Bekijk het origineel

Voor de jeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor de jeugd

Nehemia 55.

9 minuten leestijd

“Daartoe heb ik ook aan het werk dezes muurs verbeterd, en wij hebben geen land gekocht; en al mijn jongens zijn aldaar verzameld geweest tot het werk. Ook zijn er van de Joden en van de overheden honderd en vijftig man, en die van de heidenen, die rondom ons zijn, tot ons kwamen, aan mijn tafel geweest.

Beste jongelui!

Nehemia heeft niet alleen de handen uit de mouwen gestoken en daardoor een goed voorbeeld gegeven, doch hij heeft ook zijn portemonnee open gedaan. Dat blijkt duidelijk uit het vervolg. Om te doen wat hij gedaan heeft, moet je dat ook natuurlijk kunnen. Ik bedoel: Als je niets hebt, kun je ook niets weggeven. Als je weinig hebt, kun je maar weinig geven. Doch als je veel hebt, kun je veel geven. Nehemia had veel. Hij was, en dat bracht zijn positie wel mee, een vermogend man. Doch al ben je een vermogend man, dan ben je daarom nog niet altijd een gul man. Het spreekwoord zegt niet voor niets, dat elke gulden zijn begeerte meebrengt. Het staat met andere woorden zelfs ook zo in de bijbel. Wie het geld liefheeft, wordt het inkomen niet zat. Het wordt dikwijls gezien dat de rijkste mensen het gierigst zijn. Waar je de gaven van zou verwachten, daar komen ze meestal niet vandaan. Terwijl ze dikwijls komen van een kant, waarvan je het niet verwacht.

Nehemia, die het dan wel kon doen, heeft het ook gedaan. Want hij hield dagelijks een open tafel. Elke dag gaf hij 150 man te eten, terwijl de vreemdelingen, die van buiten af bij hem op bezoek kwamen, zo maar aan konden schikken. Wat dat allemaal kostte, was niet weinig. Er wordt een opsomming van gegeven. Elke dag een os en 6 uitgelezene schapen. Dat waren niet de slechtste, maar de beste. Liefde geeft altijd het beste. Er werd ook elke dag een overvloed aan geslacht gevogelte geserveerd, terwijl er elke tien dagen een overvloed van wijn werd aangedragen. Over brood wordt niet eens gesproken. Dat is er natuurlijk ook bij geweest. Jullie begrijpen wel dat dit maar niet zo maar “een etentje” is geweest.

Hij is twaalf jaar landvoogd geweest. Of het twaalf maal drie honderd vijf en zestig dagen zo is gebeurd, weet ik niet, doch dat het hem op de duur enorm veel gekost heeft, kan een kind wel uitrekenen.

Ten overvloede wordt er nog eens bij gezegd, dat hij het brood des landvoogds niet gezocht heeft. Hij heeft het niet gegeten en zelfs ook niet begeerd te eten. Daar moet natuurlijk wel onderscheid in gemaakt worden. Je kunt iets niet doen, terwijl je toch wel vurig begeert om het te doen. Doch zo was het bij Nehemia niet.

En waarom niet? Het antwoord wordt door hem zelf gegeven: “Omdat de dienstbaarheid zwaar was over dit volk”. Het volk was over het algemeen maar arm. Zij moesten allemaal hard werken om de muur van Jeruzalem, de stad Gods te herbouwen. Mogelijk moesten zij, vanwege schatplichtigheid, aan buitenlandse mogendheden, die hen bezet hadden gehouden, ook nog het nodige opbrengen. Hoe het ook zij, Nehemia leefde geheel met het volk mee. Die zelf rijk was, wilde arm zijn met de armen. Zo zou je het wel in kunnen vullen.

In heel zijn optreden komt openbaar de Geest van Christus. We hebben daar al meer op gewezen. Het is goed dat dit iedere keer weer gebeurt.

Wanneer we een lijn gaan trekken van Nehemia naar Christus, dan komt Christus natuurlijk niet op één lijn te staan met Nehemia. Want Christus gaat zeer ver boven Nehemia uit. Nehemia was landvoogd, twaalf jaren lang. Christus is Koning, en dat niet voor een beperkt aantal jaren, doch voor eeuwig. Wie zal Zijn leeftijd uitspreken en wie zal Zijn geslacht verhalen? Zijn uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid. Hij is een eeuwig Koning. Daar is geen begin en geen einde aan. Dat wil zeggen dat Hij alle tijden Koning is. Dat Hij het ook in het jaar 1988 is. Dat is dus in de tijd waarin wij leven. De wereld gelooft dat niet. Zij dient een andere koning. Dat is de vorst der duisternis. Men doet het nog graag ook, terwijl het tot ondergang van zijn volgelingen is.

De vraag is of wij het nog geloven dat Christus eeuwig Koning is. We kunnen natuurlijk uit oorzaak van een rechtzinnige belijdenis daar wel gauw ja op zeggen, doch dat is nog niet het ware geloof dat gevraagd wordt. Waar dat ware geloof aanwezig mag zijn, daar is ook het vertrouwen dat deze Koning een almachtige Koning is, Die alle macht heeft in hemel en op aarde. Het levende vertrouwen vindt daarin zijn rust in deze onrustige tijd.

Nehemia was een rijk man. Dat hebben we vast kunnen stellen aan de hand van hetgeen hij dagelijks uit had te geven voor eten en drinken van hen die iedere keer weer rondom zijn tafèl zich schaarden. Doch het bezit van Nehemia, hoe groot ook, was uiteindelijk toch maar weer beperkt.

Hoe schittert hier boven alles uit de Heere Jezus Christus, Sions gezalfde Koning. Hij is zo vermogend dat het in woorden nooit is uit te drukken. Al de aard’, met al wat zich beweegt en leeft, zijn het wettig eigendom des Heeren. De aarde is des HEEREN, mitsgaders hare volheid, de wereld en die daarin wonen. Om de grootheid en de rijkdom van deze Koning te beschrijven, hebben de profeten zich uitgeput. En met z’n allen hebben ze het duizendste deel er nog niet van kunnen zeggen. Het gaat alles het kloekst begrip te boven.

Het volk waar Nehemia zo goed aan deed, was maar een arm volk. Van zichzelf hadden zij niets. Doch hoe is het met het volk dat behoort bij Hem, Die Nehemia zeer ver overtreft?

Dat is in zichzelf ook maar een arm volk. Het heeft geen enkel bezit. Het heeft wel schuld. Ontzaggelijk veel schuld. Het is een zo grote schuld, dat ze die in der eeuwen eeuwigheid niet zouden kunnen betalen. Want vanwege de zonden, waarin die schulden bestaan, zouden ze de prijs van hun leven moeten opbrengen. Zij zouden uit oorzaak daarvan de eeuwige dood moeten sterven.

Ik weet dat ik nu over zaken schrijf, die het ongeloof niet begrijpt. Dat weet van geen schuld bij God. Men vindt het alleen zonde van de tijd dat men nog praat over God. Zo ver zijn we weg. Men lacht dan ook de schuld weg.

Schuld bij God, man waar praat je over. En men weet niet dat men op deze wijze schuld met schuld vermeerdert, en dat aan het einde toch de rekening zal worden gepresenteerd.

Doch als het geschrevene voor de massa “frans” is, wordt het door jullie begrepen, dat je tegenover God niets anders hebt dan schuld? Daar behoef je niet openlijk de wereld voor te dienen. Daar word je al mee geboren. En die schuld wordt alleen elke dag maar groter, doordat we Gods geboden overtreden met gedachten, woorden en werken. Gedachten, woorden en werken, ze tellen alle drie. En dan niet alleen positief, maar ook negatief. Dat wil zeggen: Als onze gedachten, woorden en werken niet Godverheerlijkend zijn, zijn het ook schulden. Wie alles in rekening brengt, en dat doet de Heilige Geest bij diegenen waar Hij Christus in verheerlijken wil, die krijgt een schuldregister van de aarde tot aan de hemel toe.

Wie daar inzicht in krijgt, voor diegenen gaat het wonder open, dat Hij, Die het geen roof behoefde te achten Gode even gelijk te zijn, Zichzelf heeft vernietigd en de gestalte van een dienstknecht (slaaf) heeft aangenomen. Hij is de broederen in alles gelijk geworden, uitgenomen de zonde. Die rijk was, is en blijft, heeft arm willen worden om armen rijk te maken.

Voor dat arme volk, dat zwart van dienstbaarheid is, richt Hij nu Zijn tafel aan. Daarop bevinden zich de allerbeste spijze. En dan niet voor 150 mensen en nog een paar vreemden, doch voor de ganse kerk van alle eeuwen. Dat is niet voor een enkele dag, noch voor twaalf jaren, doch het is een maaltijd zonder einde.

En als je dan vraagt wat toch wel die spijzen zijn die opgediend worden, laat het dan de Koning Zelf maar zeggen. Dat ligt ook in de lijn, daar Nehemia het ook zelf gezegd heeft. De meerdere Nehemia heeft gezegd: Mijn vlees is waarlijk spijs en Mijn bloed is waarlijk drank. Die Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, die heeft het eeuwige leven.

De spijze die Nehemia zijn gasten voorzette was vergankelijk. De spijs die de Heere Jezus de Zijnen voorzet is onvergankelijk. Zij heeft een eeuwigheidswaarde.

Wat het eten betreft, dat begrijpen jullie nu wel, dat is natuurlijk geen vleselijke zaak, maar een geestelijke. Het gaat hier niet over het eten met een natuurlijke mond, maar met de mond van het geloof. Dat wil zeggen: Gelovig aanvaarden dat de Heere Zijn eigen lichaam gegeven heeft en Zijn eigen bloed, dat is Zijn leven in Zijn totaliteit, voor mensen die de eeuwige dood hebben verdiend. Hij deed dit, opdat zij eeuwig zouden kunnen leven, rustig leven binnen de muren van het Nieuwe Jeruzalem, dat Boven is. Dat is de gouden Godsstad, waar de straten zijn van goud, de poorten van paarlen en de muren van Jaspis. Het is alles allerkostelijkst, wat de Heere bereid heeft voor diegenen, die Hem liefhebben.

Wie aan Zijn tafel mag zitten en met de mond des geloofs mag eten, die proeft en smaakt dat de Heere goed is. Eindeloos goed, eeuwig goed, en dat voor mensen die in zichzelf steeds maar moeten zeggen, en het ook nooit verder kunnen brengen, dan dat zij arm en ellendig zijn. Schoon ik arm ben en ellendig, Denkt God aan mij bestendig. Zo staat het in Psalm 40. Staat het ook zo geschreven in jullie harten? Het is zalig als daar in de beleving iets van gekend mag worden.

Als dit schrijven er nog mede toe dienen mag, wordt de geschiedenis van Nehemia ons niet voor niets verhaald.

Jullie aller vriend,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1988

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Voor de jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1988

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken