Bekijk het origineel

Boekbespreking 1.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Boekbespreking 1.

Wie is Jezus van Nazareth?

8 minuten leestijd

Ds. C. Harinck schreef een boek onder deze titel. Het boek is een uitgave van b.v. Uitgeverij “De Banier”, Bregittenstraat 1, Utrecht, tel. 030-313377. Het telt ruim 200 blz. en kost ƒ 27,50.

De schrijver heeft al meer boeken op zijn naam staan. Hij is thans predikant van de Gereformeerde Gemeente te Oostkapelle. Kortgeleden stond er een verslag van een intervieuw met hem in het Reformatorisch Dagblad, ter gelegenheid van het feit dat hij 25 jaar in het ambt van dienaar des Woords was. Tijdens dit intervieuw kwam ook dit boek ter sprake. Ds. Harinck wenste het boek in de hand van vele jonge mensen. We kunnen dat begrijpen en willen ons daarbij aansluiten.

Het boek van ds. Harinck is belangrijk genoeg om er wat bijzondere aandacht voor te vragen. Dat willen we in enkele artikelen doen. In een Woord vooraf zegt de schrijver het volgende:

“Toen aan het eind van de achttiende eeuw de schriftkritiek begon los te komen, riep de bekende schriftonderzoeker Ernst Troeltsch in een vergadering uit: “Mijne heren, alles wankelt!” Als een roofdier is het historisch-kritische onderzoek op het christelijk geloof aangevallen. Er bleef van Jezus als de Zoon van God en de Messias van Israël weinig over. Sinds de uitroep van Ernst Troeltsch in 1896 heeft de schriftkritiek zijn duizenden verslagen. Met de ondermijning van de persoon van Jezus van Nazareth als God en Messias wankelt inderdaad alles.

Het Christus-belijden raakt het hart van het christelijk geloof. Wanneer Jezus van Nazareth slechts een mens is, hoe groot en uniek ook, valt het fundament onder het Christendom weg. Dan is het kruis van Golgotha en de opstanding van Jezus uit de doden niet meer de basis van onze zaligheid. We zijn dan niet door God verlost! We hebben in Jezus dan slechts een Voorbeeld, een unieke Persoonlijkheid, of een Mens waarin God Zich heeft geopenbaard, maar niet de Verlosser van zonde, dood en rechtvaardige toorn Gods. Het gaat dan ook in de vraag: “Wie is Jezus van Nazareth?” om de toekomst van de Kerk.

Er was een tijd, dat de belangrijkste vraag was: “Hoe krijg ik een genadig God?” De moderne mens is die vraag al lang gepasseerd. Nu is de vraag: ’Ts God er wel en wie is God?” En als het over Jezus gaat is het niet meer vanzelfsprekend, dat men Hem ziet als de Zoon van God en de Messias, maar men vergelijkt Hem met andere godsdienststichters en stelt de vraag: “Wie is Jezus van Nazareth?”

De ontkerstening van Europa, de moderne schriftkritiek en de nieuwe Joodse visie op Jezus, zullen m.i. voor de toekomst van de Christelijke Kerk in Europa levensgevaarlijk zijn.

Het Christendom zal gedwongen worden om zich op zijn fundamenten te bezinnen en de vraag aan de orde te stellen: “Wat dunkt u van de Christus?”

Alles staat op het spel! Het geloof in Jezus als de Zoon van God en beloofde Messias is hetgeen het Christendom tot Christendom maakt.

De vraag: “Wie is Jezus van Nazareth?” kan niet beantwoord worden buitenom de vier evangeliën. Temidden van de kritiek komt aan het licht hoezeer het geloof in Jezus als de Zoon van God en de Christus, samenhangt met het geloof, dat de Schriften het authentieke, historische getuigenis van de Heilige Geest aangaande Jezus van Nazareth zijn.

Vanuit de cursus Godsdienstonderwijs Gereformeerde Gemeenten, waaraan ik als docent verbonden ben, heb ik mij verdiept in de ontstaansgeschiedenis van het Nieuwe Testament.

De vragen van de Schriftkritiek dringen zich dan onontkoombaar aan je op. Ook merk jedan hoevelen met deze vragen worstelen en dat de Schriftkritiek inderdaad knaagt aan de wortels van het geloofsleven. Een afdoend antwoord geven op al de kritiek van de moderne theologie is een opgave, die mijn kracht te boven gaat. Zie dit boek dan ook meer als een hulp en gids om temidden van alle kritiek het woord van Jezus te omhelzen: “en die zijn het, die van Mij getuigen” Joh. 5 : 39”.

Tot zover de schrijver. We hebben het gehele woord vooraf overgenomen omdat het goed laat zien waar het in dit boek om gaat.

Het eerste hoofdstuk gaat over Buitenbij-belse bronnen.

Op blz. 11 zegt de schrijver o.a.: “Veel van de geschriften uit die dagen zijn verloren gegaan. Wat dat betreft zijn de nieuwtestamentische geschriften uniek te noemen. Wij zien, met de christelijke kerk, hierin Gods bijzondere zorg voor ons en onze zaligheid. God heeft Zijnprofeten en apostelen geboden Zijn boodschap op schrift te stellen en God heeft die schriften door een bijzondere voorzienigheid voor ons bewaard. Maar met deze geschriften neemt de ongelovige geen genoegen. Zodoende is de vraag: “Zijn er ook niet-christelijke bronnen, die over Jezus van Nazareth spreken?”

De schrijver gaat na wat er aan buitenbijbelse bronnen is te vinden en zegt dan op blz. 18:

“Maar wat wil dit alles nu bewijzen?

Het bewijst wel, dat Jezus een historisch en werkelijk Persoon is geweest. Er wordt door middel van deze niet-christelijke gegevens wel aangetoond, dat de evangeliën over een werkelijke historische Persoon handelen. Maar het kan de ongelovige niet overtuigen dat deze Jezus de Messias en Zoon van God is. Met die bedoeling zijn deze niet-christelijke bronnen dan ook niet genoemd. Voor de ware kennis van Jezus moeten we naar de evangeliën toe. Zij leren ons wie Jezus van Nazareth in werkelijkheid is. Maar ook deze evangelie-beschrijvingen worden door velen gewantrouwd.“

Op zoek naar de historische Jezus. Zo luidt de titel van het tweede hoofdstuk. We nemen hieruit een en ander over:

“Vanuit deze pretentie, die het christendom belijdt, is het te begrijpen dat velen zich afvragen: “Wie is Jezus van Nazareth?” Maar de vraag van filosofen en moderne theologen is niet: “Hoe denkt het Christendom over Jezus van Nazareth?”, maar: “Wie is Jezus van Nazareth werkelijk geweest?”

Dit brengt ons bij de heden zo aktuele vraag naar de “historische Jezus”. Wat bedoelt men met die vraag? De vraag naar de historische Jezus is de vraag naar Jezus, zoals Hij werkelijk geweest is.

De christen zal dan antwoorden: “U kunt in de geschriften van het Nieuwe Testament en vooral in de vier evangeliën lezen wie Jezus geweest is”. De vraag: “Wie is Jezus van Nazareth?” kan volgens de schriftgelovige christen alleen uit de evangeliën beantwoord worden. Twee van de schrijvers van de evangeliën zijn oog- en oorgetuigen geweest en de andere twee hebben alles van oog- en oorgetuigen gehoord en overgeleverd.

De moderne theoloog neemt daar echter geen genoegen mee. Vanuit de moderne theologie en de godsdienstwetenschapsleer bedoelt men iets anders dan met de vraag naar de “historische Jezus”.” Zie blz. 20/21. Ds. Harinck schrijft hier dan verder over en zegt op blz. 24 aan het slot van dit hoofdstuk: “Ik geloof, dat Jezus alleen te kennen is uit de evangeliën. Ook geloof ik, dat we in de evangeliën een getrouwe beschrijving hebben van Jezus’ Persoon en werk.

Maar de moderne bijbelonderzoeker en de historicus wil dit niet aanvaarden. Zij willen de historische Jezus op het spoor komen via kritisch onderzoek van de nieuwtestamentische geschriften.

We moeten nu bezien hoe dit historisch-kritisch onderzoek te werk gaat.”

In aansluiting daarmee luidt het volgende hoofdstuk: Het historisch-kritische onderzoek. Daarvan nemen we het slot - zie blz. 28 -over:

“De historische kritiek wilde dus meer, dan alleen maar de wereld onderzoeken waarin het Oude- en Nieuwe Testament is ontstaan. Men wilde aantonen, dat de bronnen voor de bijbelse geschriften gezocht moeten worden in andere geschriften en godsdienstige stromingen. De geschriften van het Oude- en Nieuwe Testament moeten kritisch benaderd worden. Het is er mee als met een konvooi schepen, dat onder de Rode Kruis vlag vaart. Wanneer men ontdekt, dat één schip militaire goederen vervoert, vertrouwt men het gehele konvooi niet meer. Nu, zo onderzoekt de literaire kritiek de Bijbel. Zodra men één tegenstelling ontdekt, zegt men al: “Zijn de Bijbelboeken wel datgene waarvoor zij zich uitgeven? Zijn zij niet uit andere bronnen samengegroeid? Moeten we hun oorsprong niet zoeken in Joodse stromingen? Zijn het wel andere geschriften als wat men zou kunnen noemen “nationale Joodse literatuur” en “oud-christelijke literatuur”? De geschriften van het Oude- en Nieuwe Testament zelf kwamen onder de kritiek van het onderzoek. Dit leidde tot een historisch-kritische benaderingswijze van de Schrift.” Vandaar dat ds. Harinck vervolgt met een hoofdstuk over: De literaire kritiek. Maar daarover in een volgend artikel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1987

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Boekbespreking 1.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 oktober 1987

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken