Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

MEDITATIE

5 minuten leestijd

Maar wij zien Jezus, met heerlijkheid en eer bekroond.

Nadat Christus in de staat van Zijn vernedering alle trappen is afgedaald, tot en met de nederdaling ter hel, begint met Zijn opstanding de staat van Zijn verhoging. En ook in deze staat zal Hij alle trappen bestijgen. De opstanding uit de dood is de eerste en de laatste zal zijn: Zijn wederkomst op de wolken om te oordelen de levenden en de doden. En tussen Zijn opstanding en Zijn wederkomst liggen de twee trappen van Zijn hemelvaart en Zijn zitten aan de rechterhand van Zijn Vader. Welnu: daarvan spreekt bovenstaande tekst: “Maar wij zien Jezus, met eer en heerlijkheid gekroond”. Daar is heel wat aan voorafgegaan. Vanuit de hemel was de Zoon van God gedaald om in de gestalte van een dienstknecht op deze gevloekte aarde te lijden en te strijden. En het is een ontzaglijke worsteling geweest. Een strijd tegen alle hellemachten samen. En dan: geen zonde gekend noch gedaan, maar tot zonde gemaakt. Onder de vloek Gods. Een ziel, bedroefd tot de dood toe. Bloed zweten, helle-angst.

Maar de Held, bij Wien God hulp heeft besteld, de Leeuw uit Juda’s stam, is in de strijd niet bezweken. Op een heerlijke, goddelijke wijze heeft Hij de zege bevochten. Aan het kruis heeft Hij gezegevierd: Het is volbracht! Toen het scheen, dat alles verloren was, bleek alles gewonnen. Daarom moest het Pasen worden: het goddelijke zegel onder het volbrachte werk van de Zoon.

En nu is de weg-terug, de weg naar de hemel gebaand. Op de hemelvaartsdag mag Jezus Zijn zegetocht houden in het hemels Jeruzalem. Hemelvaart is toch allereerst het kroningsfeest van de Overwinnaar in de strijd tegen satan, zonde en dood, zodat nu getuigd kan worden: wij zien Jezus, met heerlijkheid en eer gekroond. Hij heeft een Naam ontvangen, welke boven alle naam is, opdat in de naam van Jezus zich zou buigen alle knie dergenen, die in de hemel en die op de aarde, en die onder de aarde zijn. En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere zij, tot heerlijkheid Gods, des Vaders. Wat zal er een blijdschap zijn geweest in de hemel, toen deZoon van God er als Overwinnaar terugkeerde en met heerlijkheid en eer werd bekroond. Toen Hij is verhoogd aan de rechterhand der Majesteit in de hoogste hemelen. Toen de psalm in vervulling ging: ’Heft uw hoofden op, gij poorten, en verheft u, gij eeuwige deuren, opdat de Koning der ere inga. Wie is de Koning der ere? De Heere, sterk en geweldig, de Heere, geweldig in de strijd”.

De engelen hebben gezongen. De gezaligden eveneens. God vaart op met gejuiich! En dan de ontmoeting tussen God de Vader en God de Zoon. .. .

“Wij zien Jezus, met heerlijkheid en eer gekroond”.

Dat “zien” is een zien met het oog des geloofs. Niet met het natuurlijk oog. O nee! Van nature hebben wij wel oog voor wat op aarde groot is, voor de “heerlijkheid” van wat ijdel is en wat vergaat. Maar wij hebben geen oog en nog minder hart voor de heerlijkheid en eer, waarmee Jezus is gekroond.

Om die heerlijkheid te kunnen zien, moeten wij onze eigen heerlijkheid en eer verliezen, afgebroken worden in onszelf en al het onze, het van God verliezen en daarom met een verslagen hart dorsten naar God, naar vrede en verzoening. Want alleen in die weg krijgen wij Christus nodig als Borg, als Overwinnaar van satan, zonde en wereld, Die met heerlijkheid en eer is gekroond. Wat is Gods genade rijk, als we meteen door Gods Geest verlicht oog mogen zien, op het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt, maar dan op de Heere der heerlijkheid. Als we mogen zien: Jezus, met heerlijkheid en eer gekroond.

Dan is er blijdschap in het hart van Gods kind om de Glorie van de grote Overwinnaar in die ontzaglijke strijd. De kerk “gunt” haar Koning de erekroon toch zo van harte. Het is misschien erg menselijk uitgedrukt, maar hoe moet het dan anders? Er zijn toch ogenblikken (en het zijn, denk ik, de beste), waarin het Gods kind niet allereerst gaat om eigen genieting, om eigen zaligheid, maar om de eer en verheerlijking van God en van Zijn Christus. En wat is het toch goed en zalig, om de kroon der ere te zien schitteren op het hoofd van Jezus-Triumfator!

Ziet u niet meer, hoe het moet? Dezondelust benauwt u. De strikken der wereld omspannen u. De boeien van satan knellen. En al uw pogingen om er verandering in te brengen, mislukken. “Ik red het nooit in deze strijd”, zo klaagt u. O, het is waar! U redt het nooit. Maar sla dan eens het oog naar boven! Daar is Jezus, de Heere, sterk en geweldig in de strijd. Hij wil voor de machteloze en krachteloze en moedeloze een Held der hulpe zijn, aan armen, uit gena, Zijn hulpe ter verlossing tonen.

O, zo dikwijls zondaren worden gered van de dood, gevangenen in vrijheid worden gevoerd, satans rijk wordt verstoord, even dikwijls zien wij Jezus, met heerlijkheid en eer gekroond, want het is alles Zijn werk, Zijn macht, Zijn ontferming.

“Wij zien Jezus, met heerlijkheid en eer gekroond”. Waarvoor zouden Zijn onderdanen nog hebben te vrezen? Wat zou het leven van Gods kind toch minder krampachtig zijn, onbevangener, kinderlijker, als dat zien op Jezus, gekroond met heerlijkheid en eer, meer beoefend werd. Ook deze klacht vraagt om bekering!

Tenslotte: onbekeerde, kus toch de Zoon, opdat Hij niet toorne, en gij op de weg zoudt vergaan, wanneer Zijn toorn maar een weinig zou ontbranden!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 1988

Bewaar het pand | 6 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 mei 1988

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken