Bekijk het origineel

Schriftberijmingen

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Schriftberijmingen

8 minuten leestijd

1.

Inleiding

Enige tijd geleden is aan de kerkeraden van de Christelijke Gereformeerde Kerken een proefbundel met Schriftberijmingen toegestuurd. In het ’Ten geleide’ lezen wij ondermeer: “De Generale Synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken, Den Haag 1986, heeft besloten de door Deputaten Berijmde Schriftgedeelten nieuw ingediende liederen in een proefbundel de kerken aan te bieden. De kerken wordt verzocht deze liederen te beoordelen en reacties aan Deputaten te doen toekomen voor 1 januari 1989. Met behulp daarvan kan de Synode van Groningen 1989 definitieve beslissingen nemen over de te zingen berijmde Schriftgedeelten. Deputaten hadden de Haagse Synode 49 berijmingen voorgelegd, waaronder elf die de Synode van 1974 reeds vrijgaf voor gebruik in de eredienst. Ter Synode ontvingen Deputaten echter de opdracht alleen de nieuwe Schriftberijmingen in een proefbundel uit te geven. Dientengevolge bieden Deputaten u hierbij 38 Schriftberijmingen aan”. Tot zover het voorwoord.

Wat hebben de kerken, wat hebben de kerkeraden nu te doen met dit bundeltje Schriftberijmingen dat is toegestuurd? Het is geen goede zaak dit bundeltje voor kennisgeving aan te nemen en niet te reageren naar Deputaten Berijmde Schriftgedeelten. De Generale Synode heeft besloten dat beoordeling van dit bundeltje gevraagd zou worden en dat gereageerd diende te worden naar de zijde van Deputaten. Zo kan de Synode van 1989 D.V. tot definitieve uitspraken komen. Het is evenwel niet ondenkbaar dat het voor meerdere kerkeraden geen eenvoudige zaak is om het bundeltje Schriftberijmingen te beoordelen en een gedegen reactie te zenden aan Deputaten Berijmde Schriftgedeelten. Daarom heeft de commissie van redactie van ’Bewaar het Pand’ ons gevraagd enkele artikelen te schrijven over deze zaak waarin gegevens verwerkt zouden dienen te worden die dienstbaar kunnen zijn bij de beoordeling van het bundeltje Schriftberijmingen en bij het reageren naar Deputaten Berijmde Schriftgedeelten. De te schrijven artikelen bevatten enkele aanzetten en handvaten die het beoordelen van het bundeltje Schriftberijmingen en het reageren naar de zijde van Deputaten Berijmde Schriftgedeelten mogelijk kunnen vergemakkelijken.

U zult begrijpen dat in het kader van enkele artikelen niet gestreefd kan worden naar volledigheid. Wel wordt gestreefd naar doelmatigheid. Getracht zal worden hoofdzaken zo goed mogelijk weer te geven. Zo hopen we enige bouwstenen aan te mogen reiken voor de reactie van de kerkeraden naar Deputaten Berijmde Schriftgedeelten. Uiteraard is het zondermeer noodzakelijk en gewenst dat kerkeraden zelf ook kennis nemen van de inhoud van het bundeltje Schriftberijmingen.

De proefbundel met Schriftberijmingen staat uiteraard niet op zichzelf. Daarom willen we in onze artikelen niet achterwege laten iets te schrijven over het ontstaan van deze bundel Schriftberijmingen. De vraag dient gesteld te worden: Hoe is het in onze kerken tot het toezenden van deze bundel gekomen? Wat is eraan voorafgegaan? In enkele korte trekken willen wij dat proberen te schetsen. Daarbij willen wij weergeven wat de diverse synodale vergaderingen hebben besloten. Ook de kerkgeschiedenis in meer algemene zin willen wij niet voorbijgaan. Wat heeft de kerk de eeuwen door besloten ? Bovenal dient de vraag gesteld te worden: wat zegt de Heilige Schrift? Welke gegevens kunnen aan de Bijbel ontleend worden als het gaat om het al dan niet zingen van Schriftberijmingen? Zo komt de beoordeling van het bundeltje Schriftberijmingen in een breder kader te staan.

De volgende opzet staat ons voor ogen:

Na bovenstaande inleiding willen wij eerst wat Schriftgegevens nagaan. Vervolgens enkele zaken uit de kerkgeschiedenis. Dan enkele dingen uit de geschiedenis van de Christelijke Gereformeerde Kerken. We wil len dan besluiten met een beoordeling van het bundeltje Schriftberijmingen.

Schriftgegevens

Wie het Nieuwe Testament leest zal bemerken dat heel vaak naar de Psalmen wordt verwezen. Er zijn veel zinspelingen op de psalmen en citaten uit de Psalmen. Hoe komt het dat van de boeken van het Oude Testament juist zo vaak de Psalmen worden aangehaald? Dat komt omdat de Psalmen in de oud-testamentische eredienst gezongen werden. De 150 Psalmen werden gezongen door het volk van Israël. De Psalmen werden aan de kinderen geleerd. Ze werden gezongen bij het opgaan naar de tempel. Gezongen in de tenpel en in de synagogen. Het zingen van de Psalmen werd voortgezet in de tijd van het Nieuwe Testament. De Psalmen zijn een van God gegeven liederenboek, niet alleen voor het Oude Testament, maar ook voor het Nieuwe Testament. We vinden in het Nieuwe Testament immers geen Bijbelboek dat te vergelijken valt met het boek der Psalmen. Daaruit moet geconcludeerd worden dat de oudtestamentische Psalmbundel met de komst van Christus niet heeft afgedaan. Integendeel: de Psalmen behielden hun plaats die zij ten tijde van het Oude Testament reeds hadden. In het licht van het Nieuwe Testament zingt de kerk met de woorden van de Psalmen van het volle heil dat God heeft geopenbaard in Jezus Christus door Zijn Heilige Geest. Naast dit algemene gegeven kan de vraag gesteld worden wat de oudtestamentische Psalmen bedoelen als zij spreken van “een nieuw lied”. Er valt dan te denken aan de Lofzangen van Maria, Zacha-rias en Simeon. Hierin mogen we vervulling zien van de profetie inzake “een nieuw lied”. Deze lofzangen sluiten nauw aan bij het Oude Testament. De Lofzang van Maria is als het ware een nieuwtestamentische herdichting van de Lofzang van Hanna. Ook in de Lofzangen van Zacharias en Simeon is duidelijke aansluiting aan het Oude Testament. Zie rapport “Eenstemmig” pag. 11 en 12.

We treffen in het Nieuwe Testament talrijke zinswendingen aan, waarin de Heere wordt geloofd en geprezen. Zijn deze lofprijzingen of doxologieën door de nieuwtestamentische gemeente gezongen? Dr. H.N, Ridderbos schrijft in “Paulus, een ontwerp van zijn theologie” blz. 542: “dat wij... met voorbeelden of brokstukken van het christelijk lied te doen hebben, zoals veelal wordt aangenomen, is niet onwaarschijnlijk, al zullen wij hier met voorzichtigheid moeten oordelen, omdat directe aanwijzingen daarvoor ontbreken”. Direkte aanwijzingen voor het gebruik van deze lofprijzingen voor de eredienst ontbreken in het Nieuwe Testament. Hoe dient verstaan te worden “leert en vermaant elkander met psalmen en lofzangen en geestelijke liedekens, zingende den Heere met aangenaamheid in uw hart” uit Col 3 :16 en “sprekende onder elkander met psalmen en geestelijke liedekens, zingende en psal-mende den Heere in uw hart” Efeze 5 : 19? We lezen op pag. 18 van het rapport “Eenstemmig”: “In ieder geval is het niet juist om een latere onderscheiding in de beide teksten te willen inlezen, zodat met ’psalmen’ de oudtestamentische Psalmen, met ’hymnen’ de nieuwtestamentische lofzangen en met liederen’ andere gezangen bedoeld zouden zijn”, Dat is geen onduidelijke conclusie. Wanneer bovendien in het rooms Liturgisch Woordenboek deel 2, Roermond 1965-1968 kolom 2315 wordt gesteld dat met psalmen, lofzangen en geestelijke liedekens oudtestamentische psalmen zullen zijn aangeduid, is de basis niet aanwezig om op grond van Col. 3 : 16 en Efeze 5 : 19 te stellen dat de nieuwtestamentische gemeente Schriftberijmingen heeft gebruikt in de eredienst (uitgenomen dan de Lofzangen die wij boven genoemd hebben).

We willen nog een citaat aanhalen uit het rapport “Eenstemmig”. Op pag. 24 lezen we “Ten aanzien van de wijze waarop de gemeente in de nieuwtestamentische periode haar roeping tot zingen concreet heeft vervuld geldt: ’Wij moeten erkennen van het wat en hoe van de vroegchristelijke gemeentezang weinig af te weten’ (dr. H.N. Riddrebos, op Col. 3 :16). Een nieuwtestamentische pendant van de oudtestamentische psalmbundel is ons niet gegeven. Ook zijn overtuigende voorbeelden van christelijke liederen die in de eredienst werden gebruikt en die stammen uit de ontstaanstijd vanhet Nieuwe Testament, in het Nieuwe Testament zelf niet met volstrekte zekerheid en in de na-bijbelse geschriften niet te vinden”. De gemeente wist in de Psalmen de nieuwtestamentische heilsweldaden van God zo vertolkt, dat zij buiten de Lofzangen die wij boven noemden geen behoefte heeft gehad aan iets anders. De kerk, die zich vanuit Jeruzalem verspreidde heeft het zingen van de Psalmen gehandhaafd.

Concluderend valt te zeggen dat in het Nieuwe Testament niet nauwkeurig wordt voorgeschreven wat de gemeente in de eredienst mag en moet zingen. Ook is er geen duidelijkheid ten aanzien van de wijze waarop in de nieuwtestamentische periode de gemeente haar roeping heeft vervuld. Wel is er duidelijke heenwijzing naar de Psalmen. De Schriftgegevens bieden onvoldoende zekerheid om te stellen dat er naast de genoemde Lofzangen andere Schriftberijmingen door de nieuwtestamentische gemeente werden gezongen. Wel is duidelijk dat de Psalmen werden gezongen. Principieel dient op basis van de Schriftgegevens gezegd te worden dat we de veiligste weg gaan wanneer we ons houden aan de Psalmen en de bovengenoemde Lofzangen. Waarom zouden we Schriftberijmingen gaan zingen waarvan geenszins met zekerheid aangetoond kan worden dat deze door de nieuwtestamentische gemeente gezongen werden? (Het rapport “Eenstemmig“ waaruit geciteerd werd is een bewerking van het rapport van het deputaatschap voor onderzoek naar het kerkelijk lied, uitgegeven in opdracht van de Gen. Syn. Chr. G. Kerken 1980).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1988

Bewaar het pand | 6 Pagina's

Schriftberijmingen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1988

Bewaar het pand | 6 Pagina's

PDF Bekijken