Bekijk het origineel

Nederlandse Geloofsbelijdenis 3.

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Nederlandse Geloofsbelijdenis 3.

9 minuten leestijd

Artikel 2: door welke middelen God gekend wordt.

In artikel 2 gaat het over de kennis van God of eigenlijk over de middelen, waardoor God gekend wordt. Het opschrift laat ons niet in het onzekere: “door wat middel God van ons gekend wordt”. En de inzet is gelijk al: ”wij kennen God door twee middelen......”.

Hier moet allereerst wel treffen, dat hier gelijk het voorrecht spreekt. God kán gekend worden. Onder ons geldt het als een gunst, wanneer we iemand van een hoge positie en die algemeen geacht is kénnen. In een gesprek over zo’n man wordt het vaak al gauw gezegd: ik kén hem. Soms betekent dat niet meer dan eens een keer gezien of gehoord. Het blijft waar, dat zo’n betuiging het doet. Over wie gaat het dan? Mogelijk over een mens met veel talenten en die ze ten goede van anderen gebruikt. Het kan ook zijn, dat de vreze des Heeren bijzonder in zo iemand openbaar komt. Toch blijft het dan gaan over een méns. Wat is een mens in zichzelf? Wanneer hij goed gekend wordt, is hij vol gebreken. Al de gaven, die hij bezit, zijn in wezen niet van hemzelf, maar geschonken door de Heere. Maar nu gaat het over Gód. Hem te kennen is zo oneindig veel groter voorrecht. God te kennen, in de wezenlijke zin, is het hoogste geluk.

Laten we het bedenken: het gaat hier over die God, van Wie reeds beleden is, wie Hij is. Hij is eeuwig, onbegrijpelijk, onzienlijk, onveranderlijk, oneindig, almachtig...... Is het niet een nameloos wonder dat die God gekend kán worden? Het gaat niet over de mogelijkheden van de mens uit. Hier belijdt trouwens het levend geloof. Zij die hier belijden: ”wij kennen God”, zijn geen anderen dan in artikel 1: ”wij geloven allen met het hart en belijden met de mond”. Het gaat hier er om dat Gód Zich laat kennen. Hij hééft Zich geopenbaard. Dat is een niet-uit-te-zeggen gunst, die voor allen die God vrezen oorzaak van diepe verwondering is.

Door twee middelen

In veel verklaringen van artikel 2 worden lange beschouwingen gegeven over de algemene- en de bijzondere openbaring van God. Vooral wordt er dan gesproken over de waarde van de kennis die men door die openbaring verkrijgt, de algemene dus en de bijzondere. Uiteraard wil ik niet graag het belang van zulke overwegingen ontkennen. Het onderscheid tussen de algemene openbaring Gods en de bijzondere moet gesteld worden, zoals ook van de kennis, die van deze vrucht is. Calvijn zegt in De Institutie-boek I, hoofdstuk II 1 - dat het iets anders is “te gevoelen, dat God, onze Schepper, ons door Zijn macht schraagt, door Zijn voorzienigheid onderhoudt, en ons elke soort van zegeningen schenkt, dan de genade der verzoening in Christus ons voorgesteld, te omhelzen”. Ik denk, dat we vanouds terecht onderwezen zijn om dit onderscheid zo te blijven zien. Het is echter goed om de eenvoudige bedoeling van dit artikel voor ogen te houden. Hier is weer geen stukje dogmatiek. Hier is de taal des geloofs. Hier is ook de gerichtheid op de zaligmakende kennis van God, zoals Calvijn die trouwens ook in zijn Institutie in zijn spreken over de kennis Gods laat zien.

God wordt door twee middelen gekend. Ten diepste is God Zelf de bron van alle kennis van Zich-Zelf. Hij gééft kennis van Zich-Zelf. Geen mensenkind kan die némen alleen maar verkrijgen. Opvallend is dan ook hier het woord “middel”. Uiteraard gaan we hier niet over het gebruik van woorden strijden! Er is niets op tegen om over de Heilige Schrift te spreken als een “bron”. Als we dan altijd maar bedenken dat God die bron geopend heeft. De Heere heeft zo twee middelen gegeven om Zich te laten kennen, de natuur en de schriftuur. Zonder die middelen wordt God niet gekend in deze aardse bedeling. Die middelen blijven nodig voor allen, die de Heere daarin gehoord hebben. De Heilige Geest werkt de kennis van God in het hart van de Zijnen. Dat is een verborgenheid die alleen door die Geest verstaan wordt. Tegelijkertijd heeft de Heere ons aan deze middelen gebonden. Hoe gevaarlijk is het te willen staan naar een “onmiddellijke” kennis van God buiten het Woord om. Het maakt al zeker hoogmoedige mensen, terwijl de gebondenheid aan het Woord juist ootmoedige mensen maakt.

Als een schoon boek

Onze belijdenis gebruikt een sprekend beeld om de openbaring van God in de natuur te tekenen. God laat Zich ten eerste kennen door de schepping, onderhouding en regering der gehele wereld. Dan staat er “overmits deze voor onze ogen is als een schoon boek in hetwelk alle schepselen, grote en kleine gelijk als letteren zijn......”. Het voor naamste hier is niet of wij het zien. Daar zullen we wel meer van zeggen! Het belangrijkste is hoe Gód spreekt. Gód laat Zich kennen in Zijn werken, in Schepping, onderhouding en regering. Het zal u niet vermoeien als ik weer eens iets overneem van de Institutie-boek I, hoofdstuk V 1 - dat God Zich-Zelf ”in het ganse bouwwerk der wereld zo geopenbaard heeft en Hij Zich dagelijks daarin zo openlijk aanbiedt, dat de mensen hun ogen niet kunnen openen of zij worden gedwongen Hem te aanschouwen”. Calvijn zegt daar ook: “in ieder van Zijn werken afzonderlijk heeft Hij ontwijfelbare kenmerken Zijner heerlijkheid ingegrift......”.

Zo is het met de Schepping. Alles in de geschapen natuur spreekt van God. Van Zijn goedheid en wijsheid. Het werk verkondigt zijn Maker. Zo is het al in deze wereld. Men kent bijv. aan een mooi gebouw de bekwaamheid van de architect. En hoe onvolmaakt blijft alles, dat van de hand van een mens komt. Maar God heeft alles met volkomen wijsheid gemaakt. Wat roept alles om de erkenning van Hem. De bloemen in het veld, de sterren aan de hemel......

In de onderhouding laat Hij Zich-Zelf uitkomen. Hoe getuigt die niet van Zijn Goddelijke deugden. Hij doet ze er in blinken. Als het na de winter weer voorjaar wordt en als Hij telkens ons persoonlijk leven in stand houdt. Letten we er eigenlijk wel op hoe de goedheid Gods spreekt als dag aan dag ons lichaam blijft functioneren?

Tenslotte komt dit ook openbaar in de regering. God spreekt ook bijv. in het wegnemen van tyrannen,dieanderen geweldadigonderdrukken. Voor een tijd kan het dan schijnen alsof het onrecht overwint, als zij willekeurig duizenden ombrengen, maar op Gods tijd krijgen zij de rekening gepresenteerd. God betoont Zich de Rechtvaardige in de wereldgeschiedenis.

Een schoon boek, waarin alle schepselen als letteren zijn, die ons onzienlijke dingen Gods geven te aanschouwen! Laten we dichtbij huis blijven. Wij hebben dat schone boek elke dag opnieuw voor onze ogen. We zijn verantwoordelijk tegenover alles wat God daarin openbaart. Hebben wij die letters al gelezen? Zó, dat we God hebben erkend in Zijn grootheid, goedheid en wijsheid? Het is maar geen vraag aan die buiten Gods Woord leven. Het is een indringende vraag aan óns die onder het Woord zijn!

Alle onschuld benomen

Niemand komt van God af. Ook zij niet, die buiten het licht van de bijzondere openbaring leven. Artikel 2 spreekt daar met grote ernst over. Ongetwijfeld zijn er aan Gods openbaring in schepping, onderhouding en regering andere gezichtspunten verbonden. Er is in deze wereld nog geen wederhouding van het kwaad, althans tot in zekere zin. Het komt gelukkig nog voor, dat een bepaald kwaad op ethisch gebied ook door mensen van de wereld wordt tegengehouden. Er is nog een besef, dat er een God bestaat. Het geeft — goed verstaan — nog een zekere aansluiting om de ware God te prediken. Maar het beheersende uitgangspunt is hier, dat God de onschuld beneemt: “welke dingen alle genoegzaam zijn om de mensen te overtuigen en hun alle onschuld te benemen” . De “letters” zijn er wel, maar die in ongeloof leeft is er blind voor. Hij ziet de enige en ware God er niet in. Hij gaat aan Hem voorbij . Die blindheid is niet te verontschuldigen. Wie Romeinen 1 goed leest zal dit moeten zeggen. Daar zegt de apostel dat deze openbaring voor hen is bedoeld. Zij hebben wel een “letter” opgemerkt, maar zijn niet tot het doel Gods gekomen, n.l. de erkenning en aanbidding van Hem. Zij hebben de waar-heiu u,? ongerechtigheid ten onder gehouden. Niemand ? zo kunnen zeggen, als hij voor Gods rechteio?

Het zal altijd een moeilijke zaak blijven voor ons. Wij kunnen er niet recht over spreken als we niet bedenken ónze verantwoordelijkheid tegenover God en onze naaste. Onze verantwoordelijkheid onder het licht van Gods Woord is zoveel gróter. Niet alleen in het erkennen van God, maar ook in het brengen van de boodschap tot hen, die van dat licht vervreemd leven. Vóórdat Paulus in Romeinen van de toorn Gods spreekt over alle goddeloosheid getuigt hij zich het Evangelie van Christus niet te schamen. Klinkt die boodschap uit ons hart en uit onze mond tot de “heidenen” rondom ons?

Van achter naar voren

We komen aan het eind van dit artikel terecht bij het heilig en Goddelijk Woord. Gods openbaring in de natuur kan niet tot de zaligheid brengen. Deze spreekt niet van het heil des Heeren in Christus voor arme en verloren zondaren. God geeft Zich-Zelf “klaarder en volkomener” te kennen door Zijn heilig en Goddelijk Woord. Klaarder en volkomener! We lezen dat niet goed, als we denken dat er door de natuur wel “een beetje” zaligmakende kennis te verkrijgen is. Het gaat om de klaarheid en volkomenheid die bóven de andere uitgaat. Dat heilig en Goddelijk Woord is het middel om tot Gods eer te leven en tot de zaligheid. We komen daar later breder aan toe.

Wat gelukkig dat we dit artikel ook van achteren naar voren mogen lezen. Juist door de bril van die Schrift en door de vernieuwing van de Heilige Geest gaat het schone boek van Gods openbaring in schepping, onderhouding en regering open. Het kan de zaligheid niet geven, maar het maakt klein in verootmoediging voor God. Het geeft onderwijs ook in het geestelijke leven in zoveel beschamende voorbeelden. Het doet God in eigen kleinheid verheerlijken. “O, Heere, onze Heere! hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde!” Hebben we zo “van achteren naar voren” God leren prijzen in de werken Zijner Handen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1987

Bewaar het pand | 8 Pagina's

Nederlandse Geloofsbelijdenis 3.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 december 1987

Bewaar het pand | 8 Pagina's

PDF Bekijken