Bekijk het origineel

Urk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Urk

Afscheid van Ds. A. v.d. Weerd te Urk

11 minuten leestijd

Daar de eindredakteur Ds. G. Blom met vakantie zich in Canada bevond bij zijn kinderen, had hij ons verzocht om een verslag te schrijven over het afscheid van Ds. A. v.d. Weerd te Urk.

Wij wilden daar gaarne aan voldoen en dat om meer dan één reden. Want het verblijdde ons dat de scheidende Ds. naar Dordrecht-C. ging, de plaats, die wij acht jaren hebben mogen dienen. God heeft ons geroepen naar Elburg, wat niet wil zeggen, dat we Dordrecht nu voor goed vergeten waren. Dordrecht krijgt nu weer een eigen Ds. en D.V. vrijdag 28 augustus hopen wij hem aldaar in het ambt te bevestigen. Als de plannen niet veranderen zal dat gebeuren om 15.00 uur, terwijl dan Ds. v.d. Weerd zijn intrede zal doen om 19.30 uur.

Afscheid nemen van een gemeente is altijd een min of meer weemoedige zaak. Banden, die gelegd zijn, moeten worden doorgesneden. Lief en leed heeft men samen zoeken te delen, en aan dat alles komt dan een einde. Nu werd het leed in Urk verzacht door het feit dat Ds. G. Bouw van Scheveningen, het op hem uitgebrachte beroep heeft mogen aannemen, zodat de vacature maar heel kort zal zijn.

Een volgende reden waarom wij gaarne aan het verzoek van Ds. G. Blom wilden voldoen, ligt in het feit, dat wij op de klasse Zwolle benoemd waren geworden tot consulent van Urk. Dat brengt altijd weer de nodige werkzaamheden met zich mee. Niet dat we tegen werken op zien, maar het is ook niet zo dat we het zoeken, aangezien een predikant in z’n eigen gemeente altijd werk voldoende heeft. Tenminste als hij zijn werk ziet. Door de komst van Ds. G. Bouw zal onze arbeid in Urk tot een minimum beperkt worden, naar we hopen en verwachten.

Daar we zelf met vakantie in Dordrecht verkeerden, moesten we zaterdag 11 augustus de reis naar Urk ondernemen, om van het afscheid getuige te zijn. Het is van Dordrecht naar Urk een heel eind. Doch wat men gaarne doet is niet gauw te veel.

Al hebben we zelf nooit in Urk gestaan, we zijn er toch nog een keer beroepen geweest, en we moeten eerlijk zeggen: We houden wel van Urk. Het is altijd een behoudende gemeente geweest, wat natuurlijk niet wil zeggen, dat het een volmaakte gemeente is. Want volmaakte gemeenten zijn er niet. Volmaakte dominees zijn er ook niet.

Urk was vroeger een eiland. Tegenwoordig is het een dorp, omdat het vanwege de drooglegging verbonden is aan het vaste land.

Urk is een vissersplaats. En als zodanig is het de laatste tijd veel in het nieuws. Het zijn harde werkers, die hun brood uit het water zoeken te verkrijgen. Doch allerhande maatregelen, die van overheidswege genomen worden, bedreigen de Urkers in hun bestaan. Dat is op zichzelf een zeer jammere zaak, waar wij verder geen oordeel over kunnen vormen, omdat het te maken heeft met de internationale politiek. En daar hebben wij niet veel verstand van. Mensen die het weten kunnen, zeggen dat het niet alleen de politiek is, die Urk de voorpagina’s van de krant doet halen. Doch er speelt ook een godsdienstig element een rol bij. Daar Urk als zeer godsdienstig bekend staat, wordt er door de wereld nauwkeurig op de inwoners acht gegeven. De neutrale pers, die in wezen anti-godsdienstig is, vindt daarom in alles wat er te Urk gebeurt, voldoende voer tot verzadiging van haar lezers. De wereld weet heel gemakkelijk de godsdienst te bekladden. Wat moet je ook anders van de wereld verwachten?

Urk telt vele vissers op zee. Heel letterlijk! Doch er zijn ook vissers op de wal. Heel letterlijk! De eerste soort zijn de natuurlijke vissers. De tweede soort zijn geestelijke vissers. Want een door God geroepen dienstknecht is een geestelijke visser. ”Ik zal u vissers der mensen maken”, heeft Jezus eens gezegd.

Ds. A. v.d. Weerd moest als zodanig afscheid nemen van de gemeente die hij 5V, jaar had mogen dienen. Al die tijd is door hem te Urk het evangelienet uitgeworpen. Hoevelen er tot hun eeuwig welzijn gevangen zijn, zal de eeuwigheid openbaren. Dit is zeker dat Gods woord nooit ledig wederkeren zal, doch voorspoedig zal wezen, waartoe God het zendt.

Toen het beroep was aangenomen met overtuiging en vrijmoedigheid, werd de scheidende predikant bepaald bij Deuteronomium 33 : 27a: ”De eeuwige God zij u een woning, en van onderen eeuwige armen”. Hét kwam hem voor dat deze tekst geschikt was om er afscheid mee te nemen. Het was volgens Ds. v.d. W. een troostwoord voor de gemeente die moest worden losgelaten, wat hij met des te meer vrijmoedigheid mocht doen, daar er zo spoedig weer in een nieuwe predikant was voorzien, Ds. G. Bouw, die met vrouw en kinderen, ook bij de afscheidsdienst aanwezig waren. De tekst is een gedeelte uit de afscheidsrede van Mozes, terwij 1 de nieuwe leider, in de persoon van Josua, gereed stond om zijn taak over te nemen. Al kan er niet direkt een is-gelijk-teken gezet worden tussen het afscheid van Mozes en zijn opvolger, en de scheidende predikant en hem die zijn plaats zal innemen, toch zijn er wel punten van overeenkomst. Het thema van de tekst was:


Mozes laatste vaarwel
A. Een veilige woning.
B. Ondersteunende armen.


De tekst is rijk. Mozes had veel met Israël meegemaakt. 40 jaren lang had hij in de woestijn lief en leed met het volk gedeeld. Mozes had het volk lief, ook al heeft dit volk zich niet altijd lief gedragen. Want het was vaak een opstandig, murmurerend volk. Het was ook opgestaan tegen Mozes. De Heere werd door dit volk meerdere malen tot toorn verwekt. Dat Mozes het volk lief had, kwam wel bijzonder hierin uit, dat hij zichzelf eenmaal voor het volk presenteerde ten dode, opdat het volk toch maar gespaard zou blijven. Mozes heeft daarin getoond een middelaar voor ’t volk te willen zijn. Hij kon ’techtter alleen maar van tussenspraak wezen en niet van verzoening. Het volkomen middelaarschap was weggelegd voor Hem, Die meer geweest is dan Mozes. Al gaat ook hier de vergelijking maar ten dele op, toch kon door de scheidende predikant gezegd worden dat hij met de Urker gemeente 5‘/2 jaar lief en leed gedragen had. In dagen van ziekte en rouw, geboorten en gedenken trok men met elkander op. Zo iets wordt niet gauw vergeten.

Als Mozes dan zegt: De eeuwige God zij u een woning, dan beveelt hij met deze woorden het volk de Heere aan. En wie kan de gemeente te Urk beter aan bevolen worden dan de HEERE? Hij is de eeuwige God. Mensen zijn tijdelijk. God alleen is eeuwig. Mensen zijn onmachtig. Dit moet zonder meer beleden worden. God is almachtig. Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God. Opmerkelijk is dat Mozes bij zijn afscheid het niet heeft over zichzelf, maar over de eeuwige God. Wat zou hij van zichzelf hebben moeten zeggen? Wat is de mens, wat is in hem te prijzen? Niets! Alleen in de Heere is alles te prijzen.

Hij is een woning. Dat is een zaak van grote betekenis. Want een woning is een plaats waar beschutting gevonden wordt. Het is een plaats waar het gezin samen komt. Een plaats waar men eet en drinkt en met elkander gemeenschap oefent. Het is een plaats waar men ingaat en waar men uitgaat. Een plaats waar men zich veilig gevoelt. Zo is de eeuwige God voor Zijn volk. Mozes wijst niet op Kanaan, maar op God! Hij is een woning voor mensen die door en na de val daklozen zijn.

Om in een woning te kunnen gaan, moet men door een deur. Die geeft tot een woning toegang. De toegangsdeur tot God is Christus. Die heeft het van Zichzelf gezegd: Ik ben de Deur. Om een Deur te kunnen zijn, moest Hij naar de aarde komen. Als mens heeft Hij voor een gesloten woning gestaan. Alles heeft

Hij willen ontberen. Hij had geen dak boven Zijn hoofd. Hij moest het zeggen: de vossen hebben holen en de vogelen des hemels hebben nesten, doch de Zoon des mensen heeft niets waar Hij het hoofd op kan neerleggen. Hij is terecht gekomen aan het kruis. Daar moest door Hem de klacht worden geuit: Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? Hij deed dit vrijwillig, uit liefde tot Zijn volk, opdat zij een thuiskomen bij God zou kunnen hebben. Opdat God voor dat volk een woning zou kunnen zijn. Opdat het volk daar tot rust zou kunnen komen. De eeuwige God is voor Zijn volk een goede en een veilige woning. Dit is de troost voor hen die waarlijk geloven en weten dat zij om eigen schuld dakloos zijn.

B. Ondersteunende armen.

Die armen zijn ook eeuwige armen. Er wordt hier op een mensvormige manier over God gesproken. Want God is een Geest en van Hem kan als zodanig niet gezegd worden dat Hij armen heeft. Hij wil Zich echter zo uitdrukken opdat mensen daardoor iets van God zouden kunnen begrijpen.

Met Zijn armen wil Hij zondaren omarmen. Dit geeft troost wanneer men bedroefd is. Het geeft moed wanneer men moedeloos is. De liefde wordt dan gevoeld. Beleefd wordt dan: Zijn machtig arm beschermt de vromen; En redt hun zielen van de dood. Hij zal hen nimmer om doen komen; In duren tijd en hongersnood. Enz.

Ik bid, aldus de predikant: O HEERE, ondersteun Urk. Doe het jong en oud. Doe hen op U vertrouwen, op U alleen. Door het geloof ontvangt men dan troost, ook voor de toekomst, in alle omstandigheden van het leven. Het is niet alleen een vertroostend woord, maar ook een vermanend. Want God heeft eeuwige armen. Wie niet gelooft heeft geen woning en heeft Zijn arm te vrezen. Hij kan daar ook mee slaan, geweldige klappen mee uitdelen. De onbekeerden moeten dit wel bedenken!

En van onder eeuwige armen. God draagt Zijn volk op Zijn armen. Om dit te beleven moet men klein zijn. Het is als met kleine kinderen, die op Vaders armen gedragen worden.

Om geestelijk klein te zijn, moet men klein gemaakt worden. Laat een ieder zich toetsen en zich de vraag stellen: Zijn wij geborgen? Is God onze woning? Worden wij door Hem gedragen? Kennen wij de kracht van Zijn armen? Dit zijn vragen, die niemand naast zich neer mag leggen.

Een mens van nature zoekt een eigen woning buiten God. Israël ten voorbeeld. Denk aan 1 Cor. 10. Het was niet al Israël, dat Israël genaamd werd. Zij waren allen onder de wolk enz. Het verkeren onder de waarheid is wel groot, maar niet genoeg.

In natuurlijk opzicht is er woningnood, gebrek aan huizen. Gelukkig is er bij God ruimte. De predikant gaat verhuizen. Alles in zijn huis wijst daar op. Geestelijk moeten wij allemaal verhuizen. Wij moeten alle bouwsels buiten God verlaten, om terecht te komen in God. Dan zijn we geborgen voor tijd en eeuwigheid.

Wie hier door het geloof God als zijn woning kent, en zich gedragen mag weten door Zijn eeuwige armen, komt in het eeuwige woonhuis Boven, straks, zalig terecht. Dan is er geen verhuizing meer. Geen trekken door de woestijn van het leven. Dan is men eeuwig thuis, bij God. Amen.

Tijdens de dienst werd gezongen: Ps. 89 : 3; 150 : 1; 33 : 7, 10; 68 : 16, 17; 72 : 11.

Verschillende toespraken volgden nog die enerzijds getuigden van spijt vanwege het vertrek, terwijl men toch anderzijds de toekomst weer hoopvol tegentrad, in verband met het feit dat God weer zo spoedig hen een nieuwe dienstknecht had toegedacht.

Na afloop was er nog gelegenheid om persoonlijk afscheid te nemen van Ds. A. v.d. Weerd en zijn gezin, voor zover men dit nog niet had gedaan.

De bezoekers van buiten behoefden niet met een lege maag naar huis. Daar was volop brood en — daar moet je voor op Urk wezen — gebakken vis toe!

Het was al met al een goede dienst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1987

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Urk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 augustus 1987

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken