Bekijk het origineel

De Paaskerk na de opstanding

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De Paaskerk na de opstanding

9 minuten leestijd

3.

Samenvatting toespraak van Ds. de Romph tijdens de Bewaar het Panddag te Sliedrecht. Alleen de Vorst des levens kan ons van al dat ongeloof en kleingeloof en zwakgeloof afhelpen. En daar is Hij mee bezig na Zijn verrijzenis uit het graf. Hij heeft de dood overwonnen in het graf. De dood van zonden en misdaden, waarin we na onze diepe val verzonken liggen. Nu gaat Hij ook de dood overwinnen in het hart van Zijn volk. De dood van zonde en ongerechtigheid, maar ook de dood van twijfel en ongeloof, van moedeloosheid en angst. We zien Hem van de een naar de ander gaan. Hij zoekt ze op, die zichzelf niet helpen kunnen en van angst dreigen verteerd te worden. Hij loopt achter hen aan om ze af te helpen van al hun angstgedachten en van al hun ongeloof en vergeten van Zijn beloften, van al hun verkeerde gedachten, waardoor zij zich door de vorst der duisternis laten leiden.

Wat een heerlijke Heiland is de Middelaar, die in het graf gelegen heeft en ook daar alles voor zondaren heeft volbracht. Hij kwam door de dood heen tot het leven. Ja, Hij heeft een nieuw leven aan het licht gebracht. Het leven van verzoening met God, van vergeving van al onze zonden, ook van verlossing uit alle macht en geweld des duivels, de grote verleider van ons mensen. Hij voert ze mee op Zijn doodsweg tot het nieuwe leven. Hij trekt ze mee uit het zondegraf en verlost ze van alle verderf en ondergang. Hij brengt ze tot het leven van vertroosting en bewaring en Hij brengt ze tot het kindschap Gods en tot de vrede met God. Hij doet hen al Zijn liefde en genegenheden ondervinden tot in alle eeuwigheid.

Met dit leven komt de Vorst van Pasen tot de Zijnen. Wat heerlijk voor de jongeren en wat zalig ook vandaag nog voor arme zondaren, die machteloos gebonden liggen en zichzelf niet verlossen kunnen van het vreselijk ongeloof en zichzelf niet in het Paasleven kunnen zetten. Wat hebben wij die Zaligmaker nodig. Weet u, wat nu zo’n genade is, dat Christus de Zijnen niet aan hun lot overlaat. Wat heeft de Heere toch een werk aan Zijn kerk. Wat heeft de Heere een werk aan één zondaar. Hij moet treurende vrouwen vertroosten, bedrukte discipelen opbeuren. Hij moet zondige Petrussen herstellen in hun ambt en een Thomas overwinnen door de kracht van Zijn verschijning. Hij heeft niet alleen het leven afgelegd tot betaling van de schuld, maar Hij zoekt ze ook op. Hij is bezig ze te brengen tot de blijde zekerheid van het kindschap Gods.

Hij trekt ze mee op die doodsweg tot het eeuwige leven. Hij verbreekt door Zijn opstandingskracht alle kluisters en werpt alle boeien, waardoor wij gebonden liggen, af. Hij vertoont Zich in Zijn opstandingsheerlijkheid, waardoor het doodsleven moet wijken. Waar Hij Zich vertoont in Zijn Paasheerlijkheid, daar vallen alle belemmeringen weg en smelten alle bezwaren als sneeuw voor de zon. Want Hij heeft de dood der onmogelijkheden voor hen gedragen in het graf en in de dood en heeft het eeuwige leven aan het licht gebracht.

Het ongeloof ziet alleen maar stenen, maar het geloof in de verrezen Paasvorst zet ons in de ruimte. Hij weet het ongeloof te breken en het geloof te werken in de harten der Zijnen. Hij opent de ogen der blinden en richt de gebogenen op. Hij openbaart Zich in Zijn overwinningskracht van Pasen. Hij zal hen die dwalen brengen in het rechte spoor. Hij komt afzonderlijk tot dat afgedwaalde schaap en brengt het terecht. Hij weet het hart te bereiken en Hij weet er binnen te komen. Hij brengt ze in aanbidding en verwondering aan Zijn voeten. O, wat een trouw en liefde blijkt hier van de Herder der schapen.

Op wonderlijke wijze vertoont Hij Zich aan Thomas. Hij houdt geen diepzinnige verhandelingen om Thomas er van te overtuigen, dat Hij waarlijk is Degene die aan het kruis stierf en nu is opgewekt. Nee, Hij openbaart Zich in Zijn alwetendheid. Want zonder dat Thomas gesproken heeft, weet Christus wat er in hem leeft. Zo worden harten getroffen en zielen geraakt. Zo worden pijlen afgeschoten, zodat ze treffen in harten van ’s konings vijanden. En als de Heere zo treft, dat vallen al onze voorwaarden; dan blijven we met al onze ja-maars nergens meer. Het is Zijn liefdevolle openbaring, die diep beschaamt. En als Thomas zo door Christus heerlijkheid overwonnen is, komt hij tot zijn heerlijke belijdenis. Zo door de alwetendheid van Christus getroffen, barst het eruit: Mijn Heere en mijn God!

Ze hebben nog zoveel onderwijs nodig. Hij spreekt tot hen:“Moest de Christus niet al deze dingen lijden en alzo tot Zijn heerlijkheid ingaan”? En beginnende van Mozes en al de profeten legde Hij hen uit, hetgeen van Hem geschreven was. Hoe komt het, dat zij met het kruis vastlopen? Hoe komt het, dat ze met het graf geen raad weten? Omdat bij al de problemen die ze hadden, één probleem gebleven was en dat is het probleem van hun zonden. Ze hebben er geen erg in gehad, dat als het kruis op Golgotha niet gestaan had en als Jezus niet in het graf gelegen had, dan was het vraagstuk van de zonde niet opgelost.

Geen kruis en geen graf betekende, dat we nog in onze zonden zijn. Dat moeten ze gaan ontdekken. Zo moeten ze de Schriften leren lezen om de waarachtige Zaligmaker en Verlosser te leren kennen. Dat is Degene die door lijden tot heerlijkheid zou gaan, opdat Hij de schuld van Zijn volk zou vereffenen. Hij laat hen zien, dat zij alleen maar gebaat zijn bij een Zaligmaker die sterft aan een kruis en begraven wordt in een graf. Kostelijk onderwijs hebben die mensen daar ontvangen. Zij zijn ingeleid in de verborgenheden van Godsgetuigenis. Hij zoekt ze meet te trekken op de weg des levens. Hij wil ze brengen tot en hen doen delen in de heilsweldaden die Hij voor hen verworven heeft. Hij wil ze optrekken uit de duisternis van Godsgetuigenis. Hij zoekt ze mee te brengen tot de hoogte van het leven. Hij brengt ze tot het kindschap Gods.

Op de Paasmorgen spreekt Christus Zijn discipelen aan als ’Mijn broeders’. Een naam die Hij voor hen verworven heeft door Zijn lijden en sterven. Zij zijn broeders van de Heere Jezus geworden. Wat een wonder. Ze hebben het er niet naar gemaakt. En het is eigenlijk te groot om het te geloven. Een broeder of zuster des Heeren te mogen zijn. Het is niet, omdat wij het ons waardig keuren, maar Christus heeft die naam voor de Zijnen bereid. Van zulke albedervers als wij zijn, zegt Hij ’Mijn broeders’. Hij schaamt Zich niet hen broeders te noemen.

Schuldige zondaren zijn broeders en zusters van de Heere Jezus Christus geworden. Maria Magdalena moet het aan die verslagen en bedroefde discipelen gaan zeggen, dat zij broeders zijn van de opgestane Levensvorst. En wat houdt dat in? Broeders hebben eenzelfde vader. Die arme en ellendige mensen, die mogen het weten, dat God om Zijn Zoons Christus wil, ook hun God en Vader is. En als u broeder bent van de Heere Jezus, dan bent u een kind van God. En als u een kind bent, dan bent u ook erfgenaam. Erfgenaam van God en medeerfgenaam van Christus. Dan wacht u dezelfde erfenis, die in de hemelen bewaard wordt voor u. En hiertoe wil Hij nu de Zijnen optrekken. Hij wil ze in de heerlijkheid doen delen.

Dat is de zalige troost van Pasen, dat de Levensvorst Zich tot het eind der tijden blijft openbaren aan verdwaalde, eenzame, zwaarmoedige, eigenzinnige en ongetrooste zondaren. Hij zoekt ze op om ze op de Paasweg mee te trekken tot de heerlijkheid van Zijn overwinning. Nog zoekt Hij ze op. Nog brengt Hij ze toe. Nog doet Hij hen in Zijn heilsweldaden delen. Hij verlost nog van alle kleingeloof en ongeloof. Hij doet ze delen in de volzalige overwinning van Zijn opstanding.

Behoren we tot die Paaskeek van Christus? Er waren er ook die zich in ongeloof hebben afgewend. De wachters werden als doden en vluchten naar de stad. De farizeeën en schriftgeleerden lieten zich niet in met deze Levensvorst. Ze geloofden liever de leugen dan de waarheid. Ze gingen aan de opgestane Christus voorbij. En hoevelen zijn er ook vandaag aan de dag, die deze Christus niet nodig hebben. Vroom en goddeloos, kerkelijk en onkerkelijk. Zij kunnen het gemakkelijk buiten en zonder deze Heere Jezus stellen. Ze hebben geen behoefte aan Hem en begeren Hem ook niet. Zij zoeken nog de dingen van deze aarde. Dat is voor hen het hoogste goed en daarvan verwachten zij hun heil en zaligheid. Maar daarmee zult u voor eeuwig omkomen. Dat zal u niet kunnen redden van het verderf.

Behoefte aan deze verrezen Paasvorst komt er alleen, wanneer u zondaar voor God wordt en ontdekt wordt aan uw Godsgemis. Buiten deze Jezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf. Hoor toch, wat u mist, als deze Zaligmaker niet kent! Als deze Christus u vreemd is, wat bent u dan nog arm. Dan hebt u Jezus niet tot uw broeder en God niet tot uw Vader. Dan wacht u geen eeuwige toekomst, dan geen erfenis, dan geen zaligheid, maar eeuwige rampzaligheid.

Nog is het heden der genade. En door Zijn kracht roept Hij nog dode zondaars uit het zondegraf. Nog doet Hij het evangelie uitgaan in deze wereld en roept tot de zaligheid. Hij roept ze en brengt ze toe. Hij zoekt ze op in hun ellende, angst en pijn en Hij brengt ze tot die wonderzalige kennis van Zijn genade.

“De God nu des vredes, Die de grote Herder der schapen, door het bloed des eeuwigen testaments uit de doden heeft wederge-bracht, namelijk, onze Heere Jezus Christus, Die volmake u in alle goed werk, opdat gij Zijn wil moogt doen; werkende in u, hetgeen voor Hem welbehagelijk is, door Jezus Christus; Dewelke zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen”. (Hebr. 13 : 20, 21).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1988

Bewaar het pand | 6 Pagina's

De Paaskerk na de opstanding

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1988

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken