Bekijk het origineel

Voor de jeugd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Voor de jeugd

Nehemia 59.

10 minuten leestijd

”En ik zond boden tot hen, om te zeggen: Ik doe een groot werk, zodat ik niet zal kunnen afkomen; waarom zou dit werk ophouden, terwijl ik het zou nalaten en tot ulieden afkomen?

Beste jongelui!

De vorige keer hebben we gehoord op welke wijze de vijanden voor Nehemia een strik zochten te spannen, natuurlijk met geen ander doel, dan om hem er in te laten lopen. We hebben geprobeerd vanuit de mededelingen van Nehemia lijnen te trekken naar deze tijd. De Satan gaat nog om als een engel des lichts. Hij doet zich heel mooi voor. Doch hij heeft altijd maar een doel in het oog, dat is de ondergang van elk mens. Ook van mij, ook van jou. Houdt dat goed in de gaten. De verzoeking is er niet zo nu en dan eens, doch die iseraltijd! Daarom moet je altijd op je hoede zijn. Uitkijken naar alle kanten. Want als hij je van voren niet te pakken kan krijgen, dan zal hij het wel van achteren proberen.

Nehemia kan ons in de strijd tot een voorbeeld zijn. Als de verzoeker tot hem komt met een heel vriendelijke uitnodiging, wat doet Nehemia dan? Gaat hij met de verzoeker praten? Dat had natuurlijk heel gemakkelijk gekund. Dat had men zelfs heel graag gewild. Want als de duivel beet heeft, houdt hij vast. Weest daar maar van overtuigd. Velen zijn op deze wijze al slachtoffer van hem geworden. Men deed dan nog niet dadelijk wat hij begeerde, doch men ging wel met hem praten. En al pratende werd men toch overgehaald tot de daad.

Een uur van onbedachtzaamheid, kan maken dat men jaren schreit. Zo werd het vroeger wel eens gezegd. Ik geloof dat dit nog wel eens herhaald mag worden. In die oude gezegden zit veel oude wijsheid verborgen. Denkt er maar goed over na.

Het antwoord van Nehemia is zonder meer afwijzend. “En ik zond boden tot hen, om te zeggen: Ik doe een groot werk, zodat ik niet zal kunnen afkomen; waarom zou dit werk ophouden, terwijl ik het zou nalaten en tot ulieden afkomen?”

De vijanden hadden boden naar Nehemia gestuurd. Nehemia stuurt boden naar de vijanden. Ik kom niet! Ik heb geen tijd. Ik doe een groot werk. Dat was een bijzonder werk. Jullie weten welk werk. Hij was bezig met de vervallen muur van Jeruzalem te herbouwen. Dat mocht niet gestaakt worden. Want dan zou Jeruzalem voor de toekomst niet beveiligd worden. Hij wilde zijn tijd niet verdoen. Er was met hem niet te praten.

Het antwoord dat de vijanden van hem krijgen, is wel duidelijk. Dat is een positief gegeven uit deze tekst, die op het oog zo niet zóveel zegt. Het is toch de moeite waard om er even over na te denken. Hij had geen tijd voor andere dingen. Hij wilde al zijn tijd besteden in de dienst van God. Want de herbouw van Jeruzalems muur had alles met de dienst van God te maken. Dat moest men weten.

Hier begint de vraag te rijzen hoe of wij onze tijd besteden. Zeker, de boog kan niet altijd gespannen staan. Onder de mensen heeft alles zijn bestemde tijd. Daar is een tijd om te werken. Daar is ook een tijd om te rusten. Doch niemand zal het tegenspreken dat er veel tijd nutteloos verloren gaat. Men besteedt dan zijn tijd niet in de dienst van God, doch in de dienst van de zonde. En dat is altijd een uitgebreid terrein. Je behoeft dan nog niet in de wereld vooraan te staan, om toch je tijd nutteloos verloren te doen gaan. Dat zijn dingen waar we meestal geen erg in hebben. Zeker niet in deze tijd. Het is niet onmogelijk dat je met vakantie bent, of met vakantie gaat, als je dit leest. En als je tijd dan niet besteed wordt in de dienst van God en aangewend wordt tot het heil van je onsterfelijke ziel, dan gaat de tijd nutteloos verloren.

Een verloren uur is nog geen verloren leven, zegt men wel eens. Dat kan waar zijn, doch het kan ook erg bedriegelijk zijn. Want niemand weet wanneer zijn laatste levensuur slaat. Want onverwacht slaat de dood toe. En dan is de tijd voorbij. Dan is het eeuwigheid. En als je dan de tijd niet hebt besteed om vóór alle dingen de Heere te zoeken en het heil van je ziel te beogen, dan is het voor eeuwig te laat. Paulus zegt daarom niet voor niets: “Ziet dan, hoe gij voorzichtiglijk wandelt, niet als onwijzen, maar als wijzen, de tijd uitkopende, dewijl de dagen boos zijn.” Ef. 5 : 15, 16.

Ons leven is in zekere zin gelijk aan dat van de vissen die gevangen worden in het boze net. Zij weten niet dat zij er in zwemmen. En als dat gebeurt, dan zitten zij gevangen en komen er niet meer uit. Vissen weten niet beter. Zij hebben geen verstand. Wij weten beter. Daardoor zijn wij ook verantwoordelijk, wat het besteden van onze tijd betreft. We moeten er uit halen wat er in zit, om de tijd die God ons geeft, te besteden in Zijn

dienst. Er staat niet voor niets: Haast u om uws levenswil. Er is dus haast bij. De klok staat nooit stil. En als je de klok stil wilt zetten, de tijd gaat toch. Hoe zal het dan zijn als het laatste levensuur slaat? Misschien heb ik, jij, dan tien, twintig, veertig of tachtig jaren te leven gehad, om me te bekeren. En als dat dan niet gebeurd is, hoe zal ik/jij, me/je dan kunnen verantwoorden voor God? Niemand zal dan kunnen zeggen: Ik heb geen tijd gehad, terwijl men toch zoveel jaren te leven heeft gehad. Men zal dan moeten zeggen: Ik had er geen zin in, om mijn leven te besteden in de dienst des Heeren, gelijk als Nehemia dit deed. En wat is daar dan de oorzaak van? De oorzaak van het geen zin hebben, is geen liefde hebben tot God en Zijn dienst.

Want als er liefde is tot God en Zijn dienst, zoals dit bij Nehemia het geval was, dan wordt de tijd uitgekocht. Dan zoekt men de Heere terwijl Hij te vinden is, dan roept men Hem aan terwijl Hij nabij is. Dan doet men dat niet tevergeefs. Want de Heere is nabij al degenen die Hem aanroepen.

De eerste verzoeking werd dus door Nehemia afgeslagen. Doch daarmede was de vijand nog niet uit het veld geslagen. Want: ”Zij zonden nu wel vier maal tot mij op dezelve wijze, en ik antwoordde hun op dezelve wijze.”

In het kamp van de vijand was men teleurgesteld. Zo moeten jullie dat maar zien. Het was alles zo mooi bedacht. Doch de list was mislukt. Doch hun pogingen staken, was er nog niet bij. Opnieuw steken zij de koppen bij elkaar. Zij moeten het nog maar eens proberen. Opnieuw wordt er beraadslaagd. Opnieuw wordt er een deputatie gestuurd naar Nehemia. Zij komen met hetzelfde verzoek. Het klinkt nog vriendelijker dan de eerste keer. Nehemia behoeft echt geen argwaan te koesteren. Zij bedoelen het goed. Zij hebben beslist geen kwaad in de zin. Hij kan er alleen maar voordeel bij hebben als hij naar hen luistert.

Vrienden, zoekt hier uit af te lezen, dat de Satan een volhouder is. Hij probeert niet één keer je in de val te krijgen, hij probeert dat iedere keer weer. Hij heeft in zijn vaandel staan: De aanhouder wint. En dat komt nog dikwijls uit ook. Ieder die zijn eigen leven kent en overziet, zal het moeten bekennen, dat als men één keer staande is gebleven, dat men de volgende keer toch voor de verzoeking is bezweken. En als het de volgende keer niet lukt van de kant van de verzoeker, dan komt hij voor de derde maal terug. Zo zie je dat in het leven van Nehemia. Zij kwamen wel vier keer. Je zoudt denken dat ze het nu toch wel zat zouden worden. Als je twee keer je neus gestoten hebt, zul je voor de derde keer je wel wachten om het weer te doen. En als je drie keer een blauwtje gelopen hebt, dan doe je het toch voor de vierde keer niet meer. Ja, zo zijn mensen. Laten we eerlijk wezen. Doch zo is de Boze niet. Hij houdt vol. Hij doet dat al 6000 jaar. Hij doet dat met veel succes. De poorten van de ijdelheidskermis staan wijd open. Menigeen gaat daar door ... ten verderve!

Tot viermaal toe heeft Nehemia hen op dezelfde wijze geantwoord: Geen tijd! We hebben Nehemia leren kennen, niet alleen als een werkend mens, maar ook als een biddend mens. Daarom kun je er zeker van zijn, dat hij iedere keer als de verzoekers tot hem kwamen, dat hij het aangezicht des Heeren gezocht heeft, om standvastig te mogen blijven. “Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de Boze”, dat is zeker zijn gebed geweest, al heeft hij dit dan mogelijk met andere woorden uitgesproken.

Bidt zonder ophouden! Dat werd door hem beoefend. En dat mag ook door ons, ja, dat moét ook door ons beoefend worden. Want in eigen kracht is niemand bekwaam om staande te blijven. Welzalig is daarom hij, die al zijn krachten hulp alleen van God verwacht.

Nehemia is natuurlijk geen volmaakt mens geweest. Wat hij doen mocht was geen prestatie van hem, doch het was genade van God alleen. Zo moeten wij het ook zien ten opzichte van onszelf. Wannéér we de Boze mogen wederstaan, dan zal niemand, die door de Geest Gods geleid wordt, dit op eigen rekening durven schrijven. Hij zal met Pau-lus moeten zeggen: “Hulp van God verkregen hebbende, sta ik tot op dezen dag”. Hand. 26 : 22.

Daar is er maar EEN volmaakt geweest, en dat is de Heere Jezus Christus. Hoewel Hij Zelf Gods was, heeft Hij als mens toch steeds het aangezicht van Zijn Vader gezocht, om kracht te krijgen tot het volbrengen van Zijn wil. Hij heeft de verzoeker niet alleen wederstaan, maar hem ook de kop vermorzeld. Meen echter niet dat hij daarom niet meer werkt. Hij is de oude slang. Zijn kop is wel vermorzeld, doch met zijn staart kan hij nog zo ontroerend roeren.

Een nieuwe aanval wordt voorbereid. Men stuurt nu geen deputatie met een mondelinge boodschap, doch een schriftelijke. “Toen zond Sanballat tot mij op dezelve wijze ten vijfden male zijn jongen, met een open brief in zijn hand”.

Ik zie echter dat mijn ruimte weer benut is. We gaan D. V. de volgende keer proberen die brief te lezen en wat daarmee samenhangt. Ontvang dan nu de hartelijke groeten van jullie aller vriend,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1988

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Voor de jeugd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1988

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken