Bekijk het origineel

Wie is Jezus van Nazareth? 2.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Wie is Jezus van Nazareth? 2.

8 minuten leestijd

De literaire kritiek

Dit hoofdstuk is nu aan de orde.

Ds. Harinck schrijft hier o.a. het volgende: “De historisch-kritische methode benadert de tekst van de Schrift als literatuur van het verleden. Men ziet de bij belse geschriften als teksten, die functioneerden binnen het kader van de geschiedenis van het oude Jodendom en vroege Christendom. Zodoende tracht men deze geschriften te gebruiken voor de reconstructie van die geschiedenis. Men gaat er van uit, dat men dan slechts deze geschriften kan verstaan, wanneer men ze verstaat in de context van hun eigen geschiedenis. Dit laatste is inderdaad juist. Historisch onderzoek op zichzelf is dan ook niet te veroordelen. Door dit onderzoek zijn we veel meer te weten gekomen van de plaats en omstandigheden waarin de geschriften van de Bijbel zijn ontstaan. De kennis van de geschiedenis van de wereld waarin de geschriften van het Oude- en Nieuwe Testament zijn ontstaan, hebben meer zicht gegeven op het verstaan van deze geschriften.

Maar de historische kritiek heeft hier geen halt gehouden. De plaatsbepaling werd een waardebepaling!

Nadat men het bijbelse geschrift in het raam van zijn geschiedenis had geplaatst, begon men het geschrift zelf kritisch te bekijken. Dit leidde tot de literaire kritiek.

Onder de literaire kritiek verstaat men de bestudering van een tekst als literair verschijnsel. Het gaat dan, wat de bijbelse geschriften betreft, vooral over een analyse van de wordingsgeschiedenis van een tekst. Men probeert eventueel bronnenmateriaal op te sporen, dat de auteur heeft bewerkt. Literaire kritiek is daarom in hoofdzaak bronnenkritiek.

Men wil nagaan uit welke bronnen de geschriften van het Oude- en Nieuwe Testament zijn samengesteld.” Zie blz. 29 en verder op blz. 31:

“De literaire kritiek ontleedt de tekst en speurt naar alles wat er op zou kunnen wijzen, dat de tekst geen eenheid is. Men let op de woordkeus, grammatica en stijl, tegenstrijdigheden in inhoud, verdubbelingen of hiaten in het betoog en probeert deze te verklaren. Achter al de gebreken, die de literaire kritiek in de tekst ontdekt, ziet men bronnen die gebruikt zijn, aangebrachte veranderingen of verwerking van de auteur.”

Ds. Harinck noemt dan enkele voorbeelden om dit te verduidelijken.

Aan het einde van dit hoofdstuk zegt de schrijver:

Het evangelie van Markus wordt nu door de historische kritiek algemeen als het oudste en meest betrouwbare evangelie beschouwd. Dit evangelie wordt daarom historisch betrouwbaar genoeg geacht, om met aftrek van legendevorming, de grondslag te vormen voor de reconstructie der gebeurtenissen en een historische beschrijving te maken van het leven van Jezus. Men was wat dat betreft in de tweede helft van de 19e eeuw zeer optimistisch gestemd. Velen verkeerden in de stellige overtuiging, dat het met behulp van de historische en literaire kritiek mogelijk moest zijn om een wetenschappelijk verantwoord beeld van Jezus te schetsen. De vragen omtrent Jezus van Nazareth, die de mensen al eeuwen bezig hadden gehouden, hoopten zij wetenschappelijk en historisch betrouwbaar te kunnen beantwoorden. Al zo lang immers waren de vragen gesteld: “Wie was Jezus van Nazareth? Hoe leefde Hij? Wat was Zijn boodschap? Was Hij een bedrieger, een opstandeling, een fanaticus of een dromer? Of was Hij werkelijk goddelijk en hemels? Waarom stierf Hij dan aan een kruis en wat hebben Zijn volgelingen in Hem gezien? Hoe kon Zijn boodschap de wereld overwinnen?” Op al die vragen dacht men via het historisch-kritisch onderzoek en de bekendheid met allerlei bronnen, het antwoord te kunnen geven. Het leidde tot allerlei publikaties over het leven van Jezus, wetenschappelijke en geromantiseerde.” Zie blz. 33.

Het volgende hoofdstuk gaat over: De liberale Jezus beschrijvingen.

“De eerste, die een boek schreef, waarin hij het leven van Jezus construeerde,” — aldus ds. Harinck op blz. 34 — “was Samuël Reimarus (1694-1781). Deze leraar in de oosterse talen te Hamburg stond onder invloed van het engelse Deïsme. Hij wilde zijn geweten ontlasten en aantonen, dat hij niet in Jezus geloofde, zoals de evangeliën Hem tekenen.” (......) “Hij schreef een omvangrijke kritiek op het gehele Christendom, waarin een reeks artikelen gewijd was aan het leven van Jezus.” (......) “Hij durfde het boek echter niet uit te geven.

Na zijn dood kreeg G.E. Lessing (1729-1781) de verzameling artikelen van Reimarus in handen. Lessing was een theoloog, die het Christendom vaarwel had gezegd en als wijsgeer bekendheid had gekregen. Hij was een bewonderaar van Voltaire en een bestrijder van het Christendom. Toen hij de artikelen van Reimarus onder ogen kreeg, besloot hij deze in gedeelten uit te geven. Hij deed dit overigens zonder de naam van de auteur te vermelden. Op verzoek van de familie liet hij dit na, omdat men bevreesd was voor kerkelijke sancties.

Het boek over het leven van Jezus verscheen in 1778.”

Toen was Reimarus dus al gestorven. Daarmee klopt niet het sterfjaar 1781, dat de schrijver achter de naam van Reimarus vermeldt. Volgens een encyclopedie waren zijn voornamen Hermann Samuel en is hij gestorven in het jaar 1768.

Ds. Harinck schrijft op blz. 35 o.a.:

“Er stonden theologen op, die een brug probeerden te slaan tussen de kritiek van het wetenschappelijk onderzoek en het getuigenis van Jezus van Nazareth in de evangeliën. Deze liberale theologen probeerden een beeld van Jezus te schetsen, dat in overeenstemming was met de kritiek van de wetenschap en voor de mens van de 19e eeuw aanvaardbaar zou zijn. Dit leidde tot de zogeheten “Levens van Jezus” van de liberale theologie.” (......)

“De bekende A. Schweitzer, die deze methode bekritiseerd heeft, zegt kort en duide : lijk wat de liberale theologen wilden.” Zij wilden Hem schetsen als een gewoon mens, Hem de pronkgewaden, waarmee Hij bekleed was, afrukken en Hem weer de gewone klederen aandoen, waarin Hij in Galilea had rondgelopen.”

Men kwam tot een geheel eigen beschrijving van Jezus’ leven. De Heere Jezus is niet de uit de hemel neergedaalde Zoon van God, maar een mens met een bijzondere roeping.” (......)

“Dit liberale onderzoek naar de historische Jezus is een mislukking geworden. Ieder ging op zijn eigen wijze te werk. De één oordeelde, dat dit oorspronkelij k bij Jezus hoorde en een ander oordeelde weer anders. Er ontstond een veelvoud van Jezus geschiedenissen.” Zie blz. 37.

Aan het einde van dit hoofdstuk schrijft ds. Harinck over het gevoelen van Schweitzer en hij zegt tenslotte op blz. 39: “Zijn beschrijving en uitleg van het leven van Jezus, heeft echter weinig te maken met de bijbelse Jezus. Het was ten diepste tóch weer een nieuwe poging om het leven van Jezus vanuit de menselijke rede te verklaren. Albert Schweitzers verklaring van de historische Jezus was tegelijk één van de laatste pogingen om het leven van Jezus te reconstrueren en verklaarbaar te maken.”

Dan volgt een hoofdstuk, getiteld: De godsdienst-historische school.

“Er waren” — aldus de schrijver — “twee richtingen in de godsdienst-historische kritiek. De eerste richting zocht Jezus te verklaren vanuit het Jodendom. De apostelen waren in hun spreken over Jezus beïnvloed door het late, apokalyptische Jodendom. Dit Jodendom verwachtte in de weg van geweldige gebeurtenissen de verschijning van hun hemelse Messias. Deze Joodse apokalyptische verwachting van een spoedig wereldeinde met het verlangen naar een Messias, die de wereld veranderen zou en het rijk van God zou doen aanbreken, hebben de discipelen op Jezus overgedragen. Zo trachtte men Jezus te verklaren vanuit de Joodse verwachting. De tweede richting zocht Jezus te verklaren vanuit het hellenisme. Dit was een zogeheten “godsdienst-historische school”. Het christendom beschouwden zij als een product van een machtige godsdienstige beweging, die vanuit de griekse mysterie-godsdienst, de gnostiek en het hellenistische jodendom is voortgekomen. Het onvergenoegd zijn met de oude godsdiensten en het uitzien naar een religie van hoop en verlossing is volgens hen de bakermat van het christendom.”

Ds. Harinck laat zien hoe ondeugdelijk ook deze beschouwing is en schrijft dan op blz. 43: “De kerk van het christendom is niet gekenmerkt door de woorden: ’God-deugdonsterfelij kheid’, maar door de woorden ’zonde en genade’ en Jezus Christus als de enige Naam onder de hemel gegeven waardoor de mensen moeten zalig worden. Dit maakt het christendom uniek. Dit heeft niets gemeen met de mysteriereligies en de godensagen, noch met een voorchristelijke gnostiek, die wel een verlossingsmysterie kende, maar de zonde en wereldellende toeschreef aan een lagere schepper. Wanneer we naast al deze filosofiën het unieke van de christelij ke boodschap leggen, “dat God alzo lief de wereld heeft gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe”, moet toch wel duidelijk zijn hoe onhoudbaar de stelling is, dat het christelijke geloof in Jezus als Heere en Messias uit deze hellenistische godsdiensten is voortgekomen.”

Er kwam een kentering in de gevoelens en een andere manier van onderzoek, die uitging van een literair verschijnsel, namelijk de vorm waarin de bijbelse overlevering gegoten is.

Zo komt de schrijver tot een nieuw hoofdstuk: De vormgeschiedenis.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1987

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Wie is Jezus van Nazareth? 2.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 november 1987

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken