op, waarom hij in die bewuste week en op die bange zaterdagavond geen tekst had kunnen vinden, terwijl hij toch zo ijverig en biddend er naar gezocht had: de vrijmachtige God had I Kor. 9 : 24b voor die vrouw bestemd!

Misschien vraagt een lezer, of die vrouw, eer zij het boven verhaalde ondervond, geen geestelijk leven bezat en dus inderdaad in beginsel een bekeerd mens was. Nu, dit kan wel het geval zijn geweest en onze oefenaar wilde het er dan ook liefst voor houden, maar merkte, als men hem daaromtrent vroeg, gewoonlijk op, dat die vrouw wellicht vroeger wel wat van de Heere had ontvangen en het overige er maar had bijgenomen, en in die toestand door halfziende vromen in het zadel der vrijmaking was gezet, totdat de vaderlijke verbondstrouw tusschenbeide kwam om haar uit dat zadel te lichten en op een zuiver geloofsstandpunt te plaatsen, om een Bijbelsche heiligmaking en godzaligheid te kunnen betrachten.

Zeker mag ik van de heilzoekende lezer dezer bladzijde uit de portefeuille van onze oefenaar wel veronderstellen, dat ook hij alle gewicht legt op de vermaning van de apostel: "loopt alzo, dat gij dien moogt verkrijgen!” Geen prijs derhalve zonder alzoo te lopen; want dezelfde apostel getuigt: "Zonder heiligmaking zal niemand de Heere zien!” Och, dat ieder lezer dezer regelen zich voor de Heere beproeve met de vraag: waar loop ik, — binnen of buiten de door God in de H. Schrift aangewezen renbaan? Die er buiten lopen, mogen in eigen schatting grote vorderingen maken, evenwel raken zij aan het eind zo vast asl een muur. De Heere ontdekke het oppervlakkige, het wettische naamchristendom, opdat het niet, ondanks al het lopen of draven, toch straks de prijs derve, die toch alleen door de Hemelsche Rechter zal worden toegekend aan hen, die alzo loopen”

Duidelijk is het ook weer uit deze bladzijde uit de portefeuille van onze oefenaar, dat er, om naar de hemel te kunnen gaan, zaken moeten worden gekend, n.1. een gezonde bevindelijke godgeleerdheid (zie Jer. 54 : 13 in verband met Joh. 6 : 45) en de vrucht daarvan, de godzaligheid (zie II Petr. 1 : 5-9). In onze dagen wordt dit maar al te veel op zijde gezet of met minachtingeen "ziekelijke mystiekerij” genoemd.

Die smaad schokke het volk des Heeren niet, maar men houde het er voor, dat zulke overgeleerde lieden aan de bevindelijke godgeleerdheid vreemdelingen zijn, en dat zij beter deden met de oude Dr. Doorslag, in de vorige eeuw predikant te Dordrecht, en met de godzalige Ds. Tjenk, destijds predikant te Overschie, een jaloersche blik op dat volk van de echte stempel te slaan en uit te roepen: ach, dat ik ook die zaken kende!” Zulks was ook de behoefte van de dichter, uitgedrukt in Ps. 106 : 4, 5.

Het is waar, dat er ook in onze tijd heel wat ziekelijks is waar te nemen, waarvan zij, die door Gods Woord en Geest zijn onderwezen, niet dan walgen kunnen. Ook van de kansels hoort men niet zelden allernaarste dingen, die dan voor bevinding moeten doorgaan, verkondigen; maar wie zal om die droeve verschijnselen, de gehele bevindelijke godgeleerdheid willen verwerpen en ziekelijke mystiekerij durven noemen?

Die dat willen, kunnen dan met gelijk recht ook de wetenschap, omdat er zoveel valsche wetenschap is, wel op non-activiteit stellen! Het is o.i. juist de roeping van Gods knechten, door hun prediking het kostelijke van het snoode, het valsche van het ware te doen onderscheiden.

Eindelijk: de schrijver dezer bladzijden (uit de portefeuille van een oefenaar) wenscht ieder lezer en lezeres toe, dat ook zij alzo mogen lopen, dat zij de prijs mogen verkrijgen. En zo nu dit schrijven nog mocht dienen tot ontdekking van hen, die buiten de loopbaan lopen, en zij ware behoefte mogen krijgen om door de poort op die baan te komen, dan acht hij zich ruim beloond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1987

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Voor u gelezen 6.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1987

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken