Bekijk het origineel

De enig Vertrouwenswaardige

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De enig Vertrouwenswaardige

6 minuten leestijd

“Welke zij allen aanhingen, van de kleine tol de grote, zeggende; deze is de grote kracht Gods”.

Samaria lag tussen Galilea en Juda. We kunnen zeggen: in Juda woonden de kerke- lijken, in Galilea de buitenkerkelijken, en in Samaria de randkerkelijken. In Galilea had men de godsdienst afgeschaft. Godsdienst was een achterhaalde zaak. Slechts opium voor het volk. In Samaria was men nog wel godsdienstig. Getuige daarvan is de Samari- taanse vrouw, die haar vraag betreffende de godsdienst aan Jezus stelde. Samaria was echter niet rechtzinnig, maar vrijzinnig. Met de wet van God namen ze het niet zo nauw. De Samaritaanse vrouw had vijf mannen gehad, en nu woonde ze maar samen. Ze waren plooibaar; ze deden water bij de wijn. We kunnen Samaria een overgangszone noemen. Een kerkelijk mens wordt niet zo maar buitenkerkelijk. Die komt niet terstond in Galilea terecht. Samaria ligt er tussen, en wonend in Samaria zijn we nog half godsdienstig, we hebben nog niet alles over boord gezet. Neen — zulken vragen zich niet af: Wie de enige, ware God is, maar ze geloven toch nog wel dat er een God is. In ieder geval geloven ze dat er een hogere macht, een hoger wezen is. Dat geeft nog een beetje houvast in het leven, vooral als er moeilijkheden komen, ’t Is ook wat om te denken: straks sterven en dan niets meer, dood is dood. Neen, dat kan de zin van het leven toch niet zijn. Dus gelooft men nog een beetje.

Samaritanen staan open voor allerlei. Dat is te begrijpen. Waar de Pinkstergeest is ingekomen daar worden ramen en deuren gesloten. Maar zonder de Pinkstergeest blijven de ramen en deuren open, met als gevolg dat er nog wel eens iets naar binnen wipt. Zo was in de stad Samaria Simon de tovenaar gekomen. Dat hij een handlanger van de satan was, neen, dat wisten de Samaritanen niet. Daar maakten zij zich ook niet druk over. Dat konden zij ook niet, omdat zij de gave misten om de geesten te onderscheiden. Bijgelovig als halfgelovigen zijn, waren zij betoverd geworden door de toverpraktijken van Simon. Het had ze in verrukking gebracht, die tovermacht van Simon. Ze stonden als aan de grond genageld. Heel de stad, alle inwoners, zelfs de kinderen hingen hem aan. Dat wil zeggen: ze stelden hun vertrouwen op Simon. Ook het eerste gebod van Gods wet gold al niet meer.

Het huis van Simon liep vol. Z’n praktijk legde hem geen windeieren. En heel de stad riep: deze is de grote kracht Gods. Jong en oud was ervan overtuigd: God Zelf manifesteert Zich in deze Simon.

Simon liet zich niet onbetuigd. Hij verkondigde dat hij wat groots was. Dit is op zichzelf geen opzienbarende zaak. Reeds Adam en Eva in het paradijs waren niet tevreden met de plaats die de Schepper Zelf had gegeven, een plaats onder Hem. Ze wilden God gelijk zijn. En dat streven zit in ons allen. Daar is de drang om iets groots te zijn. We zoeken het gekroonde leven. We willen hoger en hoger. Maar de weg om tot heerlijkheid, tot het eeuwige leven te komen, is door ons zelf afgesneden. De weg die door de barmhartige God is gegeven om toch tot heerlijkheid te komen, is de weg van het tarwegraan: sterven, het leven verliezen, en dat is een weg die wijniet begeren, een weg waarvan wij volstrekt afkerig zijn.

Door het werk van de Heilige Geest komen we op die weg. Dan worden we van groot klein, en van hoog laag. Dan worden we een arm verloren zondaar die het van genade alleen moet hebben. O zeker, dat oude beginsel kan nog doorwerken op het terrein van de genade, graag worden we ook met genade nog groot. Graag worden we aanbeden als een bijzonder mens door anderen. Doch pas maar op. God ijvert voor Zijn eer. De meeste is hij die de minste is geworden. Zo gaat het in het Koninkrijk Gods en niet anders. Gods kind moet elke dag weer met lege handen komen aan de voederbak van genadebrood, van dat Brood dat uit de hemel is nedergedaald: Jezus Christus. Wie meent iets te zijn, gaat daaraan voorbij.

Vandaag lopen er heel wat Simons rond, verkondigende dat zij iets groots zijn, willende wijs maken dat in hen God Zelf Zich openbaart. En nu kan ik beginnen bij Lou de palingboer, de man die zei dat hij Jezus was, maar waar moet ik dan eindigen? Hun aantal is legio, hun soorten ook, en hun volgelingen dito. Mensen zijn op zoek, neen — niet naar Jezus Christus. Die blijft voor de natuurlijke mens een ergernis en een dwaasheid. Tenminste als Hijniet ontdaan wordt van Zijn kruis. Ze zoeken naar iets goddelijks, iets bovennatuurlijks, iets waarop ze hun vertrouwen kunnen stellen. Ze gaan heilloze wegen om boven het alledaagse uitgetrokken te worden, om medeschepselen te aanbidden en te verheerlijken. Men beweert dan soms “het ware” gevonden te hebben. Och arme, arme mens! Zoudt ge uw hoop op mensen bouwen, waar ge nimmer heil bij vindt? Jongen, meisje, met de poster van je idool op je kamer, moetje het nu verwachten van die “ster” en niet van de blinkende Morgenster, Jezus Christus? Och dat al die afgodsbeelden nu omrollen, al die Simons, van toverdokter af tot al waarop we ons vertrouwen stellen, verdwijnen. U komt er eeuwig teleurgesteld mee uit.

Er is er slechts Een in Wie de grote kracht Gods is. O dat we Hem aanhangen, van de kleine tot de grote. Hij stelt niet teleur. In der eeuwigheid niet.

Zijn Naam is wonderlijk. Hij zet in verbazing. Hijkent uw krankheid, en wil die liefderijk genezen. Hij maakt door Zijn opstandingskracht dode mensen levend. Hij doet opstaan uit de dood. Hij brengt naar de eeuwige heerlijkheid.

Hier is de waarheid, de enige waarheid. Hij is de waarheid. Alle anderen zijn leugenaars. Ze bedriegen. Ze zijn uit de vader der leugenen, satan die slechts uw eeuwige ondergang op het oog heeft.

Hij, Jezus Christus, is niet wat groots. Hij alleen is groot, omdat Hij is de Zoon van God. Hij is groot in liefde, in barmhartigheid, in ontferming.

Nog onwedergeboren, nog onbekeerd, nog levend bij afgoden? Zijn kracht is zo groot dat Hij hartveranderende genade geeft. Door die kracht gaan we vertrouwen op Hem, op Hem alleen. En wie op Hem vertrouwt, op Hem alleen, ziet zich omringd met Zijn weldadigheên. Omdat Hij is de enig Vertrouwenswaardige.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1988

Bewaar het pand | 6 Pagina's

De enig Vertrouwenswaardige

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1988

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken